Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

Verbondsgeschiedenis

Jaargang: 
11
Datum: 
27 dec. 2017
Nummer: 
25
Schrijver: 
E. de Marie-de Ruig
ID:
1808
Rubriek: 

Een Zoon is ons gegeven

De vorige keer hebben we gelezen over het volk dat de Heere heeft uitgekozen. Ook hebben we gezien dat Hij Zijn volk uit het slavenhuis van Egypte gered heeft.

Weten jullie nog dat Hij Zijn volk ook leefregels gaf in het verbond om hen te laten zien dat er bloed moest vloeien om verzoening met God te krijgen? Allemaal heenwijzingen naar de komst van de Here Jezus.

We zullen nu met elkaar een aantal geschiedenissen van het volk Israël lezen, waaruit steeds weer blijkt hoe de Heere heenwerkte naar de geboorte van de Here Jezus. Lees je mee?

De richters

Lezen: Richteren 2:6-23

 

We gaan weer een tijd verder in de geschiedenis. Het volk Israël had onder leiding van Jozua het land Kanaän veroverd. Mozes en Jozua hebben geprofeteerd dat wanneer Israël de geboden van de Heere niet zou houden en het verbond zou verlaten, er straf zou volgen. Keer op keer had het volk beloofd om de Heere trouw te blijven. Maar we hebben net gelezen dat dit niet gebeurde. De Israëlieten die opgroeiden na de dood van Jozua vergaten wat de Heere voor hen had gedaan en ze begonnen de afgoden van de heidenvolken te dienen. De Heere werd hier heel boos over en strafte het volk door vijandelijke volken over hen te laten heersen.

 

In het boek Richteren lezen we dat de Heere richters stuurde om het volk op te roepen zich te bekeren en het volk te redden van de vijanden. De Israëlieten bekeerden zich dan weer en volgden opnieuw de geboden van de Heere, maar het duurde niet lang. Als de richter was gestorven, gingen ze al snel weer over tot het dienen van de afgoden. Jullie hebben vast wel eens het rijtje van richters moeten leren: Othniël, Ehud, Samgar, enzovoorts. Steeds opnieuw moest de Heere voor redding van Zijn volk zorgen door richters te sturen. Het volk hield zich steeds niet aan het verbond, maar de Heere bleef trouw aan Zijn verbond. Hij strafte, maar zorgde ook steeds voor verlossing.

Uit al deze geschiedenissen werd heel duidelijk dat geen mens, die alleen maar mens was, het volk zou kunnen verlossen. Er was een mens nodig die tegelijkertijd ook God was.

Een eeuwig Koningschap

Lezen: 2 Samuël 7:1-17

 

De laatste richter was Samuël. Toen hij oud geworden was, vroeg het volk om een koning. Ze wilden net als de andere volken iemand die hen leiding gaf. Samuël wilde hier niet aan meewerken, maar de Heere gaf het volk een keus. Saul wordt door de Heere aangewezen als koning over Israël. Al snel bleek Saul een koning te zijn die niet naar de wil van de Heere wilde luisteren, maar graag zijn eigen keuzes maakte. Samuel moest hem dan ook vertellen: 'U hebt dwaas gehandeld. U hebt het gebod van de HEERE, uw God, dat Hij u geboden heeft, niet in acht genomen. Anders zou de HEERE uw koningschap over Israël voor eeuwig bevestigd hebben, maar nu zal uw koningschap geen stand houden.' (1 Samuël 13:13 en 14a)

 

Samuël moest een ander tot koning over Israël zalven en jullie weten vast wel wie dat was. David werd tot koning over Israël gezalfd. Het duurde nog wel een hele tijd voor hij echt koning over Israël werd. Steeds weer liet de Heere zien dat Hij een einde ging maken aan het koningschap van koning Saul en dat Hij David koning zou maken.

 

Toen David koning was geworden, herstelde hij de dienst aan de Heere en bracht de ark terug naar Jeruzalem. We hebben net gelezen dat de Heere aan David beloofde dat zijn nageslacht op de troon zou blijven. Weten jullie nog welke belofte Juda had gekregen? 'De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.' (Genesis 49:10)

David kwam uit het geslacht van Juda. Zo zien we weer hoe de Heere verder gaat met de vervulling van Zijn belofte in het paradijs, de moederbelofte. Lees het maar eens terug in het eerste artikel. Hij werkt aan de verlossing van Zijn volk. Hij doet wat Hij heeft gezegd; zoals Hij al tegen Mozes heeft gezegd dat Zijn naam zal zijn Jahwe, dat betekent: Ik ben die Ik ben. Ik ben de God Die doet wat Hij heeft gezegd, de God Die er altijd zal zijn. Ik ben de God Die Zich aan het verbond houdt.

De aankondiging van de geboorte van de Messias

Lezen: Jesaja 8:23-9:6

 

Kwam het nu allemaal goed met Israël? Nee, ook David was een zondig mens en deed dingen waar de Heere verdrietig over was. Ook zijn zoon Salomo was niet de koning die het volk zou kunnen verlossen van hun zonden. Salomo mocht wel een huis voor de Heere bouwen, maar ook hij diende de Heere niet zoals de Heere dat van hem vroeg. En weer strafte de Heere. Omdat Salomo en het volk zich niet aan het verbond hadden gehouden, werd het koninkrijk in twee delen gescheurd. In 1 Koningen 11 lezen we dat de Heere een tegenstander voor Salomo deed opstaan: Hadad, de Edomiet. Jullie weten vast nog wel dat we hier de vorige keer al over hebben gelezen bij Jakob en Ezau; de twee volken die tegen elkaar zouden strijden. Ook deze belofte ging in vervulling. Maar de Heere hield Zich wel aan Zijn woord. Het huis van David bleef koning over een deel van de Israëlieten.

 

De geschiedenis ging verder. Er waren nu twee koninkrijken, maar in beide koninkrijken werden de geboden van de Heere niet gevolgd. De Heere stuurde profeten om op te roepen tot bekering en dat gebeurde ook wel, maar steeds keerde het volk terug naar de afgoden. De Heere kon dit niet ongestraft laten en door middel van Zijn profeten kondigde Hij opnieuw straf aan. Het tienstammenrijk en het tweestammenrijk zouden in ballingschap worden geleid. Zou het hiermee dan echt afgelopen zijn met het volk van de Heere? Nee, de Heere liet Zijn profeten ook verkondigen dat een deel van het volk weer terug zou komen, als zij zich bekeerden van hun zondige weg. Het tweestammenrijk zou terugkeren uit de ballingschap.

 

In de tekst die we gelezen hebben, zien we dat de Heere door Jesaja laat profeteren dat er uit het geslacht van David een koning geboren zal worden, die voor eeuwig op de troon zal zitten. Deze koning zal God en mens zijn. Wat een trouwe God hebben wij! Ondanks alle zonden van Zijn volk, houdt Hij zich aan Zijn plan om Zijn volk te redden!

De Messias is geboren!

Lezen: Lukas 2:1-7

 

En nu is het kerst geweest. Jullie hebben in de afgelopen weken vast veel gelezen en gezongen over de geboorte van de Here Jezus. Was dit nu gewoon de geboorte van een kindje? Nee! In de afgelopen weken hebben we met elkaar kunnen lezen dat dit Kind geboren moest worden, omdat de mens gezondigd had. De enige manier om de band met God weer te herstellen was, dat een mens de straf op de zonde, de eeuwige dood, zou dragen. Maar een gewoon mens kon dit niet, dat hebben we steeds weer kunnen lezen. Dit kon alleen God. De Heere zorgde Zelf voor een reddingsplan. Hij koos een volk waaruit de Here Jezus, Zijn Zoon, geboren zou worden. Hij sloot een verbond met dit volk en leerde ze hoe Hij gediend wilde worden. Als het volk Hem verliet, zorgde Hij voor redding. Steeds werd duidelijk dat de mens zelf niet voor verlossing kon zorgen.

 

En nu hebben we net gelezen dat Jezus is geboren. God had Zijn eigen Zoon naar de aarde gezonden. Als klein Kindje werd Hij geboren. Uit het geslacht van David, in Bethlehem. Precies zoals de Heere gezegd had! De Heere houdt Zich aan Zijn woord. Hij zorgde voor dé Verlosser. Niet een gewoon mensenkind, maar de Zoon van God. Koning Herodes, nakomeling van Edom, probeerde dit Kind te doden, maar Jozef en Maria vluchtten, door de Heilige Geest gestuurd, op tijd naar Egypte. En deze Jezus groeide op, vertelde het volk over Zijn Vader en riep op tot bekering. Hij gaf Zijn leven aan het kruis om de straf op onze zonden te dragen. Hij kon dit, omdat Hij God èn mens was. Maar, Hij stond ook weer op uit de dood om ons het leven weer te geven. Daarover hebben we in het afgelopen jaar ook met elkaar mogen lezen.

 

Wat een wonder! En wat mooi dat we hier in de afgelopen weken weer extra bij stil mochten staan. Wees Hem maar elke dag heel dankbaar voor dat grote wonder!

 

Hij trok Zich Isrel aan,

Hij laat niet hulploos staan

die Abrams troost verwachten.

Groot en in eeuwigheid

is Gods barmhartigheid

voor duizenden geslachten.