Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

Opnieuw de Koninklijke weg

Jaargang: 
12
Datum: 
21 feb. 2018
Nummer: 
4
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
1826
Rubriek: 

N.a.v. het hoofdartikel in De Bazuin nr. 02 van dit jaar, onder de titel 'De Koninklijke weg', hebben we in verhouding vrij veel reacties gekregen. Bemoedigende, van lezers die zich door het artikel gesterkt wisten. Kritisch bevragende en bezorgde: kun je zo wel 2 Petrus 2:19-22 gebruiken? En hoe moeten we verder als een rechte zaak toch wordt afgewezen? En sterk afwijzende: we zouden oproepen tot verkeerde lijdelijkheid, kerkleden veranderen in 'leken', onrecht verzwijgen, en doodzwijgen, laten 'dooretteren'. Tot schade aan de Naam van Christus. Enkele schrijvers menen precies te weten wat er in de zaak Mariënberg speelt, ze oordelen dat het kerkrecht verkeerd is toegepast, en zijn ook van mening dat het hele kerkvolk daar volledig inzicht in hoort te krijgen. (We geven de kritiek weer in onze eigen woorden.)

Nu is er over vertrouwelijkheid, over wat kerkleden wel en niet moeten weten, en over je in de kerk bemoeien met wat je niet aangaat in het vorige nummer al een en ander geschreven. Dat gaan we niet opnieuw doen. Dat was duidelijk.

Wel lijkt het ons goed om hier nog iets meer te zeggen over het gebruik van het slotwoord van de Dordtse Leerregels en het gebruik van 1 Petrus 2:19-22, zoals we dat deden in ons hoofdartikel. Om alle misverstanden hopelijk weg te nemen.

Is hier nog de kerk?

Het is een vraag die bij bezorgde en verdrietige kerkleden opkomt: hoe moet het nu verder? Kan ik hier nog wel blijven? Is hier nog de kerk? Met zoveel ellende?

En in het slotwoord van de Dordtse Leerregels wordt dan zo heel mooi aangegeven hoe we daarover moeten denken. We hadden ook citaten uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis kunnen gebruiken. Maar het staat hier zo heel kernachtig. Leest u het nog maar eens rustig na op pag. 505 en 506 van uw kerkboek. Het gaat in eerste instantie over de leer van de kerk. Ja, in die dagen ging het om de uitverkiezing. Maar de Dordtse Leerregels zijn aangenomen als een van de formulieren van eenheid. Alles wat daarin staat behoort tot ons belijden. Daarom mogen we de woorden van onze vaderen breder trekken. Ze mogen ook betrekking hebben op de leer óver de kerk. Zoals die bijv. is vastgelegd in art. 29 van de NGB. En de vraag is dan: waar is de kerk? Is de kerk er niet meer als er door mensen foute beslissingen genomen worden? Of vermeende foute beslissingen? Roept de Heere dan onmiddellijk ergens anders? Maar waar dan? Iemand vroeg: als u zo denkt, hoe kan het dan dat u zich in 2003 hebt vrijgemaakt?

Breed en diep en langdurig

Met de vraag naar de kerk moeten we heel zorgvuldig omgaan. Want het is Christus die roept. In 2003 ging het niet om een enkel of enkele besluiten. Nee, op een aantal punten was de Schriftuurlijke leer verworpen. Niet een beetje uit beeld geraakt. Niet genegeerd of onvoldoende toegepast. Nee, op de meeste vergaderingen, synodes, waren uitspraken gedaan die Gods Woord zelf aantastten. Een nieuwe, menselijke manier van bijbellezen was gelegitimeerd. Dat werd bewezen. Uit de Schrift zelf. En dat was al een lange reeks van jaren aan de gang. En al evenveel jaren was er bezwaar gemaakt. Was erover gesproken op kerkenraden. Op meerdere vergaderingen. Jarenlang waren de leden van de kerken voorgelicht. Maar het verval was breed. En het ging diep. Ten slotte betrof de afval het hele kerkelijke leven. En pas toen, pas in die situatie mochten we, ja, moesten we vaststellen dat de GKv niet meer de kenmerken van de wettige kerk vertoonden.

Dat was nog niet het einde. Zo'n vaststelling vraagt om een heldere oproep tot reformatie. Met bewijzen van de afval, in de breedte van de kerk. In het hele kerkverband. Onomkeerbaar.

Toen die oproep ook werd gesmoord, toen pas was de treurige conclusie: we mogen hier niet verder. Als we bleven, zouden we mee verantwoordelijk zijn voor de verwerping van Gods Woord op alle fronten. Dat staat Christus niet toe. Hij riep ons weg. Een conclusie niet in verontwaardiging of woede getrokken, maar na langdurige overweging, met verdriet.

Het ging dus niet om enkele zaken. En zeker niet om kerkrechtelijke zaken. Die speelden wel mee maar waren niet beslissend voor de vraag: is hier de kerk van Christus nog?

Gepraat

In de Dordtse Leerregels belijden we dat we niet moeten oordelen op grond van lasterpraat, bijeen geraapt, persoonlijke uitspraken en aanhalingen te kwader trouw. We menen dat ook onvolledige, eenzijdige of sterk emotioneel gekleurde informatie in dezelfde categorie valt. Ik heb gehoord ... Ze zeggen, en ik denk dat het waar is ... Als ze gelijk hebben ... Nee, daar kunnen we niets mee.

Zijn DGK in de volle breedte onomkeerbaar en aan-toonbaar afgeweken en hebben ze Gods Woord de rug toegekeerd? Ondanks verdrietige en ernstige gebeurtenissen heeft niemand dat aangetoond. Niemand heeft ook de consequentie van zo'n oordeel getrokken: bewijs leveren en daarna heel de kerk oproepen tot reformatie.

Christus blijft roepen

Onze conclusie mag zijn, en daar helpt de slotsom van de Dordtse Leerregels bij, dat ondanks gebreken, mogelijk foute besluiten die we zien of menen te zien, of een mogelijk gebrekkig omgaan met kerkrecht, de kerk niet ophoudt kerk te zijn. Christus kan ons in de kerk zwaar beproeven, maar Hij blijft evengoed roepen. De kerk is van Hem! En Hij laat de kerk niet ondergaan!

Dat geloven we!

En als Hij vraagt om de kerk op een andere plaats voort te zetten, dan zal Hij dat ook laten zien. Met Zijn Woord. Dat moet dan vanuit dat Woord onomstotelijk vaststaan.

Dat bedoelden we toen we schreven: "Dan kunnen vragen als 'is hier de kerk nog wel' en 'kan ik hier wel blijven' aan de kant gelegd worden. Ze zijn beantwoord. Helder en vast."

Lijden

Daarmee zijn we er nog niet.

Soms blijven we met vragen zitten. Bijvoorbeeld als we er vast van overtuigd zijn, dat de zaak die we hadden aangekaart niet naar de Schrift is afgehandeld. Ja, dat kan onze verdrietige conclusie zijn.

Het kan gebeuren dat we in een zaak die wel publiek is, of publiek geworden is, onrecht zien. Onrecht tegen broeders en zusters maar, veel belangrijker, onrecht t.o.v. de Heer van de kerk. We zijn bij de kerkenraad geweest. We zijn in beroep gegaan bij onze eigen classis. En daarna bij de andere classis. Nog een keer, met nieuwe argumenten. En steeds werden we afgewezen. En werd het onrecht in onze ogen niet hersteld.

En we willen de kerk niet verlaten. We geloven dat het niet kan en mag. We willen ook het vijfde gebod volledig in rekening brengen. Maar wat dan?

Moeten we dan maar blijven lijden?

Lijdelijkheid

Er werd geschreven dat we lijdelijkheid preken, maar dat kunnen we beslist niet zo zien. Lijdelijkheid is iets heel anders. Lijdelijkheid wil zeggen dat je nooit reageert op gebeurtenissen en besluiten. Ook niet als ze publiek zijn. Je laat alles, ook onrecht en verkeerde dingen maar gewoon over je heen komen. Je berust in alles omdat je meent dat de Heere dat vraagt. Dat je in alle ellendige zaken Zijn straffende hand ervaart. Zijn oordeel. En daar mag je je niet tegen verzetten.

Maar zo'n lijdelijkheid staan we niet voor. Integendeel. Als het gaat om publieke zaken in de kerk, en we menen dat het recht van Christus geschonden wordt, en we menen dat te kunnen bewijzen, gá dan maar naar je kerkenraad. Ga maar naar de classis. En naar de andere classis. Ga dan maar wat we noemen 'de kerkelijke weg'. Dat kan dan zelfs roeping zijn. Vanuit het ambt van alle gelovigen.

De lijdelijkheid ontkent dat ambt. Dat is juist niet goed. En dat staat ook niet zo in het betreffende artikel.

Nee, geen lijdelijkheid. En geen verzwijgen van wat verkeerd is. Geen rookgordijnen opwerpen. Geen sprake van.

Wel zeker zijn van je zaak. Goede Schriftuurlijke argumenten hebben. En tegelijk ook de bereidheid hebben om te luisteren.

Zo gaan we de kerkelijke weg. Die onderdeel is van de Koninklijke weg. De weg die we samen hebben afgesproken, op grond van de Schrift. Op grond van wat we weten en geloven over de regering van Christus.

Petrus

Maar die kerkelijke weg is begrensd. Die kent een einde.

En dan?

Als we nog steeds ervan overtuigd zijn dat het recht van Christus niet is hersteld? En we kunnen niet verder?

Gaan we dan actie ondernemen? Andere kerkleden bewerken? Boze uitspraken doen? Op ons 'recht' staan? Handelen als de wereld?

En dan komen we bij 1 Petrus 2:19-22.

De vraag kwam naar voren: mag je die tekst zo wel gebruiken? Slaat dat niet vooral op die knechten/slaven uit vers 18? Of desnoods ook op overheid en onderdaan, vers 13 en 14? Haalt u die tekst hier niet uit zijn verband?

We menen van niet. Gaat het eerst inderdaad over onderdanen en slaven, daarna trekt de apostel Petrus het breder. Zo ook in de verzen 19 en volgende.

In de Korte Verklaring van dit gedeelte spreekt ook prof. Greijdanus eerst over die wereldlijke gezagsverhoudingen. Maar daarna, als het gaat over vers 19-24, gebruikt hij de woorden 'de gelovigen', 'de christen', 'u'.

Calvijn doet in zijn verklaring hetzelfde. Met name vanaf vers 21: 'Hoewel hij van de knechten gesproken heeft, zo moet het zo nauw van die alleen niet te verstaan zijn wat hij hier leert: want de apostel vermaant alle godvruchtigen in 't gemeen hoe het hier met de Christenen toegaat, ...' (Verklaring van Petrus in 'de Zendbrieven van Paulus', pag. 56).

Alle gelovigen worden hier aangesproken. Ieder die lijdt in de Naam van Christus. Ieder die meent te strijden voor het recht van God. En die daarin vastloopt. Ieder naar wie ten onrechte niet geluisterd wordt. Ook in de kerk.

Ieder die zo lijdt wordt hier aangesproken.

Christus

Als we zo vastlopen, als we geen licht meer zien, als we met groot verdriet niet meer zien hoe het verder moet, ja, dan lijden we.

En dan wijst Petrus ons de weg.

Want de kerkelijke weg kan wel eindigen maar de 'Koninklijke weg' eindigt niet. Als het kerkecht ons niet meer kan helpen, dan gaat de Koninklijke weg nog door. Die gaat naar Christus.

Dan leggen we onze zaak bij Christus neer. In de weten-schap, in de overtuiging, dat we hebben gedaan wat we konden. Dat we aan onze roeping hebben beantwoord. Dan laten we de zaak verder rusten.

Petrus geeft aan dat Christus ons voorbeeld is. Niemand heeft zoveel onrecht doorstaan als Hij. Niemand is ter wille van Gods zaak zo gelasterd en bespot en geslagen, ja, gedood zelfs!

En nooit heeft Hij verzet gepleegd.

Hij aanvaardde Zijn lijden. Om òns! Ja, wij waren het die Hem zo deden lijden.

En Hij nam zelfs de onterechte straf voor onze schuld op zich.

Ja, als we vastlopen, gaan we verder op de Koninklijke weg. Naar Christus. We leggen onze moeite aan Zijn voeten.

Recht

Van andere plaatsen in de Bijbel weten we dat er ten slotte toch recht gesproken zal worden. En dat we daarom geduld moeten hebben. Lees bijv. Jakobus 5:7-11:

'Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw hart versterken, want de komst van de Heere is nabij.

Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet veroor-deeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur.

Mijn broeders, neem tot een voorbeeld van het lijden en van het geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben. Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig.'

Als ons niets overblijft?

Dan naar Christus. Hij komt. En dan wordt alsnog àlles rechtgezet.

Dat gelóven we toch?

Verder

Als we dat op ons laten inwerken, als we echt naar Christus gaan in ons vastlopen, ja, dan kunnen we ook verder.

Dan blijft er misschien verschil van mening tussen broeders en zusters. Dan kan het moeilijk zijn om nog of weer van harte mee te doen in de gemeente. Dan wordt er veel gebed gevraagd. Gesprekken met ambtsdragers, met broeders en zusters die ons begrijpen. Dan is er misschien veel tijd nodig om de draad weer op te pakken. Maar dat kan. En dat moet. Christus is ons voorbeeld!

Dat is geen verstoppertje spelen, dat is geen problemen ontkennen, dat is niet doodzwijgen.

Dat is gelóven.

Dat is de Koninklijke weg, die doorgaat waar de kerkelijke weg ophoudt. De weg naar Christus. 'Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven.'