Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

Eerlijk zijn

Jaargang: 
12
Datum: 
24 jan. 2018
Nummer: 
2
Schrijver: 
Berdien Sikkens-Heres
ID:
1818

Spreuken maken de man (26)

Weet je nog hoe de eerste zonde in de wereld kwam? Adam en Eva waren ongehoorzaam aan het gebod van de Heere. Hij had gezegd dat zij niet mochten eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Maar hoe werd Eva verleid om de vrucht te plukken en te eten? Door de leugen van satan. Satan, de vader van de leugen. In het negende gebod komt de strijd tussen satan en Christus duidelijk naar voren. Aan de ene kant: leugens, list en bedrog en aan de andere kant: het Woord en de waarheid. Ook Spreuken zit vol met wijsheden over deze tegenstelling. Laten we kijken wat Spreuken ons hierover leert.

Het negende gebod

Wat zegt het negende gebod ons ook alweer?

U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.

Nu denk je misschien: ik mag niet liegen, dat lukt me nog wel. Inderdaad, het negende gebod zegt dat je niet mag liegen, maar het is meer dan dat.

Zondag 43 Heidelbergse Catechismus zegt het zo:

 

Vraag: Wat eist God in het negende gebod?

Antwoord: Dat ik tegen niemand een vals getuigenis afleg, niemands woorden verdraai en geen kwaadspreker of lasteraar ben.

Dat ik ook niemand lichtvaardig en onverhoord veroordeel of help veroordelen.

Maar dat ik alle liegen en bedriegen als echt duivelswerk vermijd, als ik tenminste de zware toorn van God niet op mij laden wil.

Verder dat ik in rechtszaken en in alle andere handelingen de waarheid liefheb, oprecht spreek en belijd en ook de eer en goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder.

 

Dat is wel ietsje meer dan alleen maar niet liegen... Natuurlijk, ook dat zit er in, maar het is niet alleen dingen nalaten, niet doen. We worden ook duidelijk geroepen om actief voor de waarheid op te komen: de waarheid liefhebben. Als je iets of iemand liefhebt, dan kom je in actie als daarmee iets naars gebeurt en probeer je dat te voorkomen of te herstellen. Ook wordt van ons gevraagd om op te komen voor de eer en goede naam van mijn naaste. Denk bijvoorbeeld aan het niet meedoen met roddelen over iemand, er iets van zeggen als je klasgenoten of collega's iets over anderen zeggen wat niet waar is. Of woorden verdraaien. Niet meedoen met pesten en proberen juist voor diegene die gepest wordt op te komen. Denk er maar eens over na, dat is nogal wat...

Spreuken en het negende gebod

Het doel van Spreuken is al eens eerder behandeld in deze artikelenreeks. Als je de woorden van de Spreukendichter aanneemt, onthoudt en doet, dan zul je de vreze des Heeren en kennis van God krijgen. En dat levert je heel veel op. Lees de opsomming nog maar eens in Spreuken 2. We kijken nu even naar vers 12:om je te redden van de verkeerde weg, van de man die verderfelijke dingen spreekt.

Met verderfelijke dingen wordt bedoeld: onwaarheden en leugens. Als je luistert naar de wijsheid van Spreuken, dan word je ervoor bewaard om het verkeerde pad op te gaan en verstrikt te raken in leugens en bedrog.

 

Wat heeft de Spreukendichter ons dan concreet te zeggen over het negende gebod? Veel! Als je alleen al naar de bewijsteksten kijkt onder Zondag 43 dan zie je zo al drie teksten uit Spreuken staan. Maar er zijn nog meer. Kan jij ze vinden?

Vals getuigenis

Waar doet je het woord getuigenis aan denken? Ik denk dan direct aan een rechtbank waar een getuige een verklaring aflegt. Stel dat iemand een reep chocola uit een supermarkt steelt en jij hebt dat gezien. Dan ben jij een getuige van de diefstal. Als je dan aan de politie vertelt wat je hebt gezien, dan geef je een getuigenis, een verklaring. De verklaring moet dan juist zijn en niet vals, dat is verkeerd of onwaar. Tegelijk zit er nog een ander punt aan het getuigen: je kunt alleen verklaren wat je hebt gezien. Dingen zeggen die je niet hebt gezien is dus ook verkeerd! Een alledaags voorbeeld van 'dingen zeggen die je zelf niet hebt gezien' is het doorvertellen van geruchten. Dingen die je 'van horen zeggen' hebt die je weer verder vertelt aan een ander, zonder dat je weet of het eigenlijk wel echt waar is.

 

Dat klinkt allemaal wat juridisch en ingewikkeld, maar juist bij een rechtszaak zie je heel scherp het effect van een valse getuigenis. Kijk bijvoorbeeld maar naar de geschiedenis van Naboth (1 Koningen 21). Hij werd veroordeeld tot de doodstraf door twee getuigen die valse verklaringen aflegden. Gedood om iets wat niet was gebeurd. Ook in het Nieuwe Testament zijn er voorbeelden te noemen: Stefanus werd op een vals getuigenis gedood (Handelingen 6:13) en Paulus zat door valse beschuldigingen van getuigen gevangen en moest uiteindelijk naar Rome (Handelingen 20 e.v.). Ook Christus is tot de dood veroordeeld op basis van valse getuigenissen (Mattheüs 26:59-61). Bij het getuigen kan het dus gaan om leven en dood!

Zware toorn van God

Geen wonder dat God strenge gevolgen verbonden had aan het overtreden van dit gebod. Deuteronomium 19:15-21 gaat over de regels voor het getuigen en de straf voor een valse getuige: met hem moet worden gedaan zoals hij met zijn broeder dacht te doen. Ook in Spreuken staan verschillende teksten die de straf op het valse getuigen aanwijzen: Spreuken 19:5 en 9 en 21:28. De leugenaar zal zijn straf niet ontlopen, hij zal omkomen. Spreuken 19 begint ook al met de tegenstelling tussen waarheid en leugen, vers 1: Beter een arme die in oprechtheid wandelt dan een verkeerde van lippen die bovendien dwaas is.

 

De zware toorn van God tegen het valse getuigen, tegen de leugen, is ook omdat de Heere deze zonde haat: Spreuken 6:16 en 19 en Spreuken 12:22: Liegen is een gruwel voor God. Hij haat het. Het is duivelswerk en staat recht tegenover waarheid en trouw.

Maar wat heeft dit nu te betekenen voor het dagelijks leven?

Wacht voor je mond

De Spreukendichter wijst op het gevaar om te snel te spreken, te snel te oordelen en dingen te beloven die we vervolgens niet waar kunnen maken (vergelijk ook het derde gebod). Kijk bijvoorbeeld naar Spreuken 21:23: Wie zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zichzelf voor benauwdheden.

Niet zomaar tegen een naaste getuigen of een ander beschuldigen (Spreuken 24:28 en 25:8 en 9). Daar schuilt een groot gevaar in: je zou er eens naast kunnen zitten! Je eigen naam wordt te schande. Hoe betrouwbaar zijn nog de woorden van iemand die een ander vals heeft beschuldigd? Ook doet het afbreuk aan de zaak van Christus: hoe snel zal de verkondiging van het Evangelie worden aangenomen als dat wordt gebracht door iemand die een ander vals beschuldigt?

 

Dit is de ene kant van de zaak. Niet te snel spreken. Ook de rechters in Israël mochten niet zomaar vertrouwen op een getuigenis. Nee, ze moesten goed onderzoek doen naar de beschuldiging en dan pas een oordeel geven. Maar er is dan ook de andere kant:

Een woord op het juiste moment gesproken, is als gouden appels in zilveren schalen (Spreuken 25:11).

Dat ene woord kan verlossing zijn uit de moeite of een oplossing voor een probleem. Situaties of relaties die vast leken te lopen, kunnen door woorden worden hersteld.

 

Ook Jakobus wijst op de kracht van de tong (Jakobus 3:1-11). Ook al is het een klein lichaamsdeel, zij kan grote dingen doen. Jakobus vergelijkt de werking van de tong met een bit (mondstuk van een teugel) van een paard en een klein roer van een groot schip. Zoals het kleine bit en stuur grote dingen sturen, zo stuurt de tong het lichaam. De tong (datgene wat je zegt) laat voor een heel groot deel zien hoe je met andere mensen omgaat en hoe je als persoon bent. Heel belangrijk: eerst goed nadenken voordat je wat zegt en of je wat moet zeggen of juist niet.

Redder van levens

Tegenover de valse getuige staat de betrouwbare getuige. De getuige die de waarheid spreekt. Spreuken zegt van deze getuige dat hij een redder is van levens (Spreuken 14:25). En dat is niet overdreven. Kijk nog maar eens naar Naboth. Een betrouwbare getuige had zijn leven kunnen redden. Maar de tekst van Spreuken heeft nog een diepere lading: hij wijst ons naar onze Redder Jezus Christus. Hij kwam naar de wereld om voor de waarheid te getuigen (Johannes 18:37). Door dat betrouwbare getuigenis verloor Hij het leven. Hij leek te zijn bezweken onder de macht van de leugen en de valse getuigenissen. Maar Hij overwon! Hij heeft juist onze zonden, leugens en bedrog gedragen. Hij kwam om de zonde van de leugen te verzoenen en van ons betrouwbare mensen te maken, die van Hem kunnen getuigen. Zodat wij het prachtige getuigenis van de verlossing van zonden mogen uitdragen. Onze woorden worden daardoor als het beste zilver (Spreuken 10:20)!

Conclusie

Oké, we hebben nu een heel aantal concrete lessen geleerd van Salomo over hoe wij met de waarheid en leugen moeten omgaan. Bedenk hierbij dat het verder gaat dan alleen fatsoen of netjes met elkaar omgaan. Het gaat om de strijd tussen waarheid en leugen, Christus en satan. Een strijd die al sinds de val in het paradijs is losgebarsten. Een strijd die totdat Christus terugkomt gevoerd zal worden.

Wij zijn van Christus, wij staan in Zijn dienst. En dat betekent dat we moeten strijden voor de waarheid in het algemeen, maar ook voor de waarheid van het Woord, overal waar wij geroepen worden om te getuigen (Openbaring 11).

Vragen:

 

1. Hoe zit het met de leugen van Rachab (Jozua 2:4-6)?

2. Wat zegt Openbaring 11 over onze roeping om te getuigen? Hoe doen we dat?

3. Betekent de terughoudendheid bij het spreken ook een terug-houdendheid bij het gebruik van sociale media? Hoe kunnen we dat dan doen?

4. Hoe kunnen we bij het gebruik van sociale media de zaken eerst goed onderzoeken voordat we een reactie sturen?