Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.

De woorden van Agur - deel 1

Jaargang: 
12
Datum: 
21 feb. 2018
Nummer: 
4
Schrijver: 
Annie Snippe-van der Linden
ID:
1827

Spreuken maken de man (28)

Een serie in een serie. Het moet nu toch niet gekker worden. Is dat wat je dacht toen je de titel boven dit artikel las? Of had je de titel eigenlijk helemaal niet zo bewust gelezen?

Hoe het ook zij, vandaag dus weer een artikel in de serie over Spreuken. We naderen het einde van het Bijbelboek. Nog twee hoofdstukken en dan zit het erop. We hebben nog een paar mooie wijsheden voor de boeg. En vandaag behandelen we de wijsheden in tien vragen en antwoorden. Fijne korte stukjes. Moet te doen zijn toch?

Lees je weer mee?

Welk gedeelte gaat het over?

Het gedeelte dat we vandaag behandelen is Spreuken 30. Een hoofdstuk dat we voor het gemak maar even in tweeën hebben geknipt. Dan is de informatie wat beter behapbaar en mis je niks van alle wijze lessen ;). Vandaag gaat het over vers 1-14. Spreuken 30 is een opmerkelijk hoofdstuk binnen het Bijbelboek Spreuken. Lees maar eens wat er bovenaan het hoofdstuk staat: De woorden van Agur. Geen wijsheden/spreuken van Salomo deze keer?

Wie is Agur?

Dat is de vraag en dat blijft de vraag. We weten namelijk niet wie Agur was. Zijn naam komt verder nergens in de Bijbel voor. Hij is een grote onbekende. Het is zelfs niet zeker of hij wel bij het volk van God hoorde. Dat laatste komt zo. In Spreuken 30:1 staat dit:

De woorden van Agur, de zoon van Jake: de last.

'De last', daar staat in het Hebreeuws: massa.

Sommigen zijn van mening dat je dit woord niet moet vertalen, maar dat het een plaatsaanduiding is. Dan komt er te staan: de woorden van Agur, de zoon van Jake: 'de man uit Massa'. Massa zou dan verwijzen naar een (heidense) stam in Arabië. De traditioneel Joodse verklaring zegt dat Agur een bijnaam van Salomo is. Anderen gaan ervan uit dat Agur een adviseur was van Salomo.

Een hoop verschillende meningen dus. Doet het er uiteindelijk toe? Nee, als we maar wel goed luisteren naar de inhoud van zijn woorden.

Voor wie schreef Agur zijn woorden?

De man spreekt tot Ithiël, tot Ithiël en Uchal.

Klaar, volgende vraag? Nou, zo snel hoeven we nu ook weer niet. Dan worden het wel heel korte stukjes. Want wie waren die Ithiël en Uchal dan? Wel, om eerlijk te zijn, dat weten we niet. Het is ons al niet duidelijk wie Agur is, laat staan dat we weten tot wie hij spreekt. Misschien waren het wel zijn zonen of leerlingen. Of, en dat is verrassend (!), worden er in dit gedeelte geen namen genoemd. Bij het stukje wat ik zojuist citeerde, komt het er erg op aan welke (grond)vertaling je kiest. De HSV koos voor de zgn. Masoretische weergave en komt daarmee tot de vertaling zoals we die net lazen. Andere vertalingen gaan voor een andere weergave en komen tot een heel andere vertaling. Lees maar eens mee in de NBG: Deze man zegt: Ik tobde mij af, o God, ik tobde mij af, o God en ik versmacht. Opmerkelijk verschil, nietwaar?

Staan er ook tegenstrijdigheden in de woorden van Agur?

Nou, het woord tegenstrijdigheden is misschien een beetje ongelukkig gekozen. Maar er staat wel iets in wat mij in eerste instantie een beetje verbaasde. Lees maar eens mee in vers 2 en 3:

Voorzeker, ik ben onverstandiger dan iemand anders, ik heb geen menselijk inzicht. Ik heb geen wijsheid geleerd en de kennis van heiligen niet bezeten.

Waarom, zo zou je je afvragen, zou je eigenlijk luisteren naar zo iemand als Agur? Dat wordt duidelijk als je vers 4 erbij leest en er enkele andere vertalingen bij pakt. Dan blijkt dat Agur het hier heeft over kennis van God. Wie kan God volledig kennen? Wie heeft alle wijsheid van de wereld? Niemand immers! En als we dat weten, dan snappen we best wat Agur hier bedoelt. Wat is de nietige mens tegenover zijn machtig Schepper?

Zijn er ook overeenkomsten tussen dit gedeelte en een ander Bijbelboek?

Heb je 'm gevonden? Misschien dacht je wel aan het gelouterde woord van God, zoals dat beschreven wordt in vers 5. Of aan het niets toevoegen aan de Bijbel in vers 6. Ook allemaal dingen die elders in de Bijbel voorkomen. Maar het gedeelte wat ik bedoelde, staat in vers 4.

Wie is er naar de hemel opgestegen en vandaar neer-gedaald? Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers?

 

We noemen dit ook wel retorische vragen. Vragen waarop je zelf het antwoord wel weet. Wat een mooie belijdenis wordt hier dan gegeven. En wat een machtig God hebben wij. Weet je waar je ook zulke mooie dingen kan lezen over de majesteit van God? In Job 38 en 39. We kunnen hier maar een klein stukje citeren, maar het is zeker de moeite waard om beide hoofdstukken eens zelf te lezen.

Daarna antwoordde de HEERE Job uit een storm en zei (...) Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt. Bent u gekomen tot aan de bronnen van de zee? Hebt u gewandeld op de bodem van de watervloed? (Job 38:1,4,16).

Zie je dat God hier zelf aan Job retorische vragen stelt? En de antwoorden maken ons stil van ontzag voor onze machtige God!

Wat zegt het gedeelte over de betrouwbaarheid van Gods woord?

Ik noemde het net al even, hè. Vers 5 en 6 gaan daarover. Lees maar eens mee:

Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen. Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen, omdat u een leugenaar zou blijken te zijn.

 

Die laatste waarschuwing vinden we vaker in de Bijbel, bijvoorbeeld in Deut. 4:2 en in Openb. 22:18. Een waarschuwing die ook voor ons vandaag de dag nog altijd geldt. Niemand moet het beter menen te weten dan God zelf, hoe wijs die persoon ook is. En ook het eerste gedeelte van onze tekst komen we meerdere keren in de Bijbel tegen. Denk maar aan Psalm 18:31, waar bijna precies hetzelfde staat als in vers 5. Gods Woord is een betrouwbaar fundament voor je leven! Het geeft je richting en laat je de weg zien waardoor je (voor eeuwig) gelukkig wordt. Bouw jij ook op het goede fundament?

Wat maakt Spreuken 30 uniek?

Spreuken 30 is het enige hoofdstuk in het Bijbelboek Spreuken dat een gebed bevat. We lezen dat gebed in de verzen 7-9.

Twee dingen heb ik van u gevraagd, onthoud ze mij niet, voordat ik sterf: Houd valsheid en leugentaal ver van mij. En: geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van het mij toegewezen deel aan brood (vers 7,8).

Vers 9 is als het ware een uitleg bij Agurs tweede bede. Een mooi gebed, dat ook ons gebed zou kunnen zijn. Heere, wilt u zorgen dat ik niet lieg en bedrieg. En dat anderen dat ook niet tegen mij zullen doen. En Heere, wilt u mij precies zoveel geven als ik nodig heb, niet meer en niet minder. Niet meer omdat ik u anders misschien wel zou vergeten. En niet minder, omdat ik anders misschien wel zou gaan stelen om aan brood te komen. Amen. Zie je de overeenkomsten met bepaalde gedeeltes in het Onze Vader?

Welke spreuk lijkt wat los op zichzelf te staan?

Dat is de spreuk in vers 10. Daar staat:

Belaster een slaaf niet bij zijn heer, anders zal hij u vervloeken en zult u schuldig zijn.

Die spreuk lijkt er zomaar tussenin gezet te zijn. Het past niet bij een ander vers. Toch is er wel enig verband te ontdekken. In vers 9 gaat het over het aantasten van de Naam van God en in vers 11 over vervloeken. Zijdelings komen die beide ook in vers 10 terug. Vers 10 waarschuwt ervoor om leugens te vertellen tegen de baas van een ander. Vroeger was die verhouding slaaf/heer. Nu zouden we dat werknemer/werkgever noemen. Zowel werknemer als slaaf zijn afhankelijk van hun meerdere als het gaat om werk en inkomen. Vertel dus geen leugens over een ander. Dat zou erge gevolgen kunnen hebben voor die ander. Misschien wordt iemand wel ontslagen door jouw leugens en kan hij/zij daarom niet meer voor zijn gezin zorgen. Mocht diegene jou vervolgens vervloeken, dan zal God luisteren naar die vloek en je oordelen. Niet doen dus!

Welke vier generaties worden genoemd?

Luister en huiver. Want al te best is het niet gesteld met de genoemde generaties.

Als eerste hebben we de generatie die zijn vader vervloekt en zijn moeder niet zegent. Kortom, de generatie die geen respect heeft voor zijn ouders.

Dan volgt de generatie die rein is in zijn eigen ogen, maar van zijn vuil niet gewassen wil zijn. Dus de generatie die goed is in eigen ogen, maar ondertussen zo slecht is als maar zijn kan.

Dan hebben we nog de generatie waarvan de wimpers opgetrokken zijn. Lijkt een beetje raadselachtig, maar wat wordt bedoeld is dat de generatie hoogmoedig is. En tot slot de generatie waarvan de tanden zwaarden, de hoektanden messen zijn, om de ellendigen van de aarden en de armen onder de mensen te verslinden. Een generatie dus die wordt vergeleken met roofdieren. Roofdieren die hun buit wegslepen, zodat er niets van overblijft. Zo doet deze generatie met de armen en de mensen die hulp kunnen gebruiken. Ze zorgen ervoor dat er niks van hen overblijft.

Oppassen dus dat niet van jou gezegd kan worden dat je bij een van die generaties hoort! Beter kun je horen bij de generatie die naar God vraagt bij alles wat zij doet (Ps. 24:6).

Wat kunnen wij van het gedeelte leren?

Natuurlijk zijn er al een aantal lessen genoemd bij het beantwoorden van de vragen. Verder blijkt ook uit dit stuk dat het altijd goed (en interessant!) blijft om verschillende vertalingen naast elkaar te leggen. Soms komt er heel iets anders te staan. Neem het genoemde voorbeeld bij vers 1. Ook het woord 'last' kan daar nog weer anders vertaald worden. Dan wordt het 'godsspraak'. Leuk om het daar eens met elkaar over te hebben of daar wat meer over te lezen. Verwacht alleen niet dat je er helemaal uitkomt. Dat komen de grote geleerden vaak niet eens. Vertalen blijft mensenwerk. 'We' kunnen slechts ons best doen om zo goed mogelijk te vertalen.