Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Als zoon bij mijn vader

Jaargang: 
1
Datum: 
11 jul. 2007
Nummer: 
26
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
119

Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees hij mij en zeide tot mij: Laat uw hart mijn woorden vasthouden, onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven(Spr.4:3,4)

Spreuken

Het boek Spreuken neemt in de Bijbel een speciale plaats in. Het boek is voor een belangrijk deel een verzameling van zogenaamde spreuken. Spreuken als vorm van onderwijzing, meestal in een soort dichtvorm. Het zijn vaak korte kernachtige pakkende uitspraken of iets langere gedichten, die de lezer aan het denken doen zetten. Ze bevatten wijsheid die gericht is op de praktijk van het leven. Ze kennen een heel treffende manier van spreken en een grote concreetheid waarin de werkelijkheid van elke dag een plaats krijgt. Ze zijn dan ook bedoeld als onderricht in de praktijk van het leven, waar je over na moet blijven denken. Waarvan je de diepere betekenis pas na overdenken echt kan doorgronden. Zo zorgt deze spreukvorm ervoor dat die diepere inhoud je steeds kan bijblijven. In deze verzamelingen, die vanaf hoofdstuk 10 beginnen, wordt een heel scala van situaties beschreven waarin wijze levenskeuzen gemaakt moeten worden. Het is een boek voor het praktische verbondsleven. Het concrete leven op deze aarde als verbondskind.
In deze spreuken, die voor een belangrijk deel opgetekend zijn door koning Salomo, is het de HERE Zelf die aan het woord is. Hij wil ons wijsheid leren via de wijsheidsleraar die ons als het ware toespreekt. Levenskunst, stuurmanskunst om je leven de goede koers te laten varen in allerlei wateren. Onderwijs, dat juist ook de jeugd moet kennen om in deze wereld de juiste geloofskeuzen te maken. Inzicht, dat je nodig hebt om als christen trouw te blijven op het gebied van het maatschappelijk leven, het leven in de samenleving, de omgang met je buren, vrienden en anderen. Op het gebied van de handel, van je dagelijks werk, van vermaak en ontspanning, voor het huwelijksleven, het gezinsleven, enz. enz.. Op alle gebied zijn er goddelijke spreuken die ons willen leiden op onze weg. Voor ouderen, ouders, maar vooral ook voor de jeugd van onschatbare waarde zijn.
Het is niet zo, dat alleen in het boek Spreuken die wijsheid wordt geboden. In heel de Schrift vinden we Gods geboden, niet alleen als de tien geboden, maar ook als regels uitgewerkt voor praktische situaties. De HERE laat ons niet in de kou staan voor wat betreft ons leven in de wereld met al zijn goddeloze praktijken en valkuilen. Hij helpt ons dat wij werkelijk in alle verbanden kunnen leven in het verbond

Basisonderwijs

Hoe kunnen we nu die schat aan informatie die in Spreuken en in andere gedeelten van Gods Woord staat, toepassen in ònze levenssituaties? Zodat Gods onderwijs voor ons geen theorie blijft, maar zodat we ons leven er echt door laten leiden. Zodat we op allerlei momenten waarop we keuzen moeten maken ook de juiste kunnen maken. Zodat we op alle terreinen van het leven werkelijk heel bewust als christen leven. Voortdurend weten te onderscheiden waarop het aankomt.
Een belangrijke vraag daarbij: hoe leren we dat onze jeugd nu aan? Zodat zij in hun jonge jaren de kennis op kunnen doen om straks als ze volwassen zijn, zelfstandig als kinderen van God te leven en Hem in alles trouw te kunnen blijven? Dat zijn vragen waar elke ouder, elke opvoeder, ja elk kerklid mee te maken heeft.
Op die vragen gaat de schrijver van het boek Spreuken uitgebreid in. In negen hoofdstukken heeft hij neergeschreven, hoe om te gaan met die goddelijke aanwijzingen voor onze levenspraktijk. Het is een soort lange inleiding geworden, die heel indringend ons dit alles willen bijbrengen. Als een soort basisonderwijs. Zodat de jeugdige (èn oudere) lezers mogen weten, zó wil de HERE het. Niet alleen vader en moeder, niet alleen de catecheet, de gelovige onderwijzer, de leider van de vereniging, de ouderling of de dominee. Nee, de HERE wil dat u/jullie dit onderwijs volgen.

Dat onderwijs begint, als het goed is, al heel vroeg. De spreukendichter kan het zich nog goed herinneren:

    Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees hij mij.

Vader en moeder hadden ook hem onderwezen als invulling van de eis die de HERE aan elke ouder stelt. Dat heeft de HERE in het Oude Testament op zeer indringende wijze, al direct bij de verbondssluiting op de Sinaï, zijn verbondsvolk voorgehouden:

    Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat.(Deut.6:6,7)

De HERE wil daarbij bereiken dat in alles hier op aarde je hart op Hem en zijn dienst is gericht. Dat hart wil Hij al door het onderwijs in de tere verhouding tussen ouders en hun jonge kinderen bewerken. Vanaf het moment dat je als kind in je ontwikkeling nog helemaal afhankelijk bent van de liefderijke zorg van je ouders. De Spreukendichter weet nog dat zijn vader hem dat ook zo overbracht “Laat uw hart mijn woorden vasthouden”.
De goddelijke eis van dat doorlopende onderwijs wordt door ouders in de doopbelofte beaamd. Op de uitvoering daarvan wordt door ouders daarmee een dure eed gezworen. D.m.v. dat onderwijs door de ouders wil de HERE beslag leggen op de harten van zijn kinderen. Opdat ze in zijn wegen wandelen. Dat onderwijs, dat al zo vroeg begon, heeft ook voor deze spreukendichter de basis gelegd voor zijn schriftuurlijke inzicht later.

Leerdoel

Ook het belang dat de inhoud en methoden van het onderwijs aanvaard worden, komt nu aan de orde. Dat onderwijs volg je als je wat ouder bent, niet zomaar, zonder dat je weet waarvoor dat nu allemaal nodig is. De dichter-leraar noemt direct het leerdoel van het onderwijs. Dat doel is heel verstrekkend: “opdat gij moogt leven.”(Spr.4:4). Zie ook de verzen 13 en 22.
De dichter-leraar brengt het hier heel persoonlijk onder de aandacht. Mijn vader maakte mij duidelijk: jongen, het gaat om je léven! Houdt daarom mijn woorden vast in je hart!
Uit de verdere inhoud van het Spreukenboek wordt dat “leven” als doel verder inhoud gegeven. Daarbij wordt duidelijk dat “leven” betekent: je behoud, je redding uit de zondemacht, het leven met de HERE in het verbond. Dat leven leidt tot twee dingen: (1) het ware geluk nu al op aarde èn (2) voor de toekomst het eeuwige leven in volmaaktheid met de HERE. Dàt zijn de doelstellingen die je in dit boek Spreuken vooraf te horen krijgt. Die gelden trouwens voor heel het onderwijs van Gods Woord. Daarin staat alles wat tot je redding, je verlossing, je zaligmaking moet dienen, voor later èn voor nu. Daar kun je niet buiten. Dat geldt zeker ook voor dit speciale onderwijs in de wijsheid van alle dag.