Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Zonder vrucht – de beklagenswaardigste van de mensen

Jaargang: 
4
Datum: 
21 apr. 2010
Nummer: 
15
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
663


14 En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
15 Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden.
16 Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt;
17 en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden.
18 Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.
19 Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.

1 Korintiërs 15:14-19

De apostel vervolgt nu zijn brief met uiteen te zetten, wat het funeste gevolg is van de dwaalleer uit zijn dagen, als zou er geen opstanding van de doden zijn.
De Schrift laat u zien, wat er op het spel staat, wanneer zo’n dwaalleer wordt geloofd. Want het is hier: alles of niets. Of we moeten geheel en al geloven in de opstanding van Christus en de opstanding van de doden ook - of we houden niets over.
Hoort u maar: als Christus niet is opgewekt, dan is de prediking ijdel, zonder inhoud; en: ijdel is ook uw geloof, dat is: zonder inhoud.
De prediking ijdel, zonder inhoud. Want er is geen prediking van Christus denkbaar, wanneer Hij niet is opgestaan. Petrus zegt dan ook meteen op Pinksteren, dat hij predikt de opgestane Christus. De steen, die door de bouwlieden was verworpen, die is geworden tot een hoeksteen.
Immers, Christus is overgegeven vanwege onze zonden, Hij is opgewekt vanwege onze rechtvaardigmaking, die Hij nu bewerken gaat door Zijn Geest. Zonder Christus’ opstanding is er geen rechtvaardigmaking.
Dan zouden we de Heilige Geest niet ontvangen, dan worden we niet levend gemaakt. De prediking is dan ijdel, zonder inhoud.

Ja zelfs, zegt Paulus, dan zijn wij niet minder dan godslasteraars. Dan hebben wij tegen God in getuigd.
En getuigd hebben de apostelen! Nog in het begin van ditzelfde hoofdstuk heeft Paulus getuigd van al die mensen aan wie Christus na Zijn opstanding is verschenen. Petrus, de twaalven, vijfhonderd broeders op eenmaal, Jacobus, de apostelen, Paulus zelf.
Als er geen opstanding van de doden is - wel, dan is heel de christelijke prediking één grote leugen. De kansels zijn dan leerstoelen van de duivel, openbaringen van de synagoge van de satan.
Er is geen compromis mogelijk. Het is alles of niets. Geen opstanding van de doden? Dan ook geen christelijke prediking.

En dat geldt niet alleen van de prediking. Ook van uw geloof moet dan gezegd worden: het is ijdel, zonder inhoud. Het is bedrog. Er is geen verzoening met God. Er is geen genade voor een zondaar. De dood is niet overwonnen. Hij die het geweld van de dood had, is niet teniet gedaan. We zijn dan nog in de macht van de duivel. Alles is voor niets geweest.
Verder moet dan van uw geloof worden gezegd: het is tevergeefs.
Niet alleen ijdel, ook tevergeefs. Niet alleen zonder inhoud. Ook zonder vrucht.
Wat baat het u dat gij dit alles gelooft? Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven.
Wat nut u de opstanding van Christus?
Dat ik door de kracht van Zijn opstanding word opgewekt tot een nieuw leven.
Maar als Christus niet is opgewekt - dan is die kracht er niet in mijn leven. Dan ben ik ook niet opgewekt tot een nieuw leven. Dan ben ik nog in de heerschappij van de duivel. Dan ben ik nog in mijn zonden verloren.
Dat alles is het gevolg van die verschrikkelijke dwaalleer, dat er geen opstanding der doden zou zijn.
Dan is alles tevergeefs. Dan is er geen geloofsvrucht.

Het is heel beslist het een of het ander. Tolerantie, verdraagzaamheid is hier niet mogelijk. Een compromis is er niet. Er behoeft beslist niet over te worden gestudeerd en gepraat.
Want het is bij Christus alles of niets. En het is bij Hem: ALLES.
Dat betekent: Hij is opgestaan uit de doden, opgewekt door de Vader. Als loon op Zijn offer. Als betuiging dat het offer volmaakt genoegzaam was.
Zijn loon is: mensen. Hij heeft hen gekocht voor de prijs van Zijn kostbaar bloed en zo zijn zij Zijn eigendom geworden. De Vader heeft ze Hem gegeven.
Die mensen gaat Hij nieuw maken.
Wat een troost: Christus IS opgewekt. Daarom is ons geloof niet ijdel - nee, het heeft inhoud, het heeft vrucht. Want nu mogen we weten dat ook wij door de kracht van Christus worden opgewekt tot een nieuw leven. We mogen weten dat Christus ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood ons verworven had, deelachtig maakt.
We mogen verwachten de zalige opstanding.

Paulus zegt verder over de ontkenning van de opstanding: als dat waar zou zijn, dan zijn degenen, die ons zijn voorgegaan en die in Christus zijn ontslapen, verloren.
Velen, in de lente van hun leven tot God bekeerd, of misschien ter elfder ure bekeerd. In Christus ontslapen. Vóór hun sterven geborgen in Hem. Ingebonden in het bundeltje van de levenden bij de HEERE hun God (1 Sam.25:29).
Maar: indien er geen opstanding van de doden is, dan is ook hun geloof tevergeefs geweest. Dan was alles alleen maar een waan. Dan is er geen vergeving der zonden. Dan zijn zij en ook wij voor eeuwig verloren.
Er is alleen ontkoming aan de eeuwige verdoemenis door Christus! Ja, zegt u, dat is ons wel bekend. We weten dat wel. Maar gelooft u het ook? Haast u zich om het verderf te ontvluchten? Roept u dag en nacht tot God? Acht u alles in de wereld schade en drek om de uitnemendheid van deze verlossing? Breekt u met de zonde? Leeft u een godzalig leven?

Nog iets zegt onze tekst. Indien we alleen voor dit leven onze hoop op Christus hebben gebouwd, zijn we de beklagenswaardigste van alle mensen.
Er zijn uitleggers, die het woordje „alleen" trekken bij „hopen". Zij leggen het dus zo uit: indien wij in dit leven niet méér hebben dan dat we alleen maar kunnen hópen op Christus. Meer niet. Alleen maar hoop. Zonder vervulling.
Maar in de Schrift wordt er juist over de hoop zo heel anders gesproken. We hebben inderdaad niets meer dan hoop. Maar het is de hoop van het geloof. En dat is niet zo iets als ‘op hoop tegen hoop’, afwachten maar, het beste er maar van hopen. Het is juist de hoop die niet beschaamt. Hopen is dan: zeker weten!
We moeten dan ook dat woordje „alleen" trekken bij: „voor dit leven".
Dat past precies bij die dwaze dwaalleraars van toen en nu. Hymenaeus en Philetus zeiden, dat de opstanding reeds heeft plaats gehad (2 Tim.2:17-18). En de moderne theologen van vandaag zeggen dat het er maar op aankomt dat we in DIT leven de hemel beleven. NU. Niet pas later. Er is geen later, er is geen opstanding der doden. Het komt alles in DIT leven.
Ze zeggen, die moderne theologen, dat de mensen vroeger werden zoet gehouden met een belofte voor de toekomst. Een toekomst NA dit leven. En, zeggen ze, daarom komt er niets terecht van een vernieuwing van dit leven.
De mensen zijn er tevreden mee, dat ze het na dit leven goed zullen krijgen.
Dat was ook de grote grief van Marx tegen het Christendom. Opium voor het volk, zei hij Ze worden in slaap gesust met droombeelden van een latere zaligheid. En daarom zijn die Christenen waardeloos om deze maatschappij te verbeteren.
Van de weeromstuit zeggen nu de afvallige theologen: het is alleen in DIT leven. Niets voor de toekomst. En ze beweren, dat zij pas radicaal zijn. Van hen mogen we verwachten, zo beweren zij, de vernieuwing van deze samenleving. En ze gaan aan het werk. De samenleving moet NU worden vernieuwd. Dat zullen zij doen, de radicalen. Door ontwikkeling van arme landen, door revolutie, door de bestaande maatschappelijke orde omver te werpen.

De HEERE zegt nu door Paulus: als dat waar zou zijn, dan bent u de beklagenswaardigste, de ellendigste van alle mensen.
Want de heiden zegt: eten drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven we en dan is alles afgelopen. Die leeft voor zichzelf.
Zo'n dwaalleraar denkt de wereld te kunnen vernieuwen. Maar aan het einde zal hij merken: het was alles niets. Najagen van wind.
Daar komt bij: wie echt christen wil zijn, zal ondervinden dat de HEERE kastijdt die Hij liefheeft, Ja, die zich nergens wat van aantrekken en maar leven voor het vaderland weg — die laat God met rust. Calvijn zegt heel tekenend van zulke mensen dat ze worden vetgemest, net als varkens voor de slacht.
Maar wie de HEERE wil dienen krijgt een kruis te dragen. Om Christus' wil.
En zou dan toch alles voor niets zijn geweest? Want de dood maakt een einde aan alle verbeteringsplannen van de wereld. En het loopt alles op niets uit.
Maar nu: Christus IS opgewekt!
We leven niet alleen voor dit leven. We leven voor de toekomst.
Maar tegelijk zeggen we in het geloof: we mogen in dit leven al wérken voor die toekomst. De HEERE bewaart de werken van de Zijnen. Hun werken volgen met hen. En worden bewaard tot de dag van de opstanding.
Want onze God - Hij is een God, niet van doden, maar van levenden!