Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Woordenschat

Jaargang: 
12
Datum: 
18 apr. 2018
Nummer: 
8
Schrijver: 
E. de Marie-de Ruig
ID:
2066
Rubriek: 

Dankbaarheid

In het vorige artikel, alweer vier weken geleden, hebben we besproken wat het woord 'Christus' inhoudt. Heb je het nog onthouden? Het ging over het ambt van Jezus, want Christus betekent Gezalfde. Misschien heb je dit ook wel terug gehoord in de preken rond Pasen. Het ging ook over wat het voor ons betekent dat we 'christenen' genoemd worden.

In dit artikel willen we met elkaar gaan zien wat het woord 'dankbaarheid' betekent. Heb je je Bijbel en kerkboek al klaarliggen, dan kan je weer meelezen!

Betekenis

Ook het woord 'dankbaarheid' is een woord wat jullie vast heel goed kennen. Als je een mooi cadeau van je ouders krijgt, ben je ze daar dankbaar voor. Toch willen we dit woord hier bespreken, omdat het in de Bijbel meer betekent dan gewoon blij zijn over iets wat je hebt gekregen.

Eerst zullen we een geschiedenis in het Oude Testament lezen over 'dankbaarheid'. Lees je mee?

Dankbaar voor de trouw van de Heere

Lezen: Ezra 3:1-11

 

Jullie weten vast wel dat het tienstammenrijk en het tweestammenrijk als straf op hun aanhoudende ontrouw aan de Heere, in ballingschap waren gestuurd. Het tweestammenrijk was weggevoerd naar Babel door koning Nebukadnezar. Na verloop van tijd werd het rijk van Babel ingenomen door het Perzische rijk. In hoofdstuk 1 van Ezra lezen we dat de Heere in koning Kores van Perzië werkte dat hij een boodschap door zijn hele koninkrijk stuurde:

 

Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de HEERE, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt.

Wie er onder u ook maar tot al Zijn volk behoort - zijn God zij met hem - laat hij optrekken naar Jeruzalem, dat in Juda ligt, en laat hij het huis van de HEERE, de God van Israël, bouwen; Hij is de God Die in Jeruzalem woont.

Onder leiding van Zerubbabel keerde een deel van het volk terug naar Israël en zij begonnen aan de wederopbouw van het land. We hebben net gelezen dat ze twee jaar na hun terugkeer in het land Israël zijn begonnen aan de bouw van de tempel. De tempel van Salomo was helemaal vernield door koning Nebukadnezar (Ezra 5:12). Toen de basis van de tempel klaar was, het fundament, vierde het volk feest onder leiding van de priesters en de Levieten. En dan lezen we in vers 11:

 

Zij zongen in beurtzang bij het prijzen en bij het danken van de HEERE dat Hij goed is, dat Zijn goedertierenheid over Israël tot in eeuwigheid is.

 

Het woord 'goedertierenheid' zullen we nog een keer bespreken, maar onthoud maar vast dat het alles te maken heeft met de trouw van de Heere aan Zijn verbond. God is goed voor zondige mensen en daar kunnen we Hem nooit dankbaar genoeg voor zijn.

Het volk liet hier dus merken dat ze dankbaar waren voor de terugkeer naar het land Israël en voor de start van herbouw van de tempel. Ze erkenden met hun dankbaarheid dat de Heere het is die dit alles mogelijk had gemaakt en dat ze dit niet zelf verdiend hadden.

 

We lezen in het Oude Testament ook over dankoffers. Hierover lees je bijvoorbeeld in Exodus en Leviticus. Verder zien we in de Psalmen de dankbaarheid aan de Heere regelmatig terugkomen.

 

Ook in het Nieuwe Testament lezen we over 'dankbaar-heid'. Lees je mee?

Bevel tot dankbaarheid

Lezen: Kol. 3:1-17

 

Weten jullie nog dat we bij de bespreking van het woord 'bekering' hebben gesproken over het afsterven van de oude mens en opstaan van de nieuwe mens? Ben je het vergeten, lees het dan nog maar eens na in het artikel over 'bekering'.

 

In het gelezen Bijbelgedeelte lezen we ook over de oude en de nieuwe mensen. En dan krijgen de gelovigen het bevel om 'dankbaar' te zijn. Hoe kan dit? Je kunt toch niet altijd dankbaar zijn? Maar als je kijkt waarom je de Heere dankbaar moet zijn, begrijp je ook dat je dit altijd kunt zijn.

 

Dit wordt duidelijk als we naar het Griekse woord voor dankbaarheid kijken. Dit woord is eucharistia. In dit woord zit het Griekse woord charis en dat betekent: genade. Het woord 'dankbaarheid' heeft dus het woord 'genade' in zich. Wij mogen dankbaar zijn om de genade die de Heer ons bewezen heeft.

 

Over welke genade hebben we het dan? Ook daarover hebben we al eerder gesproken in het artikel over 'barmhartigheid'. God heeft in Zijn barmhartigheid Zijn eniggeboren Zoon gegeven, die in onze plaats de straf op de zonde gedragen heeft. Nu begrijp je vast wel dat we daarom een bevel krijgen om de Heere daarvoor dankbaar te zijn. We lezen daarover ook in het derde deel van de Heidelbergse Catechismus. Lees je mee?

Uit dankbaarheid leven

Lezen: HC Zondag 32, vraag en antwoord 86

 

We hebben net gelezen dat onze dankbaarheid niet ophoudt met het uitspreken van onze dankbaarheid, bijvoorbeeld in ons gebed. We moeten ook gaan leven uit dankbaarheid. Onze dankbaarheid moet zichtbaar worden. Dan kunnen we net als Paulus en Silas in de gevangenis zingen. Zij zongen niet omdat ze blij waren dat ze in de gevangenis zaten, maar omdat ze de Heere hun dankbaarheid wilden laten horen over de genade die Hij hun bewezen had. Lees het maar eens na in Handelingen 16.

 

Als we de Heere dankbaar zijn, is dat dus veel meer dan dat we alleen maar blij zijn. We denken daarbij juist ook aan de trouw van de Heere en Zijn genade. Hij heeft, ondanks onze zonden, omgekeken naar Zijn volk. Hij heeft ons Zijn Zoon gegeven, die de straf op de zonde gedragen heeft. Daar hebben we met Pasen weer bij stilgestaan.

 

Echt dankbaar zijn, kunnen we alleen door het geloof. Door het werk van de Heilige Geest in ons. Ben jij de Heere dankbaar voor alles wat Hij jou gegeven heeft en laat je die dankbaarheid ook zien?

 

Ik zal met heel mijn hart uw eer

bezingen, HEER, U dank bewijzen.

Al staan de goden om mij heen,

HEER, U alleen, U blijf ik prijzen.

Ik buig mij naar uw tempel neer,

uw naam en eer zal ik verhogen.

Uw trouw en goedertierenheid

zal ik verblijd met psalmen loven.

Psalm 138:1