Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Woord en tekenen van Pinksteren

Jaargang: 
12
Datum: 
16 mei. 2018
Nummer: 
10
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
2073

Hand. 2:11b, 12, 33:

... wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? (...)

Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort.

Geluid en vuurvlam

Na hemelvaart wachtte de kerk, 120 broeders en zusters, blij en opgetogen op de komst van de beloofde Geest van Christus. Zo zijn ze bij elkaar in één vertrek, als dan de Heilige Geest komt. Hij komt niet geleidelijk, maar heel plotseling, eensklaps.

Niet stilletjes, maar heel nadrukkelijk: met het geluid als van een geweldige windvlaag uit de hemel. Dit was geen wind: het waaide niet. Het was het geluid als van een enorme windvlaag. Dat geluid komt uit de hemel, komt dus van God, van Christus. Dat enorme stormgeluid vult ook direct het hele huis waar zij gezeten zijn. Het komt over iedereen heen die daar is.

Bij dit indrukwekkende teken blijft het niet, er vertoont zich aan hen iets dat lijkt op vuur dat zich als tongen, als vlammetjes over hen verspreidt. Geluid en tongen als van vuur maken zich op overrompelende wijze meester van de aanwezigen. Ze worden er allemaal samen door beheerst.

 

Deze zeer indrukwekkende gebeurtenissen zijn nog maar een teken. Want het eigenlijke feit is dat de Heilige Geest bezit van de kerk neemt. Hij vervult hen. Hij overweldigt hen allen, totaal en radicaal en geeft hen onvermoede genadekrachten van Boven. Dat blijft niet zonder gevolg.

Spreekwonder

Ze beginnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun geeft uit te spreken. Woorden in andere talen komen uit hun mond. Een taalwonder in de vorm van een spreekwonder, in hen bewerkt door de Heilige Geest.

Al die 120 mensen gaan spreken. Dat trekt dan wel de aandacht van de mensen die al zijn afgekomen op dat enorme geluid als van de windvlaag. Ze lopen te hoop. Er is iets bijzonders gebeurd. Wat ze dan vervolgens horen, maakt op hen ook grote indruk. Ze horen deze ongeschoolde mensen zomaar in allerlei talen spreken! De Joden die het hier vooral betreft, wonen wel allemaal in Jeruzalem, maar ze zijn voor een belangrijk deel afkomstig uit allerlei verschillende delen van de wereld. Joden en Jodengenoten. Jodengenoten zijn zij die van huis uit niet Joods zijn, maar de joodse godsdienst en joodse levenswijze hebben aangenomen. Ze hebben voor een belangrijk deel hun geboorteland elders. Ze verstaan daarom ook niet alleen de taal van Israel op dat moment, het Aramees of Grieks, maar ook de taal van het land waar ze vandaan kwamen.

Maar nu horen ze deze mensen in hun moedertaal spreken. Talen van over de hele wereld. Een groot wonder. Maar wat horen ze dan precies en wat kunnen ze zo goed verstaan?

Dat zijn de grote daden van God, zegt vers 11.

Grote daden Gods

Zo herkennen ze dat. Wat zijn dan die grote daden Gods? Dat zijn de daden van verlossing door God. Zoals de verlossing uit Egypte, verlossing uit de ballingschap. Maar hier zal het in bijzonder gaan over wat God in Christus heeft verricht als hèt grote verlossingswerk.

Lukas vermeldt de inhoud eerst nog niet nader, dat komt later. Maar wel geeft hij weer wat de omstanders ervan hebben begrepen: het gaat hier om de grote daden van God!

Dat alles bij elkaar, eerst dat geweldige geluid, dan die profeterende mensen, op wie zich tongen als van vuur bevinden, en die deze grote daden van God blijken te verkondigen en dan nog wel in hun eigen moedertaal, maakt een verpletterende indruk. En dat maakt daarom heel sterke reacties los.

Lukas beschrijft die reacties in een soort opklimmende reeks: vers 6 zegt eerst: ze zijn verbaasd, letterlijk ' in de war', bij wat ze aantreffen als ze op het geluid aan komen snellen.

Dan gaat vers 7 verder: wanneer ze beseffen dat het hier ongeschoolde, Galilese mensen betreft, die toch maar spreken in hun moedertaal, zijn ze buiten zichzelf van verwondering, letterlijk: ze stonden verwonderd, ze stonden versteld.

En dan in vers 11 wanneer ze beseffen waar het over gaat in de toespraken van deze mensen, dan zijn ze verbijsterd, zijn ze totaal in de war. Allen zijn buiten zichzelf en helemaal met de zaak verlegen. Ze verkeren in volslagen onzekerheid, ze staan perplex. Het heeft hen in hun ziel geraakt, ze weten er geen weg mee.

Het gaat hier niet om op sensatie beluste mensen, mensen die zich zomaar laten opzwepen, nee, het is een reactie bij merendeels serieuze mensen. ' Vrome mannen' worden ze genoemd in vers 5, mensen die ernst willen maken met hun godsdienst. Maar die wat hier gebeurt, totaal niet kunnen plaatsen.

Wat wil dit toch zeggen?

Zo maakt de Here hen zeer nieuwsgierig en bereidwillig om te luisteren naar de uitleg die Petrus gaat geven.

Ja, sommigen hebben inmiddels hun hart al weer afgekeerd. Zij bespotten de tekenen die God geeft nu Zijn Geest is uitgestort. Zij bespotten de Geest die door de mond van deze mensen spreekt. Ze zeggen spottend: ' ze hebben teveel zoete wijn gehad. '

 

Maar Petrus wijst dat radicaal van de hand in zijn toespraak. Hij verwijst direct naar de Schrift. Deze ' vrome' Joden zullen zich daarop aangesproken weten. Petrus zegt: mensen, wat hier gebeurt, is al voorzegd. Zo vreemd moet dit voor jullie niet zijn. Joël heeft dit gebeuren al aangekondigd met indringende tekenen.

Petrus legt dan uit wat nu de oorzaak en de herkomst is van dit geweldige gebeuren. Zo geeft hij antwoord op de vraag van de omstanders (vers 12): ' Wat wil dit toch zeggen? '

Hij vertelt hen van de Here Jezus Christus, die tijdens Zijn leven ook grote tekenen en wonderen heeft gedaan van Godswege, als werken van God. Hij verhaalt van Zijn lijden en sterven. Hoe dat alles ook al lang door God bepaald was. En hij wijst de omstanders er dan op dat zíj het als Joden zijn die de Messias door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood hebben. Maar, zegt Petrus, déze Jezus is door God opgewekt en dat hebben wij allemaal gezien, daarvan zijn wij getuigen.

Dan zegt Petrus in vers 33 tot die mensen die zo verbijsterd zijn over wat hier gehoord en gezien wordt:

Nu déze Jezus dan door de rechterhand van God verhoogd is, en de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij ziet en hoort.

Petrus voegt eraan toe dat de Here niet met zich laat spotten, met een verwijzing naar Ps. 110. De Joden kunnen zich er niet vanaf maken door maar te zeggen: ach, ze zijn dronken. Ook kunnen ze hun schouders niet ophalen en maar overgaan tot de orde van de dag. Petrus spreekt ze dan ook heel indringend aan (vers 36, HSV):

Laat dan heel het huis van Israel zeker weten, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus die u gekruisigd hebt.

 

Indringende woorden van de diepe ernst van leven of dood, gesproken tegen hen die de Christus hadden gekruisigd. Een appel, een roep om zich te bekeren. Om zich van de dood te laten redden. Om door geloof in deze Jezus alsnog als brandhout uit het vuur te worden gered.

Woord en tekenen

Het teken als van vuur wijst op de warme koestering die de Geest door het Woord van Christus in de harten wil geven, door hen genade en vrede te schenken. Het wijst erop dat hun harten brandende zijn door Gods Woord. Het wijst ook op de verlichting van het verstand bij allen aan wie de Geest geschonken wordt.

Maar tegelijk wijst datzelfde teken als van vuur op de verzengende en verterende werking van Gods Geest die het Woord van God als zwaard hanteert. En die dat Woord ook gebruikt om de toegang tot het koninkrijk te sluiten, zodat men valt onder het vernietigende en verterende oordeel van Christus.

 

De Joden moesten het horen: alles wat hier te horen en te zien is, komt van Jezus Christus. Hij is de Messias, die macht heeft gekregen als Koning en als Rechter. Hij is bezig met Zijn regering. Hij is zo ook bezig terug te komen om een ieder te oordelen.

De tekenen wezen op het Woord dat de Geest gaf uit te spreken. Die tekenen waren daarbij slechts tekenen. Het kwam er nu op aan om het Woord aan te nemen.

Het Woord dat als een tweesnijdend zwaard de harten bereikte. Om ze te openen of toe te sluiten voor het aanvaarden van dat Woord. Om zo een ieder in de crisis te brengen.

 

Die tekenen toen waren maar tekenen. Niet om iets van het wonderlijke af te doen. Maar het ging voor alles om de geweldige zaak zelf, waarop deze tekenen wezen. De eigenlijke zaak was toch de uitstorting door de Christus uit de hemel, van Zijn Geest? En door die uitstorting was het toch mogelijk dat de kerk de grote daden van God ging verkondigen? Dat ieder die geloofde, tot profeet werd? En dat niet alleen de harten, maar ook de monden in beweging werden gebracht? Nu, daarmee is Christus verder gegaan. Zo heeft Zijn evangelie de wereld veroverd. Tot behoud van mensen en tot eer van God.

Christus' overwinnende Woord en Geest

De Geest van Christus kwam niet alleen om Joden tot geloof te brengen. Hij werd door Christus vanaf Pinksteren uitgestort in de kerk, in Zijn bruid, in Zijn lichaam. Om die kerk te vergaderen en tot het einde toe te bezielen. Om haar te vervullen, zodat ze vol zou zijn van de Geest van Christus.

Die Geest van Christus wordt nog steeds door Christus vanuit de hemel uitgestort. Zijn Geest woont nog steeds in Zijn kerk. Zijn Geest werkt nog steeds met grote kracht, door het Woord van God. Hij werkt mèt en dóór dat Woord in de zielen van hen die het elke keer weer mogen horen. Hij brengt zo allen steeds weer in de crisis. Schiftend en louterend. Nog steeds verbrijzelt de Geest met grote kracht harten. Nog steeds maakt Hij die harten week en doet Hij ze bereidwillig maken, om te strijden als soldaat van Christus.

Maar ook verhardt deze Geest door Gods Woord nog steeds harten, waardoor mensen zich van Christus afwenden. Deze Christus blijft zo nog voor velen een steen des aanstoots en een rots der ergernis.

Maar Christus kwam vooral om het verlorene te redden. Zo komt Hij nog steeds naar de Zijnen toe. Zo lokt en trekt Hij nog steeds door Zijn Woord en Geest. Via de ambtelijke verkondiging en de ambtelijke pastorale zorg. Via de gemeenschap der heiligen, waar Hij de gaven aan een ieder blijft uitdelen om die ten nutte te doen zijn voor de ander.

De actuele werkelijkheid van Pinksteren is dat Christus daar in Zijn macht die Hij van de Vader heeft gekregen door Zijn Geest gewone mensen verovert. Dat Hij ze gaven en krachten geeft die niemand vermoeden kan. Waardoor die gewone mensen gaan profeteren van de grote verlossingsdaden van God in Christus. Van Zijn lijden, Zijn sterven, opstanding en verheerlijking. Christus' grote macht en kracht heeft Hij op die dag ook extra laten zien door het taalwonder en door de bijkomende tekenen van stormgeluid en vuurvlam.

 

Zo liet Christus op Pinksteren door Zijn bezielde kerk aan de wereld zien wie Hij is als de redder van Zijn volk en als het licht van de wereld. Hij liet en laat Zich in Zijn regering en in de verbreiding van Zijn Koninkrijk door niets ophouden. Zelfs niet door taalbarrières.

Zo maakte Hij op Pinksteren door Zijn Geest de Zijnen tot Zijn profeten. Zo maakte Hij dat anderen zich gewonnen geven aan Zijn Woord dat door Petrus gepredikt werd.

Zo was daar toen de uitwerking van dat velen zich toen lieten dopen en zich voegden bij de kerk. Een paar duizend mensen toen in Jeruzalem. Maar dat was slechts het begin, het startpunt van Christus' wereldwijde woordverkondiging met wereldwijde overwinning die doorgaat tot Hij terugkomt (Op. 19:11-16).