Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wonderlijk!

Jaargang: 
5
Datum: 
08 jun. 2011
Nummer: 
22
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
857
Rubriek: 

We herdenken de komende dagen de uitstorting van de Heilige Geest. En we doen dat op een nuchtere, onopvallende manier. De omwonenden van de kerkgebouwen merken niet aan ons dat het een speciale zondag is. We doen niets anders dan anders. Geen geluid van een geweldige windvlaag. Geen tongen als van vuur. Geen spreken met andere tongen. En toch is de Pinksterzondag bij ons niet minder wonderlijk dan zoveel eeuwen geleden. Want het is dezelfde Geest, Die ook onder ons wonderbaarlijk en krachtdadig werk verricht.

Missionair

Dat moment van de uitstorting moet geweldig geweest zijn. Een geluid als een geweldige windvlaag vulde het huis. Tongen als van vuur op de aanwezigen. Tongen sprekend, zoals Gods Geest de aanwezigen gaf uit te spreken. Met geweldige tekenen wordt de Geest van God geschonken, niet alleen maar aan Israëlieten, maar aan “alle vlees”. Mensen van allerlei ras, klasse en leeftijd worden toegevoegd aan de Pinksterkerk. De discipelen werden vervuld door de Heilige Geest.
Zou het niet fantastisch zijn als wij die machtige tekenen konden laten zien aan de wereld? Zouden dan niet veel meer mensen tot geloof komen? Als wij nu eens een dergelijke uitstorting mee konden maken, zou het geloof voor ons dan niet veel gemakkelijker zijn? Kunnen wij onze buren, vrienden en kennissen niet veel beter bereiken door die machtige tekenen? Dat is toch het toppunt van missionair-zijn vandaag? Mensen bereiken met het evangelie?

Geen herhaling

Maar het moet ons niet verbazen dat de uitstorting zich juist níet herhaalt. Dat dit vandaag níet meer met het oog wordt gezien. Níet meer met het oor wordt gehoord. Net als de andere heilsfeiten moeten wij ook Pinksteren niet willen herbeleven. De geschiedenis gaat immers door. Christus zit al aan de rechterhand van de Vader. Hij regeert al over alle dingen. Onder die bedeling leven wij nu, anno 2011. De Geest is op de Pinksterdag uitgestort als een kolkende rivier, die naar beneden komt zetten vanaf een hoge berg. Een watervloed, die zich na het graven van een bedding in het land, rustig doorstroomt. De rivier is hetzelfde. Het water is hetzelfde. Maar het zijn niet meer de machtige tekenen als van de Pinksterdag. We hoeven niet meer te bidden om de uitstorting van de Heilige Geest. Hij is er al, maar Hij is aanwezig als een rustige rivier in een kalme bedding.

Wij hoeven niet meer te bidden om herhaling, om uitstorting van de Heilige Geest. Want Hij is aanwezig, als een rustige rivier in een kalme bedding. In de oude bedeling werkte Hij als de regen die de aarde vruchtbaar maakt en de gewassen doet groeien. In de nieuwe bedeling werkt Hij als de zuurdesem die het hele deeg doorzuurt. Hij werkt nu van binnenuit!

Die Geest werkt ook vandaag

Met die werking van de Heilige Geest hebben wij elke dag te maken. Want Hij werkt rustig, dat wil zeggen: zonder opzienbarende tekenen, verder aan de vergadering van de kerk door de prediking en het werk van de ambtsdragers. Hij werkt in de Kerk-van-de-laatste-dagen door het Woord. Hij werkt de innerlijke verlichting, waardoor wij Gods Woord mogen zien. Hij werkt dagelijks de bekering, de strijd tegen de zonde en de liefde tot Christus en Zijn kerk. De liefde tot elkaar.

Crisis

Zo werkt de Geest van de HERE aan de bouw van de Kerk hier op aarde, waar de Heilige Geest zijn intrek heeft genomen. Maar ook de satan heeft zijn intrek genomen in zijn rijk-hier-op-aarde. Hij is na de hemelvaart van Christus en de overwinning van Michaël op de draak op de aarde geworpen. En satan komt op de Kerk-van-de-laatste-dagen af, briesend van woede, want hij weet dat hij weinig tijd heeft. We weten dus dat de Geest ook vandaag werkt in de Kerk. Evengoed weten we dat satan werkt in zijn rijk-van-de-laatste-dagen. De uitstorting van de Heilige Geest onderstreept de scheiding tussen de Kerk van de ware profetie en de kerk van de leugenprofetie. Tussen die beiden wordt de eindstrijd gestreden.

Ogenschijnlijk verloren

En van die eindstrijd weten wij, als leden van de kerk van Christus, ook de ogenschijnlijke afloop. Immers, de valse profetie zal voor het oog van de wereld de overwinning behalen. We kunnen dat lezen in Openbaring 11. Daar lezen we dat de laatste twee getuigen dood op de aarde zullen liggen en de mensen zullen er blij om zijn. Maar die overwinning van de satan is slechts schijn. En daarom voor ons geen reden voor wanhoop, ook al merken we de tegenstand van satan tegen het kerkvergaderend werk van Christus elke dag. Geen wanhoop. Integendeel! Want wanneer de kerk als niets is geworden, dán zal het Godsrijk volkomen in deze wereld doorbreken. Dan zal Jezus Christus verschijnen als de Rechter, die levenden en doden zal oordelen.

Ons gebed

Om die komst van Christus, die volkomen doorbraak van het Rijk van God in deze wereld, bidt u toch ook? Daar gaat ons verlangen toch ook naar uit? Als we dan de krant lezen of naar het journaal kijken, dan staan we versteld. Van de snelheid waarmee alles gaat. Van de invloed van rampen op de gehele wereld. Van de algemeenheid waarmee oorlogen, opstanden en bloedvergieten het leven op aarde gaan beheersen. En die voetstappen van onze Here Jezus Christus zullen nog duidelijker gaan klinken de komende tijd. Nog huiveringwekkender. Nog ontzettender. Rampen als met de kernreactoren in Japan laten ons al iets van die ontzagwekkende gerichten van de Here over deze wereld zien.

Wat zal dat zijn, als die dagen aanbreken. Als de Dag der dagen aanbreekt. Wanneer de goddeloze mensen vluchten in blinde paniek. Wanneer bergen wankelen en heuvels schudden. In die dagen zal de komst van de Zoon des mensen worden gezien. Hij zal verschijnen, om te oordelen de levenden en de doden. Als we ons dat proberen voor te stellen klinkt het ons niet vreemd in de oren dat de goddelozen op dat moment maar één ding willen: verpletterd worden onder de bergen. Weg van voor het heilig aangezicht van Hem. Niet in aanraking willen komen met zijn hevige toorn over alle goddeloosheid. Terecht spreekt onze belijdenis dan ook over een oordeel dat schrikwekkend en angstaanjagend is voor de slechte en goddeloze mensen (art. 37 NGB).

Tijd

Maar de HERE geeft nog tijd. Aan de mensen op deze wereld, aan ons. Tijd om de Naam van de HERE aan te roepen, want “al wie de naam van de Here aanroept, zal behouden worden” (Hand.2:21). Maar dat is geen toverformule, die iedereen kan instuderen om op het juiste moment te gebruiken. Het is niet een codewoord, waardoor eerst gesloten deuren opeens worden geopend.

Want het aanroepen van de Naam van de Here betekent dat wij Hem in heel ons leven eerbiedigen en erkennen. Niet voor de vorm. Niet omdat onze ouders dat ook zo doen. Niet uit sleur. Maar met ons hart, met al onze krachten. Dan zeggen we niet alleen “ja-en-amen” op Gods verbondsbeloften, maar ook, door de Pinkstergeest gedreven, “ja-en-amen” op Gods verbondseisen. Want de HERE is trouw. Hij noemt zichzelf Ik ben die Ik ben. Verbondsgod. Hij is trouw aan Zijn Woord. Dat Woord van belofte, maar ook dat Woord van dreiging.

Onze houding

Hoe zal uw en mijn houding daarin zijn? Zullen wij die verschijning van Hem kunnen verdragen? Wanneer wij prat gaan op Gods beloften en borstkloppend verkondigen: wij zijn de tempel van de HERE, terwijl we met Gods geboden en inzettingen niet rekenen..........., ja, dan zullen ook wij die verschijning niet kunnen verdragen.

Onze houding moet zijn dat wij naar waarheid de Naam van de Here aanroepen. Dat wij Gods verbondseisen niet alleen horen, maar daar ook naar doen. Want een geloof zonder vruchten is een dood geloof. En die houding, die God van ons eist in het verbond dat Hij met ons stelde, die houding wil Hij geven op ons gebed. Allen die God de Vader roept tot het eeuwige leven en iedereen die die roeping van God bevestigt door die roeping te volgen, wordt vervuld door de Heilige Geest en roept de Naam van de Here aan. Want zo zeker als wij door de Heilige Geest, de Pinkstergeest, gedoopt zijn, verzekert de Heilige Geest ons dat Hij in ons wonen wil en tot levende leden van Christus wil maken.

Nog steeds wonderlijk

Wat zullen wij dan nog om buitengewone tekenen vragen vandaag? De Geest werkt immers nog steeds buitengewoon. Hij buigt de oude mens om; Hij opent het gesloten hart; Hij maakt het harde zacht; Hij vernieuwt de wil; van dood maakt Hij weer levend; Hij maakt van ons een nieuwe schepping; de Bijbelstudievereniging wordt door Hem profetenschool. Is dat niet buitengewoon? Is dat niet wonderlijk?

Opdat wij de naam van de HERE aanroepen en in de crisis van deze wereld vol verlangen uitzien naar de doorbreking van Gods koninkrijk in deze wereld. Naar het hemels Jeruzalem, die verlicht zal worden door Gods heerlijkheid. Maranatha, kom Here Jezus, kom haastig!

Mede aan de hand van een preek van dominee J. Groen naar aanleiding van Handelingen 2:16-21 uit “Niet door kracht: maar door Mijn Geest”.