Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Woestijnkerk

Jaargang: 
6
Datum: 
14 nov. 2012
Nummer: 
44
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
1099
Rubriek: 


Op het moment dat we dit artikel schrijven hebben we bijna een nieuw kabinet. De onderhandelingen tussen VVD en PvdA zijn afgerond en er is overeen-stemming. De namen van de nieuwe ministers en staatssecretarissen zijn bekend. Nu alleen nog de beëdiging door Hare Majesteit Koningin Beatrix. En dan?

Hogere versnelling

Het wordt een uniek kabinet. Een samengaan van liberalen en socialisten. Meestal verklaarde tegenstanders. Met tegengestelde visies over hoe de maatschappij in elkaar moet zitten. Maar het is eerder vertoond. In de zogenaamde ‘paarse’ kabinetten.

Ach, en eigenlijk zijn ze niet eens zo heel veel verschillend. Niet vanuit christelijk oogpunt. Beide partijen zijn kinderen van de revolutie. Kinderen van de volledige opstand tegen God en zijn geboden. Kinderen van de omkering van alle dingen die door God zijn ingesteld. Hun wortels liggen in de oude kreet ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’.

Waarbij de een de vrijheid wat hoger in het vaandel heeft. De menselijke vrijheid, niet de echte.

En waarbij de ander meer nadruk legt op gelijkheid. Alweer: menselijke gelijkheid, niet de christelijke gelijkheid, maar de economische.

Wat kunnen we van dit kabinet verwachten?

De invloed van de ontkerkelijking en het uitbannen van geloof naar de binnenkamer, weg uit het openbare leven, zal onder dit kabinet in een hogere versnelling doorgaan. Paars heeft dat al duidelijk gemaakt. En het is zichtbaar in de kabinetsplannen.

In een hogere versnelling, ja, nu de nog enigszins weer-houdende invloed van het CDA vrijwel is verdwenen.

Woestijn

De verleiding is groot om opnieuw met zorg vervuld te zijn. Hoe moet het nu verder met de Kerk? Zal de Kerk nog staande blijven? Wat zal de Here nu geven?

De toestand waarin de Kerk zich bevindt sinds Pinksteren wordt in de Bijbel aangeduid als Kerk in de woestijn. Die uitdrukking is ontleend aan Openbaring 12. Dat hoofdstuk waarin Johannes een prachtig beeld krijgt van Gods verlossingswerk en van Gods gang met zijn volk. Het beeld van de vrouw die zwanger is en baren moet. De komst van de draak die het kind wil verslinden zodra het geboren is. Maar het lukt de draak niet. Het kind wordt weggevoerd naar God en Zijn troon. En de vrouw, zo staat het in vers 6 van Openbaring 12:

vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.

En in vers 14 lezen we:

En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.

In dit hoofdstuk, daar mogen we van uitgaan, is de vrouw het beeld van de Kerk. De vrouw, dat is de bruid van Christus. De gelovige en trouwe gemeente, die haar heil alleen verwacht van Jezus Christus. Gods volk. Het vluchten van de vrouw, en haar verblijf in de woestijn, verbeelden de geschiedenis van Gods Kerk, van de Hemelvaart van onze Here tot de Jongste Dag.

De vrouw vlucht naar de woestijn.

Daar heeft zij haar plaats.

Zij wórdt daar onderhouden.

Schuilplaats

In de Bijbel lezen we op veel plaatsen over de woestijn. Hagar vluchtte weg voor Saraï, naar de woestijn. David verbleef, tijdens zijn vlucht voor Saul, in de woestijn. In de woestijn van Zif, en in de woestijn Paran. Elia zocht de woestijn op en kwam terecht bij de berg Horeb.

De woestijn is een plaats waar je naartoe kunt vluchten als het je allemaal teveel wordt. Als je weg moet van je vijanden. Als de duivel probeert je te vernietigen. Als je leven op het spel staat. Als je zèlf geen toekomst ziet. Een plaats waar je voor je vijanden moeilijk te vinden bent. Denk maar eens aan een woestijn zoals die in de Bijbel beschreven wordt. Een gebied met heuvels en hellingen, rotspartijen, grotten, zandvlakten, grillig, hoog en laag. Met veel schuilplaatsen. Een gebied waar je vijand je niet graag volgt en waar hij je niet snel zal vinden.

Ja, in de woestijn kun je ontkomen aan je tegenstander.

Hulp

Tegelijk is de woestijn een moeilijke plaats om te leven. Je kunt daar geen rijkdom en overvloed verwachten. Je moet letterlijk vechten voor je dagelijks brood en water. Zonder hulp wordt het woestijnleven al gauw heel zwaar.

Maar die hulp is er voor de Kerk in de woestijn. Dat zien we als we letten op de bevrijding van Israël uit Egypte en de veertigjarige tocht naar het land Kanaän. In de woestijn sloot de HERE opnieuw zijn Verbond met Zijn volk. Daar liet Hij, keer op keer, Zijn grote liefde en almacht zien. Daar mocht Zijn volk telkens weer zien dat met Gods hulp de woestijn leefbaar was. De Here zelf hield Zijn volk in leven. Hij versloeg de vijanden van Israël. Hij leerde Zijn volk wat het betekende dat Hij het had uitverkoren. Ja, God zelf leerde Zijn volk, de Kerk van het Oude Verbond, wat het betekende heilig te zijn. Apart gezet. Wat het betekende om te leven in antithese.

In de woestijn leerde Israël ook wat het betekende verzoend te zijn. Daar leerde Israël de betekenis van het slachtoffer. Want het was heilig in het bloed van de komende Verlosser.

Wijden

Op nog een derde manier kennen we de woestijn. Johannes de Doper woonde in de woestijn, tot op de dag dat de Here Hem riep om zijn werk van wegbereider te beginnen. In de woestijn, weg van de andere mensen, bereidde hij zich voor. Ja, wèrd Hij door de Here voorbereid, gesterkt door de Geest. Zo lezen we het in Lucas 1 : 80.

Ook onze Here Jezus zelf was veertig dagen in de woestijn. Daar werd Hij verzocht door satan. In de woestijn bereidde Hij zich voor op zijn ontzaglijke en voor mensen onmogelijke verlossingswerk.

Uit deze Bijbelplaatsen komt de woestijn naar voren als een plaats waar je je kunt wijden aan het werk van de Here. Een plaats waar je kunt bidden en leren en kracht krijgen.

Zo is de woestijn een schuilplaats, een veilige plek, waar een vijand je niet kan vernietigen. En het is de plaats waar de antithese, de strijd tussen het geslacht van God en het geslacht van de duivel, duidelijk is, en waar Gods volk leert wat het betekent om geheiligd te zijn. Ook is het een plaats om je leven te wijden aan de dienst van God, in het besef van afhankelijkheid, in geloof en vertrouwen. Een plaats waar dat kàn, waar de Here zelf dat mogelijk maakt.

Dat alles belijden we als we spreken over de Kerk in de woestijn.

Vaste plaats

In Openbaring 12 lezen we nog meer. De vrouw vlucht niet zomaar naar de woestijn. Nee, ze vlucht naar haar plááts. De plaats die God voor haar bereid heeft. De plaats die voor haar geschikt is. Uitgekozen door de Here. Niet per ongeluk. God zelf zorgt voor een plaats waar de slang de vrouw niet kan vinden. O ja, hij kan rondtrekken en velen van het geslacht van de vrouw verleiden en kwaad doen. Maar de vrouw is veilig. Want de Here is rond haar plaats.

Kan het beter? Kan het veiliger?

Ja, de Kerk zelf, en de mensen in de Kerk, die erváren dat niet altijd zo. Die zien het niet altijd zo. De positie van de Kerk is vaak moeilijk. De Kerk wordt op tal van manieren bedreigd. We zien de dreiging groter worden. En niet alleen wij. Het Reformatorisch Dagblad wijdde er de afgelopen week meerdere artikelen aan bij het aantreden van de nieuwe regering. ‘De storm steekt op’. Maar … de vrouw, de Kerk, ze heeft haar plaats in de wereld gekrégen! Moeite en verdrukking en afval zullen de Kerk niet kunnen vernietigen. Want ze kreeg haar plaats van haar Here.

Daar, op haar bestemde plaats, in de woestijn, wordt de vrouw onderhouden. Ze krijgt alles wat nodig is om op haar plaats te kunnen leven. Het volk Israël kreeg water en brood en zelfs vlees. De kleding van de Israëlieten versleet niet en hun schoeisel konden ze blijven gebruiken. Totdat ze in het beloofde land kwamen.

Elia ontving van een engel brood en water en kracht om veertig dagen te reizen door de woestijn, tot hij bij de berg des Heren kwam, waar God hem wilde ontmoeten.

Ruimte

Dat is nu Kerk zijn in de woestijn. Kerk zijn in de woestijn is leven naar Efeziërs 4: 20:

Maar gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen.

In de woestijn, in de antithese, in de strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad, geeft de Here ruimte voor Zijn volk. Dat klinkt misschien en beetje vreemd, nu we in Nederland maar ook wereldwijd de vijandschap zien toenemen. Maar dan moeten we goed zien om wat voor ruimte het gaat. Namelijk de ruimte om Hem te dienen. Om te groeien in geloof, kennis, gemeenschap en liefde. Ruimte om te werken aan reformatie en doorgaande reformatie. Ruimte om te bouwen en opnieuw te bouwen in de gemeente van Christus. In de woestijn kan de Kerk vrij zijn. Vrij van de macht van de zonde. Vrij van de overheersing door menselijke ideeën. Vrij, om aan haar bestemming te komen. Want de Kerk is gekocht met het bloed van Christus. En in dat bloed geheiligd.

Daarom ook zal de Kerk niets te kort komen. Misschien denken we dat wel eens. Het kan materieel ook best wel slecht worden. Minachting en uitsluiting kunnen spoedig het deel van de Kerk worden, zoals dat in veel landen al het geval is. Maar ècht te kort komen, echt gebrek aan de mogelijkheid om trouwe Kerk te zijn, nee, dat zal niet gebeuren. De Here onderhoudt haar.

Zo Kerk in de woestijn zijn vraagt keuzes. Dat vraagt offers. We moeten wel Kerk in de woestijn willen zijn. Dat is de roeping van de Kerk. Dat kan veel pijn en verdriet geven. Maar de Here zal zegen geven op de trouw van zijn Kerk.

De grote stad

In het boek Openbaring mag Johannes ook profeteren over een andere plaats. Een plaats die volkomen tegengesteld is aan de woestijn. Een plaats waar het bruist van leven. Met een rijke economie, met tal van mogelijkheden voor uitgaan en ontspanning. Een plaats met ruimte voor alle mogelijke menselijke activiteiten. Een plaats waar de mens zich onafhankelijk en oppermachtig kan voelen. Als aan God gelijk. We hebben het dan over Babylon, de Grote Stad, die ook genoemd wordt Sodom en Egypte. Over deze stad gaat het o.a. in Openbaring 18.

Het nieuwe Babylon is de stad van de mens. De stad die beheerst wordt door het zaad van de slang. Waar het beest uit de zee en het beest uit de aarde samenwerken. Waar de valse kerk zich verbindt met de wereld. De grootheid en de macht van die stad en haar vele mogelijkheden zijn heel verleidelijk. Maar voor één zaak is in die stad geen plaats: voor de Kerk. Die moet in de grote stad uit het zicht blijven.

Heel actueel. We zien dat het op veel plaatsen op de wereld al zo is. En we zien het ook hier komen. Ja, er zal een tijd komen dat het getuigenis van de Kerk helemaal niet meer gehoord wordt. De twee getuigen, uit Openbaring 11 liggen dood op de straat. Het lijkt het einde van de Kerk.

Belofte

Maar dat ìs het niet. De getuigen worden door de Here weer opgewekt. En in de Hemel opgenomen. De stad van de mens zal niet overwinnen maar zal volledig weggeworpen worden.

Terwijl de Kerk blijft bestaan en een nieuwe eeuwige toekomst tegemoet gaat. Ze mag door Gods genade overleven in de woestijn.

Ja, en dan kent die Kerk soms heel zware tijden. Dan kan ze veel leden verliezen. Dan worden velen verleid om dat moeilijke woestijnleven te verlaten en zich te wenden naar het grote Babylon. Om de antithese los te laten en zich, al is het maar voor een deel, uit veiligheid, over te geven aan de geest van de tijd.

Maar de trouwe gehoorzame Kerk, die woestijnkerk wil zijn en blijven, die de veiligheid van Gods bescherming blijft zoeken, die Kerk zal nooit verdwijnen. Dat is de belofte van het laatste Bijbelboek.

Christus

Ja, de Kerk is en zal steeds meer zijn Kerk in de woestijn, strijdend en lijdend, maar veilig omdat ze eigendom is van Christus en veilig in Zijn hand. De Here zelf is haar zon en schild (Psalm 84). De Kerk in de woestijn heft haar ogen naar de bergen en verwacht haar hulp van God alleen. Die God, die de Zijnen bewaart tot in eeuwigheid. (Psalm 121).

Van die Kerk, die gebouwd is op de gekruisigde Christus, en waarvan wij lid mogen zijn, dat moeten we ons goed realiseren, geldt het woord dat de Here Jezus sprak tot Petrus, in Mattheüs 16 : 18:

en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.

Nooit!

Voor de leden van die Kerk geldt:

Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen, noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.

Toekomst

We kunnen zorgelijk aankijken tegen de komst van een nieuw kabinet met een anti-christelijke agenda. En ja, we léven in een zorgvolle tijd. Maar we moeten ook dankbaar zijn. Dankbaar omdat dat woestijnleven ons tot nu toe, in Nederland, nog helemaal niet zoveel gekost heeft. En dankbaar omdat we toekomst hebben. Ja, we mogen die toekomst met een blijmoedig hart en alle vertrouwen tegemoet gaan.

Want: er ìs àltijd toekomst voor de Kerk.

Veilig in de woestijn, totdat haar bruidegom, haar Here en Koning, die haar met Zijn bloed heeft gekocht, weer komt, haar weghaalt uit de woestijn en haar plaatst in het nieuwe beloofde land.