Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wijsheid als het geheimenis van God

Jaargang: 
4
Datum: 
02 jun. 2010
Nummer: 
21
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
679
Rubriek: 



Wat is wijsheid?

In dit artikel willen we stilstaan wat de Schrift ons leert over wijsheid. Die Bijbelse wijsheid staat tegenover de wijsheid van onze postmoderne samenleving. Wat is wijsheid? Deze retorische vraag wordt door ons wel eens geuit als een teken van onzekerheid, twijfels over het maken van een juiste keuze. Je vraagt je af, of je wel voldoende inzicht in alle factoren en omstandigheden hebt die een rol moeten spelen bij het maken van die keuze. Of je maakt je zorgen over de effecten van je spreken of handelen. We kennen dat bijvoorbeeld als we iets willen zeggen of schrijven dat kan rekenen op weerstand. Moeten we in zo'n geval iets heel voorzichtig brengen, zodat we de ander niet voor het hoofd stoten en onze boodschap helemaal niet meer overkomt? Of moeten we juist duidelijk zijn, om geen valse verwachtingen te geven, of om de ander beter te helpen als er geen compromissen mogen zijn? Wat is wijsheid? Kan in dit geval gaan betekenen: op welke wijze verkrijgen we het door ons gewenste effect?
We horen ook wel in discussies zeggen: Heb jij soms de wijsheid in pacht? Dat heeft dan ongeveer de betekenis, dat je elkaar de maat niet moet nemen. Je moet niet boven de ander gaan staan. Ieder heeft recht op zijn eigen mening. Wijsheid is dan relatief. Niemand kan claimen dat hij het juiste inzicht heeft.

De Grieken zoeken wijsheid

In beide voorbeelden is wel duidelijk dat het spreken over "wijsheid" nogal subjectief kan zijn, gebonden aan eigen voorkeur en goedkeuring. Daar komt bij dat de wereld het geloof, waar je je zekerheid in dit leven aan ontleent, steeds openlijker dwaasheid noemt. Iets dat achterhaald is en niet meer van deze tijd. Waarmee je niet uit de voeten kan, dwaas dus.

De wijsheid die onze wereld kent is sterk verwant aan het heidense denken van de Griekse wereld uit de tijd van de verbreiding van het evangelie. Die wijsheid is op heldere wijze door Paulus ontmaskerd in zijn eerste brief aan de Korintiërs. Er ging ook toen al een grote bedreiging vanuit binnen en buiten de gemeente aldaar. In de ogen van de Griekse wereld waarin Korinthe lag, was wijsheid het inzicht hebben in afkomst, zin en doel van het leven op aarde. En van daaruit de kunst om in verschillende levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen. Juist de Grieken hielden zich daar in het bijzonder mee bezig. In 1 Kor. 1:22 staat "de Grieken zoeken wijsheid". Bij dat zoeken gebruikten ze hun eigen menselijke levensbeschouwing. Ze gingen uit van de mens. Hun zoeken was gericht op zelfhandhaving en zelfontplooiing.
Ze geloofden daarbij in de vooruitgang van de mens op eigen kracht. Om door eigen inzichten de mens op een hoger niveau te brengen, naar een betere wereld. In wezen is dit nu nog steeds de wijsheid van de wereld om ons heen. In deze evenzo eigen-wijze wereld spreekt Gods Woord over wijsheid die van Boven is. Die wijsheid vraagt van ons te worden gebruikt als norm voor ons spreken en handelen. Die wijsheid is zoals we zullen zien, nu vaak niet de wijsheid die wij van ons zelf als zodanig zouden waarderen. Deze wijsheid staat zelfs tegenover onze natuurlijke wijsheid.

Van waar komt de wijsheid?

Het Bijbelse begrip wijsheid kunnen we onderscheiden in de wijsheid van God en de uitwerking van die wijsheid in onze levens als praktische levenswijsheid. Het eerste is dan de Bron, het tweede is het water uit de Bron. Het tweede is met het eerste verbonden door niet minder dan God de Heilige Geest. Hij, de Geest van God Zelf, geeft ons door middel van Gods Woord inzicht in Gods wijsheid, en werkt zo in ons ook praktische levenswijsheid uit. Inzicht in Gods wijsheid krijgen we voorzover de Here dat nu nodig acht voor onze zaligheid en voor onze dienst op aarde in Zijn koninkrijk. Daarbij blijft nog veel verborgen van de wijsheid van God. Van Zijn raadsplan, Zijn heilsplan voor de zijnen en Zijn schepping. Wat we er al van mogen weten is al wel overweldigend rijk: Christus de Zoon van Gods liefde, is gegeven tot een Middelaar en Verlosser van onze zonden, die onze heiliging bewerkt en ons voor de eeuwige zaligheid gereedmaakt. Tegelijk beseffen we dat de wijsheid van God nog veel mooier en heerlijker is dan wij kunnen bedenken. Ons kennen is nog onvolkomen. We zien nog door een spiegel, in raadselen (1 Kor. 13:12). Maar wat we nu van die wijsheid van God mogen zien, is wel reden voor onze hoogste lof. Zoals Paulus dat onder woorden bracht in Rom. 11:33

    O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

Wijsheid van Boven

Wij mogen als mensen die God hebben leren kennen, nu ook Zijn wijsheid leren. Daar is onderwijs voor nodig. Dat wordt ons niet zomaar ingegeven. Zelfs bij de Here Jezus, die toch ons tot wijsheid is gegeven (1 Kor. 1: 30) staat geschreven dat Hij als mens op aarde toenam in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen (Luc. 2:40,52). Christus geeft ons Zijn Woord en Geest om ons nu ook wijs te maken. De wijsheid van God is dus niet iets zweverigs, of iets dat alleen voorbehouden is aan intellectuele mensen. Nee, de wijsheid van God, wordt geschonken aan allen die Gods Woord mogen leren kennen, zelfs al zijn ze nog jong, 2 Tim. 3:15:

    en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus.

Dat betekent dus concreet dat wij Gods Woord zullen moeten bestuderen, overdenken, gebruiken. En ons dagelijks leven aan dat Woord toetsen.

Gods Woord is dus bron en leidraad voor onze wijsheid. Het bevat uitgebreide gedeelten over praktische levenswijsheid, bijvoorbeeld het boek Spreuken (zie bijv. hoofdstuk 10!), het boek Prediker, de Bergrede (Matt. 5-7), en de vele gedeelten in het Nieuwe Testament waar over het leven in godsvrucht wordt gesproken (bv. Rom. 12-15:13; Gal. 5:13-6:10; Ef. 4-6; Fil. 1:27-2:18; Kol. 3: 5-17; 1 Tim. 4-6:21; Titus 2; Jakobus, 1 Petrus, 1 Joh. 2). De vele regels voor praktische levenswijsheid zullen we nooit mogen losmaken van het geheel van de Schrift. Want de wijsheid van Boven is geen optelsom van een aantal ethische of moralistische regels. Onze wijsheid zal moeten voortkomen uit heel de inhoud van Gods Woord. Wet en evangelie. Voor het verstaan ervan zal op ons gebed de Geest van de wijsheid ons geschonken moeten worden.

Daarom is alle wijsheid van Boven verbonden met onze Here Jezus Christus, en die gekruisigd. Alle in Gods Woord te lezen levensadviezen en levenswetten, alle beschouwingen over oorsprong, doel en zin van het leven, hebben allen hun vervulling in Jezus Christus.
Ook voor onze praktische levenswijsheid moeten we dagelijks bij Christus schuilen. Alleen bij Hem is het zo nodige inzicht in de wijsheid van God te verkrijgen, door Zijn Geest (1 Kor. 1:30; Kol. 2:3). Daar moeten we dagelijks voor bidden (Ef. 1:17; Kol. 1:9; Jak.1:5)

Ongeestelijke wijsheid

De Bijbelse wijsheid wordt in de Schrift ook wel genoemd geestelijke wijsheid of wijsheid Gods. Daarmee wordt herkomst en inhoud van deze wijsheid aangegeven. Deze wijsheid staat niet naast, maar tegenover de waanwijsheid van de wereld. Deze waanwijsheid wordt menselijke wijsheid (1 Kor. 2: 5,13), wijsheid dezer wereld (2: 6, 19) genoemd, en is voor God dwaasheid (2:19).
Paulus moet in zijn eerste brief aan de Korintiërs uitgebreid ingaan op de twee soorten wijsheid. Mede omdat de invloed van de wijsheid van de wereld ook binnen deze gemeente was te herkennen (1 Kor. 3:1-3). Er werd daar sterk naar mensen gekeken. Men had zo op menselijke basis zijn voorkeuren voor Paulus, of Apollos, of Cefas, dat is Petrus. Hun boodschap werd naar menselijke maat beoordeeld. Of men goede redenaarseigenschappen had. Of men met meeslepende woorden kwam. Of het wel aansloot bij de wijsheid van deze wereld. Juist die menselijke instelling had geleid tot bedreiging van de eenheid van de gemeente.

De wijsheid van de wereld die zonder God denkt te kunnen, streelt de hoogmoedige autonome mens, die het van zichzelf verwacht. Het geloof in God, en in een Christus en die gekruisigd, als Verlosser van de mensen, is in de ogen van zo’n zelfwijze mens een volsterkte dwaasheid. Iets dat nergens goed voor is. Het komt niet voort uit verstand, het is niet te bewijzen, en leidt ook nog eens tot niets. De mens van de wereld kan niets met zwakheid, met onaanzienlijkheid. Hij is uit op het spectaculaire, het grootse, het flitsende, het oogverblindende. Hij doorziet niet zijn zondige aard en zijn hopeloze ellende. Daarom verwerpt deze in eigen ogen zo wijze mens de Christus, die Zich heeft gegeven aan het kruis. En de kerk, die Hem volgt, en maar kleine kracht heeft. Voor deze waanwijze mens is het evangelie dor, saai, onzinnig, dwaas, goed voor mensen die niet met beide benen op de grond staan of goed voor een museum.

Wijsheid en antithese

Maar Gods Woord laat juist zien dat de zgn. wijsheid van de wereld slechts een illusie is. Een luchtbel, een verzinsel, dat geen enkele redding, geen enkel uitzicht biedt.
Paulus gaat ook in op de vraag hoe je in deze dwaze wereld, de wijsheid van God nu wel kan aanvaarden. Dat is een essentiële vraag. Want de wijsheid van de wereld, is de natuurlijke wijsheid, die de mens na de zondeval nu eenmaal van nature boeit. Hoe kan men dan toch wijsheid van God, wijsheid van Boven krijgen? Dat is nu de rijkdom van de uitstorting van de Heilige Geest (1 Kor. 2:10)!

De wijsheid van Boven is vreemd voor de natuurlijke mens. Maar dat betekent nog niet dat gelovigen door het Evangelie geen inzicht in het leven op aarde zouden krijgen, geen inzicht in de toekomst, geen inzicht waarop alles uit mag lopen. Integendeel! Dit is de ware wijsheid, over de herkomst, de zin en het doel van het leven. Wijsheid die als geheimenis alleen door de Heilige Geest te verstaan is.
De ideeën van de wereld, zijn gebonden aan het tijdelijke, het vergankelijke. Die ideeën en filosofieën en wereldgodsdiensten, ze lopen allemaal op niets uit en gaan ten verderve (1 Kor, 1:18, 2: 6; 3:20). Maar de wijsheid van God zoals die nu is geopenbaard in Christus, in Zijn lijden, sterven, opstanding, hemelvaart, en Pinksterfeest, die wijsheid is een wijsheid die van eeuwigheid is, en die tot zaligheid leidt (2 Tim 3:15).

Verborgen wijsheid

Het aan gelovigen geopenbaarde geheimenis van God omvat het grote heilsplan dat God in Zijn welbehagen al voor de grondlegging van de wereld had opgesteld (1 Kor. 2:7). Het was "verborgen wijsheid" totdat Christus Zijn Geest ging zenden als verdienste van Zijn dood en opstanding. Zijn Geest heeft dit geheimenis als verborgen wijsheid, onthuld. Dat geheimenis stond al opgetekend in de Bijbel. Maar werd tot nu toe niet begrepen. Dit geheimenis is door geen mens te bedenken geweest. Geen Griekse wijze kon hier ook maar een zinnig woord over zeggen. Het is totaal uitgedacht door God Zelf. De Heilige Geest heeft de apostelen voor de onthulling ervan in de waarheid geleid. En geïnspireerd om in hun brieven Gods plan te verduidelijken en verder te ontvouwen voor Christus’ gemeente. De Heilige Geest verlicht nu ook het verstand van de gemeenteleden, die Gods Woord horen en lezen. Die mogen nu ook door die Geest verstaan de rijkdom van dit geheimenis van God.

God Zelf heeft ingegrepen om dit geheimenis nu bekend te maken. Alleen Zijn Geest kan ons dit geheimenis duidelijk maken, omdat Hij weet wat in God is (1 Kor. 2:11). Hij geeft ons daarvoor inzicht in een wijsheid die alles te boven gaat. Als Geest van God onderzoekt Hij alle dingen: de wetenschap, de politiek, de techniek, de wereldse wijsheid, alles. Maar vooral kent de Heilige Geest het diepste heilsplan van God. Hij kent het in heel zijn goddelijke wijsheid. Hij is ook de auteur van Gods Woord waarin die wijsheid staat geschreven. Hij doet ook ons zo weten wat ons door God in genade geschonken wordt.

Wijsheid spreken

Paulus spreekt ook over zijn prediking en spreken. Hij maakt duidelijk dat de inhoud van zijn prediking juist steeds de openbaring van die verborgen wijsheid betreft. Hij mocht door de Heilige Geest ook de woorden van zijn prediking afstemmen op de geestelijke inhoud ervan. Dat kon ook niet anders. Hij kon Christus en die gekruisigd, niet verkondigen met woorden die vreemd waren aan het evangelie. Anders werden het holle klanken (1 Kor. 1:17).

    Hiervan spreken wij dan ook met woorden die niet door menselijke wijsheid maar door de Geest geleerd zijn (1 Kor. 2:13).

Paulus en elke prediker kan Gods evangelie niet aan de mens van de wereld brengen, in een vorm die vreemd is aan het evangelie. Dit is een belangrijke waarschuwing tegen alle aanpassing van het evangelie aan de mens van deze wereld. Of het gebruik van vormen ontleend van de vermaakcultuur van de wereld. Ook een waarschuwing tegen de beweging die de hoorder als uitgangspunt voor de prediking wil nemen.
Paulus zegt in 1 Kor. 2:14: je kunt Gods Woord niet aannemelijk maken voor de mens met zijn wijsheid. Nee, Gods Woord vraagt gelovige aanvaarding. Een aanvaarding die alleen Gods Geest kan bewerken. Een ongeestelijk mens, een mens van de wereld, aanvaardt niet wat van de Geest Gods is. Het evangelie met zijn rijke inhoud, botst op de wijsheid van de mens. Voor die mens is het dwaasheid, hij kan het niet verstaan. Waarom? Omdat het alleen geestelijk te beoordelen is. De werking van Gods Geest is nodig, wil het evangelie aanvaard kunnen worden. Wil de mens zijn eigen wijsheid aan de kant kunnen zetten. Wil hij zijn eigenwilligheid overwinnen. Daarvoor is de kracht van de Heilige Geest nodig. Die leert ons de betekenis van Gods woorden verstaan. Die leert ons ook in ons spreken Zijn woorden te gebruiken.

Petrus schrijft in 1 Petr. 4:11:

    Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand laat het zijn als uit kracht door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus.

De Heilige Geest laat niet alleen Gods heilsgeheimen kennen, Hij bewerkt ook dat erover gesproken wordt. In de kerk en in de wereld. Daartoe heeft Hij de apostelen toegerust. Daartoe schenkt Hij predikers het nodige. Deze wijsheid wordt ook hoorbaar als gemeenteleden elkaar bemoedigen en vertroosten of vermanen (Kol. 3:16). Of als ze het evangelie naar buiten uitdragen in hun omgeving. Daarin mogen ook zij profeten zijn van de Here, in wie Gods Geest en Woord wonen.

Onderscheiden waarop het aankomt

Ons spreken en handelen moet aansluiten bij de kennis van Gods wijsheid.
Die aansluiting werd in de eerste christelijke gemeenten gevonden. Daar diende men in de kracht van Gods Geest en leefde men bij het onderricht van de apostelen. Maar dat gold niet voor alle gemeenten in gelijk mate. In Korinthe was dat anders. Paulus moest tot zijn verdriet uitspreken in 1 Kor. 3:1v, dat hij niet tot de broeders kon spreken als tot geestelijke mensen maar als tot vleselijke, onmondigen in Christus. Als onveranderde mensen, bij wie sprake was van twist en nijd, verdeeldheid en partijschappen.
Bij de wijsheid van Gods Geest horen geestelijke woorden. En ook geestelijke daden.
In 1 Kor. 2:13 lezen we daarover:

    zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken

Eigenlijk staat er voor "vergelijken", een woord dat “samenvoegen, samenbrengen” betekent. De woorden die Paulus moest spreken ter vertroosting en vermaning aan de Korinthiërs waren een verklaring van het Evangelie en daarom helemaal in overeenstemming met dat Evangelie. Zijn woorden, zijn daden waren uitvloeisel van het werk van de Heilige Geest, en pasten bij de wijsheid van het evangelie. Daar had de Geest door inspiratie bij Paulus voor gezorgd, voor zover het deze brieven betreft.

Gods verlichting van het denken door de Geest die alles leert, maakt dat ook elke gelovige nu ook zo mag en moet spreken en handelen. Zij zullen Gods Woord niet als mensenwoord willen aannemen (1 Tess. 2:13). Zij zullen zelf ook willen spreken woorden als van God, omdat de Geest hen die gaf uit te spreken.
Ook wij moeten het geestelijke met het geestelijke vergelijken: Gods Woord verklaren en toepassen met daarbij passende woorden. Niet maar op de klank af, ook niet door hoogdravende of "verheven" taalgebruik. Maar juist naar de inhoud. Als woorden die uit ons hart komen. Ons door de Geest vernieuwde hart.
Zo zullen we ook alles dat op onze weg wordt geplaatst moeten beoordelen (1 Kor. 2:15). Bij al deze dingen onderscheiden waar het op aan komt (Fil. 1:10). Alles toetsen, om het goede te behouden (1 Tess. 5:21). En ons laten leiden door de wijsheid die van Boven is (Jak. 3:13-18).

Dat is een rijke opdracht, ook voor ons. Ook wij mogen leven bij Gods Woord. Ook wij mogen als Christus' kerk, als tempel van de Heilig Geest, Gods wijsheid van die Geest ontvangen. Zo mag de kerk verder worden gebouwd. Zo mag het Woord van God ook uit onze mond in deze wereld komen. En mag Gods wijsheid ook in ons nog zo door de zonde bevlekt gedrag, uitkomen. Zodat het door anderen gehoord en gezien moge worden.
Opdat onze God en Vader en onze Here Christus ook door onze woorden en daden geëerd en geprezen worden om Hun grote wijsheid (Matt. 5:16; Openb. 5:12; 7:12).