Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wij hebben een Voorspraak!

Jaargang: 
11
Datum: 
09 mrt. 2016
Nummer: 
2
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1602


1 Joh. 2:1,2:1 Mijn lieve kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.

Lieve kinderen

De apostel Johannes is tot nu toe scherp en radicaal in zijn schrijven geweest. Om met God de Vader gemeenschap te kunnen hebben, is reiniging, heiliging nodig. Want God verdraagt geen zonden. Hij is Licht. Daarom hebben we de reiniging door Christus´ bloed, door Zijn zoenoffer nodig. Zonder dit bloed is er geen gemeenschap mogelijk.

Wie zijn zonden niet wil zien en denkt geen vergeving en reiniging nodig te hebben, misleidt zichzelf. Die loopt het eeuwige leven mis. Johannes schrijft dit met apostolisch gezag. Met het hóógste gezag. Want hij wijst erop dat dit Woord van Christus Zelf komt (1:5).

Maar Johannes wil zijn lezers niet afschrikken met dit Woord. Hij wil hen daarmee juist zoeken. Hij kent hen, ze gaan hem ter harte en ze zijn Hem lief. Bovendien, het zijn kinderen van de Heere! Daarom spreekt hij ze nu aan met `mijn lieve kinderen´. Hij legt hen nu ook uit waarom hij deze dingen, die zo radicaal klinken, schrijft. Het doel van deze boodschap is, zo schrijft hij nu in 2:1, `opdat u niet tot zonde komt´.

Voorspraak

Wat bedoelt Johannes hiermee? Dat betekent hier, gezien de vorm van het werkwoord in de grondtekst, niet: opdat u niet blijft zondigen. Het is eerder een opwekking om niet in zonde te vallen. Omdat geen enkele zonde past bij de aangegeven heiligheid van God. Dus zullen ze er tegen moeten strijden. Maar, zo vervolgt Johannes, als u dan toch (weer) gezondigd hebt, weet dan dat Christus uw Voorspraak is. Hij is de Advocaat, Die voor u pleit bij de Vader.

In Johannes´ woorden zit een dubbele geruststelling: ten eerste is daar Jezus Christus, de Rechtvaardige. Hij, die aan Vaders eis heeft voldaan, pleit voor u! Hij Die als Enige onschuldig is en recht staat tegenover God, pleit. De Zoon van de Vader. Vader zal daarom zeker naar Hem luisteren. Dan zal Hij uw gebed om vergeving verhoren.

Het tweede is: er staat hier `de Vader´: God de Vader is in Christus ook úw Vader, die Zijn barmhartigheid aan u zal tonen. En Hij zal u daarom ook graag vergeven (Ex. 34:7; Ps. 103:3).

Maar in welke zin is Jezus Christus dan onze Voorspraak? In welke zin komt Hij tussenbeide? Is dat om Vader zó goedgunstig te stemmen, dat Hij onze zonden maar door de vingers ziet?

Uit 2:2 blijkt dat Christus´ voorspraak rust op Zijn verzoening voor onze zonden! Zijn pleitgrond is Zijn offer van Zijn leven dat Hij eenmaal bracht aan het kruis op Golgotha. Door de betaling (het voldoen) van onze zondenschuld, door het vergieten van Zijn bloed als Hogepriester èn Lam, bedekt Hij onze zonden, ook de zonden die we weer hebben gedaan. Dat blijft steeds nodig, want zonder straf of vergelding, zonder bloed, kan er geen vergeving zijn (Hebr. 9:22).

Hij is zo hoogstpersoonlijk een verzoening, een bedekking van onze zondenschuld, doordat Hij Zelf Gods toorn daarover heeft gedragen, zie ook Rom. 3:25 en Hebr. 2:17. Hijzelf is de pleitgrond, Hij als Hogepriester en als Lam dat geslacht staat.

Het is heel belangrijk om dit zo te blijven zien in een tijd waarin `verzoening door voldoening´ door theologen aan de kant wordt geschoven. De verzoening zou volgens hen meer het gevolg zijn van de onberispelijke toewijding van Jezus. Maar de hele Schrift van Oude en Nieuwe Testament leert ons dat Christus als het schuldoffer ons met God verzoent, en als Lam de zonde wegneemt. Alleen door Hem is zo elke dag een dag van genade.

Geen alverzoening

De toevoeging `niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld´ vraagt nog aandacht.Hier mag geen gedachte aan alverzoening of algehele verzoening zijn.

Dat is in de Schrift uitgesloten, zie Marc. 9:43,48; Matt. 25:46; Joh. 17:9; 10:15, 26-29.

Vers 2 wijst er niet op dat Christus voor alle mensen is gestorven ook al was Zijn offer daarvoor groot genoeg (DL II, art. 3). Eigenlijk staat er: `maar ook voor heel de wereld´.

Dat slaat terug op `verzoening´. De HSV heeft `de zonden´ ingevoegd vóór `van de hele wereld´ (daarom staat het schuin). `Heel de wereld´ wijst niet op alle mensen.

`Heel de wereld´ kan hier staan voor andere gelovigen overal in de wereld, dus op meerderen dan alleen de lezers.

Het kan ook staan voor het geheel van de kosmos. Zo kan het ook in Joh. 1:29 worden verklaard. Onze zonden brachten namelijk de hele wereld schuldig voor God. Zo zal Christus´ verzoening zich ook niet alleen uitstrekken tot de vergeving van onze zonden, maar ook tot verzoening, herstel van de wereld in zijn geheel. Want heel de kosmos ligt onder Gods vloek. God is in Christus daarom de wereld met Zich verzoenende (2 Kor. 5:19): de mens en de kosmos die aan de mens was toevertrouwd. Zij worden door Christus verzoend met God.

Daarom ziet de schepping die door onze schuld aan de zinloosheid onderworpen is, vurig uit naar de jongste dag waarop de kinderen van God zullen worden verheerlijkt (Rom. 8:19-22).

De Heere zal juist ook door Zijn verzoening alle dingen tot volheid brengen.