Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wees niet bevreesd

Jaargang: 
11
Datum: 
22 feb. 2017
Nummer: 
4
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
1711
Rubriek: 


Maar nu, zo zegt de HEERE, uw Schepper, Jakob, uw Formeerder, Israël:Wees niet bevreesd, want Ik heb u verlost,Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij.Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn,door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden,geen vlam zal u aansteken.Want Ik ben de HEERE, uw God,de Heilige van Israël, uw Heiland.Jesaja 43:1-3

U bent van Mij

Het Bijbelboek Jesaja bevat heel bijzondere teksten. Pràchtige teksten. Jesaja mag in zijn profetieën Gods volk bemoedigen. Hij wijst ze op hun positie: volk van God, het volk waarmee Hij exclusief Zijn Verbond sloot. Een volk dat, nu in nood, uitzicht heeft op een schitterende toekomst. In Christus. Zo volk van God te zijn, te mogen geloven 'u bent van Mij', dat betekent heel veel. Alles!

Tegelijk roept Jesaja dat volk van God ook op tot bekering. Tot oprecht geloof en gehoorzaamheid. In antithese, in tegenstelling tot de vijanden van God en Zijn volk die hun geloof en vertrouwen op heel andere zaken stellen. En vijandig staan tegenover de Kerk.

Belofte en bekering. Want Ik ben de HEERE, úw God!

In de hoofdstukken 43 en 44 spreekt Jesaja daar op een prachtige en heel indringende manier over.

Wees niet bevreesd, mijn volk! Wànt u bent van Mij! Ik ben uw Heere en Verlosser!

En dan kan Gods volk maar op één manier antwoorden op dat machtig evangelie, op die prediking van belofte en bevel tot bekering: '... met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur.' Psalm 19:30.

Geloof en vertrouwen.

Geroepen

In deze maanden zal er weer veel gesproken worden over gereformeerd onderwijs. Over de mogelijkheid of onmogelijkheid van het oprichten van een 'eigen' school. Al vanaf 2008 vindt daarover bezinning plaats in de kerken. Het heeft geresulteerd in de oprichting van de zaterdagse Bijbelscholen. En de vraag die velen bezig-houdt is: moeten we nu niet verder? Wordt het nu ook niet hoog tijd voor een echt gereformeerde basisschool? Of is dat onrealistisch idealisme?

In dit blad is meerdere keren geschreven over de gevaren van het huidige gereformeerde onderwijs. En over de eveneens ernstige gevaren van het reformatorisch onderwijs. Door br. J. Sikkens, door ds. De Marie, eerder door br. J. van der Jagt en door de schrijver van dit artikel. Voor beide onderwijsrichtingen geldt met name het gevaar van het verblijven van kinderen, 5 dagen per week, 5 tot 5½ uur per dag, in een pedagogisch klimaat dat gestempeld wordt door dwaalleer. Onbijbels. Door een vaag, algemeen, evangelisch geloof of door een geloof waarbij twijfel aan Gods beloften beheersend is. Soms op de achtergrond. Soms niet duidelijk uitgesproken. Voor kinderen zeker niet te herkennen. Maar altijd aanwezig. Continu beïnvloedend.

Er is gewezen op de roep van de HEERE in Zijn Woord: Deut. 6, Jozua 4, Psalm 78 ... Zijn duidelijke roep om de kinderen van Zijn volk te onderwijzen en op te voeden tot Zíjn dienst.

We gaan dat hier niet allemaal herhalen. U kunt het, als u dat wilt, gemakkelijk teruglezen.

Waar het om gaat is dat de vraag naar het onderwijs aan de kinderen van de Kerk nog steeds, en opnieuw, aan de orde is.

Ja

'Belooft u, dat u dit kind (deze kinderen, een ieder het zijne), waarvan u de vader (en de moeder) bent, bij het opgroeien in deze leer naar vermogen zult onderwijzen en laten onderwijzen?

Wat is hierop uw antwoord?

Ja.'

Ja!

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik dit kind zal leren en laten leren wat het betekent dat U het bij zijn of haar naam hebt geroepen.

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik het zal leren en laten leren wat het betekent dat U zijn of haar God bent.

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik het zal leren en laten leren wat het betekent kind in het Verbond te zijn.

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik het zal leren en laten leren over uw beloften en uw eis, over geloof en bekering.

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik het zal leren en laten leren dat heel het leven aan U, de Heilige Israëls, toebehoort.

Ja, HEERE, ik beloof U dat ik het zal leren en laten leren wat het betekent verlost te zijn in Christus en als ver-loste te leven.

Gelofte

De doopbelofte, dat is niet zomaar een woord. Niet zomaar een feestelijke liturgische uitspraak. Niet alleen maar het uitspreken van een voornemen.

Nee, een belofte, afgelegd voor de HEERE, met Gods gemeente als getuigen, die heeft de kracht van een eed. In onze maatschappij heeft zelfs een eed nog maar weinig waarde. Maar uit Gods Woord weten we hoe ernstig een gelofte voor de HEERE is. Hoe ernstig ook de HEERE dat opneemt.

Daar kunnen we niet gemakkelijk over doen.

'Wanneer een man de HEERE een gelofte doet of een eed zweert om een verplichting op zich te nemen, dan mag hij zijn woord niet schenden; overeenkomstig alles wat uit zijn mond komt, moet hij doen.' Numeri 30:2.

'Wanneer u aan God een gelofte doet, stel dan niet uit die na te komen, want Hij heeft geen welgevallen aan dwazen. Kom na wat u belooft.' Prediker 5:3.

Roeping

Het afleggen van de doopbelofte brengt dus een serieuze roeping met zich mee. Een roeping van de HEERE. Dat staat voorop. De vraag bij het kiezen van een school is niet allereerst hoe kwalitatief die school is. Niet welke kansen die school biedt voor een ongestoorde ontwikkeling. Niet hoeveel discipline er nog is. Niet hoe leerkrachten met kinderen en ouders omgaan. Ja, dat ook. Natuurlijk nemen ouders die overwegingen mee. Maar dat is de tweede stap.

De eerste vraag is: wat vraagt de HEERE nu? Hoe kan ik mijn gelofte realiseren? Ja, kàn ik door mijn kind naar deze school te doen, die gelofte nakomen? Is deze keus verantwoord voor de HEERE?

Kom ik zo verantwoord mijn roeping na?

Veel ouders onder ons kennen deze vragen. Ze gaan er in biddend opzien naar de HEERE mee om. En het antwoord kan moeilijk zijn. En verschillend. Niet ieder ouderpaar komt ook tot hetzelfde antwoord. Kinderen en omstandigheden kunnen verschillen.

Vermogen

In de doopbelofte vinden we het woord 'vermogen'. Dat is niet zomaar een los woordje.

Nee, dat woordje geeft onze afhankelijkheid aan. Onze afhankelijkheid van de HEERE. Wat geeft Hij aan mogelijkheden? Als een kind een verstandelijke, lichamelijke of emotionele beperking heeft, dan komt dat woord 'vermogen' opeens in een ander licht te staan. Dan moeten ouders misschien besluiten hun kind naar een niet-christelijke vorm van onderwijs te sturen. Om zo toch hun belofte in te lossen. Dat kan.

Soms zal een echt te grote afstand een rol spelen. Niet ieder jong kind kan tweemaal dag een lange reis aan. En zo zijn er meer overwegingen. Het kan ook zijn dat er voor kinderen uit één gezin verschillende scholen worden gezocht.

Vermogen ... dat is niet hetzelfde als 'ten koste van alles'. Dat mogen en moeten we ook in rekening brengen. Vermogen, dat staat voor nauwkeurig en gelovig afwegen wat de HEERE aan mogelijkheden en onmogelijkheden geeft voor dìt kind. En voor de kinderen van de kerk samen. Ook als dat in een enkel geval zelfs niet-christelijk onderwijs zou betekenen. (We hebben steeds het oog op het basisonderwijs.)

Gemeente

'Vraag 74: Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden?

Antwoord: Ja, want de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente.

Ook worden aan hen evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd.

Daarom moeten zij door de doop, als teken van het verbond, bij de christelijke kerk ingelijfd en van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden worden. In het oude verbond gebeurde dat door de besnijdenis; in het nieuwe verbond is in plaats daarvan de doop ingesteld.' Heidelbergse Catechismus, Zondag 26, vr./antw. 74.

Kinderen van gelovige ouders zijn kinderen van het Verbond. Door de doop worden ze 'ingelijfd', opgenomen in Gods gemeente, in de Kerk.

Ook dat is iets om in het verband van de bezinning op gereformeerd onderwijs goed te bezien. Gereformeerde kinderen zijn niet alleen een verantwoordelijkheid van ouders. Ja, natuurlijk, wel in de eerste plaats. Maar ze zijn ook lid van de gemeente. Niet voor niets wordt de doopbelofte afgelegd ten overstaan van de gemeente. De kerken zijn zich dat altijd goed bewust geweest. In de KO lezen we: 'Artikel 57: Doopbelofte en onderwijs.

De kerkenraden zullen erop toezien dat de ouders, zoveel zij kunnen, hun kinderen onderwijs laten volgen dat in overeenstemming is met de leer van de kerk, zoals zij dit bij de doop beloofd hebben.'

De hele gemeente is dus mee verantwoordelijk voor het opvoeden en onderwijzen in de HEERE. Als we het hebben over 'vermogen', dan mag en moet ook die verantwoordelijkheid mee worden gewogen. Ouders staan er, als het goed is, niet alleen voor. Ze mogen en horen steun te krijgen van de gemeente, van de broeders en zusters die geen schoolgaande kinderen hebben op dat moment. Ze mogen en horen steun te krijgen van de ambtsdragers. De gemeente staat om de gezinnen heen.

De gemeente geeft geestelijke steun en praktische steun als dat nodig is.

Dat is de gemeenschap der heiligen.

Ook dat hoort bij de mogelijkheden die de HEERE geeft!

Angst

Als het gaat over mogelijkheden komen we in de gesprekken allerlei argumenten tegen die pleiten tegen een eigen gereformeerde school.

De afstanden zijn te groot ...

We krijgen niet direct subsidie, het is dus te duur, dat kunnen we niet opbrengen ...

Er is te weinig draagvlak, niet iedereen ziet de noodzaak ...

Het gereformeerd onderwijs is hier en daar best nog wel aanvaardbaar ...

Het reformatorisch onderwijs heeft nadelen, maar ...

Eigenlijk zou het misschien wel moeten maar ik zie het niet gebeuren ...

De vraag is: zijn dat legale argumenten?

Of speelt daarbij een zekere angst een rol?

Angst of er wel genoeg hulp zal zijn voor vervoer van de kinderen?

Angst of er geen tweedeling komt op dit punt?

Angst of de nodige financiële middelen er wel zullen komen?

Angst om met de kinderen alleen te staan in de grote wereld?

Nog ... Maar ... Eigenlijk ... Herkent u ze? Die kleine woordjes geven vaak aan dat we ten diepste spreken en handelen tegen beter weten in ...

Vorige generaties

Het is altijd goed om te kijken naar de geschiedenis van de Kerk. Daaruit leren we ook hoe de HEERE handelt in de historie. Hoe Hij Zijn volk bewaart. Hoe Hij trouw en gehoorzaamheid zegent.

We denken dan aan de oprichting van gereformeerde lagere scholen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Na de Vrijmaking. Er was toen in de Gereformeerde Kerken een sterk besef van roeping, ook wat betreft het onderwijs. Dat was moeilijk. Het was een tijd nog van wederopbouw van Nederland na de oorlog. Er waren in de kerken niet vele rijken. Lang niet iedereen deed direct mee. Er moest gespaard worden. Dubbeltjes werden letterlijk omgekeerd. Subsidie moest bevochten worden, soms letterlijk in de rechtbank.

Maar ouders en kerkleden gingen toch aan de slag. Onzeker van heel veel dingen. Met de kennis van al die argumenten uit de vorige paragraaf. Maar ze stichtten toch hun scholen.

Hoe kon dat? Ze wisten zich geroepen en ze vertrouwden op de HEERE, Die hen allen bij hun naam geroepen had, en Die zou zorgen.

We kunnen nog verder terug gaan, naar de schoolstrijd in de negentiende eeuw, toen de omstandigheden nog veel zwaarder waren, toen er nog veel meer pleitte tegen de oprichting van scholen met de Bijbel.

Maar het gebeurde. Ouders deden het. Ze begònnen! In de kracht van het gelóóf.

En de geschiedenis laat zien hoe de HEERE in beide gevallen oneindig rijke zegen gaf.

Wees niet bevreesd

En nu? We kunnen niet voor u zeggen waar de bezinning uit moet komen. Wel vinden we het belangrijk dat bovenstaande echt serieus meegewogen wordt in de vraag naar het oprichten van een echt gereformeerde school. Wel vinden we het belangrijk om te wijzen op Gods beloften en Gods trouw. Laat 'angst' en zorgen voor de toekomst en menselijk onvermogen toch niet leidend zijn in de overleggen.

De HEERE heeft Zelf gesproken. Tot Zijn volk Israël in de dagen van Jesaja. Tot ons aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het kleine goddeloze Nederland.

In Zijn kracht zijn onmogelijke dingen mogelijk. Dat heeft de HEERE ons laten zien. Dat heeft Hij Zelf gezègd! Niets kan ons schaden als we op Gods weg blijven gaan. Hij zal voorzien in wat noodzakelijk is. In Jesaja 43 en 44 wordt dat meerdere keren herhaald. Lees die beide hoofdstukken maar eens.

Maar nu, zo zegt de HEERE,

uw Schepper, Jakob, uw Formeerder, Israël:

Wees niet bevreesd,

want Ik heb u verlost,

Ik heb u bij uw naam geroepen,

u bent van Mij.

Wanneer u zult gaan door het water,

Ik zal bij u zijn,

door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.

Wanneer u door het vuur zult gaan,

zult u niet verbranden,

geen vlam zal u aansteken.

Want Ik ben de HEERE,

uw God,

de Heilige van Israël,

uw Heiland.

Jesaja 43:1-3

Ter overweging.