Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De wederkomst van onze Here Jezus Christus (1)*

Jaargang: 
7
Datum: 
04 sep. 2013
Nummer: 
34
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1231
Rubriek: 



Toekomstverwachting

De wederkomst, de opstanding van het vlees en de nieuwe hemel en aarde zijn niet alleen uiterst boeiende onderwerpen. Het zijn ook heel belangrijk onderwerpen. De Here Jezus eindigt het laatste Bijbelboek Openbaring, dat vol staat met ontwikkelingen rond Zijn wederkomst, met: Zie Ik kom! En: De tijd is nabij!

De vraag is nu: hoe geven wij deze zaken een plaats in ons leven?

Er zijn christenen die dit liever als iets voor later zien. Wij hebben nu hier op deze aarde onze taak. De mens is voor deze aarde gemaakt. De hemel en de toekomst zijn voor de Here. Daar moeten we onszelf nu niet druk om maken. De taak van de kerk is om hier op aarde bezig te zijn. De Here mag wel terugkomen, maar liever doen wij toch nog eerst dit of dat.

Anderen gaan daarin verder en zeggen: de toekomst waarover de Bijbel spreekt, is zelf bestemd voor déze aarde. De Bijbel spreekt in apocalyptische beelden over wat tenslotte hier op aarde zal gebeuren. De betere toekomst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is voor hier bedoeld. De taak van de kerk is er nu om voor de wereld bezig te zijn. Bij hen komt alles zo in het horizontale vlak te liggen.

Er zijn ook nog weer anderen, die zich juist helemaal van dit aardse willen afwenden om zich uitsluitend te willen richten op de hemel en de wederkomst. Of mensen die de datum van wederkomst al berekend hebben. Of mensen die zich helemaal richten op wat komen gaat, waarbij het aardse bijzaak is. In Tessalonika hielden ze daarom maar op met werken. In Kolosse verachtten ze daarom het aardse als minderwaardig (raak niet, smaak niet en roer niet aan). Ook in sommige doperse groeperingen kun je dit tegenkomen.

Wat is nu de juiste Schriftuurlijke kijk op Christus wederkomst op de jongste dag, de opstanding en de heerlijkheid die dan over ons geopenbaard zal worden? Hoe moet onze verwachting zijn en welke plaats heeft dat in ons dagelijkse leven?

We willen m.b.t. de wederkomst achtereenvolgens bespreken:

1. Wat zegt Gods Woord over het gebeuren op en na de jongste dag?

2. Wat vraagt Gods Woord van ons m.b.t. het verwachten van die dag? (in het volgende hoofdartikel).

Het gebeuren op de jongste dag

Ik kan daarover zeker niet uitputtend zijn, daarvoor is de toegemeten ruimte veel te kort. Het gaat om de grote lijnen. Laat ik maar direct de rode draad aanwijzen: als we spreken over de jongste dag, de opstanding en de eeuwige heerlijkheid, dan kan dat alleen goed vanuit onze band met Christus. Alles wat op die dag plaatsvindt zal immers door Hèm tot stand worden gebracht namens God de Vader. Alleen met Hem kunnen we die dag goed tegemoet zien.

Christus komt pas terug als Hij alles tot volheid heeft gebracht, als alles gereed is voor de finale afronding. De uitverkorenen allen gereed tot het eeuwig heil, de verworpenen tot eeuwige rampspoed. Christus komt daarvoor als Koning en Rechter terug op aarde. Op het moment van het laatste heilsfeit dat de geschiedenis zal kennen: zijn wederkomst.

Dat zal niet geruisloos gebeuren. Nee, elk oog zal hem zien. Hij komt met grote majesteit en heerlijkheid. Wanneer de laatste bazuin zal klinken.

Christus zal dan eenieder die gestorven is tot leven doen komen. Hun lichamen zullen in een punt des tijds veranderd worden en onsterfelijk worden en verenigd worden met hun ziel.

Maar ook de levenden zullen dan zo veranderd worden. Dan vindt de grote scheiding plaats tussen gelovigen die ten eeuwigen leven opstaan, en ongelovigen die ter eeuwige verdoemenis opstaan.

Dat zal gebeuren door middel van het oordeel dat Christus vervolgens zal uitspreken als rechter namens zijn Vader.

Daarvoor gaan de boeken open en zal worden bekend-gemaakt wat eenieder in zijn leven heeft gedaan. Inclusief alle verborgen dingen en gedachten die men heeft gehad. Alles zal open en ontbloot worden en voor Christus en Gods aangezicht komen te liggen (Hebr.4:13).

Aan de hand daarvan zal Christus de schapen van de bokken scheiden, om zo zijn oordeel uit te voeren. Degenen die geschuild hebben bij Christus bloed zullen definitief vrijspraak ontvangen en altijd met Hem mogen leven (1 Tess. 5:17).

De gelovigen worden daarbij door Christus Geest veranderd om een heerlijk lichaam te ontvangen dat aan Christus lichaam gelijkvormig is.

De ongelovigen, die Christus hebben verworpen, zullen dan in het eeuwig oordeel van de buitenste duisternis en het eeuwig vuur worden gebracht. Voor hen is er geen weg meer terug. De tijd van genade is dan over. Ze missen niet alleen Gods gunst en de eeuwige heerlijk-heid, maar zullen altijd gekweld worden door het feit dat dit door hun schuld komt.

De hele schepping heeft op dat moment gewacht. Het moment van de grote catastrofe die Christus aanbrengt om een eind te maken aan de tijd en de hele schepping overbrengt naar de eeuwigheid.

Op dat moment zal er ook een ontbindend vuur door heel de schepping gaan. Alles zal de toets van vuur moeten ondergaan. Als het ware zo tot elementen worden teruggebracht.

God de Vader, Gods Zoon en de Heilige Geest zullen op de jongste dag niet helemaal opnieuw beginnen als het gaat om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en alles wat daarop zal zijn.

Nee, het oude wordt voortgezet maar wel totaal vernieuwd. Hemel en aarde verenigd tezaam. En alle uitverkorenen veranderd van sterfelijk in onsterfelijk, van oneer tot heerlijkheid. Van gebrekkig tot volmaakt. Van aangetast tot volkomen.

Voleinding

Zo brengt de Here Christus bij de voleinding alles via een louterend vuur en een definitief oordeel tot de volkomenheid van het Koninkrijk van God. Uitgezuiverd van zonde en zondaars. Ontdaan van alle smet, onreinheid, onvolkomenheid, ziekte en bederf.

Van alle zwakheid, wanklank, verdriet en onvrede.

De Vredevorst zal dan alle zonen van God tot heerlijkheid en alle dingen tot volmaakte harmonie en vrede gebracht hebben. Dat betekent dat de schepping en de mens als onderkoning van die schepping, dan verder zijn gekomen dan het geval was in het paradijs. De vernieuwde aarde en hemel kennen geen tekortkoming meer. Het uitverkoren mensdom is tot zijn volkomen getal gekomen. De mens heeft daarbij alle gaven herkregen om zijn taak als koning binnen Gods heerlijke volmaakte schepping te kunnen vervullen.

De nieuwe mensheid zal met vol aantal God met heel de schepping loven en verheerlijken. Ja, in de mensen zelf zal ook geen enkele ruimte meer zijn voor zaken die niet bij God zouden passen. God alleen is dan alles in allen.

Het hemelse Jeruzalem zoals dat geschetst wordt in het boek Openbaring laat zien dat de kerk als volk van God een hemelse glans afstraalt. Er is harmonie, symmetrie en vreugde in het nieuwe volmaakte Jeruzalem.

God woont daar te midden van zijn volk zonder enige afscheiding. Er is geen afstand meer zoals er nu nog is tussen hemel en aarde. Er is geen barrière meer in het waarnemen van God.

Wij mogen aanschouwen van aangezicht tot aangezicht. Geloven zónder te zien is dan overgaan in aanschouwen.

Wij zullen dan God mogen kennen zoals wij gekend zijn (Ef.). Dat is: wij zullen God zonder afscheiding mogen kennen. Een intensief volkomen kennen zonder tussenschakel. Een kennen met inzicht in en overzicht van Gods heilshandelen.

Volmaakte gemeenschap

Is er dan nog wel onderscheid tussen God en mens? Ja, zeker wel. Er zal geen ineensmelting zijn. We zullen daarom voorzichtig moeten zijn in ons spreken over zaken die ons eigenlijk te wonderlijk zijn en die ons alleen in grote lijnen door de Schrift bekendgemaakt worden. Maar één ding is wel duidelijk: er zal zien van God mogen zijn. Wij zullen ons zien mogelijk moeten vergelijken met de wijze waarop Mozes God heeft gezien van aangezicht tot aangezicht, dat was toen zijn achterzijde; maar wel rijker want Mozes was zondig.

Wij zien nu niets van God, ook geen belichaming zoals Abraham van God mocht zien. Maar dan zal er grote directe nabijheid zijn. En dat zal er steeds zijn. Want heel ons leven is dan in nabijheid van God, een echt wandelen met God.

In het nieuwe Jeruzalem is er ook geen tempel meer. Alles is heilige der heiligen geworden. In de stad en buiten de stad. De poortdeuren van de stad staan open. De zee is niet meer: er is geen gevaar meer. Er is geen kans dat we God kwijt zouden raken. Nee, Hij Zelf is ons dan tot tempel geworden en onder zijn vleugels mogen we leven.

We hebben dan ook geen zon meer nodig. Geen bron van licht en leven anders dan van God Zelf. Van Hem gaat dan alle licht en leven uit. Van Hem komt alles wat wij nodig hebben om Hem te verheerlijken.

De schepping zal ook constant haar pracht en haar heerlijkheid geven. De bomen die aan de levensstroom staan die van de troon van God uitgaat zullen altijd, 12 maanden per jaar, dus eeuwig en constant hun vruchten geven. Zo zal de schepping tot eer van God zijn. God zal zelf ons tot licht zijn. Hij zelf voedt ons door de bomen des levens. Er zal geen enkel moment meer zijn van terugval of vermindering. Alles op volle sterkte en met volle blijdschap.

We hebben dan in het eeuwige verbond de fase van eeuwige heerlijkheid bereikt, een fase die veel heerlijker is dan we nu al mogen hebben en zelfs nog heerlijker dan die in het paradijs tussen Adam en God.

Juist die verbondsgemeenschap met God is zo belangrijk voor ons denken over straks. Het is namelijk voortzetting van het liefdesverbond dat er nu al mag zijn. Het ligt er nu als een erfenis die voor ieder is weggelegd die in Christus mag overwinnen. We horen van die gemeenschap in Openb. 21:7: Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.

Zo zal de vervulling komen van het eeuwige verbond zoals dat er nu al in Christus mag zijn, maar dan zal overgaan in een staat van volkomen heerlijkheid.

Bij deze verbondsgemeenschap zullen we dan toch ook steeds weer de gemeenschap van onze Heiland Jezus Christus nodig hebben. Ons verheerlijkt lichaam zal gelijkvormig mogen zijn aan dat van Christus, onze Here. We zullen met Hem leven, we zullen met Hem als koningen heersen, we zullen met Hem bruiloft hebben. Niet zonder meer als de Zoon van God. Maar als het Lam dat geslacht is ter verzoening van onze zonden. Het verheerlijkte Lam, dat ons zal weiden en voeren naar waterbronnen des levens.

Ja, de hemelse heerlijkheid zal één en al goddelijk feest zijn, maar het is daarbij wel de bruiloft van het Lam. Ja, God Zelf zal tempel zijn, maar tezamen met het Lam. Ja, God zal Zelf het licht zijn, maar wel met het Lam als lamp voor de gelovigen. We zullen dus Christus als het Lam dat geslacht is steeds nodig hebben als onze verbondsmiddelaar, als onze Heiland die ons verlost heeft van het eeuwig oordeel en ons naar de voleinding van de eeuwige heerlijkheid heeft gebracht. Die verbondenheid met Hem als onze Here en Middelaar zal niet ophouden, maar voortduren in eeuwigheid. Christus blijft onze weg tot God. Dat betekent tegelijk ook dat Christus ook mens blijft naast zijn God-zijn. Door Hem zijn wij dan in heerlijkheid tot God de Vader gebracht en door Hem mogen we dan eeuwig delen in Gods heerlijke nabijheid. Daarvoor zullen we eeuwig God de Vader mogen danken en ook God de Zoon, als onze Zaligmaker en Vredevorst.

In volmaakte gemeenschap met Christus zal er ook een volmaakte gemeenschap onderling zijn onder de schare die niemand tellen kan, in het nieuwe Jeruzalem.

Ook daarin gaan we van een zondige toestand naar een volmaakte en heerlijke vrede.

Zelfs onze relatie met de schepping en de onderlinge verhouding binnen de schepping zal volmaakt zijn: dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neerleggen bij het bokje (Jes. 11:6) .

Het doel van ons leven in heerlijkheid

Wat zal dan de inhoud van onze activiteiten zijn? Nu, alles zal dan gericht zijn op het loven, dienen en de verheerlijking van God en het Lam. Alles is dan tot rust gekomen, tot voleinding. Er mag nu volop genoten worden in de eeuwige sabbatsrust. Maar dat zal geen luilekkerland zijn, zoal we dat soms voorgespiegeld krijgen m.b.t. tropische oorden. Nee, het zal een heerlijk en volmaakt harmonieus regeren van de schepping mogen worden samen met Christus tot eer van God en van zijn Zoon. Al onze gaven en krachten zullen we daaraan mogen geven.

Dit alles zal ons altijd intense en verheerlijkte vreugde geven. Onze voorstelling daarvan zal niet verder kunnen gaan dan deze grote lijn. Alles wat we daarover meer zeggen, doet afbreuk aan het Woord van God.

Zien we elkaar dan nog wel? Ja, we mogen aannemen dat ons leven als voortzetting van ons leven op aarde, herinnering met zich meebrengt. Maar dan wel gezuiverd van zonde en verdriet. Bovendien zal onze gerichtheid zijn op God in Christus en op de grote schare. Wij hebben dan onderling een andere band gekregen dan de band die we hier op aarde hebben. De volmaakte band van het nieuwe Jeruzalem. Bloedband en vriendenband zullen niet meer zo bestaan als ze er nu zijn.

Toen de Here Jezus op aarde was, wees hij zijn familie al op het belang van de kerkfamilie. Ziedaar mijn moeder en mijn broeders. En Paulus schrijft al in 1 Kor. 7 dat het schema van deze wereld bezig is te verdwijnen. Laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw. Nu, op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal er geen huwelijk meer zijn. Het schema van deze wereld is er dan niet meer. We zullen dan zijn als de engelen en ons helemaal op de Here kunnen richten. Wel in gemeenschap met anderen, maar niet in zorg over elkaar. Die gemeenschap heeft dan haar volle getal bereikt. Er zullen geen kinderen meer geboren worden. Iedereen heeft dan ook de volle rijpheid bereikt van het mens-zijn.

We zullen dus moeten oppassen om te veel nadruk te gaan leggen op het weerzien van elkaar, op het weerzien van geliefden. Alsof dáárin een belangrijk deel van onze troost gelegen is. Wanneer één van ons is heengegaan. Dat is wel voorstelbaar vanuit de huidige liefdesband die er nu mocht zijn. Maar we moeten juist bij ons nadenken over de jongste dag ons op Christus richten. Op zijn handelen. Op zijn werk aan ons dat dan zijn voltooiing zal mogen bereiken. Hij brengt ons naar de volheid waarbij God zal zijn alles in allen.

Dàt zal ons dan ook àlles moeten zijn. Ja, dan zullen we elkaar wel ontmoeten, maar niet om speciaal elkaar of elkaars aandacht te kunnen opeisen. Maar om samen met hen en in gelijke mate met alle anderen de Here God en Christus te dienen als het volk dat Hem liefheeft en voor Hem en tot Hem leeft in alles. Als zoon tot Vader in volmaakte verbondsverhouding.

Het beeld dat de Schrift ons geeft is dat van een andere wereld. Een heerlijke wereld. We zullen zien wat we nog nooit gezien hebben. We zullen ervaren wat nu onze stoutste verwachting zal overtreffen. De Bijbel is dáár duidelijk over. Daarom weten we nu nog niet alles.

Moeite met Gods oordeel bij de wederkomst

Maar hoe komt het nu dat andere christenen van de heldere feiten uit de Schrift een op deze aarde gericht toekomstbeeld maken? Dat komt voor een belangrijk deel voort uit de moeite die men heeft met de toorn en het oordeel van God. De toorn over de zonde en daarom het eeuwige oordeel over allen die de zonde hebben liefgehad en niet Christus als hun Verlosser en in Christus niet God de Vader en Schepper van alle dingen. Bij die laatsten horen ook dan degenen die geveinsd hebben te geloven, maar Christus en God nooit werkelijk lief hebben gehad.

Maar, zeggen deze mensen dan, zon hard eeuwig oordeel met buitenste duisternis en eeuwig vuur verdraagt zich niet met de liefde van God en met de medemenselijkheid die we toch ook horen in het evangelie.

En zo komen zij tot een constructie waarbij het eeuwig oordeel alleen opgaat voor het verdwijnen van zonde en zondigheid met een soort algehele verzoening voor de hele mensheid. Daarbij past geen wereldbrand, geen wederkomst, geen eeuwig oordeel waar Gods Woord zo duidelijk over spreekt.

Een Karl Barth leerde bijvoorbeeld dat de eeuwigheid van de mens bestaat in het eeuwig voortleven van de mens in de gedachten van God. Een Dietrich Bonhoeffer kwam niet los van deze aarde waar de kerk aan dienstbaar moest zijn en waarvoor Christus ook aan het kruis had geleden. Maar zo verkracht men Gods Woord, en veracht men Gods heiligheid en rechtvaardigheid. Men wil wel een lieve God maar niet een heilige God die voor de handhaving van zijn recht in barmhartigheid zijn eigen Zoon gezonden heeft.

Opvallend genoeg ontbreekt ook het oordeel van Christus bij zijn wederkomst in het credo van de laatste Nationale Synode.

Daartegenover zullen we mogen vasthouden, ja, is het ons tot grote troost, dat de Here bezig is terug te komen om te oordelen de levenden en de doden. Geloof in de wederkomst vraagt waar geloof in Christus, maar in de Christus van de Schriften. Met afkeer van een eigen Jezusbeeld en eigen Godsbeeld.

(wordt vervolgd)

* Lezing gehouden op de Bondsdag van de Bond van Bijbelstudieverenigingen van De Gereformeerde Kerken in Nederland, op 25 mei 2013.