Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wat stimuleert mij?

Jaargang: 
9
Datum: 
19 nov. 2014
Nummer: 
4
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1438
Rubriek: 


Onze visie op ons leven blijkt uit onze woorden en daden. Je karakter, gezindheid, werk, strijd, zonde, zwak-heid, geloof, levenshouding. En dan zien we o zo vaak dat we veel moeite en leed hebben. Pessimisme kan zo makkelijk de overhand krijgen in ons leven. Er is zoveel narigheid in de wereld, altijd maar weer nieuwsberichten over oorlogen, die zoveel verwoesten, zoveel mensenlevens afbreken. En dan berichten over hongersnoden, ziekten, opstanden. Dat alles vaagt zo veel weg van datgene wat de mensen eerst opgebouwd hebben. En dan hebben we nog niet genoemd de haat, die zoveel mensen elkaar toedragen. Komt daar nu nooit verandering? Het gaat maar door. Het lijkt zo vaak allemaal zo nutteloos.De vraag komt op: is het leven eigenlijk nog wel de moeite waard om te leven?

Vrolijk zijn

Is dat nu eigenlijk wel juist om zo te denken? De een zegt: ja. Maar de ander zegt: nee, zie toch vooral het fijne in dit leven: eten, drinken, vakantie, sport, ontspanning en dus vrolijk zijn. We moeten het allemaal afwegen tegen elkaar: moeite en leed tegenover voordeel en plezier. Zorg ervoor dat je van die afweging een positief saldo overhoudt, zo lang duurt je leven hier niet meer.

Dat is dan vaak de goedbedoelde raad die je krijgt. Maar, is zo een bemoediging eigenlijk wel juist?

Kom ik daar nu echt verder mee?

Alsmaar zwoegen

Kan de gedachte dat als ik dit of dat bereikt heb me gelukkig maken?

Hoeveel inspanning kost het verkrijgen van alles wat ik eigenlijk zo graag wil hebben en meemaken? Het verwerven kost veel moeite, maar het behouden van de eenmaal verkregen begeerlijkheden kost nog meer moeite. Hoe vaak blijkt de waarheid van het spreekwoord: Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak.

Het geldt voor veel mensen: veel gehoopt, weinig gekregen; veel gezocht, weinig gevonden; veel gezwoegd, weinig genoten. Altijd meer. Het leven roept altijd: meer. Het is nooit genoeg, zegt het leven. Steeds hoger wordt de lat gelegd.

En als eenmaal de top van de berg van het leven bereikt is, dan valt het uitzicht vaak tegen. En kijkend naar de afgelegde weg, die zoveel inspanning heeft gevergd, is de gedachte: is dit nu al die inspanning en opoffering die we ons getroost hebben eigenlijk wel waard geweest? We hebben zoveel gemist en niet gedaan. Is er nog een herkansing of een tweede etappe mogelijk, nu onze krachten minder worden?

Er zijn zoveel mensen in onze wereld die ontevreden zijn en teleurgesteld hun leven bekijken, ook als zij baden in materiële welvaart en zich afvragen waar hun vrienden zijn van vroeger. Als zij toch ook wel eens iemand echt willen spreken.

Zonde breekt af

Hoe zou dat komen?

De eigenlijke oorzaak ligt in de zonde. De macht van de zonde is zo groot dat, als we niet heel goed oppassen, onze gedachten erdoor beheerst worden en verzieken, doordat we de verkeerde idealen stellen.

De zonde maakt zoveel kapot. De zonde van het ongeremd begeren, waardoor we steeds meer prikkels willen hebben. De zonde van het op een verkeerde manier verkrijgen, dat geen rekening houdt met God en mensen. De zonde van de afgunst, de jaloezie dat het geluk bederft. De zonde van het verkeerde gebruik, dat ellende en leed veroorzaakt. De zonde van het bedrog, waardoor machtswellust gevoed wordt.

Het zondig hart verprutst het echte genieten in het mensenleven doordat wroeging in het hart komt wonen.

Iedereen die niet leeft uit dankbaarheid voor datgene wat onze God en Vader ons door zijn vaderhand ons beschikt in dit leven, zal zijn eigen tekortkomingen zien; zijn onvervulde idealen voor ogen houden en te midden van al zijn verworvenheden vooral zijn moeite en verdriet zien die hij in zijn leven meemaakt en meegemaakt heeft. Voorspoed en geluk verdwijnen naar de achtergrond of geheel achter de horizon.

De oorzaak

Wat is er in feite echt aan de hand?

De zonde veroorzaakt zoveel moeite en nare gedachten, bederft het plezier van een bereikt ideaal. Haman had een machtige positie verworven in het centrum van de regering van de aardse grootmacht van zijn tijd. Hij kon er niet van genieten zolang hij Mordechai in de poort van de koning zag zitten (Ester 5:13).

De zwakte en de broosheid van het leven blijken altijd weer. De rijke dwaas vulde zijn schuren en wilde gaan genieten van een onbezorgd vroeg pensioen. Maar in dezelfde nacht nam God zijn ziel weg (Lucas 12:20).

Waar de vrees voor de toorn van God verdwenen is, is er ook geen realistische inschatting meer van de werkelijkheid. De mensen gaan dansen op de rand van de vulkaan. Eet, drink, wees vrolijk, want morgen

Andere mensen krijgen bij het ouder worden de moeite van de ouderdom te dragen in het verminderen of wegvallen van functies van het lichaam. Vergeetachtigheid, vermoeidheid, hardhorendheid, beperkingen bij het bewegen, worden dan het deel van de mens.

Prediker had alles bereikt wat zijn hart begeerde: grote bouwwerken, wijngaarden, tuinen en parken met allerlei vruchtbomen, slaven, slavinnen, een grote kudde runderen en kleinvee, zilver, goud, zangers, zangeressen, allerlei bekoorlijkheden en genietingen. Er was niets wat hij zich behoefde te ontzeggen. En toen hij zijn toppunt bereikt had en alles overzag wat hij gerealiseerd had, moest hij het erkennen: alles was ijdelheid en najagen van wind, er is geen voordeel onder de zon (Prediker 2:4-11).

Moeite en leed zijn een zekerheid voor alle mensen, maar vrede en geluk zijn zeer kostbaar en teer. Ieder weldenkend mens zal zijn tekort toegeven als hij op oudejaarsavond bedenkt wat er van zijn plannen van nieuwjaarsdag terechtgekomen is.

Bij de doop van een pasgeboren kind worden wij eraan herinnerd dat moeite en leed het deel zijn van elk mensenkind en dat uiteindelijk het leven hier op aarde beëindigd wordt. De dood is om de hoek, plotseling of langzaam komend. Sterven is het onontkoombare deel van elk mens, daarin zijn alle mensen gelijk.

Vertrouwen op Vader

Er moet iets anders zijn dat ons stimuleert dan het nastreven van aardse begeerten.

En dat is het vertrouwen op de goedgunstigheid van onze God en Vader in de hemel. Zijn gunsten zijn elke morgen weer nieuw als wij de dag weer mogen beginnen. De gunsten van onze hemelse Vader geven altijd weer ruimschoots reden om Hem te danken en te prijzen, en geven geen enkele reden dat we ons op onszelf gaan beroemen omdat we, naar eigen inzicht, het toch wel mooi voor elkaar hebben.

Gods gaven genieten we dan als een vrije en onverdiende gift, die neerdaalt uit Gods hemelwoning en die niet voortkomt uit het bouwland van ons eigen zwoegen. Gods gaven verrijken het leven als het brood dankend gegeten wordt, de kleding dankend gedragen wordt, het huis dankend bewoond wordt, de taak dankend volbracht wordt, de levensreis dankend voortgezet wordt omdat de gehele reis afgelegd wordt onder Vaders beschuttende hand. In dat besef danken wij onder alles (1 Thess. 5:18).

Gods gaven maken dankbaar en geduldig, vooral als de dagen aanbreken waarvan we zeggen dat we er geen behagen in hebben (Pred. 12:1). Gods gaven geven dan kracht bij het dragen van het kruis dat Hij ons oplegt.

Dan danken wij omdat niemand van zijn kinderen boven vermogen beproefd wordt; Hij zal altijd voor de uitkomst zorgen (1 Kor. 10:13). Ook al kan het erop lijken dat we voor ons eigen besef boven ons vermogen beproefd worden en we in wanhoop dreigen ten onder te gaan (2 Kor. 1:8). God is getrouw, zijn plannen falen niet, Hij zorgt ervoor dat we bestand zijn tegen de beproeving. Onze moeiten louteren ons en zullen de vruchten van de eeuwigheid tevoorschijn brengen. Onze moeiten geven de juiste waardering van het leven, waardoor wij van deze wereld niet verwachten wat deze samenleving nooit kan geven. We zullen met onze Belangrijkste Wens naar de hemel gaan. Daar woont onze Vader die almachtig is en zijn kinderen een warm hart toedraagt (HC 10).

Troost

Dit is een grote troost. Zeker als we met het sterven in ons leven in aanraking komen. Dat kan zijn bij een jong mensenleven. Maar het zal zeker het geval zijn bij het ouder worden. Bij het naderen van de ouderdom is de bejaarde christen in zijn levensavond niet te beklagen, maar eerder te benijden. Want in een gelovig leven, dat dankend is geleefd, kan de zekerheid van de hoop van de onsterfelijkheid groeien tot een blijde zekerheid, waarnaar vol verwachting wordt uitgezien.

Wat een mooie toekomstverwachting mag het gedachten-goed van onze oudere broeders en zusters zijn als de zon naar haar ondergang gaat en de hitte van de dag voorbij gaat. Heerlijk de koelte en de rust van de avondwind. Een mooie dag gaat voorbij, een donkere en eenzame nacht komt niet. Een heerlijke, onbewolkte en eeuwige dag zal aanbreken. Het sterfelijke verdwijnt en maakt plaats voor de onsterfelijkheid. De oudere en gebogen mens met de gebreken die alsmaar zwaarder worden, ontslaapt en ontwaakt daar waar de frisheid van een eeuwige jeugd is.

Onze ouderen zijn te benijden, zij zijn al een heel eind op weg naar Het Vaderland.

Gebed en wijsheid

Wat hebben we nodig om zo te kunnen leven?

Het gebed.

We hebben een goddelijk ingrijpen nodig in ons innerlijk, zodat onze grondhouding verandert. Immers, God geeft zijn genade en Heilige Geest alleen aan hen die van harte en zonder ophouden Hem daarom bidden en danken. De echte kennis van God geeft de juiste maatstaf en het juiste afwegen van al onze overleggingen. Dat geeft een wijs hart. Een wijs hart is een verstandig hart, daarin woont God en leeft ontzag voor God.

Een wijs hart ziet dat het leven kort is en brengt de mens ertoe om serieus aandacht te geven aan het eeuwig voortbestaan. De bezitter van een wijs hart zal zich nederig tot zijn hemelse Vader wenden in het hemels Vaderhuis als hij nadenkt over het graf, dat zijn laatste aardse huis zal zijn. Hartstochten kunnen dan vaarwel gezegd worden bij overgave aan de wijsheid. Dat kan alleen als de Here zelf de Leermeester is. Hij alleen kan ons de waarheid leren en tot ons blijvend nut onderwijs geven.

Ontzag en eerbied voor God de Vader is het begin van het verkrijgen van de ware wijsheid. Want de vreze des HEREN is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand (Spreuken 9:10). Ons gebed is dat ons hart, zolang het nog klopt, geregeerd wordt door de Wijsheid die van Boven is. Die wijsheid is rein, vreedzaam, vredelievend, gezeglijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd (Jac. 3:17).

Alleen degene die het einde van zijn leven kent, kan zijn leven rustig en met verstand inrichten.

Gehoorzaam

De liefde die God ons geeft, is door een zondig mensen-hart niet op de juiste waarde te schatten. Hij maakt ons rijk en verdient er Zelf niets aan en wil toch dat zijn goedheid en barmhartigheid heerlijk zullen blinken. We zullen blij en dankbaar zijn als door ons gedrag de voortreffelijkheid van onze God afgespiegeld wordt. En ook als zijn onbegrensde liefde tot uiting komt door onze levenshouding en getuigenis in woorden en daden aan onze naasten. God wordt verheerlijkt en zijn werk wordt bevorderd als zijn kinderen en zijn kerk mooi zijn.

Mooi, dat is een heilig leven dat volkomen aan onze Vader en aan zijn Zoon Jezus Christus is toegewijd. In zijn Zoon werd die voortreffelijke levenswandel zichtbaar, die alleen mogelijk is door een mensenleven in volledige gehoorzaamheid aan de Vader in de hemel. Gods Zoon is de Zaligmaker van de wereld. Iedereen die deze Zaligmaker liefheeft en die verlangt naar de uitbreiding van zijn koninkrijk, zal er ook naar streven om gehoorzaam te leven als een echt kind van de Vader.

Veiligheid en vreugde

Gods bestuur van deze wereld zal ook openbaar worden over iedereen die Hij beproeft. Iedereen die in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, vernacht in de schaduw van de Almachtige (Ps. 91:1). Een schaduw is in de Bijbel vaak het beeld van bescherming. Gods kind zal niet worden teleurgesteld in zijn hoop, maar onder de goddelijke bescherming een veilig en gerust verblijf vinden.

Daar, bij Vader, is het toppunt van veiligheid. Gods heerlijkheid en trouw zal Gods kinderen ook in hun beproeving overschaduwen.

Niets is daarom droeviger als de prediking of onze persoonlijke pogingen weersproken en daardoor krachteloos gemaakt worden door een liefdeloos leven van hen die zich toch een christen noemen.

Maar, o vreugde, er is ook niets dat zoveel voorspoed en vreugde geeft als prediking en gebed, ondersteuning geven aan het zuiver, heilig en aangenaam leven, die vreugde krijgt iedereen die het Lam wil volgen, waar het Lam ook heengaat.