Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Wat is onze norm?

Jaargang: 
11
Datum: 
04 okt. 2017
Nummer: 
19
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1784
Rubriek: 

Ted Richards houdt van papegaaien. Hij is eenzame man die bijna niemand kent. Hij weet niet of zijn ouders nog leven. Hij heeft al jaren geen contact meer met hen. Hij heeft slechts contact met twee andere mensen. Op een bepaald moment besluit hij dat hij op zijn papegaaien wil lijken. En om meer op zijn huisdieren te lijken, heeft hij het wit van zijn ogen laten bewerken met inkt. Hij heeft veren laten tatoeëren op z'n gezicht en hoorns laten zetten op z'n hoofd en z'n oren laten afsnijden. Z'n naam heeft hij veranderd in Ted Parrotman, Ted de papegaaienman.

Als deze Ted in een Canadese talkshow z'n verhaal komt doen, applaudisseert de aanwezige menigte en de gastheer van de show zegt: 'Er is niets verkeerd aan om anders te zijn'.

Postmodern

We leven in een postmoderne wereld. In dit blad is daar meerdere keren over geschreven. Kenmerkend is dat er geen objectieve waarheid bestaat. De postmoderne mens relativeert, is pessimistisch, heeft geen interesse meer in levensbeschouwing of in de diepere zin van het leven.

De postmoderne mens benadrukt het anders zijn van de ander. Het gaat erom dat ík iets mooi vind of dat ík iets goed vind voelen. We laten elkaar in elkaars waarde: elkaar uitsluitende levensovertuigingen kunnen gerust naast elkaar bestaan.

Geen idealen, geen diepe levensvragen, maar luchtigheid en oppervlakkigheid. Brood en spelen vormen de inhoud. Van prikkel naar prikkel, van de mail naar de app naar facebook.

Extreme voorbeelden

Vanuit die visie wordt ook het eigen leven beschouwd. De mens is niet ontvankelijk voor de 'grote verhalen', voor een levensbeschouwing die dieper gaat dan de oppervlakte. Nee, men kijkt naar het eigen leven en wordt zichzelf tot norm. Wat iemand voelt, dát is de waarheid. Een voorbeeld is hoe de papegaaienman naar zichzelf kijkt. Hij voelt zich in feite een papegaai en laat zichzelf letterlijk en figuurlijk bewerken zodat zijn lichaam meer in overeenstemming is met zijn gevoel. Dit voorbeeld kan aangevuld worden met nog tal van andere voorbeelden, waarin de mens geen oog heeft voor de geschapen werkelijkheid, maar afgaat op eigen gevoel. Dit is ook het geval bij Paul. Hij is een man van 52 jaar, hij was getrouwd en heeft kinderen. Maar hij gaat zich voelen als een zesjarig meisje. Hij scheidt van zijn vrouw en heeft een echtpaar gevonden dat als zijn ouders wil fungeren. Zij vinden het helemaal goed dat hij als klein meisje bij hen hoort. Ook hun kinderen en kleinkinderen ondersteunen Paul in zijn situatie. Een krant spreekt er vol respect over. Ondertussen drinkt hij nog wel koffie en rijdt hij ook nog in zijn auto en tractor.

 

Wat te denken van een jonge vrouw. Ze is blank, met lange blonde haren. Maar dat komt niet overeen met haar gevoel. Zij voelt zich namelijk Afro-Amerikaanse. Wat te denken van een man die geprobeerd heeft zijn verschijning aan te passen aan zijn identiteit van vrouwelijke draak. Wat te denken van een vrouw die in een opname vertelt dat ze een kat is. Ze kleedt zich als een kat, met onder andere kattenoren. En bij tijden kruipt ze op handen en voeten rond en miauwt naar mensen.

De mens zichzelf tot norm

Het zijn extreme voorbeelden. Ook niet iedereen in onze samenleving juicht deze acties toe zoals dat in verschillende talkshows gebeurt: 'Jaaa, ga ervoor, er is niets mis met anders zijn!' Deze extreme voorbeelden zijn wel verhelderend. Het zijn voorbeelden waaruit blijkt wat er gebeurt als de mens het oog verliest voor de door God geschapen werkelijkheid, de realiteit waarin hij of zij is geplaatst. De mens verliest het oog voor de Schepper, die de mens mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt. En dan is het hek van de dam. Dat laat ook een filmpje zien dat u kunt bekijken op YouTube 'College kids say the darndest things: identity'. In dit filmpje stelt een blanke presentator studenten van de Universiteit van Washington een aantal vragen. Hij vraagt: wat zou je zeggen als ik zeg dat ik een vrouw ben? Ga ervoor, zegt een studente. Wat als ik zegt dat ik Chinees ben?, vervolgt de presentator. Yes, ga ervoor, antwoordt ze weer. Vervolgens vraagt de presentator wat ze zou zeggen als hij zegt dat hij 6 jaar is. Dan beginnen de studenten toch wat meer moeite te krijgen met de beantwoording, maar ze blijven consequent. Als de interviewer dat zo voelt, dan gaan zij niet zeggen dat het niet zo is. Voor één studente is de maat echter vol als hij zegt dat hij een stuk langer is dan hij in werkelijkheid is. En dat, zo zegt ze, omdat ze zelf kan zien dat het niet waar is. De anderen blijven echter, hoe absurd ook, consequent volhouden: als je dat zo voelt, ga ervoor! De presentator sluit het filmpje af met de woorden: het zou niet moeilijk moeten zijn om tegen een blanke man van 1,75 meter te zeggen dat hij geen 2 meter lange, zesjarige Chinese vrouw is, maar dat is het kennelijk wel...

Gewenning

De mens is zichzelf tot norm en op deze wijze wordt heel wat menselijk gedrag norm-aal. De maatschappij gaat het langzamerhand normaal vinden dat je gaat scheiden, als het niet lukt in je huwelijk. Als je geen liefde meer voelt! De gewenning treedt op in vraagstukken over het begin en einde van het leven. Als jij voelt dat je leven klaar is. Er treedt gewenning op om in deze vraagstukken buiten de Schepper van het leven om te gaan en zelf op te treden. Denk aan de afschuwelijke abortuspraktijken en ook de steeds luider wordende 'voltooid leven discussie'. De gewenning blijkt hieruit dat deelname van een christelijke partij aan de landsregering deze ontwikkeling niet meer kan stuiten, hoogstens een paar jaar vertragen. We zullen dan nog maar zwijgen van de ideeën die er zijn voor een ouderpaar, bestaande uit vier personen of over de gewenning die optreedt met betrekking tot Second Love-achtige ontwikkelingen. In plaats van de orde van de Schepper te eerbiedigen, kiest de mens - naar z'n eigen zondige aard - voor een samenleving die ontaardt in chaos. Dat begint in het klein, een huishouden op zichzelf. Het eindigt in het groot, de samenleving als geheel.

Wij staan er middenin

U zult misschien zeggen: wat heeft de kerk met deze ontwikkeling te maken? De voorbeelden die worden beschreven, staan toch ver van ons bed?

Dat is toch wel een naïeve gedachte. Wij staan middenin die wereld en komen ermee in aanraking. Onze jongeren op de scholen en het hoger en academisch onderwijs, de werkenden in de wijze waarop collega's tegen het leven aankijken, onze ouderen wanneer ze worden geconfronteerd met het levenseinde en de wijze waarop daarover wordt gesproken. De man die zichzelf identificeert met een vrouw wordt bejubeld als een held. Een blanke vrouw die zichzelf ziet als een Afrikaanse is een voorbeeld. De vrouw die zichzelf identificeert als kat, krijgt applaus voor haar levenskeuze. De christen echter, die leeft in gemeenschap met God, wordt weggehoond: houd toch op met het leven in een sprookje en kom onder je steen weg! Omdat het leven in verbondsgemeenschap met God in meer en meer situaties ons dringt om frank en vrij op te komen voor de eer van Gods Naam, zullen we daardoor ook meer en meer alleen komen te staan.

 

We komen er als broeders en zusters ook op een andere manier mee in aanraking. Want wellicht zijn er ook in uw kerkelijke gemeente broeders en/of zusters, die worstelen met hun identiteit. Voor deze broeders en zusters kan dit een enorme beproeving betekenen. In de wereld wordt gestimuleerd om te doen wat goed is in eigen ogen, van de kant van sommige kerkverbanden is ook geen bemoediging om te gaan op Gods weg in Gods kracht.

Maar, hebben deze broeders en/of zusters dan wel een veilige haven onder ons? Met name reacties van broeders en zusters kunnen heel veel pijn doen, zonder dat dit gemerkt wordt door de 'zender'. Laten we die broeders en zusters in elk geval serieus nemen, steunen en met hen spreken, zodat ze door de opstelling van medebroeders en -zusters niet nog meer het gevoel van eenzaamheid hen aanvliegt. Laten we hen ook opdragen in onze gebeden aan de Heere, zodat zij door Zijn kracht en bijstand, staande blijven in deze strijd.

Terug en blijven bij de norm van God

Die vuurgloed van tegenstand en isolement hoeft ons niet te verbazen. Petrus schreef dat ook al aan zijn lezers (1 Petr. 4:12). Ongelovigen kunnen zich over ons gedrag verbazen en zich daarover op meer of minder fatsoenlijke wijze uitspreken, maar wij hoeven ons over die reactie niet te verbazen. Petrus had van de Heere Jezus zelf al gehoord dat vervolging en uitstoting het deel zou zijn van wie in de naam van Christus bezig is (vgl. Matt. 10:17-25).

We zijn daarom al gewaarschuwd en kunnen ons dus voorbereiden. Om ons te wapenen tegen die aanvallen, is het van belang om steeds weer te beseffen wat normaal is in Gods ogen. Daarvoor moeten we terug naar het paradijs, naar het begin van de Bijbel. Dáár was alles in perfecte harmonie, daar was de schepping geheel gericht op God, de Schepper. De mens was volkomen toegerust om zijn Maker in volmaaktheid te dienen. Voor de inrichting van ons kerkelijk en gezinsleven grijpen we waar mogelijk steeds terug op die echt normale situatie. Voor ons denken over gezag in maatschappij, kerk en gezin is dat onze basis. We zullen ons daarin laten gezeggen door de norm van Gods Woord.

Oefening in de strijd

Daar moeten we ons in trainen. Beter gezegd, daarin moet de Heere ons telkens weer bekeren en ons denken reformeren (vgl. Rom. 12:2), waardoor we onszelf ook steeds weer bekeren (vgl. DL III/IV, art. 12). De satan blijf zijn vurige pijlen op ons afvuren. Hij speelt in op ons eigen vlees. Hij speelt in op het verlangen van een mens om 'ergens bij te horen' en niet alleen te willen staan. Hij weet dat wij van onszelf zondig zijn en geneigd zijn God en Zijn dienst te haten. Die geestelijke strijd is niet een strijd waarvan op de radio of op de televisie verslag wordt gedaan, maar het is een oorlog in de hemelse gewesten.

 

Geen soldaat gaat zonder oefening en zonder training te strijd in. Die oefening, die training bestaat uit een serieuze bestudering van Gods Woord, een voortdurend en volhardend gebed, een regelmatige en trouwe kerkgang, een doorgaande zelfbeproeving of we ons werkelijk in gehoorzaamheid willen buigen onder het juk van onze Heere Jezus Christus. Ook de verenigingen, catechisaties en het (Bijbel)schoolonderwijs zijn mogelijkheden die we krijgen om te benutten om de kinderen te leren om te dienen in het leger van onze Leidsman en Voleinder, onze Heere Jezus Christus.

Praktisch

De samenleving wordt tolerant en vraagt ook tolerantie van zijn burgers. Daar kun je op bevraagd worden. Als je dan antwoord geeft... We lazen het volgende voorbeeld. Iemand wordt gevraagd naar zijn visie op abortus provocatus: waarom ben je tegen abortus? In plaats van in de verdedigende rol te schieten, krijgen we de tip: probeer de rollen om te draaien. Dus, waarom ben jij vóór abortus? Er wordt geantwoord: Het ongeboren leven is niet zoveel waard als het volwassenleven, omdat het niet zoveel kan. Dan weer vragen: Waarom denk je dat? Oftewel, doorvragen om opvattingen bloot te leggen. Nog één ding..., wat ik nog niet begrijp is..., hoe kijk je dan aan tegen..., wat mij dan bezighoudt is... enzovoort.

 

De interviewer die rondliep op de Universiteit van Washington gebruikte deze techniek. In plaats van zijn boodschap ronduit zeggen: een man is een man en een vrouw een vrouw, wil hij de studenten aan het denken zetten. De studenten zullen op dat moment niet anders zijn gaan denken. Maar dat kunnen maar weinigen van ons: op één moment anders gaan denken. Maar misschien heeft het vraaggesprek ze nadien wel aan het denken gezet. Vragen kunnen de gaten in iemands wereldbeeld laten zien (denken over abortus, denken over identiteit en gevoel, denken over tolerantie.) Maar, het getuigen van Gods grootheid vraagt meer dan alleen vragen te stellen. Als uit het gesprek blijkt dat iemand open staat voor een eerlijk gesprek, dan mogen we in dat gesprek ook Gods Woord aan de ander voorhouden.

Nieuw seizoen

We zijn een nieuw seizoen begonnen. De verenigingen, catechisaties zijn weer opgestart. Laten we werkelijk Gods Woord gebruiken als norm voor ons leven, door ons daardoor ook te laten gezeggen, ons eigen handelen kritisch te toetsen. Dat ook het begonnen seizoen ons geweten verder mag scherpen, zodat we kunnen onderscheiden tussen wat waar en vals is, wat goed en fout is, wat gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid is. Behoed ons, Here, voor eigenwilligheid en hoogmoed! Geef dat wij allereerst Uw Naam naar waarheid leren kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al Uw werken, waarin Uw Naam die heerlijk is, glansrijk straalt!

 

Bij dit artikel is gebruik gemaakt van het juninummer 2016 van Reformed Perspective.