Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Waarom wij ons hebben vrijgemaakt

Jaargang: 
8
Datum: 
21 mei. 2014
Nummer: 
24
Schrijver: 
E. Heres
ID:
1366
Rubriek: 


Geachte broeders en zusters,

Eind januari 2010 hebben enkele ambtsdragers en een groep gemeenteleden in Dalfsen een ingrijpende kerkelijke stap gezet.

Zij hebben zich losgemaakt, zich vrijgemaakt, van het kerkverband van de GKv.

Dat is nu dus 4 jaar geleden. Die stap van kerkelijke vrijmaking is ingrijpend voor alle betrokkenen. Het gaat je niet in de koude kleren zitten en het geeft pijn aan beide kanten.

Een GKv-predikant kwam een broeder tegen die zich vrijgemaakt had en hij zei tegen hem: Wat doet het mij pijn dat jullie vertrokken zijn. De broeder antwoordde: Het kan moeilijk zo zijn dat uw pijn groter is dan die van ons. Want wat waren wij graag kerkelijk één gebleven. Maar het kon niet, vanwege het inhoudelijke verschil.

Dat kon de predikant niet bevatten. En het gesprek eindigde.

Een kort contact tussen twee gescheiden broeders.

Maar wel heel typerend, vanwege de pijn die tot uiting komt.

Maar vooral ook vanwege het onbegrip.

Het niet begrijpen, omdat er zo vaak gedacht ís en gedacht wórdt, dat de broeders en zusters die zich hebben vrijgemaakt, een stel ontevreden kerkleden zijn. Malcontenten, die hun zin niet konden krijgen.

Vechtlustige kerkleden, die altijd wel een reden zien of zoeken om ergens moeilijk over te doen, en die altijd overal tegen zijn.

Of kerkleden die zo traditionalistisch zijn dat zij al bij voorbaat tegen elke verandering zijn.

Kerkleden die de eenheid van de kerk niet zo hoog hebben zitten en die gemakkelijk een kerkelijke scheur trekken, dus zeg maar, mensen met een schismatieke instelling.

Wat zijn er in reactie op onze kerkelijke stappen veel schampere opmerkingen gemaakt, in de trant van: Dat is een club van gelijkgezinden, die anderen hun mening willen opleggen.

Of de opmerking: Er moet zonodig een nieuw kerkje worden gesticht.

Voorzitter, broeders en zusters, het is alleen maar te betreuren, als er een scheef beeld bestaat van hen die de Geref. Kerken vrijgemaakt verlaten hebben.

Wij hebben het betreurd, dat er in 2010 geen toenadering is gezocht door kerkenraden en ambtsdragers, die allemaal onze Verklaring toegestuurd hebben gekregen. Er zijn geen reacties gekomen in de trant van: We zien nu hoe hoog de kerkelijke nood gestegen is. Kom, broeders, laten we nu eens het echte inhoudelijke gesprek gaan voeren.

Toen het in Dalfsen tot een breuk kwam is er van GKv-zijde resoluut gehandeld door zakelijk en juridisch de posities af te bakenen. Maar er is tot op heden niet één poging gedaan om tot een inhoudelijk gesprek te komen over de inhoud van de Verklaring die wij hebben uitgegeven, dus over de oorzaak van de kerkelijke breuk.

En dan kan ik er alleen maar dankbaar voor zijn op een avond als deze de gelegenheid te hebben, nog eens een verantwoording te geven van de kerkelijke stappen waartoe we ons begin 2010 geroepen zagen.

Want het wás geen drang om eigengereide stappen te zetten. Het was niet de vechtlust van bepaalde kerkmensen die altijd overal tegen zijn. Het was niet het stichten van een nieuw kerkje, in eigenwijze betweterij. Nee, het ligt totaal anders.

Het kerkverband van de Geref. Kerken vrijgemaakt wás en ís ons lief.

Wat heeft de HERE daar veel gegeven. Daar zijn we gedoopt, daar hebben we belijdenis gedaan. Als ambts-dragers hebben we daar mogen dienen.

De HERE heeft aan dat verband van de Geref. Kerken zoveel gegeven.

Het was de kerkgemeenschap die door de HERE bewaard was, langs de weg van kerkreformatie en kerkherstel. Ik noem de Vrijmaking van 1944 en de kerkstrijd van de jaren 60 van de vorige eeuw.

Tót een bepaalde tijd werd in de GKv de HERE gedankt voor de Vrijmaking van 1944 en voor de bewarende hand van de HERE in 1967 en volgende jaren.

Maar dat danken is voorbij gegaan. Er ontstond een weg-met-ons-mentaliteit.

Schaamte over de eigen kerkgeschiedenis.

Er wordt tegen leden van andere kerkgenootschappen niet meer gezegd: Kom ga met ons en doe als wij. Nee, de dwaalleer van de kerkelijke pluriformiteit werd weer voor de dag gehaald. Het kerkbesef is steeds meer gaan verdwijnen.

De Artikelen 28 en 29 van de NGB zijn wel in de boekjes blijven staan, maar de inhoud wordt gezien als niet meer toepasbaar in de kerkelijke situatie van deze tijd.

Onze vrijmaking van de GKv is niet uit de lucht komen vallen.

In een proces van vele jaren groeide de vervreemding.

Vervreemding, die maar niet alleen een gevolg was van liturgische veranderingen. Het ging maar niet over het gebruik van moderne middelen.

Het is niet zo dat verontruste GKv-ers geen mensen van deze tijd zijn.

Nee, het ging en het gaat over fundamentele zaken.

Het ging over zaken waar je als ambtsdrager in geloof je handtekening voor hebt gezet, onder het Ondertekeningsformulier. Zaken waar je als kerkvisitator naar zou moeten vragen en de vinger bij zou moeten leggen.

Maar dat kón en dat kán niet meer, omdat de koers was verlegd, bekrachtigd door kerkelijke besluiten.

Verontruste broeders en zusters, vroegen zich af: Hebben wij dan altijd verkeerd geloofd?

Hebben wij dan altijd verkeerd geloofd, dat wat het vierde gebod zegt over rusten, dat dat ook vandaag nog geldt?

Hebben wij dan altijd verkeerd geloofd, wat de Bijbel zegt over huwelijk en echtscheiding?

Hebben wij dan altijd verkeerd geloofd dat je Genesis 1 en 2 moet geloven als historisch betrouwbare werkelijkheid?

Dat er in het kerkverband van de GKV fundamentele veranderingen zijn aangebracht, dat kan door ieder gezien worden en dat wordt ook algemeen erkend. Ik denk aan de vermaanbrieven van buitenlandse zusterkerken.

Onverdachte getuigen(issen) zijn, wat mij betreft, publicaties op de website gereformeerdekerkblijven onder andere uit de pen van prof. dr. J. Douma.

De brief aan de Generale Synode van Ede, door gereformeerdekerkblijven.nl stelt ook nadrukkelijk dat de grondslagen in geding zijn. En dat is niet pas vandaag zo.

Het Woord van God Zelf en de Schriftuurlijke belijdenis wáren en zíjn in geding.

Bij de besluiten die genomen zijn over het vierde gebod stond het universele karakter van het rustaspect van het vierde gebod op het spel.

Het gezag van de woorden in Genesis 2:2,3 kan niet afhankelijk zijn van de vrije exegese van elke willekeurige predikant. De heldere woorden over het zegenen en heiligen van de zevende dag worden bevestigd door de woorden van het vierde gebod in Exodus 20.

De synode van Amersfoort-Centrum 2005 heeft een Handreiking van 175 paginas uitgegeven over het vierde gebod. Maar ter weerlegging van de dwaling die werd ingevoerd had de GS kunnen wijzen op de nog altijd voluit Schriftuurlijke uitspraken van de Nationale Synode van Dordrecht 1618/19.

Het is nu helaas zo dat tot en met in een nieuwe catechisatiemethode de opvatting verdedigd wordt dat het rustaspect eigenlijk alleen maar voor het volk Israël een gebod is geweest.

Dus vanáf Sinaï, tót de komst van Christus.

Dwalingen inzake het vierde gebod worden geen halt meer toegeroepen.

De kracht van Gods geboden werd ondermijnd en de Schriftuurlijke prediking en oefening van opzicht en tucht ontkracht.

Dat is ook zo als het gaat om het zevende gebod. De werkelijkheid is dat door de synodebesluiten de grenzen die de Schrift zelf aanwijst t.a.v. de toelaatbaarheid van echtscheidingen en hertrouwen, overschreden worden.

Doordat de zogenoemde echtscheidingsgronden (d.w.z. de Schriftuurlijke grenzen) zijn weggevallen is er feitelijk een open mogelijkheid gecreëerd om in allerlei situaties echtscheidingen en hertrouwen toe te laten, zonder duidelijke begrenzing vanuit de Schrift.

De bezwaren die tegen Amersfoort-C 2005 werden ingebracht waren niet uit de lucht gegrepen. Van de kant van de Synode werden de voorbeelden aangereikt waarin de kerkenraden kunnen afzien van kerkelijke tucht.

In de praktijk zou dat gaan betekenen dat de kerkelijk tucht steeds minder zou worden bediend.

En dat líjkt pastoraal. Maar dat is feitelijk onbarmhartig! Want de kerkelijke censuur, volgens het Woord van God toegepast, is toch juist middel van Gods liefde om de zondaar te behouden!

Het is vanavond niet de bedoeling om alle gronden van de Vrijmaking in Dalfsen uitvoerig te noemen. Daar zou de tijd niet voor zijn.

In de Verklaring die we in februari 2010 hebben uitgegeven staan ze uitvoeriger en deze Verklaring is nog steeds beschikbaar.

Maar wat ik wel nadrukkelijk wil noemen, dat is het toelaten aan het Heilig Avondmaal van hen die geen leden zijn van de Gereformeerde Kerken.

De besluiten van Amersfoort-C 2005 en Zwolle-Zuid 2008 hierover zijn wel voorgesteld als toepassingsbesluiten. Het was, zo werd wel gezegd, een compromis, waarmee erger werd voorkomen. Maar, in werkelijkheid is met de regeling die getroffen werd, het hek van de dam gegaan.

Dat is ook in de praktijk gebleken: In tal van gemeenten werd en wordt niet meer gevraagd naar wettige avondmaalsbriefjes.

Leden uit verschillende kerkgenootschappen, o.a. van de PKN, worden zonder probleem welkom geheten aan de avondmaalstafels. Daar is feitelijk sprake van open avondmaal.

Gaat het hier om een bijzaak?

Nee, toch niet. Hier is ronduit het gereformeerde kerk-zijn in geding.

Hier is het fundament onder kerkelijke eenheid in geding.

Het gaat hier over de drie kenmerken van de ware kerk.

Immers, als het Heilig Avondmaal aan de orde is, dan heb je het ook over de bediening van de sleutels van het Koninkrijk der hemelen. Bij het HA gaat het om het onderscheiden van het Lichaam van Christus, dat is allereerst Christus Zelf, maar dat is óók zijn gemeente.

En wat leert de kerk dan over de toelating tot het Avondmaal? Wie mag aangaan aan de tafel van de HERE, de maaltijd van Gods verbond, waar je gesterkt wordt door de genade van God!? Kortom: Hier is de zuivere prediking van het Woord in geding.

Ook het tweede kenmerk van de kerk is dan natuurlijk in geding: de zuivere bediening van de sacramenten. En dan moeten we zeggen: Het kerkverband van de GKv heeft in zijn meeste vergadering goedgekeurd dat in vele gemeenten het Heilig Avondmaal niet meer zo bediend wordt als Christus het bedoeld heeft.

En dat houdt weer rechtstreeks verband met het derde kenmerk van de kerk: De zuivere bediening van de kerkelijke tucht.

Bij het Avondmaal heeft de kerk te doen met het bevel van Christus en zijn apostelen om de wacht te betrekken bij de heiligheid van Gods verbond en bij de tafel van zijn verbond.

In bezwaarschriften is daarop gewezen en er is gewaarschuwd. Maar de besluitvorming ging door.

De besluiten rond het Avondmaal zijn alleen maar te verklaren door het feit dat de leer van de pluriformiteit van de kerk weer met kracht wordt verdedigd en toegepast.

Dat betekent in de praktijk dat ieder die zich christen noemt, gezien wordt als behorend tot het grote lichaam van Christus en gerechtigd is het Avondmaal mee te vieren. Van welke kerk of denominatie je lid bent doet er niet zoveel meer toe. Maar, wie zo spreken en besluiten staan niet meer in de lijn van de Schrift en de gereformeerde belijdenis.

Je ziet dan ook in de praktijk hoe verlammend het werkt voor het kerkelijke leven, denk maar aan het oefenen van de kerkelijke tucht.

Wat is nou de meest fundamentele oorzaak geweest van de breuk met het kerkverband van de GKv? Nou, dat betreft de omgang met het Woord van God. De wijze waarop de betrouwbaarheid en het gezag van de Heilige Schrift werd aangetast. Verontruste kerkleden hadden gegrond bezwaar ingebracht tegen publicaties van theologen die verbonden waren aan de Theologische Universiteit te Kampen, waarin o.a. de schepping in zes dagen wordt losgelaten. Het wordt legitiem geacht te spreken van een oerknal of de ontwikkeling van heelal en aarde (inclusief dat van het menselijk leven) volgens een evolutiemodel.

Zeker, daarbij wordt dan wel gesteld dat het een door God geleid evolutieproces zou zijn geweest. Maar voorzitter, broeders en zusters, daarmee wordt toegestaan dat uitkomsten van natuurwetenschappelijk onderzoek heersen over de letterlijke tekst van Gods geopenbaarde Woord.

En het kwam zover dat Synodes goedkeurend over zulke publicaties spraken, en bezwaren uit de kerken werden teruggewezen.

Bezwaren tegen publicaties van aan de Theologische Universiteit verbonden docenten werden afgewezen. Gegronde bezwaren die opkwamen voor de betrouwbaar-heid van het Woord van God. Maar zij werden afgewezen, op formele gronden afgewezen (bijv. te laat ingediend).

Tegelijk werd wel een docent aan de universiteit benoemd, die in publicaties er blijk van had gegeven, dat hij de uitkomsten van de godsdiensthistorische wetenschap laat heersen over de betrouwbaarheid en het gezag van de Heilige Schrift zelf.

Maar moet het feit dat de kerk dwalingen toelaat, dan meteen leiden tot een kerkelijke breuk?

Nee, dat is niet zo. Wij waren ook in Dalfsen ons er terdege van bewust, dat het nooit mag komen tot een lichtvaardige kerkelijke breuk.

Sterker nog, wij geloven dat je een stap als deze alleen maar mag zetten om Kerk te blijven.

Ik heb mijn catechisanten altijd geleerd, dat je als gelovig kind van God nooit mag breken met de kerk van Christus!

Maar het is dan ook onze overtuiging dat niet wíj degenen zijn die gebroken hebben met de Kerk van Christus, maar dat het kerkverband van de GKv fundamenteel veranderd is.

En zij die de ontwikkelingen goed gevolgd hebben, bevestigen dat ook.

Er is loslating gekomen van het fundament dat Christus Zelf gelegd heeft.

Maar daar komt iets bij, en dat is wel van belang voor het antwoord op de vraag waarom wij (in Dalfsen) ons hebben vrijgemaakt, waarom het tot een breuk met het kerkverband moest komen.

En dat is dat kerkmensen die in alle opzichten gereformeerd wilden blijven, in de knel kwamen. Hun geluid, hun woord werd niet meer aanvaard. Zij werden in hun opkomen voor het recht van God en zijn Woord monddood gemaakt.

Ambtsdragers en gemeenteleden werden voor het blok gezet om medewerking te verlenen aan de uitvoering van besluiten, waar zij geen verantwoordelijkheid voor konden dragen.

Het kwam zover dat er geen ruimte meer is voor niet meewerken aan de uitvoering van genomen besluiten, bij gewetensbezwaar.

Er kwamen predikanten in problemen omdat men in kerkenraden en gemeenten hun opvattingen te gereformeerd vond.

Het meest bekende voorbeeld daarvan is dat wat er met ds. E. Hoogendoorn gebeurd is, in Kampen-Noord. Het is ook niet voor niets dat in de Verklaring die wij in Dalfsen hebben uitgegeven de zaak Kampen-Noord nadrukkelijk een plaats heeft gekregen.

Wat in Kampen-Noord gebeurd is, is onmiskenbaar een gevolg van het feit dat men de opstelling van een predikant en zijn medeambtsdragers te principieel vond, oftewel te gereformeerd.

En als er dan geen recht gedaan wordt, door de kerkelijke vergaderingen, tot en met de synode toe, dan is de vrede van Jeruzalem in geding. En als dan ook de tucht misbruikt wordt, en er geen appèl meer mogelijk is, ja dan komt het moment dat je net als Maarten Luther moet zeggen: Hier sta ik, ik kan niet anders

Het is onze overtuiging dat de kerkelijke stappen die wij gezet hebben weliswaar een breuk betekenden met de koers en met vele besluiten van het kerkverband van de GKv, maar niet een breuk met de Kerk van Christus. Wij hebben kerkelijke stappen gezet om Kerk van Christus te blijven.

Maar laat niemand denken dat wij in stoerheid en met zelfverheffing gebroken hebben met het kerkverband van de GKv. Nee, we zijn gegaan als kleine mensen, in het besef van eigen zwakheid en zonde. Maar ook met aanhoudend gebed: HERE, wilt U ons de weg wijzen?

Als persoonlijke noot wil ik hier wel zeggen, dat ik het ook telkens biddend aan de HERE voorleg: als het niet goed is geweest deze stappen van vrijmaking te zetten, HERE, pak ons dan toch bij de hand en leid ons maar terug.

Maar, voorzitter, broeders en zusters, de werkelijkheid is dat wij er alleen maar in bevestigd zijn dat het inderdaad niet langer kon, te blijven in de GKv.

En dat vandaag het al helemaal niet meer kán.

Een trieste bevestiging was voor ons dat het mógelijk was dat er een rapport van synodedeputaten kon verschijnen, meeondertekend door Kamper docenten, waarin wordt geadviseerd alle ambten ook voor vrouwen in de gemeente open te stellen.

Je moet als gereformeerd mens wel schrikken van de Schriftbeschouwing die in dat rapport verdedigd wordt.

Wat ik vanavond wil benadrukken is dat er bij ons niet alleen pijn is over de breuk die noodzakelijk was geworden.

Er is bij ons ook dankbaarheid. Dank aan de HERE, dat we weer gewoon gereformeerd mogen zijn. Dankbaarheid dat we de broederschap weer mogen beleven in een kerk-verband dat ook gewoon gereformeerd wil zijn en mag zijn.

Dankbaarheid dat we weer mogen staan in de Avondmaals-gemeenschap, die niet met synodebesluiten in de hand ontheiligd wordt.

Met des temeer overtuiging roep ik ook broeders en zusters in de GKv op: Kom ga met ons en doe als wij. Nee, niet omdat wij betere mensen zouden zijn.

Maar om de zaak van Christus en om uzelf en om uw kinderen en kleinkinderen.

Onderschat niet de verleiding en de gewenning voor zoveel jongeren en ouderen, door een koers die toch wegleidt bij het Woord van de HERE vandaan en bij de gereformeerde belijdenis vandaan. Christus Zelf zegt het zo nadrukkelijk: Houdt vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon neme (Openb. 3:11). Onze hoop is op de HERE gevestigd, en in ons gebed dragen wij u aan de HERE op.

Ik dank u wel.