Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Waar maak je je druk om?

Jaargang: 
1
Datum: 
28 nov. 2007
Nummer: 
42
Schrijver: 
Anneke Heres
ID:
187

Tijd speelt een heel belangrijke rol in ons leven. Alles op aarde is gebonden aan tijd. Zo is ook ons leven gebonden aan tijd. Er is een tijd geweest dat ons leven begon en er zal ook een tijd komen dat ons leven eindigt. We tellen onze jaren, plannen vooruit, delen onze dag in en kijken regelmatig op ons horloge om te weten hoe laat het is. Er zijn dingen die af en toe eens tijd van ons vragen en die we ‘even tussendoor’ doen. Er zijn ook zaken die elke week of elke dag weer terugkomen. En het ene kost meer tijd dan het andere. Maar de tijd die wij hebben is eenmalig; hij komt nooit meer terug en we kunnen hem nooit meer overdoen. Tijd is kostbaar. Dat moeten we goed weten. Want: hoe besteden wij onze tijd?

Tijd, voor de mens

De tijd hebben we van God gekregen. Hij heeft ons in de tijd geplaatst. In de schepping heeft Hij de basis voor onze tijdsindeling gelegd. Zeven dagen in een week; zes dagen om te werken en één dag om te rusten. Hij gaf toen ook opdrachten aan de mens. Dat lezen we in Genesis 1:28, waar staat: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. God geeft hier opdracht aan de mens om zijn leven in Zijn dienst te besteden. De Schepper heeft een doel met de aarde en met de mensen. En wij mogen Gods medearbeiders zijn om daaraan mee te werken (zie K. Schilder in ‘Christus en Cultuur’). We hebben daarmee onze tijd te vullen; ook ons werken moet zijn tot eer van Hem. Dan besteden we heel onze levenstijd in Zijn dienst. Na de zondeval blijft deze opdracht ook gelden. Wij worden christenen genoemd, onder andere omdat we als priesters onszelf als een levend dankoffer aan Hem offeren (HC 12, v&a 32). Het is belangrijk om zo eerst Gods bedoeling met de tijd helder voor ogen hebben. Hij schiep de tijd. Hij geeft ons tijd. En Hij vraagt van ons dan ook om die tijd goed te besteden.

Tijd, van de Schepper

De Almachtige Schepper van hemel en aarde die leeft van eeuwigheid tot eeuwigheid, Hij gaf ons de tijd. Wij kunnen ons niet eens voorstellen wat het betekent dat God eeuwig is. Daarvoor is ons verstand te beperkt. Wij denken in tijd. Daarvan spreekt ook Prediker: “Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.” (Pred. 3:11). Wij hebben ‘de eeuw in ons hart’. We leven in de tijd en het is in ons hart gelegd dat we de tijd ook willen onderzoeken. Maar met ons verstand kunnen we niet ontdekken en begrijpen hoe God werkt. Voor de Here zijn duizend jaren als één dag en één dag als duizend jaar (2 Pet. 3:8). Hij is niet aan tijd gebonden. Voor Hem geldt de beperking van onze tijdsrekening niet. Wat lang is naar onze ‘tijdmaat’ is het voor de Here niet. Het maakt ons klein en nietig. God is zo heel anders en zo heel veel groter dan wij. Met 2 Petrus 3 komen we ook bij datgene, wat de Here van óns vraagt als het over tijd gaat. Een paar regels verder lezen we: “Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods.” De werken op de aarde zullen gevonden worden. Dat zijn de dingen waaraan wij onze tijd hebben besteed. En dan moeten we goed bedenken dat we die tijd van God hebben gekregen.

„Ik heb vandaag geen tijd”

Met tijd is het net als met ons geld en onze bezittingen: het is van de Here. Hij is de grote Eigenaar ervan. Wij zijn rentmeesters. Zoals een rentmeester van de eigenaar van een kasteel met bossen, boerderijen en landerijen moet zorgen dat deze bezittingen winst opleveren voor zijn heer, zo moeten wij ook omgaan met onze goederen. Betrek dit eens op de tijd. Hoe zorgen wij dat we onze tijd zo besteden dat het onze HEER ‘winst oplevert’? Of liever gezegd, hoe dienen wij daarmee de Here? We hebben tijd nodig om te slapen en uit te rusten, we hebben tijd nodig om naar school te gaan en te leren. Tijd om te werken en ons geld te verdienen, tijd om te ontspannen, tijd om te sporten, tijd om tv te kijken, tijd om te mailen en te MSN-en, noem maar op. O wacht, ik ben nog wat vergeten: tijd om Bijbel te lezen, tijd om te bidden, tijd om een goed boek of artikel te lezen, tijd om dingen voor de kerk te doen, tijd om je broeder of zuster te bezoeken, tijd voor goede gesprekken, tijd voor vereniging en catechisatie, tijd voor een gemeentedag of jongerendag van de kerk.
Wat zijn er eigenlijk veel dingen om je tijd aan te besteden. Het is niet moeilijk om druk te zijn; eerder moeilijk om je te vervelen. Er is zoveel te doen. Hoe vaak hoor je niet: ‘ik heb het druk, vandaag kan ik niet, hoor. Ik moet nog dit doen en dat nog. O ja, morgen kan ik ook niet, want...’ En dan zijn er genoeg redenen. Herken je dit?

Noodzakelijke tijd

Maar waar maak jij je nu druk voor? Wat beheerst jouw agenda? Je kunt het druk hebben voor school, je carrière en zelfs maken wij ons druk voor onze ‘nodige’ ontspanning. Op zich helemaal niet verkeerd, toch? We moeten leren voor een diploma, want die hebben we nodig om later aan een baan te komen. Misschien werken we al; dan moet er toch geld binnenkomen? Het gezin moet ook onderhouden worden. En ja, de ontspanning. We moeten ons ook weer opladen en de nodige rust ervaren om weer verder te kunnen. Allemaal toch niet zo verkeerd.

Tijd voor studie?

Helaas komt het voor dat christenen, naast al die activiteiten, geen tijd meer hebben om hun geloof te sterken. Aan tafel is het gelukkig de goede gewoonte om een stukje uit de Bijbel te lezen. Maar nemen we het goed in ons op, of wordt het ‘snel nog even Bijbellezen, ik moet zo weg.’? Jongeren hebben geen tijd meer om hun catechisatie te leren, voorstudie voor vereniging te maken, laat staan zelfstudie. Dit komt niet alleen bij jongeren voor. Ook ouderen besteden soms geen tijd meer aan zelfstudie. En wat, wanneer mensen het zelfs niet meer nódig vinden om met zelfstudie bezig te zijn? Ze besteden hun vrije uren liever aan ‘ontspanning’ in plaats van een boek of blad te lezen of een christelijk onderwerp te bestuderen. Je hoort mensen dan zeggen: “Van mij hoeft het allemaal niet zo nodig. Zoveel studie is toch niet noodzakelijk?”

Tijd voor je naaste?

Ook komt het voor dat christenen geen tijd meer hebben voor hun broeders, zusters en voor de kerk van de Here. We leven in een wereld die individualistisch is. Dat is een moeilijk woord, maar wie weet niet wat het betekent? Je ziet het elke dag om je heen! Individualisme: het lijkt wel of iedereen voor zichzelf leeft. En dan in een tempo waar je eens bij stil zou moeten staan. Wij mogen daar niet aan meedoen. Want een christen kán eenvoudigweg niet individualistisch leven. Dan gaan wij tegen Gods wil in. Ga eens bij jezelf na: hoe druk ben je de afgelopen week geweest om jóuw plannen uit te voeren? Wat heb je voor je naasten, je broeders en je zusters gedaan? Heb je misschien iets van jezelf opgeofferd, omdat iemand je nodig had? Hebben jullie in het gezin waarin je leeft, naar elkaar omgezien en tijd genomen om naar elkaar te luisteren?

Godsvrucht

God vraagt van ons dat wij in heel ons leven Hem dienen. Natuurlijk heb je niet elk moment tijd voor Bijbelstudie, gesprekken of bezoeken. En alle dagelijkse dingen móeten ook tijd in beslag nemen. We moeten ons inzetten voor school of op ons werk. Maar laten we onze tijd vooral goed besteden! De kostbare tijd die we van de Here hebben gekregen. God vraagt van ons dat wij ons ‘oefenen in de godsvrucht’ (1 Tim. 4: 7). In tegenstelling tot de ongelovigen, is dát onze opdracht om onze tijd mee te vullen. Dat betekent niet dat we náást onze dagelijkse bezigheden ook nog tijd moeten steken in ‘de godsvrucht’. De godsvrucht heeft namelijk te maken met heel onze levenswandel. Dat is het vrezen van de HERE in álle dingen van ons leven. En dat komt uit in onze tijdsbesteding. Als het over Bijbelstudie en lezen gaat, kan het gemakkelijk in je opkomen: “het komt wel als ik ouder ben of als ik wat meer tijd heb.” Wij kennen de uitdrukking “van uitstel komt afstel” zeer goed. Zorg dat dit geen betrekking heeft op je geloofsleven. Onze Schepper en Maker vraagt dat wij onze tijd in Zijn dienst besteden. Wat zijn jouw prioriteiten in je tijdsbesteding?

God vraagt strijd

De Bijbel spreekt over geloven als een strijd en gebruikt daarvoor militaire termen. Efeziërs 6:10-20 spreekt van de geestelijke wapenrusting, die we moeten aantrekken. In 1 Timotheüs 6:12 lezen we over de goede strijd van het geloof die we moeten strijden. En in 1 Petrus 2:11 worden we gewaarschuwd tegen begeerten die strijd voeren tegen onze ziel. Dat vraagt om tegenactie! Nee, God laat in de Bijbel duidelijk zien: geloven gaat niet vanzelf. Het werd al voor ons gebeden toen we gedoopt werden: geef dat dit kind krachtig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk zal strijden en overwinnen. Als je geloofsbelijdenis aflegt, is het een verhoring van dat gebed. En dan word je als (jong)volwassen gelovige geroepen om ook zelf te strijden. We horen bij het leger van Christus. De oorlog is reeds door onze Here en Koning gewonnen. Maar zolang wij hier op aarde leven, blijft het een voortdurend strijden. Strijd vraagt tijd, concentratie en inzet. Dat kunnen we uit onszelf nooit opbrengen. We zouden vallen en niet meer opstaan. Maar in de kracht van de Heilige Geest kunnen we dapper de strijd aangaan. De Heilige Geest werkt door het Woord. Dat Woord moeten wij dus openen, ernaar luisteren en het overdenken. Voor dat luisteren en overdenken is ook rust nodig. De uitwerking daarvan moet zichtbaar zijn in ons eigen leven. We moeten ermee aan de slag. Met vallen, maar dan steeds weer met opstaan.

Strijd vraagt tijd

Een goede tijdsbesteding kost ook strijd. Het is gemakkelijk je over te geven aan tv, computerspelletjes of ander vermaak. We merken dat er veel op ons afkomt. Dit komt ook door de welvaart die wij hebben. We hebben alles en kunnen overal aan komen. Wanneer het een gewoonte is geworden onze tijd aan ‘ontspanning’ te besteden in plaats van aan Bijbelstudie, dan is het moeilijk om over te schakelen. P. Jongeling schreef het volgende in een artikel:

    “Maar het zou best kunnen dat de huidige tijd van weelde en gemak, vrijheid die omslaat in losbandigheid, van werkschuwheid en genotzucht, voor de kinderen van de kerk nog gevaarlijker is! Smyrna, waar Gods gemeente doodarm was, verdrukt werd en belasterd, bleef standhouden en was geestelijk rijk (Openb. 2:8-11) Maar het rijke en verrijkte Laodicea was in Gods ogen de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte gemeente! Het was koud nog heet, maar lauw, en de Geest dreigde: Ik zal u uit Mijn mond spuwen (3:14-22).”

(Toets uw tijd – P. Jongeling, pag. 74,75)
Er liggen in een wereld als vandaag veel gevaren op de loer. De duivel weet maar al te goed hoe hij ons kan bezighouden met van alles en nog wat. Laten we dus op onze hoede zijn en onze tijd niet te zeer verspillen aan onbelangrijke zaken. De oefening van de godsvrucht is immers van veel meer nu dan de oefening van het lichaam? De godsvrucht houdt een belofte in van leven én toekomst (1 Tim 4:8). Wij hebben onze hoop gevestigd op de levende God. Ja, hierom getroosten wij ons ons moeite en gróte inspanning. (vers 10) We hebben het druk!

Tijd voor de strijd

We dienen dus te strijden. Door ons geloof te versterken, kunnen we de brandende pijlen van de tegenstander weren. Dit doen we door te lezen en te studeren in de Bijbel, De Bazuin, boeken over kerkgeschiedenis en actuele kerkstrijd. Niet zo nu en dan, maar met regelmaat. We moeten kennis opdoen en blijven standhouden; zorgen dat we wapens hebben om de geestelijke strijd aan te gaan. Gods Woord is het zwaard (Ef. 6:17). Deze kennis heb je ook nodig in de kerk. Denk bijvoorbeeld aan taken die je nog zult krijgen. Misschien roept de Here je tot het ambt van ouderling of diaken. Dan heb je de taak om de gemeenteleden te bemoedigen, te vertroosten, te vermanen en te onderwijzen met het Woord van God. Dat kan niet zonder kennis van dat Woord en de belijdenis.
Nu moet je niet denken dat dit alles alleen maar inspanning kost en zwaar is. Wat is meer ontspannend dan na een avond Bijbelstudie weer diep doordrongen te zijn van onze rijkdom in Christus. Kun je niet veel beter slapen wanneer je een goed gesprek van hart tot hart hebt gevoerd, dan wanneer je de hele avond voor de tv hebt gehangen?

Tijd voor elkaar

Niet alleen zelfstudie is noodzakelijk. In de gemeenschap der heiligen mogen we deze kennis ook delen. Daarom is het van belang om hierover door te spreken binnen het gezin en met gemeenteleden; of met je vriend of vriendin, zodat je samen een goede basis kan vormen voor de toekomst.
Als leden van één lichaam moeten we ook naar elkaar omzien. Bezoeken wij elkaar en besteden wij hier ook tijd en aandacht aan? Psalm 133 geeft dit mooi weer. Hier staat: Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen. Er staat samenwonen, niet samenkomen. Hoe kunnen wij zondags samenkomen als wij verder niet naar elkaar omkijken? We hebben zelfs de plicht om onze gaven tot nut en heil van de andere leden van de gemeenschap der heiligen gewillig en met vreugde te gebruiken (HC 21, v&a 55). Geef je broeder of zuster de steun die hij of zij nodig heeft. Zoek hem of haar op, steek er tijd in.

De tijd is nabij

Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen. (Gal. 6:9)
De Bruiloft van het Lam nadert. Zijn wij daarop voorbereid? Het mag te merken zijn aan je tijdsbesteding. Denk de komende tijd eens na over je eigen tijdsbesteding. We hopen met een vervolgartikel dieper in te gaan op dit onderwerp, met name als het gaat om internetgebruik.
Waar maak jij je druk om?