Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Votum, groet en zegen

Jaargang: 
1
Datum: 
14 feb. 2007
Nummer: 
6
Schrijver: 
Anneke Heres
ID:
28

“Je bent een gezegend mens!” Krijg jij dat wel eens te horen? Als je weinig zorgen hebt misschien; als je nooit ziek bent, als het je goed gaat in je leven: je bent gezegend! Maar alleen dan? Vergeet het maar. Het zijn de mensen van de wereld die dat zeggen. Nee, je bent gezegend als je op God vertrouwt en voor Hem wilt leven. Als je naar de kerk gaat: dan wordt je en dan ben je gezegend!
Als de kerkdienst begint, worden we opgeroepen om onze harten te verheffen tot God. Eerst klinkt het votum: ‘onze hulp is in de naam van de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen.’ Daarna worden we gegroet: “Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Here Jezus Christus. Amen.” Soms is deze zegengroet iets anders. Je kunt het opzoeken in de ‘orden van dienst’, achter in het kerkboek. Aan het einde van de dienst krijgen we de zegen van de Here mee. Dit is vaak de zegen uit Numeri 6: 24-26: “De HERE zegene u en behoede u. De HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Amen” Wat betekent nu dit votum, deze groet en de zegen in de eredienst, in de Bijbel en wat doen we ermee in ons dagelijks leven?

De eredienst

We leven in het verbond met de Here. Het verbond dat Hij heeft opgericht met ons, zijn volk. Dit komt in het bijzonder in de zondagse erediensten tot uiting. De eredienst is als het ware een gesprek tussen de Here en zijn volk. Dat is niet zomaar gewoon. Het is mogelijk gemaakt door het verzoeningswerk van Jezus Christus. We komen zondags dan ook samen met de Here. De eredienst wordt gevuld met spreken en antwoorden, een heilig gesprek. Het is: ‘Spreek, HERE, uw gemeente hoort!’. Maar ook: ‘Hoor, HERE, uw gemeente spreekt!’.
De hele eredienst staat dus in het teken van de verbondsrelatie die de Here met zijn volk heeft. In die context zien we ook het votum, de groet en de zegen.

Votum

‘Onze hulp is in de naam van de HERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen.’
Hiermee begint de eredienst. Wat daarvóór komt, behoort niet tot de eigenlijke eredienst. ‘Votum’ betekent dan ook ‘wijdingswoord’. Het zegt van de eredienst dat ze begonnen is. Maar dat is niet het enige wat ervan te zeggen valt. Er zit een hele geschiedenis aan vast, van het zingen van een ‘intochtslied’ (die je nu nog vindt in de roomse mis) tot aan allerlei uitgebreide plechtigheden die de priester moet verrichten aan het begin van de eredienst. In 1574 stelde de Provinciale Synode van Dordrecht de formule voor het begin van de eredienst vast. Het zijn de woorden van Psalm 124:8. Door het votum worden onze harten op de Here gericht. We worden ons er hierdoor van bewust dat het alleen zijn genade en kracht is, waarop ons heil gegrond is, waardoor wij leven. Zo is het votum ook een belijdenis. Het stempelt de hele eredienst. Maar dat niet alleen: in ons hele leven moeten wij het van Hem en van zijn Naam hebben. We bestaan alleen door Hem. En daarom moet ook ons hele leven voor Hem zijn. Dat moeten we duidelijk zien, wanneer we het heilig gesprek met God beginnen.

Begroeting

Wat betekent nu eigenlijk een groet? Groeten zijn vaak formaliteiten. En de uitspraak ervan verslijt en verandert ook nog eens door de jaren heen. En bovendien: je kunt wel iemand oprecht een goedemorgen toewensen, maar hem die zegen niet werkelijk geven. Dat kon Paulus ook niet. Maar hij zegt in 1 Cor. 1:3: “genade zij u en vrede van God, onze Vader”. En God, onze Vader, wenst maar niet iets toe, maar Hij belooft en schenkt die genade en vrede ook werkelijk. Genade. In het Grieks charis: vreugde, blijdschap. Dat werd gebruikt als een formele groet. Maar bij Paulus is het woord echt verdiept tot genade, tot schuldvergeving. In zijn ambt spreekt hij de gemeente toe. Dat betekent niet dat hij een ‘magisch woord’ spreekt. Er is geloof nodig voor het ontvangen van de groet. Anders keert de groet terug tot degene die het uitgesproken heeft (Lucas 10:5,6). Deze groet is wat anders dan de zegen, die we aan het eind van de dienst krijgen. Als wij iemand groeten, doen we dat niet met gesloten ogen. En dat geldt ook met deze groet aan het begin van de dienst.
Zo begint de Here in de kerkdienst met te zeggen, dat Hij om Christus’ wil ons de zonden niet toerekent, dat het echt goed is tussen Hem en ons. En dat er, als gevolg van die genade, vrede is. Die vrede is niet alleen maar gemoedsrust of rust van oorlog, maar hierin belooft God ons zijn heil. Hij is de bron, waaruit het heil ons toestroomt, Hij is God en Vader: groot van macht en heerlijkheid, barmhartig in liefde en gunst. “En van de Here Jezus Christus”, vervolgt Paulus de groet, die wij zondags horen. Christus is met de Vader ook de Bron. De genade en vrede vloeien uit God ons toe door de Here Jezus Christus. Hij is de Middelaar tussen God en mensen. De kern van het evangelie aan het begin van de eredienst! Met ‘God’ wordt hier bedoeld de drie-enige God. In de zegengroet van Openbaring 1:4 en 5 komt dat nog duidelijker naar voren, omdat daar de Heilige Geest ook genoemd wordt als ‘de zeven geesten die voor zijn troon zijn’. Van deze drie-enige God komt genade en vrede. Zo wordt de bruidsgemeente van Christus meteen aan het begin van de eredienst al verzekerd van Gods vrede, die in de weg van genade tot haar komt. De gemeente mag dan in geloof haar ‘amen’ op deze groet zingen door middel van het eerste lied.

Zegen

Aan het einde van de eredienst krijgen we de zegen mee naar huis. De zegen wordt vaak ingeleid met de ‘wegzendingswoorden’: ‘Gaat heen in vrede’ of ‘verheft uw harten tot God, ontvangt de zegen des Heren en gaat heen in vrede’. In het oude testament werd het volk aan het eind van de samenkomst gezegend. Ook de meeste brieven uit het nieuwe testament eindigen met een zegen. Wij sluiten aan op zowel de oudtestamentische als op de nieuwtestamentische liturgie en gebruiken afwisselend de ‘priesterlijke zegen’ uit Numeri 6 en de ‘apostolische’ uit 2 Korintiërs 13:13.
De formule van de zegen heeft God dus niet overgelaten aan onze fantasie. Nee, Hij weet dat de ambtsdragers slechts knechten zijn. Door hun ambt krijgen ze de bevoegdheid en de volmacht om de gemeente van Christus te zegenen. Door God gestuurd: geen enkele reden om zich boven het volk te verheffen. En dat betekent des te meer dat God Zelf deze zegen aan zijn volk schenkt. Hij zegt dan ook in Numeri 6: 27:

    Zo zullen zij mijn naam op de Israëlieten leggen, en Ik zal hen zegenen .

De Here zélf zegent zijn volk. De dominee moet zijn handen weer laten zakken. Hij moet weer terugtreden achter de Here. De handen van de dominee mochten heenwijzen naar de hogepriesterlijke handen van de Here Jezus Christus, die Hij over zijn gemeente omhoog hief bij zijn hemelvaart. Terwijl Hij hen zegende, voer Hij van hen heen. Dat betekent voor ons, dat nu nog steeds de zegen vanuit de hemel op ons neerkomt. Zijn handen blijven eeuwig over ons uitgestrekt.
Bij het bidden sluiten we onze ogen. En soms wordt de zegen ook een zegenbede, omdat er een ouderling is, die voorgaat. Maar als we gezegend worden, moeten we ‘erbij’ zijn met al onze zintuigen. Want met die zegen gaan we weer naar huis, om daar met inzet van ‘geheel ons verstand en met al onze krachten’ de Here lief te hebben en Hem te dienen.

Ontvangen en ... doen!

De rijke zegen van de Here mogen we ontvangen over heel ons leven. Hiermee kunnen we verder in het leven van elke dag. De Here bewaart en behoedt ons! De Here is ons nabij en is genadig. Hij laat Zich vinden, elke dag! De Here ziet in liefde naar ons om. In Hem vinden we de werkelijke vrede, waarin wij mogen leven! We worden geheiligd in Christus, zodat we Gods volk mogen heten. Op zondag krijgen we deze zegen mee. Maar er is niet alleen op zondag de harmonie en de vrede met de Here in zijn huis; we krijgen het ook mee naar huis om er van maandag tot en met zaterdag uit te leven. Ons leven wordt gezegend.
Maar het houdt ook tegelijk een opdracht in. Want het gaat om het verbond dat God met ons heeft gesloten. En een verbond heeft altijd een belofte en een eis. De belofte is leven in Christus, dat zagen we net. De eis is, dat we op Hem moeten vertrouwen en ons leven aan Hem moeten geven. En zo dus ons hele leven als een levend dankoffer aan Hem geven (Rom. 12:1). Alles in dienst stellen tot onze Heiland. Hij is toch onze God, wij zijn eigendom van Hem! Ga dus met die zegen naar huis en leef eruit! Leef met de Here thuis, op school, op je werk, waar je ook bent en wat je ook doet. Dan mogen we ook de zegen van de HERE verwachten. Hij belooft het immers zelf in Psalm 29:11: De HERE zal zijn volk sterkte verlenen, de HERE zal zijn volk zegenen met vrede.’