Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het is volbracht

Jaargang: 
7
Datum: 
27 mrt. 2013
Nummer: 
16
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1166
Rubriek: 



Machtswoord

Heeft er ooit van een mens op aarde een machtiger woord geklonken om een heel nieuwe periode in de geschiedenis van de mensheid in te luiden, dan dit woord van onze Here Jezus Christus aan het kruis: Het is volbracht?

Driemaal in de Bijbel markeert een dergelijke machtsuitspraak een nieuw begin van Gods geschiedenis met de door Hem geschapen mensheid en schepping.

Driemaal lezen we bij zon nieuw begin: het is geschied, het is voltooid, het is volbracht.

De eerste keer staat dat woord geschreven bij de voltooiing van Gods schepping van de wereld. Aan het begin van Gods geschiedenis met de mensheid en Zijn schepping: het is voltooid, volbracht. Zo klonk het op de eerste sabbatdag van de Here God (Gen 2:1,2). Toen God het scheppingswerk dat Hij gemaakt had, de hemel en de aarde en al hun heer, voltooid had. Toen Hij dat alles zó in zes dagen uitgevoerd had, zoals het door Zijn Woord was gesproken. Toen Hij van dit alles had kunnen zeggen: het was zeer goed.

Sinds de zondeval heeft God Drie-enig vanaf de dag van de moederbelofte heengewerkt naar het moment, dat God de Zoon in mensengestalte zijn kruiswoord kon uitspreken: Het is volbracht. Als tweede moment in Gods geschiedenis met de mensheid en schepping.

Waarbij het fundament door Christus gelegd is voor het nieuwe verbond in Zijn bloed en het begin van Zijn herschepping. Alles overeenkomstig Gods Woord.

Maar dan is Christus nog bezig om het heilsplan van God Drie-enig te voltooien, door alles tot volheid te brengen. Hij werkt nu aan de voleinding ervan. Dan zal Hij eenmaal op de jongste dag als de verhoogde en verheerlijkte Koning op Zijn troon uitspreken ter voltooiing van de herschepping: Zie ik maak alle dingen nieuw. Om voor de derde keer dat machtswoord te laten volgen: Ze zijn geschied (Openb. 21:6).

Kruiswoord

Het kruis stond dus als het ware in het midden van de geschiedenis: tussen schepping en voltooiing van herschepping. Het is daarom wel opmerkelijk dat dit tweede machtswoord klonk uit de mond van een Middelaar op het moment dat Hij als mens de zwaarst denkbare last op aarde had gedragen. Want de Here Jezus sprak dit machtswoord uit als stervende. Vlak voordat Hij actief tot het sterven zou overgaan door Zijn hoofd te buigen en Zijn geest in handen van Zijn Vader te geven. Toen Hij zo Zijn levenswerk op aarde beëindigde, wilde, ja moest Hij dit nog zeggen: Het is volbracht.

Zijn uitgeputte lichaam ontving daartoe nog kracht als na die dikke helse duisternis van Godverlatenheid na het negende uur het licht van Vader weer doorbrak (Matt. 27:45). Dat was Gods antwoord op het ten einde toe dragen van drie uur samengebalde eeuwige toorn.

Drie uur waarin Jezus alle zondeschuld had betaald, de Zijnen tot het eind toe liefgehad (Joh. 13:1) en daarbij Zijn Vader niet losgelaten had (Matt. 27:46).

Door Zijn Zoon na die drie uur het licht weer te schenken liet God de Vader Hem als het ware merken: nu is het genoeg geweest, de strijd is gestreden, de overwinning is behaald, de gemeenschap is hersteld. En zo kon Jezus de zekerheid, de rust en de kracht vinden, om dit machtswoord aan het kruis uit te spreken. Ook lichamelijk had Hij op zijn verzoek Mij dorst! juist dáárvoor nog te drinken gekregen. Om dit woord, nu Hij wist dat alles volbracht was (Joh.19:28), luid en duidelijk uit te spreken, zodat heel de wereld dit woord mag kennen: Het is volbracht!

Door Jezus vervuld

Maar wát is dan precies volbracht? In het Grieks staat er maar één woord Volbracht. Afgemaakt. Uitgevoerd. Maar waarop slaat dit éne woord van de Here Jezus? En tot wie sprak Hij dit woord?

Volbracht betekent tegelijk ook vervuld. Want wat de Here Jezus steeds heeft gedaan, was niet anders dan de wil van Zijn hemelse Váder uitvoeren. Hij heeft nu volbracht wat in Gods raadsplan was opgenomen en wat daarvan in de Schrift was opgetekend. De Here zei hier niet: Ik heb het volbracht. Dat zit er ook wel in, maar met Het is volbracht, zei de Here toch meer. Het, Gods raad, is volbracht doordat de Schriften zijn vervuld.

Heel het leven en werk van Jezus had tot dan toe gestaan in het teken van die vervulling. Dat gold al voor zijn geboorte in de volheid (!) des tijds. Zelf had Hij ook steeds naar de Schriften verwezen die van Hèm spraken. Denk aan zijn verwijzingen naar het boek Jesaja. Daarbij was duidelijk dat Hij zijn opdracht moest volbrengen. Mozes en Elia spraken daar in deze zin met hem over (Luk. 9:31)

Steeds wordt duidelijk: de Here Jezus vervulde in alles de wil van Zijn Vader, en zo Gods heilspan. Alles in dat raadsplan lag vast, ook met betrekking tot het tijdstip van de uitvoering ervan. Toch moest Jezus dit ook als mens uitvoeren. Met al zijn menselijke emoties en gevoelens. Het beklemde Hem om alles te volbrengen:

Ik moet gedoopt worden met een doop en hoe beklemt het mij totdat het volbracht is (Luk. 12:50).

Toch gaat de Here verder op weg naar Zijn einddoel. De liefde tot Zijn Vader en de liefde tot de Zijnen drong Hem. Joh. 13:1:

Toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.

De Here Jezus was er vast van overtuigd dat alles wat in de Schrift stond, tot een einde zou komen, maar Hij Zelf vooral moest dit in Zijn leven bewerken. Het bewust volvoeren van Zijn taak was dus steeds het vervullen van de Schrift. Wanneer het avondmaal wordt ingesteld, zegt Hij tot Zijn discipelen, Luc. 22:37:

Want Ik zeg u dat dit woord dat geschreven is aan Mij tot vervulling moet gaan. En Hij is onder de misdadigers gerekend. Want, zegt de Here dan, Want wat over Mij is geschreven, komt tot een einde.

Zo lezen we over de gevangenneming in Getsemané in Joh. 18:4 en Matt. 26:55,56 dat Jezus alles wist wat over Hem zou komen, en Hij zich zo overgeeft tot Zijn veroordeling en dood aan het kruis.

Ook áán Hem geschied

Als de Here zegt Het is volbracht, dan heeft dat betrekking op alles wat Hij heeft uitgevoerd, maar ook op alles wat Hem door anderen is aangedaan. De omstandigheden, de mensen en hun handelen, alles is door God zo geleid dat de Here Zijn verlossingswerk ten einde toe volgens Zijn raad kon volbrengen. Ze zijn alle geschied. En Hij heeft zo alles volbracht. Zo gingen de Schriften in vervulling. Ook wat betreft het kruis als vloekhout.

Niet alleen de woorden van Jezus aan dat kruis maar ook de handelingen aan het kruis gebeurden overeenkomstig wat God in Zijn Woord heeft gesproken. Naar de profeten.

We zien de Here Jezus dus niet alleen als de Volbrenger, maar ook als Degene rond Wie de Schriften werden vervuld. Hij deed het volledig gehoorzaam aan Gods wil.

Degenen die Hem hebben verraden en veroordeeld deden het huns ondanks (Marc. 14:21).

Zo wilde God in en door Christus tot Zijn doel, tot Zijn einde komen. Ook daarop duidt het woord het is volbracht. Het werd volbracht door Jezus Christus, èn aan Hem.

Dat mag ons tot verwondering en aanbidding brengen tot onze God en Vader, die in alles heeft gewerkt naar de raad van Zijn wil (Ef. 1:11). Met vaste hand. Om zo Zijn welbehagen gestalte te geven. Hij laat zich door niets en niemand daarin ophouden. Ook niet in het tonen van Zijn daden van Zijn liefde voor de Zijnen.

Het moet ons vervolgens ook tot aanbidding brengen tot God de Zoon. Dat Hij voor ons altijd gehoorzaam is gebleven tot in de dood van het kruis en dat Hij zo de wil van God de Vader heeft uitgevoerd onder oneindig zware omstandigheden. Waardoor Hij ons zijn eeuwige liefde heeft getoond. Zodat er nu in Hem verlossing mag zijn in Zijn bloed; vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn genade (Ef. 1:7).

Het moet ons ten slotte ook tot grote eerbied en ontzag brengen voor de Heilige Schrift als het werk van de Heilige Geest. Waarin werkelijk alles staat tot ons behoud, juist omdat het in alles spreekt van Christus en Die gekruisigd.

Wàt is volbracht?

Het was Jezus spijze om te doen de wil van Zijn Vader (Joh. 4:34). En die heeft Hij gedaan. Hij was daarom de Enige die ook mocht zeggen: Het is volbracht.

Maar wàt had de Here Jezus dan volbracht? Van welke dingen kon Hij zeggen: ze zijn volbracht? Op die vragen gaat prof. dr. K. Schilder in in zijn boek Christus in Zijn lijden, deel III, Kok, 1952, pag. 385. We geven dat hier in eigen woorden weer.

Had Jezus als de Christus zijn werk in zijn vòlle omvang volbracht? Nee, dat nog niet, ook al was de basis daarvoor gelegd. Toch moest er nog veel volgen. Christus moest nog opstaan uit de doden en nog verheerlijkt worden. Hij moest al de Zijnen toch nog naar de eindbestemming brengen? Was er dan een einde gekomen aan Zijn vernedering? Toch nog ten dele, want sterven en begrafenis moesten nog volgen. Was de ergernis, de aanstoot voorbij? Nee, ook als verhoogde Christus zou Hij nog een aanstoot voor de mensen zijn.

Wàt was dan volbracht? Daarvan zeggen de kanttekeningen van de Statenvertaling: alles wat Hij om de verzoening van de mensen lijden moest.

Het was dus het lijden, het actieve lijden van de vernederde Christus ter wille van de verzoening van al de Zijnen. Aan dàt lijden, dat bewuste lichamelijke en geestelijke lijden, aan die pijn, aan het doorstaan van de helse smarten, aan dàt alles was nu een einde gekomen. Dat onnoemelijk zware lijden dat zijn zwaarste moment kende in het verlaten zijn door God de Vader, dat kende nu een einde. Dat was voorbij toen het licht weer doorbrak. Dat leed en die smart, was geleden, ja al op het moment dat de Here Jezus zei: Mij dorst. Toen wist Hij, staat in Joh. 19:28, dat alles reeds volbracht was. Dàt Hij de grond gelegd had voor de verzoening van de mensen, die God de Vader Hem al had gegeven en die God Hem nog zou geven.

De Here Jezus was als mens beklemd geweest om wat komen zou. Hij was dodelijk beangst geweest in de hof van Gethsemané, om wat Hij doen moest, met name om door God verlaten te worden. Maar nu had Hij alles gedaan in gehoorzaamheid aan Gods wil (Hebr. 5:8). Tot onze zaligheid. Nú mocht Hij dan ook zeggen: het is volbracht, dat zware lijden. Het is alles volvoerd in volstrekte gehoorzaamheid.

Tot wie spreekt Jezus?

Zo gaf Jezus met Zijn woord hier rekenschap aan Zijn Vader van Zijn levenswerk op aarde. Hij was naar de aarde gezonden door de Vader, om Gods welbehagen uit te voeren. Vrede op aarde, in de mensen welbehagen. Zo heeft Hij Zijn verzoeningswerk verricht als de grote Middelaar om vrede te bewerken tussen God en de mens door Hem verkoren.

En nu zegt Hij: Vader, het is klaar! De overgave, de ontlediging, het zware lijden, het dragen van uw toorn, het doorstaan van de eeuwige dood tot het einde toe. Dat alles is nu in principe voorbij. Vader, Ik ben er klaar mee. Ik ben aan U gehoorzaam geweest tot aan de dood, ja tot aan de dood van het vloekhout, het kruis (Fil. 2:8). Het is volbracht, zo spreekt Jezus tot Zijn Vader in de hemel.

Maar dat woord van onze Heiland klinkt ook als troost naar de Zijnen toe. Naar àl de Zijnen, daarvoor is het opgetekend in de Bijbel. Kinderen, het is nu de ure dat Mijn werk is afgerond. De grond is gelegd om jullie te redden uit de handen van satan. Om jullie recht te doen staan tegenover God de Vader. Om jullie te mogen verzoenen met God en met Hem vrede te ontvangen. Ik heb daartoe Mijn Vader vastgehouden in de afgrond van de hel. Maar Ik heb daarbij ook jullie vastgehouden. En niemand kan jullie uit Mijn handen rukken. Ik heb jullie liefgehad tot het einde. De overwinning kan Mij niet meer ontgaan. En ook jullie niet.

Het is volbracht, dat mag ten slotte dan ook rust voor de mens Jezus Zèlf betekenen. Ik ben als sterfelijk mens klaar. Ik mag nu van Mijn rust genieten. Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Rechtskracht

Heel het OT sprak van de nodige verzoening van de kinderen van God. Redding van Gods uitverkoren volk door de komende Messias. Al vanaf de moederbelofte. Die redding door verzoening werd toen nog afgebeeld door bloed van stieren en bokken. Want alleen verzoening kon de basis zijn voor het genadeverbond dat God had gesloten met Zijn volk Israël. Dat verbond rustte ook toen al op Gods genade in Christus. Maar het fundament van Christus bloed moest toen nog worden gelegd: er moest een nieuw verbond komen, een nieuwe bedeling, een nieuw testament. Niet langer gebaseerd op het te verwachten offer, maar dan gebaseerd op het gebrachte offer van Christus.

Dàt nieuwe verbond kon pas in werking treden als het was bekrachtigd. Als er rechtskracht aan was verleend, door het betaald zijn van de zondeschuld. Eerst moest voldaan zijn aan Gods recht en eis doordat aan de betaling van onze zonden was voldaan. Pas dan zou het oude verbond over kunnen gaan in het nieuwe. Dat moment kondigde Jezus al aan bij de instelling van het Heilig Avondmaal toen Hij tot Zijn discipelen zei aan de vooravond van zijn gevangenneming, Luc. 22:20:

Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.

Nu, dàt nieuwe verbond heeft Jezus vervolgens, door Zijn bloed aan het kruis, vastgemaakt door daaraan rechtskracht te verlenen. Hij had gezegd bij Zijn komst:

Zie, ik kom, in de boekrol is over mij geschreven; ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, Ps. 40:8,9.

Hebr. 10:9 zegt daarvan:

Hij heft zo het eerste op, (nl. het oude verbond met zijn bloed van dieren), om het tweede (het nieuwe verbond) te laten gelden.

Op het moment van Christus machtswoord aan het kruis is dus ook het fundament voor het nieuwe verbond in Zijn bloed gelegd. Voor eeuwig. Voor de rijkere gemeenschap tussen God en Zijn kinderen. Als nieuwe fase van het eeuwige verbond van God met Zijn kinderen.

Opdat Christus ook hun levens zou vernieuwen door vanaf Pinksteren met Zijn Geest Gods wet in hun harten te schrijven (Jer. 31:33, 34; Hebr. 10:16, vergelijk Ps. 40:9b). En hen eeuwig leven te schenken.

Het zesde kruiswoord markeert dus geen definitief eindpunt voor het totale werk van Christus.

Het was voor Hem een nieuw begin dat bij Pasen stralend zichtbaar werd.

De doorwerking

In Het is volbracht klinkt zekerheid. De zekerheid niet alleen van wat is bereikt, maar ook van wat mag volgen: de eindoverwinning en voltooiing. Na het uitspreken van dit woord moest Christus nog sterven en begraven worden en opstaan uit het graf. Maar de zékerheid daartoe had Christus toen al. Hij gaf direct Zijn geest in Vaders handen. En ook Zijn opstanding had Hij door Zijn lijden al verdiend! Ja, ook de Hemelvaart. En de levendmakende Geest had Hij verworven om die uit te mogen storten. Dat moest wel wachten tot Hij ten hemel zou varen, maar deze dingen zouden geschieden: ze waren er een direct gevolg van.

Het kruiswoord van onze Heiland is ook niet het laatste machtswoord in het heilsplan van God.

Zoals we al in het begin van het artikel schreven, is Christus verder gegaan met de afwikkeling van dat heilsplan. Hij was geworden tot het Lam dat geslacht is, maar juist zó mag Hij nu Gods boekrol van Gods heilsplan afwikkelen (Openb. 5:5). Zo werkt Hij nu aan de voleinding ervan. Als Koning op Zijn troon zal Hij straks op de jongste dag àlles tot volkomen vòlheid brengen.

Het is ons nu al geopenbaard, als getrouwe en waarachtige woorden dat dit zal geschieden (Openb. 21:5). Van alle dingen, die dan door Christus nieuw zijn gemaakt, zal Hij Zelf zeggen: ze zijn geschied. De herschepping is dan voltooid met een vernieuwde, verheerlijkte schepping. Dan zal ook het verbond tussen God en de Zijnen zijn heerlijke voltooiing krijgen, zoals de laatste woorden ons laten weten uit Openb. 21:5,6:

En Hij die op de troon gezeten is, zeide: Zie ik maak alle dingen nieuw.

En Hij zeide: Schrijf want deze woorden zijn getrouw en waarachtig

En Hij zeide: Zij zijn geschied. Ik ben de alpha en de ómega, het begin en het einde.

Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens om niet.

Wie overwint zal deze dingen beërven.

En Ik zal hem tot een God zijn en Hij zal mij een zoon zijn.

Wat een rijkdom om zo de komende dagen de dood en opstanding van onze Heiland te mogen gedenken.