Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Vluchten en vliegen

Jaargang: 
3
Datum: 
21 jan. 2009
Nummer: 
2
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
454


    13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had.
    14 En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd (Openbaring 12:13-14).

In de tekst van deze week hebben we een toepassing van die vreemde woorden van de apostel Paulus: als ik zwak ben dan ben ik machtig (1 Kor. 12: 10).
De vrouw is zwak, zij moet immers vluchten vanwege de dreiging van de draak. Toch is zij sterk: haar vluchten wordt vliegen. Zij krijgt vleugels,
de twee vleugels van de grote arend. Zij kiest ervoor de woestijn in te gaan. En waarom? Omdat dat de plaats is welke God heeft uitgezocht voor Zijn kerk, die Hij voor haar heeft bereid (vers 6). Daarom wordt het ook haarplaats genoemd. Want daar zal zij gevoed worden heel de tijd van Pinksteren tot de wederkomst van de Heere Jezus Christus, de tijd en de tijden en de halve tijd. Daar is het veilig buiten het gezicht van de slang (vers 14).
Onze plaats is dus in de woestijn. En daar moeten wij gewillig heen gaan. Want daar zijn wij veilig buiten het gezicht van de draak. En de HEERE heeft beloofd dat we daar gevoed zullen worden.
Wij moeten van de zonde wegvluchten. Maar dat vluchten is tegelijkertijd ook vliegen. Wij besluiten namelijk om onze rust op te geven en de luxe om door de wereld geaccepteerd te worden. Wij weten, ofschoon wij in de wereld zijn, dat wij toch niet tot deze wereld behoren. Wij weten dat het onmogelijk is een vriend van de wereld te zijn en tegelijkertijd een kind van God. Want wanneer wij de wereld leven liefhebben, is de liefde van de Vader niet in ons (1 Joh.2:15-17).
Wat is nu onze plaats in de wereld? Sommigen zijn van mening dat wij zoveel mogelijk ons aan de wereld moeten onttrekken en dat we alleen maar de wereld ingaan om ons levensonderhoud te verdienen, maar dat we daarna ons helemaal op onszelf moeten houden. Onthouding - dat is hun wachtwoord.
Weer anderen zijn van mening dat wij zoveel mogelijk moeten proberen vrienden te zijn met de mensen in de wereld teneinde hen voor Christus te winnen. Ze denken dat we moeten proberen de cultuur van de wereld te beïnvloeden en dat we ons vooral niet moeten terugtrekken van de wereld. Hun wachtwoord is: christelijke tegenwoordigheid.
Welke van deze twee moeten wij kiezen?
Het antwoord vinden wij in onze tekst: vluchten èn vliegen, beide samen. Wij weten dat de wereld aan de Heere Jezus Christus toebehoort en daarom ook aan ons. Maar wij weten tegelijk dat in onze tijd de plaats van de kerk is in de woestijn en dat zij veilig is zolang zij zich tevreden stelt met wat de woestijn aan haar wil geven.
Wij moeten ons herinneren dat Israël door de woestijn trok en dat zij daar van de HEERE elke dag opnieuw ontvingen wat ze nodig hadden. Niet minder, niet meer. Zij kregen manna uit de hemel, zij kregen het water dat ze nodig hadden. Elke dag moesten zij er voor zorgen dat niets van het voedsel van die dag bewaard werd tot de volgende dag. Elke dag moesten zij de HEERE vertrouwen dat Hij aan hen hun dagelijks brood zou geven, ook op de volgende dag. Hun kleren versleten niet en ook hun schoenen niet. Zij moesten leven van een minimum, maar hadden toch genoeg. Het was verkeerd dat zij naar de rijkdom van Egypte terug verlangden, het vlees en de vruchten en al het lekkers waarvan zij zich herinnerden dat zij ervan gesmuld hadden. Dan waren zij ondankbaar en wilden zij teruggaan naar Egypte.
Wat kunnen wij nu in ons leven verwachten? We moeten tevreden zijn wanneer wij het hoogst noodzakelijke onderhoud krijgen. Kunnen wij een echte christelijke krant krijgen? Kunnen wij de film en het theater gebruiken voor de HEERE? Hebben wij nog een stem in de volksvertegenwoordiging van ons land? En wat kunnen wij in dit opzicht in de toekomst verwachten? Kunnen wij overal maar naartoe gaan waar we werk kunnen vinden om daar te wonen? Terwijl er maar op zo weinige plaatsen in ons land een trouwe kerk is overgebleven!
Wij moeten ons realiseren dat we in een woestijn leven, want dat is onze plaats in een land dat steeds meer het Woord van God verlaat en waar de kerken steeds meer gedeformeerd worden. Wij zullen steeds meer geïsoleerd raken.
Maar dan moeten wij er ook aan denken dat de kerk niet alleen maar vlucht, maar dat ook vliegt naar de woestijn. Want daar, in de woestijn, is zij niet alleen. Zij is met haar God. Zij is veilig, buiten het bereik van de draak. En zolang zij blijft kiezen voor de woestijn mag zij verzekerd zijn van de bescherming van de Heere Jezus Christus, Die Zijn kerk bewaart.