Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Vertellen uit de Bijbel (2)

Jaargang: 
2
Datum: 
09 jan. 2008
Nummer: 
1
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
210

In het vorige artikel bespraken we twee belangrijke vertellijnen voor een bijbelverhaal. Bijbelse verhalen moeten theocratisch zijn, wijzen op Gods koningschap. En ze moeten christocentrisch zijn, duidelijk maken dat de Bijbelse geschiedenis gericht is op Christus. We vervolgen onze bespreking.

Heilshistorisch

Daarmee komen we eigenlijk vanzelf bij een derde belangrijke lijn, die heel veel met de vorige te maken heeft. De lijn van de heilshistorie. Eigenlijk hebben we hem al even aangeroerd in het vorige artikel. Maar het is goed de heilshistorische lijn apart aandacht te geven.
Als we spreken over heilshistorie of heilsgeschiedenis, dan bedoelen we, zoals al eerder gezegd, dat alle Bijbelverhalen te maken hebben met de komst en de wederkomst van Christus. Met de komst van het heil, het door God beloofde heil. Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren noemen we ook wel `de heilsfeiten`. Dat zijn dan de grote heilsfeiten. Waar we aparte feestdagen voor hebben.
Maar de heilshistorie vraagt aandacht voor het feit dat de hele Bijbel één grote geschiedenis van het komende heil is. We zouden een lange tijdlijn kunnen tekenen die begint met de Schepping en eindigt met de Jongste Dag. In het midden zou dan Goede Vrijdag of Pasen kunnen staan. En alle gebeurtenissen in de Bijbel kunnen op die lijn een plekje krijgen. Alle verhalen. Dan wordt meteen de betekenis van die verhalen duidelijk. In de Bijbelse verhalen gaat het niet om de mensen waarover verteld wordt. Als we vragen wat de betekenis van die verhalen is, dan gaat het er niet in de eerste plaats om of die ménsen vroom waren, of juist niet. Of ze goede voorbeelden voor ons zijn, of juist slechte. Nee, het gaat erom dat die mensen door de Here worden ingeschakeld in de voortgang van het heil.
Als we dat zien, dan krijgen we er ook oog voor dat die heilsgeschiedenis nog steeds aan de gang is. Dat de Here nog steeds met zijn kerk op weg is. En dat Hij ook de geschiedenis van de kerk, na Hemelvaart, leidt op de weg naar de volledige vervulling van het beloofde heil. Ja, het is nog veel sterker: ook ons leven heeft daar van de Here een plaats in gekregen.
De Here is bezig het getal vol te maken. En we mogen geloven dat Hij ons geroepen heeft om daar bij te horen. Een heilshistorische vertelling trekt zo de lijnen door naar vandaag.

Het verband met de zogenaamde heilshistorische prediking zal wel duidelijk zijn. Tientallen jaren lang leerden aanstaande predikanten van de Gereformeerde Kerken dat zij zo ook moesten preken. In tegenstelling tot exemplarisch of narratief. We hopen daar later nog iets over te zeggen.
In plaats van heilshistorie wordt ook wel gesproken over “openbaringsgeschiedenis”. Dat is ongeveer hetzelfde. Bedoeld wordt dan te laten zien hoe in heel de Bijbel God zijn heil aan de mensen openbaart, steeds voller en rijker.

Verbondsmatig

In de Bijbel is de Here op weg met zijn volk. Hij zelf heeft dat volk geroepen. En Hij zelf ook heeft bepaald hoe Hij met dat volk wil omgaan. In welke “relatie” Hij met dat volk staat. Dat is in het Verbond. De Here heeft met zijn volk een verbond gesloten. Een eeuwig verbond. Met twee kanten: belofte en eis. Hij belooft en Hij geeft ook zijn Geest om een begin van leven naar de eis mogelijk te maken. Hij gaf zijn eigen Zoon om het Verbond te vervullen.

    ” Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;
    Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
    Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
    Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.”(Genesis 17: 1-8).

De Here wil nog steeds in het Verbond met ons, met zijn volk, omgaan. De Here Christus heeft het Verbond vervuld maar ook vernieuwd. Wij mogen leven in het Verbond.
Bijbelse geschiedenis is dan ook Verbondsgeschiedenis. De bijbel is er zelf ook vol van. Een bijbelvertelling moet dan ook verbondsmatig zijn: aandacht geven aan de betekenis van het verbond in die vertelling. En daardoor ook leren aan de kinderen wat het betekent om ook vandaag verbondskind te zijn.

Antithetisch

Een vijfde en, wat ons betreft, laatste belangrijke vertellijn is die van de antithese. De strijd tussen slangenzaad en vrouwenzaad. De strijd tussen Gods volk aan de ene kant en de wereld en de afgevallen kerk aan de andere. Die strijd, zo weten we, is begonnen bij de zondeval. En die gaat door tot de Jongste Dag. In tal van Bijbelverhalen laat de Here ons zien hoe steeds weer de duivel gebruik maakt van zwakke mensen, van twijfel en ongeloof, van tegenstanders van God, om de komst van het heil tegen te houden. In de moordpartij van Herodes zien we de duivel aan het werk. Maar ook in de torenbouw van Babel. Maar we zien ook hoe de HERE met vaste hand de gang van Hemel en aarde leidt en zich niet láát tegenhouden. Christus heeft de satan en het slangenzaad overwonnen door zijn kruisdood en opstanding. Maar de duivel heeft nog mogelijkheden en gaat rond om ook vandaag de kinderen van de Here te verleiden.

    ”En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; en hij bleef staan op het zand der zee.”(Openbaring 12: 17, 18)

Inzicht in de antithese in de Bijbel helpt ons om vandaag te leven in het Verbond. Het bemoedigt en versterkt ons als we zien welke strijd aan de gang is. Het leert ons de menselijke geschiedenis te verbinden aan de heilsgeschiedenis. En het helpt ons om weerstand te bieden aan het werk van de duivel.
Het is dan ook nodig dat kinderen ook oog krijgen voor de antithese in de verhalen van de Bijbel.

Vijf aandachtspunten, vijf lijnen voor bijbelvertellingen. Zo’n verhaal moet zijn theocratisch, christocentrisch, heilshistorisch, verbondsmatig en antithetisch.
In een volgend artikel hopen we wat andere zaken rond het bijbelverhaal te bespreken.