Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Vertellen uit de Bijbel (1)

Jaargang: 
1
Datum: 
26 dec. 2007
Nummer: 
46
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
204

Regelmatig krijgen we vragen over vertellen uit de Bijbel en over het beoordelen van kinderbijbels. Ook de werkgroep Opvoeding en Onderwijs krijgt die vragen op haar tafel. In enkele artikelen proberen we daar iets over te zeggen. Eerst over vertellen uit de Bijbel in het algemeen. Die algemene gegevens kunnen ook helpen bij het selecteren van een kinderbijbel. In een laatste artikel willen we dan resterende informatie geven die specifiek van belang is voor een kinderbijbel. Ook willen we in de artikelen aandacht geven aan enkele vertel-technische zaken.

Leren

Vertellen uit de Bijbel is meer dan alleen maar de tekst van het Bijbelverhaal in eenvoudige taal laten horen. Vertellen uit de Bijbel heeft alles te maken met opvoeding. Met de christelijke opvoeding. Gelovige opvoeders willen natuurlijk dat hun kinderen de Bijbelse verhalen leren kennen. Dat is de basis. Maar het doel van bijbelvertellen moet breder zijn. We willen de kinderen naast kennis ook inzicht geven in het Woord van God. Wat betekent dit? Wat bedoelt de Here met de gebeurtenissen in dit verhaal?
In psalm 78 lezen we:

    ´Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen; wij willen vertellen aan het volgende geslacht des HEREN roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft.`(Psalm 78:3,4).

Daar gaat het om: de kinderen van de HERE zijn grote daden bekend maken. En dat houdt in dat we de kinderen dan ook leren om die verhalen te begrijpen. Dat is opvoeden. Niet alleen maar informatie geven maar de kinderen leren wat ze met die informatie moeten. Ze helpen die informatie een plaats te geven. Zodat ze steeds beter begrijpen wat het machtige werk van de Here is. Zodat zij geloofskennis krijgen en leren om de Here te loven en te dienen.
Dus: vertellen uit de Bijbel is meer dan alleen de tekst van het verhaal op een eenvoudige manier te presenteren. Het houdt ook in dat we aan de kinderen de verbanden in de Bijbel laten zien. En het verband met de kerk en met onszelf, in deze tijd.
Als je verbanden ziet, dan krijgen verhalen betekenis. En dan kunnen christelijke opvoeders er niet mee volstaan dat ze maar afwachten of kinderen die verbanden later zelf gaan ontdekken of onderzoeken. Dat zou zijn naar de geest van de tijd: dring vooral geen visies en overtuigingen op. Maar dat zou toch tekort doen aan het opvoeden in de Here. Opvoeden in de Here betekent leiden en sturen op de goede weg. Ook in de bijbelse vertellingen.

Bijbelse lijnen

De verbanden in de Bijbel, de grote lijnen die we de kinderen moeten leren, zijn heel gewoon af te leiden uit de Bijbel zelf. We hoeven ze niet zelf te verzinnen. In het verleden was dat één van de eerste zaken die toekomstige gereformeerde leerkrachten moesten leren: vertellen uit de Bijbel volgens de lijnen die de Bijbel zelf ons aanwijst. In het vervolg hopen we dat te laten zien. Daarbij moeten we natuurlijk wel bedenken dat het nogal wat uitmaakt voor welke leeftijd verteld wordt. Voor een kind van vier laat je de verbanden in de Bijbel anders zien dan aan een kind van twaalf jaar.
We bespreken de verschillende lijnen in willekeurige volgorde, we willen niet zeggen dat de ene belangrijker is dan de andere. Ze hangen ook nauw met elkaar samen, zoals heel Gods Woord zelf een eenheid is.

Theocratisch

De Bijbel is het Woord van God. Helemaal. En in de Bijbel openbaart God zichzelf. In heel de Bijbel staat de Here dan ook centraal. Hij schiep Hemel en aarde. Hij houdt ze in stand. Hij beloofde de Messias en liet alles heenwerken naar Kerst, Pasen en Hemelvaart. Hij maakt in zijn Woord het evangelie van de verlossing bekend. In het Nieuwe Testament laat Hij zien hoe Hij nu heenwerkt naar de Jongste. Alles het werk van God. Onze Here.
Dat is dan ook één van de eerste dingen die we moeten beseffen als we uit de Bijbel gaan vertellen. In het verhaal moet duidelijk worden dat het gaat om de Here. De Here die Koning is. De almachtige. Onze Vader in de Hemel. Aan de Here komt alle lof en dankbaarheid toe. Een bijbelverhaal vertellen waarbij de Here niet centraal staat is, menen we, onmogelijk. We kunnen best heel menselijk vertellen over Jozef in de put. Hoe gemeen de broers deden. Hoeveel verdriet Jozef had. En niet te vergeten vader Jakob. Daar kunnen we een spannend verhaal van maken. Maar als we de Here er uit weg laat, sterker nog, als de Here niet centraal komt te staan, zoals Hij daar met Jozef aan het werk is, dan doen we geen recht aan het verhaal. Dan maken we die gebeurtenissen los uit het werk van de Here. Dan ontvangt Hij ook van zijn vertellende en luisterende kinderen op dat moment niet de eer die Hem toekomt.

    `Juicht de HERE, gij ganse aarde, dient de HERE met vreugde, komt voor zijn aangezicht met gejubel.
    Erkent, dat de HERE God is, Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt.`

God in het middelpunt. Dat noemen we `theocratisch` (de HERE regeert) of `theocentrisch` vertellen.

Christocentrisch

In heel de Bijbelse geschiedenis na de zondeval zien we hoe de Here heenwerkt naar de komst van de Messias. In het Oude Testament naar de komst van onze Here Jezus Christus. In het Nieuwe Testament gaat het over het verlossingswerk van Christus en hoe de Here heenwerkt naar zijn wederkomst.
Dat is dan ook een tweede belangrijk aandachtspunt. Het begint meteen al in het verhaal van de zondeval.

    `En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.`(Genesis 3: 15).

De moederbelofte. De eerste van alle beloften waarin de komst van de Verlosser wordt beloofd. En de Here herhaalt en verrijkt die belofte steeds weer. Aan Abraham, aan Izak, aan Jakob, aan Juda, aan David, aan Zerubbabel. De profeten vertellen er van. En heel Gods weg met zijn volk is op de komst van Christus gericht.
Wanneer bijvoorbeeld Sauls koningschap verworpen wordt dan is dat omdat hij, als gezalfde van de HERE, niet het beeld laat zien van de Koning die komt. Maar juist het tegenbeeld. En niet zijn volk voorgaat op de weg van heiliging die de Here vraagt van dat volk waaruit de Messias geboren zal worden.
De HERE maakt zich een volk, om uit dat volk de Beloofde te doen komen. Alles wat met het volk Israël gebeurt heeft met de komst van Christus te maken, ja, is daar op gericht. Net zoals nu, na Hemelvaart, ook heel Gods regering erop is gericht om het getal van de uitverkorenen vol te maken en de grote Dag des HEREN te laten aanbreken.
Christocentrisch. Ook Christus moet centraal staan in een Bijbelverhaal.