Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Verliefd, verloofd, getrouwd!? (1)

Jaargang: 
5
Datum: 
17 aug. 2011
Nummer: 
29
Schrijver: 
Annie van der Linden
ID:
900

We beginnen vandaag met een nieuwe serie artikelen. Een serie artikelen die we de titel verliefd, verloofd, getrouwd!? hebben gegeven. We bespreken vragen en onderwerpen die juist in jouw levensfase belangrijk zijn. Wie ben je en wie is de ander? Maar ook onderwerpen als seksualiteit, homofilie, single zijn en trouwen komen aan de orde. We willen samen met jou kijken naar wat Gods Woord zegt over deze onderwerpen. Dat wil niet zeggen dat je een antwoord krijgt op al je vragen. Maar we hopen een basis te leggen. Een basiskennis over deze onderwerpen, gefundeerd op Gods Woord. Lees je mee?

Wie ben ik?

In dit eerste artikel gaan we kijken naar wie je bent. Velen van jullie kennen we niet persoonlijk. Misschien vraag je jezelf af hoe we dan met je kunnen kijken naar wie je bent. Door middel van een artikel nog wel. Toch gaat het lukken! Nee, je hoeft geen artikel te verwachten waarin jij alleen de hoofdrol speelt. We gaan uit van onze gemeenschappelijke basis. Want hoewel we allemaal verschillend zijn in uiterlijk en karakter, zijn we allemaal schepsel van dezelfde Maker. We zijn door Hem uitgekozen. Hij deed ons geboren worden in een gereformeerd gezin. We mochten van jongsaf aan al over Hem horen. We mogen allemaal weten dat we verlost zijn door het werk van onze Heiland. Hij die voor onze zonden stierf en door wie wij God nu onze Vader mogen noemen. Ja, we zijn allemaal Gods verbondskinderen en mogen lid zijn van Gods kerk. Vanuit Gods Woord kunnen we daarom kijken naar de vragen en onderwerpen van ons onderwerp. Voordat we dat gaan doen, moeten we wel eerst duidelijk krijgen wie je eigenlijk bent. Het belangrijkste hebben we al genoemd. Je bent Gods kind, parel in Zijn hand. Vanuit dat oogpunt gaan we verder kijken.

Veranderingen

    Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat nog kinderlijk was (1 Kor. 13: 11)

Dit beeld dat de apostel Paulus gebruikt, past goed bij de levensfase waarin jij je bevindt of misschien al wel voor het grootste gedeelte achter de rug hebt. Je bent de weg naar de volwassenheid ingeslagen. Het moment dat je deze weg bent ingeslagen, kun je waarschijnlijk niet aanwijzen. Het is heel geleidelijk gegaan. Je ontwikkelt je lichamelijk en geestelijk. De periode waarin deze ontwikkeling plaatsvindt, noemen we de puberteit. Het woord puberteit komt uit het Latijn en betekent manbaarheid. Manbaarheid, dat wil zeggen dat je lichaam volwassen gaat worden. De jongen wordt man, het meisje wordt vrouw. Dat gebeurt niet in één dag tijd. Nee, daar gaan vele jaren van groei overheen. De puberteit is een periode waarin je geen kind meer bent, maar ook nog niet volwassen. Dat kan verwarrend voor je zijn. Je gevoelens en emoties buitelen soms over elkaar heen. Je bent daarin niet de enige. Iedereen moet door deze periode heen. Dat klinkt negatief. Alsof je even door een zure appel moet bijten en daarna van alle moeiten af bent. Maar zo is het niet. De puberteit is een periode waarin je je ontwikkelt, waarin je jezelf leert kennen. De puberteit is een periode van groei. Groei, in de goede zin van het woord, dat is juist iets heel moois. Die groei gebruikt Paulus als voorbeeld in de brief aan de gemeente van Korinte.

Groei

We noemen hier twee soorten groei. Lichamelijke groei en geestelijke groei. Lichamelijke groei kunnen we vaak duidelijk zien.Maar we kennen ook geestelijke groei. Je gaat zelf leren nadenken over dingen die je als kind gewoon vond. Je krijgt een andere kijk op de dingen om je heen. Je gaat nadenken over de bedoeling van dingen en wilt weten waarom dingen zijn zoals ze zijn. Je gaat nadenken over je geloof en de kerk. Ook over jezelf ga je meer nadenken. Je gaat nadenken over wie je bent en wie je wilt zijn. Dan kan het zijn dat je jezelf gaat afvragen hoe anderen over je denken. Je gaat jezelf vergelijken met de ander. Dat kan gevoelens van jaloezie en onzekerheid met zich meebrengen. Het kan zomaar zijn dat je niet tevreden bent met jezelf. Niet tevreden met jezelf, kan en mag dat? God heeft je geschapen. Je bent Zijn werk. Je kreeg je eigen gaven en talenten. Je bent uniek en bijzonder.
Niet tevreden zijn, dat betekent dus ontevredenheid over het werk van je Goddelijke Maker. Het is wel belangrijk om dat in de juiste verhouding te zien. Je mag nooit je eigen slechte gewoontes afschermen met de woorden: God heeft mij nu eenmaal zo gemaakt.
In de puberteit krijg je ook meer verantwoordelijkheid. Waar eerst je ouders een keuze voor je maakten, ga je nu zelf kiezen tussen ‘goed en fout’. Zelf kiezen voor het goede, dat kunnen we allemaal niet. Het gebed moet dan ook een belangrijk plaats innemen in je leven.
Het is belangrijk dat je zelf leert bidden. Het gebed is het voornaamste in de dankbaarheid die God van ons vraagt. God wil zijn genade en Geest alleen geven aan hen die Hem daarvoor zonder ophouden bidden en danken.
Toenemende verantwoordelijkheid, dat is ook verantwoordelijkheid voor het toenemen van de liefde tot God door de kracht van de Heilige Geest. Dat betekent zelf Bijbellezen, zonder mopperen naar de vereniging of catechisatie gaan. Zelf studeren in Gods Woord en vragen om inzicht in zijn Woord. Toenemende liefde tot God gaat gepaart met toenemende liefde tot de naaste. Meer verantwoordelijkheid betekent daarom ook meer verantwoordelijkheid voor je broeders en zusters, voor je naasten. De samenvatting van de tien geboden leert het ons. Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.Dat is de volgorde die God ons leert. Eerst God, dan jezelf en dan je naaste. Hoe kun je immers een ander liefhebben als je niet van jezelf houdt? Houden van jezelf. Niet door zelfverheerlijking maar op een goede, gezonde manier. Door tevreden te zijn met je lichaam, je gaven, je talenten. Zo kun je jezelf door de kracht van de Heilige Geest inzetten voor God en voor je naaste.

Zelfstandig worden

Er valt heel veel te zeggen over zelfstandig worden. Voor nu willen we ons beperken tot drie punten. Zelfstandig worden, een werkwoord:Het werkwoord zelfstandig worden gaat hand in hand met het werkwoord leren. Dat begint eigenlijk al vanaf je geboorte. Je leert zelfstandig lopen. Je leert lezen, je leert om je beroep uit te oefenen. Je leert dingen zelf te doen. Dit proces stopt niet maar duurt je hele leven lang. Toch is zelfstandigheid ook iets wat je bereiken kunt. Je leert om op eigen benen te staan, jezelf te onderhouden enzovoort. Je leert jezelf kennen. Je bent een eigen persoon met een eigen karakter, eigen wensen en een eigen wil. Daar schuilt ook een gevaar in. Je zou kunnen gaan denken dat de wereld om jou draait. Ken daarom altijd je plaats. Je bent boven alles schepsel en kind van God. Het draait niet om jou. Alles draait om Gods eer!
Zelfstandigheid en je ouders:In de puberteit verandert ook de relatie met je ouders. Je krijgt een eigen mening en daardoor kan het weleens botsen met je ouders. Zelfstandig worden en jezelf ontwikkelen is niet verkeerd. Sterker nog, het is een opdracht voor je leven. De manier waarop je daarmee omgaat, is een tweede punt. Ook in de puberteit blijft het vijfde gebod gelden. Eer je vader en je moeder. Dat wil niet zeggen dat de meningen nooit eens mogen botsen. Maar wel dat je altijd blijft beseffen dat je ouders een taak van God hebben gekregen. Een taak om jou op te voeden naar Gods wil. Een verantwoordelijke taak. Een taak die zij graag goed willen volbrengen. Dan kan het zo zijn dat zij er moeite mee hebben om je los te laten op bepaalde punten. Of dat zij het moeilijk vinden om te accepteren dat je een eigen mening krijgt. Daarmee zul je dan geduld moeten hebben. Je zult gehoorzaam moeten zijn en de leiding van je ouders moeten blijven aanvaarden als van God gegeven. God wil je door hun hand regeren.
Zelfstandig geloven:We hebben al eerder geconstateerd dat de puberteit gepaard gaat met groei. Groei gaat op zijn beurt gepaard met vragen. Zo ook op het terrein van de kerk en het geloof. Je kunt vragen hebben over de geschiedenis van de kerk, bijvoorbeeld de vrijmaking. Of over de gang van zaken in de kerk. Waarom gaat alles er in de eredienst aan toe zoals het gaat? Vaak zijn het vragen waarop je ouders of de ambtsdrager een goed antwoord hebben. Door zo te vragen en te leren, maak je je het geloof en de leer van de kerk eigen. Je leert om een levend lid te zijn van de kerk. Door actief bezig te zijn met Bijbelstudie en door de vereniging te bezoeken. Door om te zien naar je broeders en zusters. Zo ga je groeien in je geloof. Niet uit eigen kracht, maar door de kracht van de Heilige Geest.

Op zoek naar jezelf

Wie ben ik? Dat is de vraag die boven dit artikel staat. Een vraag die vaak niet makkelijk te beantwoorden is. Ook niet door vele oudere broeders en zusters. We hebben al gezien dat de puberteit een tijd is waarin je op zoek gaat naar jezelf. Een tijd waarin je een eigen mening krijgt. Om te ontdekken wie je bent, is de puberteit vaak ook een tijd waarin je grenzen opzoekt. Vrienden gaan een belangrijkere rol spelen in je leven. Je wilt ergens bij horen. Je komt dan tot de ontdekking dat elke opvoeding anders is. Dat er veel meningen zijn over wat wel mag en wat niet mag. Verschillen tussen christenen van verschillende kerkgenootschappen, maar ook verschillen tussen de christenen van je eigen gemeente. Daarin ga jij op zoek naar je grenzen. Soms alleen, maar nog vaker met vrienden. Experimenteren op het gebied van kledingstijl en muziek maar ook vaak op het gebied van alcohol en roken. Bij alles komt de vraag naar boven: tot hoever kun je gaan? Het sleutelwoord bij het antwoord op deze vraag is: trouw! Grenzen zoeken en op zoek gaan naar jezelf, het hoort er allemaal bij. Maar blijf trouw. Trouw aan je vrienden, wees een echte vriend. Trouw aan jezelf, durf jezelf te zijn. Je bent Gods schepsel, uniek en bijzonder. Besef daarbij dat je zondig bent. De oude mens moet afgelegd worden en de nieuwe mens moet steeds meer naar voren komen. Dus het is bovenal nodig om trouw te blijven aan Gods Woord. Zijn geboden zijn het richtsnoer van je leven. Een lamp voor je voet en een licht op je pad.

Ik ben christen

We komen terug bij onze hoofdvraag. Nee, daar heb je geen volledig antwoord op gekregen. We kunnen je niet vertellen wie je bent . Daar kom je zelf achter in de levensfase waarin je nu zit. Gedeeltelijk, dat wel. Want de geestelijke groei duurt heel je leven. Nogmaals de vraag: wie ben ik? Je mag boven alles weten: ik ben kind van God. Ik ben verlost door het offer van Jezus Christus. Met mijn gaven en talenten mag ik mij door de kracht van de Heilige Geest dienstbaar stellen in de gemeente, voor mijn vrienden en familie. Want God, mijn en jouw Schepper, heeft recht op ons hele leven. Daarom zullen we gewillig Zijn wil moeten doen op weg naar het hemelse Jeruzalem. Zingend met de woorden van psalm 19:

    Zijn woord, dat ons verlicht en onze voeten richt, geleidt ons vast en veilig.

Als je gelovig leven wilt, zal God zijn werk in jou voortzetten tot de jongste dag. Kom spoedig Here Jezus, ja kom spoedig!