Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

*Verklaring*

Jaargang: 
11
Datum: 
06 sep. 2017
Nummer: 
17
Schrijver: 
J.G. Sikkens-Hoving
ID:
1774

 

In De Bazuin nummer 8 van dit jaar stond een artikel van mijn hand over 'De praktijk op de reformatorische school'. Het doel van dit artikel was om, na een reeks Persschouwen, een praktische uitwerking te geven van hoe een ander verbondsdenken concreet gestalte krijgt in Bijbelonderwijs.

Eerdere artikelen over reformatorisch onderwijs gingen gepaard met het noemen van positieve kanten van reformatorisch onderwijs. In het genoemde artikel heb ik dit niet gedaan. Die positieve kanten zijn er echter wel. Ik denk daarbij aan de getoonde eerbied voor de Heere, het gezag dat de Bijbel op school heeft, de levensheiliging en de gezagsverhoudingen.

 

Terecht wordt naar aanleiding van het artikel opgemerkt dat er geen 'dé reformatorische school' bestaat. Nuances en accenten kunnen per school en per leerkracht verschillen. Deze nuance is in het artikel te weinig naar voren gekomen. In het artikel schrijf ik de zin: Voor kinderen in de klas is er geen zekerheid over de vastheid van Gods beloften. Wij geloven dat onze kinderen, kinderen van God zijn. Op de reformatorische school is dit niet het algemeen gedeelde gedachtegoed. Toch verschilt de benadering van de kinderen binnen de brede reformatorische gezindte. Op de ene school wordt bijvoorbeeld gezegd dat er voor elk kind wel de mógelijkheid is om kind van God te worden. Als zij de Heere blijven vragen, zal er érgens in hun leven een moment komen dat zij kind van God worden. Op een andere reformatorische school kan worden geleerd dat Gods beloften niet aan alle gedoopte kinderen gegeven zijn. Zij zijn alleen gegeven aan hen die uitverkoren zijn. De kinderen worden dan wel aangespoord om te bidden om een nieuw hart, zodat ze Gods kind mogen worden. Maar of je gebed dan ook verhoord wordt is onzeker. Zo verschillen reformatorische scholen onderling en is sprake van nuance- en accentverschillen die voortkomen uit een verschillende 'ligging'.

De voorbeelden uit het artikel in nummer 8 passen bij beide benaderingen.