Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Verhoudingen binnen het gezin (1)

Jaargang: 
9
Datum: 
20 mei. 2015
Nummer: 
17
Schrijver: 
A.K. de Marie-Hulzebosch
ID:
1514


In voorgaande artikelen hebben we behandeld dat het huwelijk een instelling van God is. We hebben ook gezien hoe in de loop van de geschiedenis tegen huwelijk en gezin werd aangekeken. Gevaren nagegaan die het gezin bedreigen. In de volgende twee artikelen zullen we stilstaan bij de verhoudingen in het gezin.Hoe behoren gezinsleden met elkaar om te gaan. Hoe moet de verhouding van de man zijn ten opzichte van zijn vrouw. En ook, wanneer er kinderen zijn, hoe is de verhouding van de ouders naar de kinderen en omgekeerd. Tot slot zullen we nog stilstaan bij de verhouding tussen de kinderen onderling.

Misschien denkt u: wat voor nieuws valt hier nog over te schrijven. We weten toch wat God van ons vraagt. Inderdaad, we weten het wel, maar de invloed van de hedendaagse opvattingen is groot, mee onder invloed van de moderne media. Ook al willen wij Gods Woord als uitgangspunt nemen, onze gezinnen worden evengoed geïnfecteerd met het gedachtegoed van de postmoderne, mondige mens.

Het huwelijk komt onder druk van het utiliteitsdenken (als het niet meer werkt, moet het maar ontbonden worden). En ook van de vernieuwde kijk op de rolverdeling van man en vrouw.

Wat de verhouding van de ouders tot de kinderen betreft: te lang is de opvoeding bepaald geweest door het woord `gezag´. Dat moet anders, de opvoeding moet niet langer autocratisch maar democratisch zijn. Meer ruimte voor inspraak van de kinderen.

Verhoudingen in het huwelijk

In de eerste hoofdstukken van de Bijbel lezen we van de schepping van de mens en de instelling van het huwelijk. Gen. 1:27:

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Er is verschil tussen man en vrouw, op geestelijk en op lichamelijk gebied. Maar in het beeld van God zijn beiden gelijk. Beeld van God zijn, dat betekent God je Schepper recht kennen en Hem liefhebben en je hele leven op Hem willen richten. In het geestelijke leven, maar ook in het lichamelijke. Samen mogen man en vrouw als een twee-eenheid werken aan dit doel.

God had Adam geschapen en al gauw kwam bij hem een gevoel van incompleet zijn. Hij vond geen hulp die bij hem paste, Gen. 2:20b.

In het huwelijksformulier wordt het eerste doel van het huwelijk als volgt omschreven:

dat de één de ander trouw zal helpen en bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijk en eeuwige leven behoren.

In deze omschrijving worden man en vrouw aan elkaar tot hulp gegeven voor en in het leven.

In 1 Kor. 10:8 en 9 schrijft Paulus nog iets meer over de schepping van man en vrouw.

Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man geschapen. Ook is de man niet om de vrouw, maar de vrouw om de man geschapen.

Hiermee wil Paulus aangeven dat de man het hoofd is van het huwelijk. Alle moderne opvattingen over gelijkheid van man en vrouw, en wat sluiten die goed aan bij ons zondige hart, gaan voorbij aan deze scheppingsorde van God. Bij de instelling van het huwelijk heeft God deze gezagverhouding gegeven, namelijk de man het hoofd en de vrouw onderdanig aan haar man. Door de zonde is deze gezagsverhouding vaak ontkend en misbruikt. Daarvan kennen we genoeg voorbeelden uit de geschiedenis. Vrouwen die eigen baas willen zijn en mannen die als tirannen heersen.

Paulus waarschuwt daartegen in Kol. 3:18 en 19:

Gij vrouwen, weest uw mannen onderdanig, gelijk het betaamt in de Here. Gij mannen, hebt uw vrouwen lief en wordt niet verbitterd tegen haar.

Het gezag dat de man heeft, zal hij in liefde moeten uitoefenen. Dan kan er nooit sprake zijn van wellust of slaafse onderdanigheid, maar zal de man zijn vrouw eren. Dienen en verzorgen zijn de sleutelwoorden bij dit gezag. Zoals Christus zijn gemeente leidt en verzorgt, zo zal de omgang van de man met zijn vrouw moeten zijn. De vrouw zal haar man dan ook in alles tot hulp willen zijn.

Voor het tijdelijke en eeuwige leven

Man en vrouw moeten elkaar helpen, in dit aardse leven. De man moet thuis een meelevende vrouw vinden. Die belangstelling heeft voor zijn werk en hem daarin steunt. Maar de man moet ook oog hebben voor de gewone dingen van het dagelijkse leven van zijn gezin. Hij zal zijn vrouw tot steun moeten zijn, zeker als het gaat om het besturen van zijn gezin. Als er kinderen zijn, komt een groot gedeelte van de opvoeding voor rekening van de vrouw, maar de man draagt ook hier de verantwoordelijkheid als het hoofd.

Wederzijdse hulp moet er ook zijn voor de dingen die tot het eeuwige leven behoren. Man en vrouw moeten één zijn in het geloof. Waar fundamentele eenheid ontbreekt, kan men elkaar niet steunen of terechtwijzen met het meest essentiële van het leven. Daar ligt het gevaar van vervreemding en miscommunicatie op de loer. Paulus waarschuwt daartegen in 2 Kor. 6:14:

vormt geen ongelijk span met een ongelovige.

Hoe kunnen man en vrouw elkaar geestelijk bijstaan? Allereerst door samen tijd te maken voor de zogenaamde huisgodsdienst. Laten we ervoor waken dat het bestuderen van Gods woord en het gezamenlijke gebedsleven een sluitstuk zijn van al onze bezigheden. Zij moeten juist een wezenlijk onderdeel zijn van onze dagindeling. Samen en ook met de kinderen, als God die geeft, tijd maken om de Here aan te roepen in gebed. Hem te eren en prijzen door samen psalmen en andere lofliederen te zingen. De man heeft als het hoofd van het gezin bij de huisgodsdienst een profetische en priesterlijke taak.

Het is goed om oog te hebben voor elkaars geloofsleven. Elkaar op te wekken om de dienst aan de Here niet te laten verslappen. Elkaar stimuleren om naar vereniging te gaan en actief deel te nemen aan het gemeenteleven.

Wat kan de band tussen man en vrouw een diepe inhoud krijgen wanneer zij samen open spreken over de persoonlijke band met God.

Samen in gebed naar de Here gaan en vergeving vragen voor de zonde die gedaan zijn tegenover Hem, maar ook tegenover elkaar. En samen belijden dat we in alles onze hulp van Hem verwachten.