Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Verhoring

Jaargang: 
11
Datum: 
19 apr. 2017
Nummer: 
8
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1729


1 Joh. 5:14,15:

14 En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil.15 En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.

Vrijmoedigheid in het gebed

Als je ervan verzekerd bent het eeuwige leven te mogen ontvangen, geeft dat veel rust in je leven. Met name heeft het een heel positieve uitwerking op je gebedsleven.

Johannes spreekt in dit verband over 'vrijmoedigheid' in het toegaan tot God.

Al eerder in 2:28 sprak Johannes van vrijmoedigheid bij de verwachting van de wederkomst van Christus. Deze vrijmoedigheid is er door de gemeenschap met Christus. We hebben dan geen angst. In 3:21 betrok hij de vrijmoedigheid op het gebed. De vrijmoedigheid is er dan als we ons bekeerd hebben tot God, door onze zonden te belijden, te breken met de wereld en te strijden tegen verkeerde begeerten. Dan ontvangen we 'wat wij ook maar bidden' (3:22).

Johannes komt in vers 14 op de laatste tekst terug. Hij voegt er nu aan toe 'telkens als wij iets bidden naar Zijn wil'. Elk gebed vraagt geloofsvertrouwen in de Heere (Jak. 1:6). Daar hangt vrijmoedigheid mee samen. Door het geloof mag er het vertrouwen zijn dat Christus de toegang tot God de Vader heeft ontsloten, dat je zonden vergeven zijn en dat God als Vader voor je zorgt en het goede wil, kan en zal geven. Het geloof in Christus als de Zoon van God is voor zo'n gebed een absolute voorwaarde.

Maar is dat geloof er, dan mag je ook in vrijmoedigheid alles aan Vader durven vragen.

Je mag erop vertrouwen dat de Heere je gebed zal verhoren. Je mag voor Hem je hart uitstorten, je noden bekend maken onder smeking en met dankzegging.

Paulus zegt in Fil. 4:6:

Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God.

Ook de Heere Jezus heeft de vrijmoedigheid voor onze gebeden ook meermalen aan zijn discipelen laten weten, juist als gebeden die in Zijn Naam worden opgezonden, Joh. 14:13,14:

En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

In Joh. 15:7 verbindt de Heere de verhoring van het gebed aan de gehoorzaamheid aan Zijn woorden:

Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u tebn deel vallen.

En in Joh. 16:23b klinkt nogmaals ter vertroosting en met grote nadruk:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.

Naar Gods wil

Toch kent ons gebed grenzen. Deze worden gevormd door de wil van God. Eigenlijk moeten we het anders zeggen: Gods wil vormt niet zozeer de grens, maar positief de richting en norm voor ons gebed. De voorwaarde voor een gebed dat aangenaam is voor de Heere, is dat het in overeenstemming is met Zijn wil. Gods verborgen wil hangt samen met de vervulling van al Zijn beloften. God wil dat we daarom ook zo leven dat we Zijn beloften aannemen. Dat kan alleen in de weg van geloof. Dan mogen we daarbij pleiten op al Zijn beloften. Het gebed van een rechtvaardige vermag dan veel (Jak. 5:16)! Daarnaast zullen we ook gehoorzaam zijn aan Gods geopenbaarde wil, Zijn geboden, in geloof.

Onze gebeden kunnen belemmerd worden als ons leven in contrast staat met wat we behoren te bidden, en we Gods wil tegen blijven staan, 1 Petr. 3:7. Wanneer het bij ons ontbreekt aan de liefde tot onze vrouw, man, broeder of zuster, dan zullen onze gebeden niet verhoord worden.

Johannes benadrukt in heel zijn brief bij Gods geopen-baarde wil de liefde tot God, Gods Zoon en onze broeders en zusters. Als we zó bidden vanuit die liefde, dan verhoort de Heere alles.

Daarnaast moet opgemerkt worden, dat wij toch vaak niet zo bidden, als het behoort te zijn naar Gods wil. Zelfs als we dat wel zouden willen. Rom. 8:26,27 leert ons dat in dat geval de Heilige Geest ons te hulp komt, juist ook omdat Hij de wil van God kent.

Het gevraagde ontvangen

Over de gebeden die naar Gods wil zijn en door God verhoord worden, zegt Johannes in vers 15 nog meer. Als God verhoort, zal Hij zeker geven wat we vragen! We ontvangen dan wat we hebben gebeden. Ja, dat weten we zelfs. Dat is een zekere uitspraak!

De verhoring kan wel betekenen dat we erop moeten wachten, misschien wel lang. Ook kan de verhoring op andere wijze worden vervuld als wij ons voorstellen. Maar dat de Heere ons gebed dat naar Zijn wil wordt gebeden, verhoort en dus beantwoordt, dat staat vast!

Daarom zeggen we ook na ons gebed Amen: Het is waar en zeker. De Heidelbergse catechismus legt dit zo uit:

Want God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel, dat ik dit van Hem begeer.

Dit kan alleen gezegd worden van gebeden die naar Gods wil zijn. Wat is het dan belangrijk om ons daarop te richten! Leven en bidden naar Gods wil geeft ons alle vrijmoedigheid en zekerheid!