Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Veranderen: aanpassen of terugkeren?

Jaargang: 
10
Datum: 
06 apr. 2016
Nummer: 
12
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1613
Rubriek: 



Een nieuw boek

Onder de titel Zie hoe alles hier verandert. Het verloop van de gereformeerden verscheen onlangs een nieuw boek van prof.dr. G. Dekker, emeritus godsdienstsocioloog aan de VU (Kok, Utrecht, 2016). Hierin beschrijft hij hoe gereformeerde en reformatorische kerken in de laatste jaren zijn veranderd. Op de flaptekst staat: `Is er een toekomst voor de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlands-Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken? Deze kerken hebben zich lang tegen alle ontwikkelingen in de cultuur verzet, maar op dit moment is het geloofsleven van de gereformeerden in de orthodoxe en bevindelijke groeperingen grondig aan het veranderen.´

Wij hebben in De Bazuin al eerder uitgebreid aandacht gegeven aan Dekkers boek dat speciaal over de GKv ging, getiteld De doorgaande revolutie (zie jg. 7 nrs. 12-18, Van gereformeerde naar verwereldlijkte kerken 1-7). In dat boek heeft Dekker met veel gedocumenteerde voorbeelden aangetoond hoezeer de GKv zich heeft aangepast aan de wereld, het denken en de stijl van de mens van deze tijd.

In het nieuwe boek wil Dekker nog dieper ingaan op de veranderingen. Daarin betrekt hij zijn beschouwingen op de hele linie van wat hij noemt `de gereformeerde wereld´ van `orthodox-gereformeerden´ en `bevindelijk gereformeerden´.

Dekker dient zichzelf aan als iemand die vanwege zijn wetenschappelijke achtergrond de zaken op een afstand kan beoordelen. Uit zijn boek `de doorgaande revolutie´ weten we al dat hij dan beslist niet negatief staat tegenover de door hem gesignaleerde veranderingen! Dekker bleek helaas de Schrift niet te gebruiken voor een juiste oordeelvorming. Hij bekijkt het instemmend vanuit een sociologische beoordeling.

Toch getuigde zijn eerdere boek wel van een scherpe analyse van de ontwikkelingen binnen de GKv en de onderliggende oorzaken.

Dat alleen al maakt het de moeite waard om ook te zien wat Dekker in zijn nieuwe boek aan veranderingen opsomt, welke oorzaken hij hiervoor aanwijst, en welke beoordeling hij hierover geeft. Wij staan immers aan veel van dezelfde invloeden bloot, die hebben geleid tot de veranderingen die zich in de genoemde kerken hebben afgespeeld en nog afspelen. We zullen zijn bevindingen nu kort aangeven.

Welke veranderingen?

Na twee inleidende hoofdstukken volgt een relaas over de ontwikkelingen binnen de Geref. Kerken synodaal na de Tweede Wereldoorlog. Eerst over het progressieve blad Voorlopig, dat in 1969 voor het eerst verscheen, en volgens Dekker een voortrekkersrol heeft gespeeld. De ontwikkelingen die men daarin toen al beoogde, werden later grotendeels werkelijkheid. Opvallend is dat Dekker zelf een van de redacteuren van dit blad is geweest, naast mensen als H.M. Kuitert, G.H. ter Schegget en H. Wiersenga.

Vervolgens bespreekt hij in het vierde hoofdstuk in hoofdlijnen de aard van de veranderingen die zich in de loop van de tijd in het godsdienstig en kerkelijk leven hebben voorgedaan en nog voordoen.

Als eerste is er de verschuiving van de aandacht van de leer naar het leven. Het gaat er niet om wat waarheid is, maar hoe je leeft. Dat geldt niet alleen kerkelijk maar ook persoonlijk. Het belang van de belijdenisgeschriften voor vandaag de dag wordt steeds minder gezien. Ook al zijn er onderling met betrekking tot de leer veel verschillende inzichten, men stapt daar liever snel overheen. Veel raakt de mensen niet meer, zoals de leer van de uitverkiezing. Of brengt hen in verlegenheid, zoals de leer van de voorzienigheid. `Kerken dreigen niet meer te scheuren op vragen over doop, avondmaal, verzoening of uitverkiezing, maar op de vragen hoe men tegenover homoseksualiteit moet staan en of abortus en euthanasie wel geoorloofd zijn.´

Als tweede belangrijke verandering noemt Dekker de rol van de persoonlijke ervaring in het geloof. Het gaat in het geloof steeds minder om waarheden die voor altijd en iedereen gelden en die alleen gelovige aanvaarding vragen. De eigen ervaring, en het eigen gevoel zijn uiteindelijk doorslaggevend geworden. Men wil zich daarom ook niet langer een leer van de Schrift laten `opleggen´.

Daaraan verbonden is als derde verandering te noemen, dat volgens Dekker `gereformeerden´ steeds meer gingen openstaan voor de overtuiging van anderen en zo hun eigen manier van geloven zijn gaan relativeren.

Dit leidde samen weer tot de vierde verandering: een groeiende onzekerheid en twijfel met betrekking tot het geloof. Zo kwam men zelfs tot de stelling dat geloven niet een zeker weten is, maar een zoeken, een verlangen naar. Daar past juist twijfel en onzekerheid bij. Dat kan zover gaan dat men geloof ziet als projectie, of dat men twijfelt aan het bestaan van God.

Als vijfde verschuiving noemt Dekker dat men zich sterker richt op het hier en nu, en minder op het hiernamaals. Volgens hem neemt de zekerheid over het bestaan van een hemel en hel af en concentreert men zich steeds meer op het aardse leven. Zo verliest zelfs het bovennatuurlijke zijn plaats. Volgens Dekker komt ook hierdoor de samenleving veel meer in het vizier en richt men zich meer op de wereld en zijn cultuur.

Ook de rol van de kerk is veranderd (zesde). Men kiest die zelf uit, of doet er niet meer aan.

De zevende verandering beschouwt Dekker als de meest belangrijke: de houding tegenover en de omgang met de Bijbel. Deze is sterk veranderd en is nog steeds aan het veranderen.

Alle zeven punten samenvattend, stelt Dekker dat er een verschuiving is waar te nemen van een gerichtheid op God naar een gerichtheid op mens en wereld. En daarmee samenhangend een verschuiving van een gerichtheid op de leer en het belijden naar een gerichtheid op het leven en het handelen.

Welke achtergronden?

Dekker noemt een drietal belangrijke achtergronden van deze veranderingen.

1. Het opgeven van het isolement van gereformeerden in de samenleving en de grotere openheid naar en samenwerking in de wereld. Daardoor nam de beïnvloeding toe van allerlei ideeën die er in de wereld leven. Aanvankelijk was hier weerstand tegen. Dekker: men heeft zich altijd zoveel mogelijk proberen af te schermen van de invloeden van de wereld. Men probeerde het besef levendig te houden dat men wel in deze wereld leeft, maar niet van deze wereld is. Men heeft zo lang mogelijk eigen (gereformeerde of christelijke) organisaties in stand gehouden, zodat gereformeerden zo lang mogelijk in de samenleving gezamenlijk konden optreden op de door hen voorgestane wijze en zich niet naar de ideeën van anderen hoefden te voegen.

Maar dit proces is uiteindelijk doorbroken. Wel in verschillende mate voor de verschillende gereformeerde kerkgenootschappen:

De twee uitersten worden gevormd door de leden van de vroegere gereformeerde kerken enerzijds, en de in de verschillende gereformeerde gemeenten georganiseerde bevindelijk gereformeerden anderzijds. Maar de trend is onmiskenbaar.

2. De veranderde cultuur in de samenleving heeft zo zijn invloed op de gereformeerden gekregen. Dekker noemt daarbij twee punten: de toegenomen mondigheid in de wereld, en de afgenomen vraag naar de zin van het leven, waarbij men veel meer let op wat nuttig is. Dat zou een relativerend denken over God en het bovennatuurlijke in de hand werken.

3. De veranderde omgang met de Bijbel is wel de allerbelangrijkste oorzaak van de verschuivingen. Dekker wijst op de belangrijke rol van het rapport God met ons van de Gereformeerde Kerken synodaal uit 1981. Daarin staat het zogenaamde `relationele waarheidsbegrip´. Dat wil zeggen dat de waarheid van Schriftwoorden afhangt van de omstandigheden waarin ze zijn beschreven. De Schrift is een menselijk tijdgebonden boek geworden. Ze leert ons ook geen objectieve, altijd geldende waarheid. Bij veranderde situaties moeten bijvoorbeeld geboden gewijzigd of opgeheven worden.

Dekker komt met het voorbeeld van de positie van de vrouw in 1 Kor. 11. In de lijn van dit rapport komt men er dan toe te stellen dat Paulus slechts wilde inspelen op de toenmalige publieke opinie. Wat daar staat heeft dan vandaag een andere uitwerking.

Dekker vindt wel dat het bij de verandering van het Schriftgezag om een revolutionaire verandering gaat.

Vermoedelijk hangen - direct of indirect - alle in de gereformeerde wereld te constateren veranderingen met de veranderde visie van de bijbel samen. Het belang van die laatste verandering kan daarom moeilijk overschat worden.

Er zouden naar mijn idee wel meer belangrijke achtergronden te noemen zijn, bijvoorbeeld het postmoderne denken en de moderne media.

Beoordeling van de veranderingen

Het vijfde hoofdstuk over de beoordeling van de veranderingen mist jammer genoeg net als in het eerdere boek elke Schriftuurlijke toets. Er wordt hier door Dekker louter gedacht in sociologische en psychologische kaders. Hij komt nu tot zeer bedenkelijke en verwerpelijke gedachten. Dekkers idee is dat je de veranderingen toch niet kunt tegenhouden als je tenminste wilt deelnemen aan de samenleving. Zodra je dàt wilt, ontkom je er niet aan.

Wel kan er bij gereformeerden angst zijn om te veranderen, maar dat komt dan - naar zijn zeggen - voort uit een verkeerd Bijbelbeeld en geloofssysteem.

Dekker noemt als voorbeeld van onterecht verzet de verdediging van de historiciteit van de eerste hoofdstukken van de Bijbel, waarbij men zegt: `als we dat niet meer geloven dan geloven we straks ook niet meer in de opstanding van Christus´.

Dekker bestrijdt deze stelling door te wijzen op veranderingen die altijd hebben plaatsgevonden. In de Middeleeuwen geloofde men bijvoorbeeld heel anders in de hemel en de hel. Dat hing af van het andere wereldbeeld dat men toen had.

Verder wijst hij op de hedendaagse invloed van de leer van de vrije wil (het remonstrantisme waartegen de Dordtse Leerregels zijn opgesteld). Vandaag de dag komt deze zelfde leer via de evangelische beweging ook gewoon de GKv binnen.

Dekker beschouwt het verzet hiertegen als `on-historisch´: door niet mee te veranderen doe je namelijk geen recht aan de geschiedenis.

Bovendien vindt hij dit `ongereformeerd´. Hij citeert daarbij de slagzin `semper reformanda´:

de noodzaak altijd weer te reformeren. Het veranderen, zowel in kerkelijk als in godsdienstig opzicht is dus een wezenstrek van het gereformeerde geloofsgoed.

Terugkeren

Terwijl Dekker echt veel geloofszaken goed weet te omschrijven, ook als hij er niet achter staat, tast hij nu echt helemaal mis. Reformeren is niet gelijk aan veranderen in de zin van overnemen van de wereld!

Maar het is niet anders dan terugkeren naar de Schrift. Dat het voor de gelovige dan ook tegelijk een vernieuwing inhoudt, heeft geen betrekking op de wereld maar wijst op het werk van de Heilige Geest die met Gods Woord de wil weer buigt naar de Schrift.

Juist vanwege de voortgaande zuigkracht van de wereld en haar denken, is deze terugkeer steeds weer nodig: semper reformanda.

Ook een vrijmaking is een terugkeer, namelijk een `wederkeer´ naar de Schrift en de zuivere godsdienst.

De Heilige Schrift zelf geeft duidelijk aan wat ons te doen staat met betrekking tot veranderingen in de wereld die tegen Gods Woord ingaan. Het is de lijn volgen van de antithese die God Zelf al in het paradijs heeft gesteld. Waarbij gehoor gegeven wordt aan de roeping van Rom. 12:2:

En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd (NBG51: hervormd) door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.

Aanpassen

Dekker wil beweren dat de veranderingen die hij binnen de `gereformeerde wereld´ beschrijft èn promoot, geen aanpassingen inhouden. Volgens hem moet je de veranderingen in de wereld wel eerst toetsen.

Maar deze stelling is naar mijn idee moeilijk vol te houden. Zijn voorbeelden spreken alle immers van een aanpassing aan het wereldse denken dat ingaat tegen de Schrift. Ja, als je tenminste de Schrift nog wilt zien als het onfeilbare Woord van God, als absolute waarheid en niet als mensenwoord dat je naar eigen believen kunt aanpassen.

Een laatste kwalificatie die Dekker toedicht aan het verzet om mee te veranderen, is: `onverstandig´. Volgens hem brengt het zelfs schade toe aan je geloof. Een levend geloof vraagt om verandering:

Men beseft namelijk niet of onvoldoende dat godsdienstigheid een onderdeel is van onze hele cultuur en dat het persoonlijke geloofsleven een onderdeel is van onze hele denk- en levenswijze. Dat ook al onze vormgevingen en verwoordingen van het geloof tijd- en cultuurgebonden zijn en daarom wel met een veranderende tijd mee moeten veranderen. Dat dus ons geloof zich móet wijzigen ... wil men althans van een persoonlijk geloof ... kunnen blijven spreken.

Dekker is van mening dat elke spanning door verschillen tussen geloof en cultuur vraagt om een oplossing. Dat zou onvermijdelijk zijn omdat je anders niet mee kunt komen.

Alles wat zich aan veranderingen in cultuur (bv. positie van de vrouw) en wetenschap (bv. evolutietheorie) aan de gelovige opdringt, moet hem brengen tot het bijstellen van wat de Bijbel leert. Alleen zo kan het één met het ander in overeenstemming (`harmonie´) worden gebracht. Gaat men daar anders mee om dan leidt dit volgens Dekker tot geloofsverlies of -verarming. Of bij totaal verzet tegen verandering tot een fundamentalistisch geloof.

Het is duidelijk dat wat Dekker bepleit, van de mens uitgaat en de Schrift in haar wezen aantast. Helaas is dit ook de weg die de GKv volgt met betrekking tot de ontwikkelingen in de wereld, zoals te zien is in de nieuwe hermeneutiek, de veranderde opvattingen over de schepping, positie van de vrouw, homoseksualiteit en andere.

Er geldt hier maar één remedie: reformeren door terugkeer naar God en Zijn Woord!

Het gaat er niet om of wij wel met de wereld mee kunnen komen, maar of we nog geloofsgehoorzaamheid tonen aan onze hemelse Vader. Of we werkelijk Christus blijven volgen waar Hij gaat, ook al kunnen we niet meer kopen of verkopen (Openb. 13:17). Of we werkelijk Gods geboden bewaren en het getuigenis van Jezus hebben, ook al kost dit ons het leven (Openb. 12:7; 20:4). We zullen juist moeten ontvluchten wat niet in overeenstemming is met Gods Woord (1 Joh. 2:15-17, Openb. 18:4).

Het is voor ons van het hoogste belang dat we dit goed blijven zien. Want het schema, de gedaante van deze wereld is juist bezig te verdwijnen (1 Kor. 7:31). Dit betekent: alles wat de wereld te bieden heeft, gaat voorbij. Niet de kerk en de Schrift moet zich aanpassen aan deze wereld, het is juist andersom!

Evangelische beweging

We zouden over meer kunnen schrijven van wat er staat over de ontwikkelingen binnen de reformatorische kerken en de GKv, de voorspelde ontmanteling van de gereformeerde wereld en hoe Dekker eindigt bij Bonhoeffer, maar die ruimte is er hier niet meer.

We willen nog wel de vinger leggen bij de belangrijke invloed die Dekker toedicht aan de evangelische beweging. Hij stelt vast dat het geloofsleven van vrijgemaakten en de `geloofsoriëntatie´ van veel plaatselijke kerken van de GKv een sterk `evangelisch karakter´ zijn gaan vertonen. Hij vindt dit helemaal aansluiten bij de aanpassingen die men maakt aan de gevoelscultuur waarin wij leven:

Als er namelijk in godsdienstig opzicht één `aanpassing´ aan de veranderende cultuur plaatsvindt (een cultuur waarin de ervaring en het gevoel en de persoonlijke ontplooiing zo´n belangrijke plaats innemen), dan is het wel de voortschrijdende evangelicalisering van het godsdienstig leven.

Dekker concludeert dat die evangelicalisering een aantasting betekent van de identiteit van de vrijgemaakte Gereformeerde Kerken. Hierin moeten we hem helaas gelijk geven.

In een volgend hoofdartikel willen we uitgebreider aandacht geven aan deze evangelische beweging.