Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

U blijft Dezelfde

Jaargang: 
12
Datum: 
19 dec. 2018
Nummer: 
22
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
2116
Rubriek: 

’ Mijn dagen zijn als een langer wordende schaduw
en ík verdor als gras.
Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,
de gedachtenis aan U van generatie op generatie.
Ú zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion,
want de tijd om haar genadig te zijn,
want de vastgestelde tijd is gekomen.

U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.
Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen.
De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,
hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ’

(Ps. 102:12-14, 26-29)


Schaduw
Ps. 102 is een gebed. Een gebed om verlossing. En eigenlijk moet u nu uw Bijbeltje er bij pakken en eerst de hele Psalm lezen. Dan wordt het onmiddellijk duidelijk. Al in het eerste vers. Het is het gebed van een “ ellendige” die zijn klacht uitstort voor de HEERE. De dichter lijdt. Hij heeft het heel erg moeilijk. En hij kan het niet meer volhouden. Hij is bezweken. Zijn moed is weg. Hij ervaart zijn leven als rook, weg waaiend in de wind, zonder zin. Als dor gras: straks is het zo verdroogd dat het uit elkaar valt en nergens meer toe dient. Ja, het verdwijnt. Hij ervaart zijn leven als een schaduw. Als een schaduw die steeds langer wordt. De zon gaat onder, straks wordt het donker, en dan is er ook  van de schaduw niets over. Ja, de dichter lijdt en heeft groot verdriet. (Vers 10). Is er nog wel een toekomst?


Sion
Waaròm heeft hij dan zo’ n verdriet? Wat is dan de oorzaak van zijn lijden?
Het gaat om Sion. (Vers 14, 17) Het gaat om de woonplaats van de HEERE. Het gaat om de kerk onder het Oude Verbond.
Deze Psalm, zo wordt algemeen verklaard, is gedicht in de ballingschap. Juda is ingenomen door de Babylonische troepen. Jeruzalem is verwoest. De prachtige tempel is een puinhoop geworden. De kerk, Gods volk, is weggevoerd in ballingschap. In Babel leidt het volk een tweederangs leven. Zo op het oog, net als andere overwonnen volken, zonder eigen toekomst. Nog even, dan is er van heel dat oude volk van Gods Verbond niets meer te zien. Opgegaan in de volkerenmassa. Dan is er van Gods eigen werk niets meer te zien.
Dáárover klaagt de dichter tegen de HEERE. Niet allereerst om zijn eigen omstandigheden. Maar hij lijdt om zijn volk. Om de kerk. Om Sion. Om de woonplaats van de HEERE. Om Gods oordeel.
Er lijkt geen toekomst meer te zijn. Langzaam maar zeker gaat het naar het einde. En de dichter verbindt dat met zijn leven als een kind van het Verbond: als een langer wordende schaduw.


Afgelopen jaar
Begrijpen we de klacht? Is het niet zo dat we ons wel een beetje in die klagende bede kunnen verplaatsen? Of zien we het niet en leven we maar vrolijk een beetje voor onszelf? Straks gedenken we Kerst en daarna vieren we de jaarwisseling. Het is gebruikelijk (en goed) om in de laatste maand van het jaar terug te kijken. We kijken terug naar ons eigen leven in het afgelopen jaar. Naar ons gezin en onze geliefden. Naar alle moeitevolle en zorgwekkende maar ook naar alle blijde en dankbaar stemmende voorvallen. Maar we kijken toch ook naar Sion? Hoe het de Kerk van de HEERE is vergaan? Hoe de HEERE aan het werk is geweest? Wereldwijd maar ook heel dichtbij? Wat er is gebeurd in de Nederlandse samenleving? En in het kerkelijk leven? In het leven in onze eigen gemeenten?
En het gaat ons nu in dit artikel om de kerk.
Als we terug kijken naar het jaar van onze Heere 2018, stemmen de gebeurtenissen ons dan hoopvol?
In veel Islamitische landen neemt de vervolging toe. Keihard. Dodelijk. In China gaat het de zelfde kant weer op. Maar ook in landen die vanouds als verdraagzaam bekend stonden. Bijvoorbeeld in het Hindoeïstische India. De wereld kan het geloof in Christus niet meer verdragen. Als we de vele berichten op ons laten inwerken (doen we dat nog wel?), dan kunnen we toch alleen maar vaststellen: verschrikkelijk? De profetieen van de Heere Jezus, zoals die ons overgeleverd zijn in Math. 24, worden steeds meer angstige werkelijkheid. De eindtijd wordt intens.


Dichtbij
En dicht bij huis? In ons eigen werelddeel? In ons eigen land?
De valse profetie, het toegeven aan en het meedoen met het denken van de wereld neemt in veel kerkgenootschappen al maar toe. De revolutie, dat is de totale omkering van alles wat God heeft ingesteld, gaat steeds meer de samenleving beheersen. De kerk heeft gelukkig nog vrijheid. Maar die vrijheid wórdt in het openbare leven ingeperkt. Stap voor stap. Onontkoombaar. Ook onze samenleving kan het ware geloof niet meer verdragen.
En hoe was het in de kerk? Ook in 2018 moesten meerdere vergaderingen besluiten nemen in ernstige zaken die leidden tot verdriet en ontevredenheid. Een gemeente verliet het kerkverband. Gehoopte groei in aantallen bleef ook dit jaar uit. Pogingen tot hereniging met de GKN stagneerden. Met de eenheid in de waarheid kwam het niet verder. Veel verontrusten in de GKV bleven zitten waar ze zaten.


Maar…
Is het niet alles een neergaande lijn? Ligt Jeruzalem niet verwoest? Zou je als gelovige niet een beetje het zelfde gaan voelen als de psalmdichter? Op weg naar het einde? Gods volk tenslotte niet meer zichtbaar? Geen toekomst voor Sion?
Maar ….. Terug naar de Psalm. De dichter kent een ‘ máár’. (Vers 13, 28). Alles líjkt zinloos. Máár … …
De dichter blijft in zijn gebed niet steken in de klacht. Hij weet diep in zijn hart beter. Ja, hij gelóóft. En dan komt er na de klacht en de schreeuw om verlossing het ‘ maar’ van dat geloof. Het is een kràchtig maar.
Ja, een neergaande lijn. Ja, het lijkt nooit meer iets te worden. Ja, het is echt om te huilen, de hele situatie.
Máár! “ Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig”. “ Maar U blijft Dezelfde”.


Verbond
Dat is de taal van het Verbond. Dat is belíjden naar het Verbond. De HEERE heeft een vast Verbond met zijn volk gesloten. Dat weet en gelooft ook de dichter. Jahweh, de trouwe Verbondsgod, ís trouw. Hij komt Zijn Woord na. Altijd! Hij heeft voorzegd dat er een einde komt aan de ellende van zijn volk. Hij heeft het laten profeteren, voor en in die ziekmakende ballingschap.

“ Troost, troost Mijn volk,
zal uw God zeggen,
spreek naar het hart van Jeruzalem
en roep haar toe
dat haar strijd vervuld is,
dat haar ongerechtigheid verzoend is,
dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeftvoor al haar zonden. ”

(Jes. 40:1, 2)

Onze God is voor eeuwig Dezelfde. Wat Hij gesproken heeft neemt Hij niet terug. Al zijn verbondsbeloften vervult Hij.
Een neergaande lijn? Een steeds feller bevochten christelijk geloof? Een 2018 waarin, als we naar de grote lijnen kijken, maar weinig vooruitgang te bespeuren valt? Eerder neergang?
Maar ….. de HEERE heeft het zelf gezegd: Troost, troost Mijn volk, uw strijd is vervuld. Aan uw ellende komt een einde. Ja, dat einde is al zichtbaar en hoorbaar en voelbaar. Hij heeft het Zelf gezegd!   Aan alles komt een einde. Maar alleen onze HEERE blijft Dezelfde. Aan Zijn jaren zàl geen einde komen. Gods volk zàl veilig wonen.


Christus
Binnenkort gedenken we weer het Kerstevangelie. De komst in de wereld van onze Heere Jezus Christus. De oude belofte uit Genesis machtig vervuld. God ontfermde Zich over Sion. Zoals Hij deed aan zijn volk in ballingschap, toen de tijd van het oordeel vervuld was, zo deed Hij op de bestemde tijd voor heel de wereld. Hij maakte zijn verbondsbelofte tot werkelijkheid. Verlossing en bevrijding voor Sion.
Ja, dat is Kerst. Maar dat is maar, om zo te zeggen, de ‘ halve’ Kerst. Want er liggen nog niet-vervulde beloften van de HEERE. Van Hem Die eeuwig Dezelfde is: Christus komt wéér! Dat is het vooruitzicht van Kerst. Dat is de diepe betekenis van ons gedenken in de maand december. Dat mogen en moeten we bedenken als we terug kijken naar het oude jaar. “ De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen, hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ”
Sion hééft toekomst. De HEERE ontfermt zich. Hij vervult Zijn beloften op de door Hem bestemde tijd.


Lofzang
Het lied van de dichter in ballingschap wàs een gebed om verlossing, een klacht, een schreeuw om uitzicht. Maar toen de dichter weer dacht aan het Verbond en aan de God van het Verbond, Die Dezelfde blijft, veranderde zijn toon. De klaagzang werd een lofzang!

‘ Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen.
De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,
hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ’


Die lofzang is onze lofzang.


Vooruit zien
Als we terugzien, als we het antichristelijke nieuws tot ons laten doordringen, als we de zorgen in en over de kerk niet kwijt kunnen raken, dan denken we weer aan het Verbond. Dan gaan we naar de God van het verbond, onze HEERE, die nooit verandert. Toen niet, vandaag niet, in eeuwigheid niet. Dan zien en geloven we weer dat al Gods kinderen  veilig zullen wonen. Wat er ook gebeurt.
We zien terug met menselijke ogen ….. En het ziet er niet best uit. Máár …. We blijven daar niet bij staan. We moeten anders kijken. De HEERE zal opstaan. In alle negatieve ontwikkelingen zien we dat. Zijn Zoon, onze Heere Christus, is in aantocht. Zijn tijd is gekomen. Hij kòmt, snel.
Dan kijken we terug met dankbaarheid. Want 2018 bracht Gods volk weer dichter bij de vervulling. Weer dichter bij het volkomen herstel van Sion. Dan gedenken we Kerst met echte blijdschap. Dan sluiten we het oude jaar vol vertrouwen af.
Ja, en dan blijven we niet achterom kijken maar dan kijken we vóóruit. Daar kwam de dichter uit die moeilijke jaren terecht. Vooruit kijken!
Dat gaan wij doen. Ja toch?
Er is toekomst. Sion blijft!
Want ‘ ….. U blijft Dezelfde’.