Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Twee steden

Jaargang: 
2
Datum: 
18 jun. 2008
Nummer: 
24
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
317
Rubriek: 

”De dominerende rol van de wetenschap voor de praktijk is wellicht niet zo opvallend, maar dit nieuwe verschijnsel is intussen één van de belangrijkste. Men zou kunnen zeggen, dat ook al weer vrij snel een toestand is ontstaan, waarin nagenoeg niets ontglipt aan wetenschappelijke probleemstelling en geen algemeen vraagstuk ontkomt aan het beslissende antwoord der wetenschap. Deze wetenschap heeft in korte tijd de geestelijke leiding overgenomen van de kerk. De universiteit is bezig de kerk op de achtergrond te schuiven.
De veranderingen in de techniek zijn het meest indrukwekkend. Ik noem in dit verband het verkeer, de ruimtevaart, de ontwikkeling van kunststoffen en kernenergie, de automatie en de communicatiemiddelen.” (H. van Riessen)


Nieuwe tijd

Bovenstaande tekst is een citaat uit een al wat ouder boekje. “Mondigheid en de machten”, van wijlen Prof. Dr. Ir. H. van Riessen, derde druk, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1971. Professor Van Riessen doceerde op het gebied van filosofie en techniek. Hij was een vooraanstaand christelijk wetenschapper uit de school van de Reformatorische Wijsbegeerte (Wijsbegeerte der Wetsidee). In die wijsbegeerte heeft hij ook een tijdlang een bijzondere leerstoel bekleed. Deze professor gaf in genoemd boek een beschrijving en analyse van het nieuwe tijdperk na de Tweede wereldoorlog. Hij toonde aan dat er inderdaad sprake is van een nieuw tijdperk. Hij wees aan hoe de kenmerken van die nieuwe tijd zich verhouden met Gods Woord en het geloof in de enige ware God. En wat dat betekent voor de gelovige christen. Een heel waardevol boekwerk, dat nog niet aan actualiteit heeft verloren.
Van Riessen noemt een aantal kenmerken op van die nieuwe tijd. Eén van die kenmerken is de overheersende positie van wetenschap en techniek. Die nieuwe tijd, die strekt zich uit tot in onze dagen. De kenmerken die Van Riessen noemt zijn zonder meer in onze Nederlandse samenleving te herkennen. Nu nog sterker dan in de jaren zeventig van de vorige eeuw. We zouden aan zijn opsomming nog kunnen toevoegen: de ontwikkeling van de biotechnologie en de geneeskunde.

Wetenschap

Aan de analyse van Van Riessen moesten we denken tijdens de discussie in de afgelopen weken over de selectie van embryo’s na reageerbuisbevruchting. De medische wetenschap en de medische techniek weten en kunnen heel veel. De ontwikkelingen in die sector gaan heel snel. Steeds meer houden onderzoekers zich bezig met de basis van het leven. Denk maar aan zaken als stamcel-onderzoek, gentherapie, klonen, transplantatie van organen en zelfs orgaanstelsels, enz. Ja, de mens van deze tijd kàn veel. En wat kàn, dat móet ook. Dat moet mogen. Zo is de breed gedragen instelling in onze maatschappij. De wetenschap wil zelf bepalen wat er mag en hoever men mag gaan. De wetenschap en de (medische) techniek werken steeds meer als een autonome, dat is een zelfstandige en onafhankelijke macht in de maatschappij. Een macht die, als je heel goed kijkt, uiteindelijk maar twee normen kent: wat mogelijk is moet uitgevoerd kunnen worden; en: wat mogelijk is, is goed voor de mens (die dit zelf bepaalt) en dus toegestaan.
Tijdens de discussie over de selectie van embryo’s werd van links-liberale kant dan ook gesteld dat niet de politici de regels voor deze selectie zouden moeten vaststellen, maar dat dit gedaan zou moeten worden door deskundigen. Door specialisten op dit terrein. Niet de overheid moet de regels bepalen maar de wetenschap doet dit zelf. Politici hebben er immers geen verstand van!
Nu, daar zien we het: de dominerende, de overheersende rol van de wetenschap.

Geestelijke leiding

In het citaat werd geconcludeerd: deze wetenschap heeft in korte tijd de geestelijke leiding overgenomen van de kerken. In de discussie over selectie van embryo’s wordt het gelijk van Van Riessen bevestigd. Wéér bevestigd. Want we zagen het al zo vaak. In de discussies over reageerbuisbevruchting, abortus provocatus, euthanasie, orgaantransplantatie. Steeds wordt het Woord van God, zoals dat bewaard en uitgedragen wordt door de kerk, afgewezen. Allerlei zaken die te maken hebben met het menselijk leven worden beschouwd als puur technische zaken. Ja, dat gaat zover dat het soms wel lijkt alsof mensen zelf niet meer worden gezien als persoonlijkheden, als unieke wezens, met een hart en een ziel en een geloof, maar meer als interessante biologische producten. Waar je heel technisch over kunt spreken. En daar gaan de kerken niet over. Nee, toch? Die gaan toch alleen over geestelijke zaken? En dan nog alleen voor wie daarin geïnteresseerd is? De inbreng vanuit behoudend christelijke hoek in zulke discussies wordt weggezet als niet ter zake doend gezeur. Soms op een zeer geïrriteerde toon, soms agressief. Luister maar eens naar bijvoorbeeld tweede kamerlid meneer Pechtold. Geestelijke leiding? Nee, dank u, de wetenschap weet wel wat goed voor ons is. Ten diepste: wij, mensen, weten zelf wel wat goed voor ons is. En zolang de wetenschap inspeelt op wat wij, moderne mensen, wensen en willen, mag de wetenschap zelf de normen stellen. Ook als het gaat over leven en dood, over de wording en het einde van het menselijk lichaam.
Dat ik als gelovig mens belijden mag dat ik met líchaam en ziel eigendom ben van mijn Here Christus, dat mijn lichaam een tempel is van de Heilige Geest, dat zegt weinig mensen meer iets. Als jij het nodig vindt om zoiets te geloven, nou, vooruit, maar kom mij er niet mee aan. Dat God als Schepper en Onderhouder recht heeft op alle leven, dat is iets uit de oude tijd.
Zo worden wetenschap en techniek, en dat geldt niet alleen voor de medische sector, een zelfstandige, autonome macht in de maatschappij. Normbepalend.
En ook de afgevallen kerk heeft in de discussie geen weerwoord. Aan komen met argumenten als: het is tegen het regeerakkoord, dat is niet principieel. Het “zo zegt de Here” klinkt bijna niet meer aan het Binnenhof.
Alleen de mannen van de SGP getuigen nog op een Noachitische manier tegen de geest van de nieuwe tijd.

Doel

Wetenschap en techniek hebben een doel. Het creëren (letterlijk “scheppen”) van een perfecte mens in een duurzame wereld. Een mens die zichzelf kan ontplooien, die volop en zonder problemen kan genieten van al het mooie in het leven. Die zelf bepaalt wanneer hij het leven zal beëindigen. Die zelf bepaalt wat goed en kwaad is. De meeste wetenschap staat in dienst van dat doel. Ook al zal het niet zo door alle wetenschappers uitgesproken of beleefd worden. En we moeten ook een uitzondering maken voor de wetenschappers die zich gelukkig nog dienstbaar weten aan de Here. Maar de ontwikkeling is: werken in dienst van de gelukkige, dat is welvarende, autonome mens, in een duurzame, autonome wereld. Volkomen antithetisch, tegengesteld, aan het doel van de Schepping, zoals de Here ons die in zijn Woord heeft geopenbaard.

Twee steden

In de Bijbel wordt voor het samenleven van de mensen het beeld van de stad gebruikt. Eigenlijk twee steden. De ene stad is Babel. De stad van de mens. De stad zonder God. De stad waarvan de mensen zeiden: laten wij ons een naam maken. We lezen er over in Genesis 11. Het is de stad waarvan de inwoners er naar streven om zelf God te zijn. Het is de stad waarin alles gericht zal zijn op menselijk welzijn, welvaart, geld en goed. Waar maar één wet geldt: de wil van de godloze mens. De stad, vol van godslastering, hoogmoed en onrecht. (Openbaring 17 en 18). De stad waar satan en zijn knechten aangebeden worden. De stad waar men niet horen wil van bezwaren tegen de mogelijkheden van de wetenschap. De stad van de anti-christ. Van de er opgestapelde of iets dergelijks zonde.
De andere stad is Jeruzalem. De stad van God. De plaats die de Here heeft uitverkoren om te wonen. De stad waar zíjn Naam groot gemaakt wordt. Waar eveneens maar één wet geldt: de Wet van de Here. De stad waar al Gods kinderen leven in gemeenschap met Christus en met elkaar. De stad waar geen zonde meer is omdat Christus ons met God verzoend heeft. De stad zonder onrecht. Zonder gebrek of verdriet. Waar Gods kinderen leven in volkomen liefde en trouw.
De ongelovige wetenschap, de anti-christelijke politiek, de van God vervreemde maatschappij, ze bouwen trots en jubelend aan die eerste stad. Aan het Babel van de eindtijd. Van onze tijd. Ze bouwen aan de stad die een aards en menselijk paradijs moet worden. Los van het geloof. Nee, daarmee zeggen we niet dat dus elke wetenschappelijke en medische inspanning verkeerd is. Dat mogen we ook niet zeggen. Ook wetenschap en techniek zijn gaven van God en bruikbaar in zijn dienst. Daar zijn ook heel veel voorbeelden van. Ook in ons eigen christelijk leven. Waar het ons om gaat is dat we discussies, zoals we die de afgelopen weken meemaakten, kunnen plaatsen in het licht van Gods Woord. In de gang van de Here met zijn Schepping. En dan is de beweging van onze tijd dat met alle inzet gebouwd wordt aan het moderne Babylon.

Bouwen aan de stad van God

Als we dat steeds goed zien, dan kunnen we ook gaan zien hoe we als gelovige kinderen van de Here hier mee om moeten gaan. Die stad van de mens kòmt. Hij wordt steeds meer zichtbaar. De fundamenten zijn al gelegd tijdens de zondeval. De bouw vordert nu met grote snelheid. En hij zal de hele aarde gaan vervullen. Zo is het ons in de Bijbel gezegd. Die stad moet er zijn, voordat de Here Christus terug komt op de wolken.
En de vraag is dan natuurlijk: wat moeten we als christenen daar dan mee? Moeten we maar een beetje meedoen aan die bouw? Om niet al te veel moeilijkheden te krijgen? Afbreken kunnen we immers niet? Of moeten we op alle fronten opzienbarende acties gaan ondernemen? Als echte “christenstrijders”? Pal voor het vaandel van Jezus? Totdat ons gewelddadig de mond wordt gesnoerd? Hèbben we eigenlijk wel een alternatief?
Nee, we mogen niet een beetje meedoen. Nee, we hoeven ook niet activistisch bezig te zijn. Maar we hebben een Schriftuurlijk alternatief. Het alternatief van de gelovige verbondsdienst.
Wij kunnen ook bouwen. We móeten ook bouwen. Meebouwen met de HERE. Aan die andere stad. De stad van God. Het komende Nieuwe Jeruzalem. De HERRE is de eigenlijke bouwmeester, maar wij mogen in Zijn dienst meebouwen. Die bouw gaat heel anders. Die vindt niet plaats met grote woorden en schitterende prestaties. Die bouw wordt niet bejubeld maar geminacht door de toeschouwers. Er wordt niet minder hàrd gewerkt! Maar de methode is anders. Bouwers aan de stad van God weten zich geroepen tot dienst. Ze weten zich geroepen om in alles niet de wil van de mens maar de wil van de Here te doen. Ze leven stil en gerust. Ze gaan eenvoudig en trouw naar de kerk. Ze luisteren heel gewoon naar Gods Woord. Ze weten zich afhankelijk en verwachten alles van de Here. Ze doen hun werk op alle plaatsen waar ze geroepen worden. Ze staan open voor hun naasten en helpen hen graag wanneer dat niet tegen Gods Woord in gaat. Ze getuigen als dat nodig is. Ze laten zien in hun leven dat er wel degelijk een God is. Ze krijgen de kracht en de moed om Noachs te zijn. En, misschien wel het machtigste werktuig dat ze hebben gekregen: ze bidden! Ze bidden voor de komst van de stad van God. Ze smeken om de komst van Jeruzalem. Het bemoedigende is dat de Here al dat heel gewone christelijke werk, en al die aanhoudende gebeden en smekingen, wil inschakelen in Zijn werk. Inschakelen in de gang naar de Jongste Dag. Naar de herschepping van alle dingen.

Eeuwige stad

Wetenschap en techniek, op weg om de wereld te beheersen. Om de absolute norm te stellen: de autonome (zichzelf tot norm) mens, die als God is. En wie die norm niet van harte erkend, voor die mens zal straks geen plaats meer zijn in de stad van de mens. Die stad, Babylon, die is in wording. We zien hem verrijzen. In hoog tempo. Misschien is hij al bijna klaar. Een machtig bouwwerk wordt het. Voor het oog.
En daar middenin wordt gebouwd aan die andere stad. Voor het oog niet zichtbaar. Door de bouwers van de mensenstad genegeerd, bespot en gehaat. De stad van God. Het Nieuwe Jeruzalem. Maar juist die stad is ècht een machtig bouwwerk. Want de Here verleent er kracht en glorie aan! Hij zelf zal daar bij zijn mensen wonen!
De stad van de mens bestaat slechts een kort ogenblik. Maar zal dan vergaan. Verschrikkelijk vergaan. Met al haar inwoners. Wanneer de toorn van de Here die stad treft. Er zal van die stad niets overblijven.
Maar God zal de zijnen voor die tijd uit de stad doen gaan. Zij zullen wonen in de andere stad. Die stad zal nooit vergaan. In eeuwigheid niet!

De wetenschap domineert. De mèns domineert. Embryo-selectie, vrijwillige euthanasie, gen-transplantatie ....... En wij, Gods kinderen? Laat maar domineren. Laat ons maar steeds meer alleen staan. Laat maar spotten. Laat maar hatelijke opmerkingen maken. Want wij zijn bezig met een beter werk. Wij mogen bouwen aan Jeruzalem. Daar hebben we al onze inspanning voor nodig.
Moeten we bang zijn voor Babel? Nee, want Babel vergaat. Maar wij zijn veilig bij de Here. Ons burgerschap van de Toekomstige Stad is zeker.
We moeten ook zeker niet onze ogen sluiten. We moeten blijven zien wat er gebeurt. We moeten de geesten blijven beproeven. Naar Gods Woord. We moeten ook blijven spreken en getuigen. Onder elkaar en naar buiten. Niet uit angst. Maar opdat we steeds beter zien hoe onze Here in dit alles aan het werk is. Opdat we steeds beter zien hoe Hij ons inschakelt in zijn bouwwerk. Opdat we steeds beter Hem kunnen danken en bidden. Opdat we steeds meer trouw kunnen zijn in onze bouwwerkzaamheden. Nu nog verre van volmaakt. Straks volkomen volmaakt. In Jeruzalem.
“En ik zag de heilige stad,
een nieuw Jeruzalem,
nederdalende uit de hemel,
van God,
getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.”
(Openbaring 21: 2).