Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Strijd de goede strijd van het geloof

Jaargang: 
1
Datum: 
17 jan. 2007
Nummer: 
2
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
7
Rubriek: 

Vorige week hebben wij in de rubriek Uit de Schrift een eerste bespreking kunnen lezen over de betekenis van de bazuin in de ontmoeting van de HEERE en zijn volk. Het ging toen eerst over de oproep tot en de bemoediging in de strijd.
Nu moeten wij al deze Schriftgegevens verwerken voor onze situatie.


De edele strijd

Paulus moest de jonge Timotheüs aanvuren om te strijden:

    1 Tim. 6:12 Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen.

Hij spreekt van de goede strijd, letterlijk de edele en schone strijd. Het is een strijd die alles zal vragen van Timotheüs en van ons allen, die na hem tot die strijd geroepen worden.
Grijp het eeuwige leven – in die beeldspraak zien wij de renner, die zich in de wedloop uitstrekt naar het doel.
Hoe kunnen wij de strijd volhouden? U bent ertoe geroepen in het verbond en u hebt dat verbond aanvaard door uw belijdenis. Onder veel getuigen – die eens tegen u zullen getuigen als u ontrouw zou worden aan uw belijdenis en u aan de strijd zou onttrekken!
Maar de HEERE, de trouwe Verbondsgod, geeft ons alles wat we nodig hebben om in die strijd te volharden.

Onze wachters

Wij kennen ook wachters, die ons oproepen tot de strijd. Dat zijn de predikanten en de ouderlingen. Zij immers waken over uw zielen. Zij zijn net als de wachters van het Oude Testament geroepen Gods volk te waarschuwen tegen de dreiging van de vijand en op te roepen tot trouw in de strijd. Dat gebeurt in de prediking, dat gebeurt ook in het opzicht hebben over de kudde. Dat mag ook gebeuren door ons kerkblad.
Dat is een zware verantwoordelijkheid voor degenen die de taak hebben gekregen om de bazuin te blazen. Wee hen als zij hun taak verzaken.
Immers, de HEERE waarschuwt:

    1 Korintiërs 14:8 Indien de bazuin een onduidelijk geluid geeft, wie zal zich gereed maken tot de strijd?

Maar, de HEERE zij dank: in het verleden is de bazuin geblazen, jarenlang, met name in REFORMANDA en ook door het langs de kerkelijke weg inbrengen van bezwaren tegen de ontwikkelingen in de kerken.
Zonder zelfverheffing mogen wij zeggen: wij hebben het geluid gehoord en wij zijn de strijd tegen de afval in de kerk en haar deformatie wel ingegaan.
Het was maar een klein overblijfsel in de tijd van de profeten: in de tijd van de terugkeer uit ballingschap. De HEERE had zijn volk opgeroepen uit Babel weg te gaan:

    Jes. 48:20 Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën. Verkondigt het met jubelgeklank, doet dit horen, verbreidt het tot aan het einde der aarde; zegt: De HERE heeft zijn knecht Jakob verlost.
    Jes. 52:11 Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des HEREN draagt.

Daarbij gaf de HEERE ook zijn beloften

    Jes. 49:11-13 En Ik zal al mijn bergen tot een weg maken en mijn heerbanen zullen opgehoogd worden.
    Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.
    Jubelt, gij hemelen, en juich, gij aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, want de HERE heeft zijn volk getroost en Zich over zijn ellendigen ontfermd.

En ook ons doet Hij het ondervinden:

    Jes. 52:8,11 Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de HERE naar Sion wederkeert.
    Want niet overhaast zult gij uittrekken en niet in vlucht heengaan: de HERE immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van Israël.

Daarbij ging Hij steeds vooraan, de Engel des HEEREN. Ook nu blijven wij het Lam volgen, waar Hij ons heenbrengt.
Het blijft nog steeds een rest der verkiezing.
In de tijd van de Here Jezus Christus (klein kuddeke), in de loop van de kerkgeschiedenis tot vandaag toe. Maar het is de HEERE Zelf die zijn strijd voert en wij mogen Hem daarin dienen en geloven dat zijn raad bestaat en dat er eens toch een grote schare zal zijn die niemand tellen kan.
Wat ons nog te wachten staat is ons verborgen. Maar wij weten dat wij reizen naar Gods stad.
Wij blijven dankbaar dat de HEERE ons verlost heeft uit verwarring in de kerken, die ontstaan was en bleef bestaan doordat de bazuin een onzeker geluid gaf. Immers de waarheid en leugen, zuivere leer en valse leer, werden in de kerk naast elkaar toegelaten.

Welke kracht?

Wij moeten dus blijven luisteren naar de bazuin en de goede strijd strijden. Hoe moeten wij dat doen? De HEERE wijst ons daarin de weg:

    2 Tim. 4:7 Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting.

In die strijd hebben wij dan ook geen andere wapenen dan alleen het woord van God.
Als wij terugzien, mogen wij door Gods genade met Paulus zeggen: ik heb goede strijd gestreden.
Maar tegelijk weten wij dat de strijd blijft.
Hoe kunnen wij die strijd volhouden? Immers, de HEERE wil geen halfheid. Daarom laat de verhoogde Heiland aan zijn gemeente in Laodicea schrijven:

    Openbaring 3:15-16 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet!
    Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen.

Daarom zegt Hij ons dat wij moeten vasthouden wat wij hebben. Daartoe zijn wij alleen in staat doordat de HEERE in ons werkt het willen en het werken naar zijn welbehagen. Hij doet dat door zijn Heilige Geest, door de verkondiging van het Woord.
En Hij geeft ons toekomstverwachting:

    Jesaja 62:11-12 De HERE doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: Het heilige Volk, De Verlosten des HEREN; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad.

Wij zingen daarvan in Psalm 89:7:
Hoe zalig is het volk dat U de lofzang zingt,
Dat uitbreekt in gejuich als de bazuin weerklinkt.
In de onberijmde psalm luidt dat in vers 15:
Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn.
De Statenvertaling vertaalt: Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen.
De Kanttekeningen merken op bij het woord ‘geklank’:
Anders, het gejuich. Doch het schijnt dat de psalmist ziet op de inzettingen Gods van het blazen op de bazuinen en het openbaar bewijs van vreugde op de jaarlijkse hoogtijdfeesten {Num. 10:10}. En de zin is dat het volk gelukkig is, hetwelk des Heeren behoorlijken godsdienst weet en zijne vreugde en vermaking daarin heeft.
Hier horen wij de vermaning dat wij onze strijd alleen mogen voeren met het wapen van het woord van God. En dan vooral geen strijd voor onze eigen positie, voor onze invloed, voor onze naam. Alleen de strijd van de HEERE.

Kerkreformaties

Wat wij lezen over de strijd en het geluid van de bazuin als oproep tot de strijd wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel ons verteld uit de geschiedenis van de kerk – ons ten voorbeeld. Het zijn de grote momenten van kerkreformatie, van terugkeer tot de HEERE, van de vernieuwing van het verbond.
Telkens wordt daarbij vermeld het bazuingeschal.
Wij noemen eerst het terugbrengen van de ark naar Jeruzalem. Dat gebeurde jarenlang na de nederlaag tegen de Filistijnen. De HEERE had zijn ark overgegeven in de handen van die onbesnedenen. Daarom heeft Israël het al die tijd moeten doen zonder dat de HEERE in hun midden woonde.
Maar Hij keerde toch weer terug overeenkomstig zijn raad tot vergadering van zijn kerk. Daarbij schalden de bazuinen:

    2 Samuel 6:15 David en het gehele huis Israëls haalden de ark des HEREN, onder gejubel en hoorngeschal.

Vervolgens noemen wij de zalving van Salomon tot koning als opvolger van David, een belangrijk moment in de vervulling van Gods beloften tegenover de dreigende deformatie van de oudtestamentische kerk. Ook daarbij klonk het bazuingeschal:

    1 Koningen 1:34,39 Daar zullen de priester Zadok en de profeet Nathan hem tot koning over Israël zalven; blaast dan op de bazuin en roept: Leve koning Salomo!
    De priester Zadok had de hoorn met olie uit de tent meegenomen, en hij zalfde Salomo; toen blies men op de bazuin, en al het volk riep: Leve koning Salomo!

Verder wijzen we op de geschiedenis van de tempel als de woonplaats van de HEERE onder zijn volk en de plaats van de eredienst in de oudtestamentische kerk.
Na de terugkeer van de ark volgt de inwijding van de tempel door Davids zoon Salomo. Deze wordt uitvoerig beschreven in 2 Kronieken 5 en 6.
Naast het indrukwekkende gebed van Salomo wordt de liturgie bij deze gelegenheid, afgezien van de vele offers, ingevuld met muziek en gezang. Zo lezen wij in 2 Kronieken 5:12-13:

    Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden
    stonden al de levitische zangers, Asaf, Heman, Jedutun, hun zonen en hun broeders, met fijn linnen bekleed, ten oosten van het altaar, met cimbalen, harpen en citers; bij hen waren honderd twintig priesters, die op de trompetten bliezen.
    Toen lieten zij tezamen trompetten en eenstemmig een lied horen, om de HERE te loven en te prijzen, en zij verhieven de stem bij trompetten, cimbalen en andere muziekinstrumenten, en prezen de HERE aldus: Want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Een grote gebeurtenis in de geschiedenis van de kerk is de terugkeer van Israël uit de 70-jarige ballingschap. Ook daarbij klinkt bazuingeschal. Er is zelfs sprake van de grote bazuin:

    Jesaja 27:6,13 In de komende dagen zal Jakob wortel schieten, Israël bloeien en uitspruiten, zodat zij de wereld met vruchten vervullen. En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de HERE op de heilige berg te Jeruzalem.

De Kanttekeningen zeggen daarvan:

    Versta door deze grote bazuin, vooreerst, het edict en openbare toelating van den koning Cyrus, die den Joden heeft toegelaten wederom in hun vaderland te komen {2Kr. 36:22 Ezra 1:1}; ten andere, geestelijkerwijze van den bazuin des Evangelies, door welke God zich een kerk samengeroepen en verzameld heeft uit alle volken en natiën der wereld.

Ook bij de grondlegging van de fundamenten van de tempel is de bazuin te horen, Ezra 3:10.
En ook bij de bouw van de muren van Jeruzalem, Nehemia 12:35,41.
Het zijn altijd de priesters die de bazuin blazen. Ook andere muziekinstrumenten worden steeds gebruikt. Die waren voor de eredienst speciaal gemaakt op bevel van David: 1 Kronieken 15:16; 23:5; 2 Kronieken 29:26).
In al deze gebeurtenissen en in de hele geschiedenis van de kerk bleef de raad van de HEERE bestaan. Altijd bleef de Zoon van God zijn gemeente vergaderen.
Een heel bijzondere kerk reformatie wordt beschreven in 2 Kronieken 15 en 16 – die door koning Asa. Daar hoop ik later op terug te komen.
Volgende week zal ik D.V. dit overzicht besluiten.