Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Stel alle ambten open voor de vrouw (2)

Jaargang: 
11
Datum: 
08 feb. 2017
Nummer: 
3
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1710
Rubriek: 



GKv rapport van deputaten M/V en ambt

We zetten de weergave van de inhoud van het deputatenrapport voort.

Gezag van de man?

Naar het oordeel van de deputaten bieden bijzondere ambten geen macht/gezag aan een enkele persoon (pag. 36). Het zou altijd gaan om een collectief dienen en dragen van verantwoordelijkheid. Met andere woorden, niet één ambtsdrager maar de hele kerkenraad ('het collectief') draagt verantwoordelijkheid.

'In die collectiviteit is geen ruimte voor overheersing. Daarmee biedt het een genadig perspectief op het mede kunnen dienen door vrouwen, ook in richtinggevende zin, zoals daarvan ook sporen zichtbaar zijn in de Bijbel.'

Bevatten de Bijbelgedeelten over de relatie tussen man en vrouw ook de notie van gezag?

De deputaten hebben moeite om daar positief op te antwoorden.

Het gebruikelijke woord voor gezag (exousia) in relatie tot het geven van onderwijs komt 'maar één keer' voor in de passages die de verhouding van man en vrouw aanspreken.

In 1 Tim. 2:12 schrijft Paulus: 'maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden' (1 Tim. 2:12). In het Grieks staan er twee werkwoorden: didaskein (onderwijzen) en authentein. Het laatste woord zou betekenen 'de baas spelen over' en niet de algemene waarde van gezag hebben.

Paulus zou de vrouwen in de gemeente waar Timotheüs dient, waarschuwen, 'niet te onderwijzen-en-(zodoende)-de-baas-te-spelen over mannen'.

We kunnen wel zeggen dat in het gebruikelijke werk-woord 'onderschikken' (hupotassein, bijv. in Ef. 5) beslist een verhouding van gezag in de Romeinse samenleving was uitgedrukt (overheid-onderdaan, man-vrouw, oude-ren-jongeren, heer-slaaf, ouders-kinderen).

De notie van gezag hoorde men mogelijk ook in het beeld van 'hoofd' (en lichaam) in de wereld van het Nieuwe Testament (pag. 36).

Ondanks teksten als 1 Tim. 2:12 stellen de deputaten gewoonweg: 'de Bijbel verbindt nergens het gezag van ambtsdragers aan het mannelijk geslacht.' (pag. 37)

De ambtsleer begint in de persoon van onze Heer Jezus Christus. Het geslacht van zijn dienaars is geen factor in de geloofsleer over de ambten in de belijdenis.

In het Nederland van vandaag verbinden wij gezag helemaal niet met sekse.

Sterker nog: niet de persoon heeft gezag, maar het gezag komt in de opdracht mee.

De predikant heeft gezag, als Gods woord door zijn dienst gezag uitoefent. Daarin kan God zijn man-zijn wel gebruiken, maar zou Hij dat bij een vrouwelijke ambtsdrager niet kunnen? Ook een wijze vrouw heeft in haar spreken of bidden gezag wanneer Gods woord gezaghebbend doorklinkt.

Samenvattend stellen deputaten: 'het begrip gezag in de Bijbel over de relatie man en vrouw lijkt niet te duiden op een algemeen gezag van alle mannen over alle vrouwen, maar veeleer als een waarschuwing aan de vrouw om haar man niet te overheersen.'

De roeping van mannen wordt in de Bijbel ook niet gekoppeld aan het 'man' zijn.

Ook in de belijdenisgeschriften wordt geen expliciete koppeling gelegd tussen geslacht en de roeping van dienaars. Ook in onze samenleving is gezag niet gekoppeld aan geslacht.

'Voor gezag in de Bijbel is niet bepalend of je man of vrouw bent, maar dat in je bidden en spreken Gods Woord doorklinkt.' (pag. 37)

De roeping van talentvolle vrouwen

Ook vrouwen kunnen een roeping ervaren en in onze samenleving wordt afdoende zichtbaar dat ook zij gaven hebben en kunnen ontwikkelen om gestalte te geven aan deze roeping. Wanneer vrouwen op deze wijze functioneren in de gemeenten (met talent en scholing, inzet en toewijding), dan dienen ook zij de volmacht van Christus te hebben, door verkiezing en bevestiging en daarmee het afleggen van een gelofte. (pag. 38)

Alle ambten zijn gelijkwaardig en daarom kan niet één ambt opengesteld, dan wel gesloten blijven voor vrouwen. De gelijkwaardigheid en collectiviteit van de ambtelijke dienst voorkomt een overheersen door enkelen. In die collectiviteit is er ook ruimte om aan de roeping van vrouwen gehoor te geven. (pag. 39)

De deputaten stellen binnen de GKv vast: vrouwen draaien op allerlei gebied en in allerlei taken volop mee in de kerken. Er zijn veel taken waarin mannen en vrouwen naast elkaar werken (vieren, leren) en vrouwen werken vrijwel nooit alleen.

Vrouwen participeren als het gaat om het 'zorgen' zowel in pastorale als diaconale bezoeken en met name de onderlinge zorg en toerusting ligt bij vrouwen. Ook in het besturen van de kerk worden de gaven van vrouwen ingezet. We zien dat mannen en vrouwen beslissingen voorbereiden en uitvoeren, maar dat het nemen van het daadwerkelijke besluit (voornamelijk rond visie en beleid) een taak van mannen is. Juist in het voorbereiden gaat veel van het denkwerk rond de koers van de gemeente zitten, een taak die door mannen en vrouwen samen wordt gedaan.

Daarbij zijn de belijdeniscatechese (leren), de prediking (vieren), de tucht (zorgen) en de beleidsbeslissing (bouwen) nog vrijwel exclusief voorbehouden aan mannen, want deze zijn ambtsdragers. Vrouwen participeren steeds meer in taken die voorheen onder het ambt vielen, zonder dat zij daarvoor gekozen of bevestigd worden. (pag. 45)

De deputaten vatten samen: in het zoeken naar roeping en gaven om te dienen in een ambt, zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen niet zo relevant als de vraag of iemand de gaven en talenten en roeping heeft.

(pag. 48)

Balans

De deputaten maken nu de balans op: De Bijbel geeft geen eenduidig antwoord op de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten. Ons bouwwerk aan ambten is in de Bijbel niet één op één terug te vinden. In de Bijbel blijkt dat vrouwen worden ingezet in dienst van het evangelie als profetes, apostel (!), diaken of rechter. Het voorop gaan van de man betekent dat de man niet zal heersen over de vrouw, maar vol overgave wil dienen zoals Christus. (pag. 59)

Deputaten: Er zijn in de Bijbel twee sporen: vrouwen spreken vrijmoedig èn vrouwen dienen te zwijgen. Dat laatste betekent dat voorkomen moet worden dat mannen of vrouwen overheersen. Het is te gemakkelijk aangenomen dat de Bijbel een heldere koers voorschrijft, die 1 op 1 vertaald kan worden naar onze huidige ambtsopvatting. (pag. 60). De beperking van de ambten tot alleen de mannen is een keuze geweest die is ingegeven door de wijze waarop per tijdsperiode in de geschiedenis de maatschappij en wereldregering zijn ingericht (daarmee was het vanzelfsprekend dat vrouwen hiervoor niet in aanmerking kwamen).

De Bijbel geeft geen helder antwoord als het gaat om de rol van vrouwen.

Zowel mannen als vrouwen hebben gaven en talenten ontvangen om zijn kudde te leiden. In meerderheid mannen. De Bijbel biedt daarmee geen overtuigend houvast om alle ambten voor vrouwen op alle tijden en in alle plaatsen gesloten te houden.

'Dat geeft de synode ruimte om vrij na te denken. Dan kunnen ook andere overwegingen een rol gaan spelen om tot een koers te komen, die ons dient op weg naar het koninkrijk'. (pag. 60)

Gezamenlijke opdracht

Deputaten:

Het is wel duidelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen sterk samenhangen met sociaal-culturele omgeving. Zoeken naar deze verschillen is ons inziens geen vruchtbare route: belangrijker is dat we zoeken naar de gaven die aan een individuele man of vrouw gegeven zijn. We moeten invulling geven aan onze gezamenlijke opdracht.

De basis voor het advies ligt in de Bijbel, die duidelijk maakt dat God mannen en vrouwen samen wel inzetten in dienst van het evangelie, dat hij hen gezamenlijk verantwoordelijk maakt, een verantwoordelijkheid waarin de man dienend voorop dient te gaan. (pag. 61)

De ambtsstructuur zoals wij die nu kennen, sluit niet meer aan bij de inzet van gaven en talenten maar zoals die zich in de praktijk voordoet (!).

Deputaten adviseren de synode dan ook om meer ruimte te maken voor de inzet van gaven en talenten van vrouwen als zij geroepen worden tot bijzondere taken en daarbij de bestaande ambtsstructuur niet als in beton gegoten te zien.

Er moet meer ruimte komen niet omdat de cultuur dat vereist, maar omdat gaven en roeping een plek dienen te krijgen. (pag. 62)

Deputaten realiseren zich dat ze een omstreden koers adviseren. Het is een breuk met het verleden, het druist voor een deel van de gemeenteleden in tegen hoe zij de Bijbel hebben gelezen en hebben uitgelegd. En daarmee raakt het aan het hart van het christen zijn.

We zijn op zoek geweest naar wat Gods wil is voor de zijn gemeente en zijn gemeenteleden.

De bestudering van Bijbelteksten heeft ons de vrijmoe-digheid gegeven om vrede te hebben met deze breuk.

Het advies aan de synode: alle ambten open

De deputaten bespreken nu acht opties m.b.t. de inzet van vrouwen in de ambten. Deze variëren van geen, één of alle huidige ambten openstellen dan wel aangepaste ambten voor vrouwen instellen. Te midden van deze opties citeren we het commentaar van de deputaten op hun Optie A en H.

A. Geen openstelling voor de ambten voor vrouwen.

Het deputaatschap waardeert deze optie niet positief. Het gaat voorbij aan de huidige praktijk. Deze keuze zal ons verplichten om de praktijk aan te passen aan de leer, waarmee de gaven en talenten van vrouwen die nu ruim worden ingezet, geweerd worden uit allerlei functies. Alternatief: herzien van de ambtsleer en ambtsuitoefening.

H. Alle ambten openstellen voor vrouwen (wordt in de vrijheid van de plaatselijke kerken gelaten).

De deputaten: ingrijpende optie gelet op de bezwaren die in het verleden zijn ingebracht. (...)

Deputaten kunnen zich voorstellen dat dit idee wordt ervaren als een te grote stap.

Aan de ene kant is er wel al een sterke participatie van vrouwen in het kerkelijk leven, die ook al behoorlijk verweven is in de ambtelijke structuren, maar aan de andere kant is formeel nog geen enkel ambt voor vrouwen opengesteld. Tegelijkertijd is dit wel de optie die het meest recht doet aan de Bijbels onderbouwde argumenten voor de inzet van gaven die de Geest aan vrouwen heeft gegeven in de gemeente en aan de gezamenlijke opdracht en verantwoordelijkheid die mannen en vrouwen al bij de schepping hebben gekregen. (...)

Wanneer deze optie gekozen wordt zal aan de plaatselijke gemeenten alle ruimte gelaten moeten worden om te beslissen of, wanneer en in welk tempo deze optie gerealiseerd wordt.

'Vanuit de opdracht die deputaten hebben meegekregen van de synode, vinden we die optie aanbevelenswaardig, die het ambt voor vrouwen openstelt, zowel het diaken-,

ouderlingen- als predikantenambt. Dit omdat deze optie recht doet aan de ruimte die de Bijbel geeft voor de inzet van gaven en talenten van vrouwen met een roeping en tegelijk ook de waarborg biedt dat naast de interne roeping ook de externe bevestiging plaatsvindt. (...)' (pag. 66)

Deputaten:

'dit betekent een breuk met het verleden en een breuk met de traditionele manier van uitleggen van de zwijgteksten. God geeft mannen en vrouwen een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar daarmee zijn ze niet gelijk, maar aanvullend aan elkaar in wederzijdse dienstbaarheid. In het verleden is er steeds voor gekozen om deze eigenheid handen en voeten te geven door het zichtbaar te maken in de uitsluiting van vrouwen uit het ambt, op basis van de zwijgteksten. De strekking van de zwijgteksten is echter een andere, en bovendien gaan we daarmee voorbij aan de vrijmoedigheid waarmee de Bijbel vrouwen het woord geeft. Daarnaast worden door deze uitleg historische keuzes rond inrichting van ambten onterecht toegeschreven aan een directe opdracht uit de Bijbel.'

Volgende keer beginnen we met ons commentaar.