Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Spreuken maken de man (6)

Jaargang: 
11
Datum: 
09 mrt. 2016
Nummer: 
2
Schrijver: 
C. Koster
ID:
1605



Het begin van ware wijsheid

We hebben veel gezegd over de eerste verzen van Spreuken. Eén ding hebben we bewaard voor dit artikel. Vers 7: `De vreze des HEREN is het begin der kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.´ In Spreuken gaat het steeds over de wijsheid. Maar waar draait het nu echt om, als je het over `wijsheid´ hebt? Het draait alles om de vreze des HEREN. Maar wat is dat nu eigenlijk: de HERE vrezen?

Vreze des HEREN?

Het woord `vrees´ wordt in de Bijbel eigenlijk op twee manieren gebruikt. Vrees kan betekenen: `angstig zijn´. Maar die betekenis heeft het hier niet. Het vrezen van de HERE heeft hier een positieve betekenis. Je kan denken aan woorden als: ontzag, eerbied, respect, nederigheid tegenover de HERE. Als je de HERE vreest, dan heb je ontzag voor zijn grootheid. Maar dat is niet het enige. Je hebt Hem ook van harte lief. Je vertrouwt op deze machtige God. Je vertrouwt erop dat Hij je wil redden, helpen en verlossen.

Je weet wel dat mensen in het Oude Testament naar Gods tempel in Jeruzalem gingen. Dan naderden ze eerbiedig voor de HERE en gaven ze offers naar de eis. Daarmee lieten ze zien dat ze vervuld waren met de vreze des HEREN: deze God hadden ze lief én voor deze God hadden ze groot ontzag. Daarom knielden ze voor Hem, daarom loofden ze Hem met liederen, daarom brachten ze offers. Ze nemen het leven met de HERE ernstig, omdat ze ontzag en eerbied voor Hem hebben.

Daniël en zijn vrienden

Misschien kan ik je een voorbeeld geven, waardoor je nog duidelijker begrijpt wat dat betekent: de HERE vrezen. De drie vrienden van Daniël vrezen de HERE. In Daniël 3 wordt ons die bekende geschiedenis verteld, dat de drie vrienden van Daniël een beeld moeten aanbidden. Ze weigeren dat, terwijl ze weten waar dat op uitloopt. En waarom weigeren ze? Omdat ze de HERE vrezen: ze hebben Hem lief én hebben ontzag voor Hem. Daarom willen ze niet zondigen. Zondigen tegenover de HERE vonden ze erger dan geworpen worden in de brandende oven!

En ook bij Daniël zelf zien we deze eerbied en ontzag voor de HERE. In Daniël 6 lezen we over een verbod: Daniël mag van zijn koning niet meer bidden tot de HERE. Maar Daniël vreest de HERE en blijft gehoorzaam tot zijn God bidden. Hij wordt daarom als straf in de leeuwenkuil geworpen. Ook hier zien we: het ontzag en de eerbied van Daniël voor de HERE is zo groot, dat hij niet in het minste of geringste ongehoorzaam wil zijn tegenover God. Hij vreest de HERE.

Waarom moeten we Hem vrezen?

Deze vrees is passend tegenover God. Want moet je je eens indenken wie deze God is. Hij is de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij is de alleenwijze God, die van niemand raad nodig had, toen Hij alles schiep. En bovendien is Hij ook HERE, Jahwe. De God van het verbond, die trouw is aan zijn beloften. Hij heeft zijn volk gered en zal hen redden. Wie zou geen ontzag hebben voor deze God? De HERE spleet immers de Rode Zee in tweeën en liet zijn volk er met droge voeten doorgaan. Terwijl Hij in zijn heilige toorn het leger van Egypte liet verdrinken in datzelfde water. Als ik dat lees dan word ik stil. Herken je dat? Je ziet Gods liefde, je ziet tegelijk zijn majesteit en grootheid. En je vreest deze God.

´t Is het begin

Wat wil het zeggen: de vreze des HEREN is het begin? Is dat `les 1´? En als je les 1 hebt begrepen, kan je dan pas door naar les 2? Je kan het woord `begin´ beter vertalen met `beginsel´ of `fundament´. Als wijsheid een gebouw is, dan is de vreze des HEREN het fundament. Alleen op dat fundament kan je verder bouwen. In het groeien van kennis en wijsheid verlaat je dat fundament ook niet, als het goed is. Als je dat wel doet, dan verlies je ook je wijsheid. Met het vrezen van de HERE staat of valt alles.

Tegelijk gaat dit beeld mank. Want een fundament van een gebouw leg je één keer en blijft verder onveranderd. Maar bij de vreze des HEREN is dat niet zo. Als je de fundamentele houding hebt om de HERE te vrezen, dan ben je wijs. Maar als je groeit in wijsheid, dan kan je ook toenemen in het vrezen van de HERE. Dit kan je bijvoorbeeld zien in Spr. 2:5. Als je wijze woorden aanneemt, als je wijsheid zoekt, `dan zult gij de vreze des HEREN verstaan en de kennis van God vinden.´ Als je de HERE vreest, dan kan je daarin altijd verder groeien. Die fundamentele houding in je leven wordt steeds sterker. Je krijgt steeds meer ontzag en liefde voor de HERE.

Heel Spreuken

Het vrezen van de HERE heeft álles met de wijsheid van Spreuken te maken. Dat kan je letterlijk terugzien in de indeling van dit Bijbelboek. Want de woorden `vreze des HEREN´ vormen markeerpunten in Spreuken.

De vreze des HEREN kan je vinden in Spr. 1:7. Dat is de afsluiting van de eerste korte inleiding (Spr. 1:1-7). En Spreuken 1 tot en met 9 vormen een langere inleiding op de rest van het Bijbelboek. En juist in hoofdstuk 9 staat de vreze des HEREN centraal. `De vreze des HEREN is het begin van de wijsheid, en het kennen van de Hoogheilige is verstand.´ (9:10). We komen dit begrip nog wel op meer plaatsen tegen. Maar we vinden het tot slot ook helemaal aan het einde van het Bijbelboek (Spr. 31:30). `Een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen.´ Het vrezen van de HERE is letterlijk en figuurlijk het begin en het einde van heel Spreuken. Daar draait het om. Het vrezen van de HERE is de kern van dit Bijbelboek.

Een praktisch geschenk!

Als één ding duidelijk wordt in Spreuken, dan is dat wel dat het vrezen van de HERE niet abstract is. Het vrezen van de HERE raakt alles. Je taken, je studie, je houding naar je ouders, je spreken, je doen. Het raakt je léven, in al zijn facetten. Als je de HERE vreest, dan wordt dat zichtbaar in je doen en laten. Het geloof krijgt dan handen en voeten.

Bijbelse wijsheid heeft bijvoorbeeld te maken met je drinkgedrag. Spreuken zegt dat het dwaas is om je over te geven aan wijn. `De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs´ (Spr. 20:1).

Verder is Bijbelse wijsheid niet alleen praktisch. Het is ook een geschenk. Deze wijsheid wordt ons door God gegeven, uit genade. Je mag daarom tot God bidden om kracht en wijsheid. Zodat je door zijn wijsheid kan leven en goede keuzes kan maken. Zo belooft God dat ook (Jak. 1:5): `Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.´

Dat betekent trouwens wel dat de Bijbelse wijsheid een verplichtend karakter heeft. Een ongelovige kan ook wel bedenken dat het niet wijs is om je aan drank over te geven. Maar ja, `soms moet je er even lekker aan toe geven om het vol te houden. Een keertje dronken worden is toch niet erg?´ Maar vanuit de Bijbelse wijsheid weet je: overgeven aan drank wordt door de HERE verboden. Dat is onwijs, dat is zondig.

Dwazen

Dwazen zijn er ook. Je weet dat je niemand mag uitschelden voor `dwaas´. Toch lijkt het erop dat sommige mensen hier worden uitgescholden voor dwazen. `Dwazen verachten wijsheid en tucht.´ Maar dit is niet bedoeld als uitschelden. Als je de wijsheid en het onderwijs van Spreuken naast je neerlegt, dan ben je dwaas. Je bent eigenwijs in de letterlijke zin van het woord: wijs met je eigen wijsheid, en niet met Gods wijsheid. Het is een dwaasheid die zonde is, omdat je Gods Woord van geen of weinig waarde acht. En je laat zien dat je de HERE niet vreest. Omdat je geen ontzag hebt voor de HERE of voor zijn geboden.

Tegelijk is dit niet alleen een veroordeling van dwázen. Het is ook een ernstige waarschuwing voor iedereen. Ook voor verbondskinderen, ook voor jou en mij. Je bent dwaas als je Gods wijsheid niet aanvaardt in je leven. Ik, jij, we zijn dwaas, als we niet luisteren naar God. Als we Hem niet gehoorzamen. In Spr. 1:7 kan je eigenlijk de twee wegen zien van Psalm 1. De weg die God wijst, in het dienen van Hem en het leven naar zijn geboden. En de weg van de goddeloze, de spotter, die zich niet stoort aan Gods wetten. Het Psalmboek opent in Psalm 1 met de twee wegen. Ook Spreuken opent in hoofdstuk 1 daarmee. En beide willen ze zeggen: in je leven moet je telkens weer de goede keuze maken. De weg van Gods geboden. Of de weg van ongeloof en ongehoorzaamheid. Welke weg kies jij?

Vrezen van God in de Bijbel

Het vrezen van de HERE betekent luisteren naar God en naar zijn geboden. En als je écht wijs wilt zijn, dan gehoorzaam je Gods wet. Dit komen we duidelijk in de Psalmen tegen. Kijk maar naar Ps. 112:1: `Halleluja. Welzalig de man, die de HERE vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden.´ De Psalmen zijn vol lof over Gods wet, omdat je in die wetten Gods wijsheid vindt. Denk aan Psalm 19 en 119. Het getuigenis van de HERE schenkt wijsheid aan de onverstandige (Ps. 19:8).

Het vrezen van God kan niet zonder eerbied voor de Here Jezus. Want juist in Jezus Christus komen we in aanraking met échte wijsheid. Jezus Christus is voor ons geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1 Kor. 1:30). In Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen (Kol. 2:3). Jezus Christus heeft ons Gods wil en Gods wetten volkomen geopenbaard als onze hoogste profeet en leraar (Zondag 12 HC).

Vrees de HERE!

Het laatste Bijbelboek bindt het ons nogmaals scherp en helder op het hart: Vrees de Here! Openb. 14:7: `Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.´ Opnieuw zie je hier Spr. 1:7 terugkomen. Als je de Here vreest, dan ontvang je Gods wijsheid en zal Hij je redden. Maar als je Gods wijsheid veracht, dan zul je niet gespaard worden voor Gods oordeel.

Het begin van ware wijsheid is de HERE als uw God te vrezen. Welke weg bewandel jij? De weg van het vrezen van God of de weg van eigenwijsheid, die dwaasheid is? Juist aan het begin van je leven is het belangrijk welke weg je inslaat. Vrees je de HERE, dan mag je je gezegend weten. Kies je voor je eigen wijsheid, dan gaat het fundamenteel verkeerd. Start daarom op de goede weg van wijsheid: vrees God nu en altijd.