Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Sociaal?

Jaargang: 
4
Datum: 
24 nov. 2010
Nummer: 
42
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
742
Rubriek: 

Persbericht. Instructie schooluniform: verplicht voor deelnemers aan alle instellingen voor voortgezet, hoger en academisch onderwijs. Belangrijkste uitrusting: één mobiele telefoon, niet ouder dan zes maanden, standaard voorzien van een internetverbinding, mogelijkheid voor fotograferen, muziek afspelen, filmpjes bekijken en een uitgebreid scala aan spelletjes. Aanrader: let op de belfunctie, het is soms handig als er ook gewoon mee gebeld kan worden. Een flitsend uiterlijk verdient de voorkeur. Gebruik: de telefoon wordt permanent in de linker- of rechterhand gedragen, opvallend onopvallend.
De overige onderdelen van dit uniform(kleding, sieraden, accessoires en schoeisel) zijn geheel naar eigen vrije keuze aan te schaffen.
NB: voor hen die het nodige onderwijs al achter zich hebben maar werkzaam zijn bij een organisatie waar veel vergaderd wordt, geldt het dringende advies dit uniform ook te dragen, onder de aanduiding “bedrijfsuniform”, eventueel in een wat aangepaste uitvoering (bedrijfslogo, ver doordringende beltoon).
Argument voor invoering: het dragen van bovengenoemd uniform, of eventueel alleen het onderdeel mobiele telefoon bevordert de sociale acceptatie en integratie.


Dagelijks leven

Nee, maakt u zich geen zorgen. Zo’n bericht als boven zullen we wel niet in de kranten tegenkomen. Het is natuurlijk gefingeerd. Maar de zaak die we er mee aanduiden is wel heel actueel. De mobiele telefoon, met al zijn mogelijkheden, is inmiddels een volledig geïntegreerd onderdeel van ons dagelijks leven. Voor de ouderen onder ons zal dat nog wel wat meevallen. Maar voor de jongeren en voor de werkenden onder ons lijkt het hebben en gebruiken van de mobiele telefoon net zo gewoon als kleding, dagelijkse verzorging en fietsen.
Wie herkent de beelden niet? Scholen vol jongeren waarvan een groot gedeelte bellend of sms-end door de gangen en over de trappen gaat? Mensen in de supermarkt die met de ene hand hun winkelwagentje vol laden en met de andere hand telefoneren? Tweede Kamerleden, die voorbeelden bij uitstek voor Nederland (!), die in groten getale tijdens debatten vrolijk twitteren via hun mobiele telefoon? Het beeld van een vergadering of cursus waarbij dan de één, dan de ander op zijn of haar mobiele telefoon bezig is en even niet let op de voorzitter of de spreker?
En dan hebben we het alleen nog maar over de mobiele telefoon. Dan hebben we het nog niet over de “grote uitvoering”, de laptop (draagbare computer) of PC (standaard computer), waar vele uren per dag achter worden doorgebracht. Niet alleen voor werk of studie maar juist ook voor ontspanning en het aangaan en onderhouden van contacten.

Internet

Internet, via de computer of via de mobiele telefoon, biedt tegenwoordig enorm veel mogelijkheden tot contact. Sociaal contact. Contacten met andere mensen. Er zijn allerlei netwerksites ontwikkeld om ons daarbij te helpen. Facebook en Hyves, internetsites waarop je jezelf bekend kunt maken en een kring van “vrienden” kunt opbouwen. Waarop je allerlei informatie met elkaar kunt delen. Van interessante hobbies tot complete persoonlijke dagboeken. Linkedin, een netwerk voor het bedrijfsleven, bedoeld voor mensen die een baan of personeel zoeken. Twitter, een netwerk vooral bestemd voor het snel uitwisselen van “nieuws” en “nieuwtjes” en commentaar daarop.
Al die internet-netwerken zijn internationaal en kennen tientallen miljoenen deelnemers wereldwijd.
En dat biedt ongekende mogelijkheden. Waren we tot voor zo’ n twintig jaar nog afhankelijk van telefoon en briefpost, nu kunnen we zomaar, binnen seconden, contact leggen met mensen in India, of China, of Canada, of op de Seychellen ...... Maar natuurlijk evengoed met leuke en interessante mensen in onze eigen gemeente, regio of land.
Via die nieuwe netwerken kunnen we ook heel snel reageren op allerlei grote en kleine gebeurtenissen. We kunnen ook heel snel van alles te weten komen. Want het grootste deel van internet is openbaar. En als dat niet zo is, dan is het al heel gemakkelijk om een inlogcode of wachtwoord aan te vragen. Zó voor elkaar. Die openbaarheid geldt trouwens niet alleen voor de genoemde netwerken. Dat gaat ook op voor eenvoudige websites, bijvoorbeeld van eigen kerkelijke gemeente.
Ja, internet heeft ongekende mogelijkheden geopend. Trefwoorden voor deze zogenaamde “nieuwe media” zijn: heel veel informatie, razendsnel, zeer toegankelijk, op ieder moment beschikbaar. Wanneer we maar willen kunnen we grote hoeveelheden informatie van allerlei soort en gewicht de wereld insturen of, andersom, tot ons nemen.

Sociale media

Als we het hebben over internet en al die nieuwe netwerken, dan hebben we het over “sociale media”. Zo wordt dat genoemd. En er wordt ook nogal over geroemd. Sociaal: je kunt heel gemakkelijk contacten leggen met een groot aantal mensen. Of je nu een verlegen persoon bent of juist iemand die heel gemakkelijk anderen aanspreekt. Of je nu gemakkelijk vriendschappen sluit of juist nogal stug van karakter bent. Met de nieuwe sociale media kun je contacten leggen wanneer en met wie je maar wilt. En even zo gemakkelijk kun je ze weer verbreken. Je kunt je grenzen enorm verbreden. Vandaag gegevens uitwisselen met een Amerikaan en morgen met een Hongaar. Er is altijd wel iemand die jouw interesses deelt. Eenzaam zijn is niet meer nodig. Kruip maar achter je PC! Pak je bijdetijdse mobieltje maar!
Ja, we chargeren bewust enigszins. Maar feit is dat in de pers en in de politiek de ontwikkelingen op internet zeer positief worden benaderd. En dat het sociale aspect van de nieuwe media sterk wordt benadrukt.
En waar die nieuwe internetmogelijkheden zo’n sterke plaats beginnen in te nemen in ons dagelijks leven is het goed, ja, is het voor christenen noodzakelijk die ontwikkelingen tegen het licht van Gods Woord te houden. Goed, ja, noodzakelijk om na te gaan of en hoe deze nieuwe media een plek kunnen krijgen in ons leven in het Verbond.
Er is heel veel te zeggen over internet maar we willen in dit artikel vooral de nadruk leggen op die term “sociale media”.

Verbonden

Sociaal komt van het latijnse woord “socius”. Socius is een breed begrip dat staat voor verbindend, gemeenschappelijk, samen, deelgenoten zijn, bevriend, reisgenoten zijn. Sociaal wil zeggen betrekking hebbend op het maatschappelijk samenleven.
Nu, zo op het eerste gezicht is die aanduiding “sociale media” dan goed op zijn plaats. Immers, met die nieuwe netwerken kun je toch meer en vaker dan ooit tevoren contacten hebben met andere mensen, met organisaties, met de overheid? Helemaal naar eigen inzicht en op je eigen tijd? Dan ben je toch inderdaad meer dan ooit als het ware “aangesloten” op de maatschappij?
Maar dan willen we toch wat beter kijken. Wat dieper graven. Als je bevriend bent met iemand, als je deelgenoten bent van iets, reisgenoten, als je gemeenschappelijke doelen nastreeft, en met elkaar contact onderhoudt, hoe doe je dat dan? Sociaal bezig zijn via mobiele telefoon of PC is een nogal beperkte vorm van communicatie. We staan er vaak niet bij stil maar het is wel een gegeven. Het enige dat we van onze gesprekspartner te zien krijgen zijn de teksten die hij of zij verstuurt. Maar in een echt gesprek spelen veel meer zaken een rol. Dan is de gesproken tekst maar een beperkt onderdeel van onze communicatie. Als we werkelijk contact met iemand hebben, als we echt betrokken zijn, dan is ook de mimiek, de gezichtsuitdrukking belangrijk. En de lichaamshouding. De intensiteit van elkaars blik. Het letterlijk bij elkaar zijn. De warmte van een stevige handdruk. De hand op de schouder. Al die dingen zijn belangrijk. Je kunt dezelfde woorden uitspreken met een vrolijk gezicht of met een somber gelaat. En je boodschap krijgt meteen een heel andere lading.
Als je echt met elkaar verbonden bent, dan ga je voor elkaar zitten. Dan neem je de tijd. Dan stem je je agenda’s op elkaar af. Daarmee geef je een boodschap af van respect en waardering.
In een echt gesprek kun je rustig met elkaar nadenken. Dingen laten bezinken. Je hoeft niet meteen te oordelen.
Je geeft ook aan een ander ruimte en gelegenheid. Een gesprek eenzijdig verbreken is ongepast. Een gesprek helemaal op jou betrekken doe je niet. Vriendschappen moet je zorgvuldig onderhouden.
En dan nu nog eens. Nieuwe media sociaal? Meer verbonden met de maatschappij? Met de mensen om ons heen?

Alleen

Hierboven gaven we een aantal trefwoorden die passen bij de nieuwe media. We geven er nu nog een paar: snel, oppervlakkig, ik-gericht, consumerend, onrustig, jachtig, snel oordelend. En als gevolg van de mogelijkheden ook enigszins verslavend.
En, als we het hebben over sociaal: meestal ben je, als je communiceert via internet, alléén!
Hoezo sociaal? Hoezo gemeenschappelijk?
Kort geleden werd er in het Reformatorisch Dagblad melding gemaakt van een experiment waarbij twee jongeren twee weken lang geen mobiele telefoon en geen computer mochten gebruiken. Behalve voor het uitvoeren van studie-opdrachten. Ze vonden het heel erg moeilijk. Maar ze ontdekten ook dat het toch wel erg leuk en goed was om af en toe met de rest van het gezin samen koffie te drinken. Een gezamenlijk gesprek te hebben. Een spelletje samen te doen. Ondanks hun intensieve dagelijkse gebruik, of beter gezegd dànkzij het gebruik van de “sociale media” waren ze blijkbaar toch iets belangrijks kwijtgeraakt. Iets wat ze opnieuw moesten ontdekken.
Ja, communiceren via de hedendaagse netwerken doe je alleen! Sociaal? Verbonden?

Christelijk sociaal

Misschien vraagt u zich af: waar blijft nu die bijbelse spiegel? Dan moeten we kijken wat de Schrift ons leert over gemeenschap. De HERE heeft in de Schepping de structuren voor de menselijke gemeenschap, voor de maatschappij gegeven. Huwelijk, gezin, verbondsgemeenschap. Daarna de wereld. De HERE heeft ons ook geleerd wat het betekent verbonden te zijn met anderen. Dan hebben we het over naastenliefde. Dat is o.a. afzien van je zelf. Afzien van je eigenbelang. Rekening houden met de ander. Echt luisteren. Echt samen spreken. Tijd voor elkaar nemen. Elkaar respecteren. Geven is belangrijker dan nemen. Tijd inruimen voor de bijbelse wijsheid. Elkaar zoeken op het tijdstip dat het de ander past.
Dat is ècht sociaal. Bijbels sociaal.
We moeten nog verder kijken. Echte gemeenschap is alleen mogelijk in geloof. In waar geloof. En onze roeping is om, naast dat wat we voor de wereld moeten betekenen, ons in te zetten voor die echte gemeenschap. Met onze gezinsleden. Met onze broeders en zusters. Dat betekent ook samen luisteren. Samen in alle rust studeren. Samen optrekken. Elkaar tot een hand en een voet zijn. Eerst in het huwelijk. Dan in het gezin. Dan, onlosmakelijk verbonden met die eerste twee, in het Verbond, de gemeenschap van Gods volk. Vanuit die geloofsgemeenschap gaan we dan werken in de maatschappij. Dan laten we in de maatschappij zien wat de betekenis is van bijbels sociaal bezig zijn. Naastenliefde.
Dat is ècht sociaal. Bijbels sociaal.
Passen de kenmerken van de nieuwe media bij die echte gemeenschap? Is er sprake van echte gemeenschap? Of van schijn? En onder die schijn individualisme en eenzaamheid en leegte?

Nieuwe mens

We moeten nog verder kijken. We leven in de eindtijd. En dat betekent dat er een “nieuwe mens” aan het ontstaan is. De Here heeft ons dat voorzegd. Een mens die steeds meer liefdeloos zal zijn. Steeds meer alleen gericht op zichzelf. Op vervulling van eigen wensen en behoeften. Op eigen genot en gemak. Die nieuwe mens zien we al overal om ons heen. Een mens, bouwend aan de stad van de mens. Een stad waar zelfzucht, individualisme en materialisme de drijvende krachten zijn. Waarin ieder zichzelf tot god is.
We menen dat die nieuwe media, ondanks het feit dat we er ook een goed gebruik van kunnen maken, meehelpen aan de vorming van die nieuwe mens. Meehelpen aan de ontwikkeling van de stad van de mens. Ze zijn als het ware het wereldwijde cement van het nieuwe Babel van de eindtijd.
Oppervlakkig. Snel. Consumerend. Individueel. Alleen. Zeer beperkt.
En dat is het doel van de oude vijand. De duivel is er van het begin op uit om de door de Here gegeven structuren in het leven te verbreken. Hij maakt het gezins- en familieleven kapot. Hij lacht om de tienduizenden verbroken huwelijken. Om de talloze een-ouder-gezinnen. Om het losraken van alle samenhang in de maatschappij. Ontwrichting van de door God geschapen verbanden leidt tot het loslaten ook van Gods Woord en van de verbondsdienst. De stad van de mens, het wereldwijde Babylon, is dan ook een stad zonder God. Een stad waarin de echt sociale mensen, de trouwe kinderen van de Here, maar nauwelijks geduld worden. En uiteindelijk ook dat zelfs niet meer.

Echte nieuwe mens

Gelukkig weten wij ook van een nieuwe mens. Van de èchte nieuwe mens. De mens die herboren is in Christus. In Christus’ verzoenend werk. In Christus dood aan het kruis. Ja, zo zijn wíj nieuwe mensen. Want we hebben Christus leren kennen. Echt leren kennen, dat wil zeggen dat we uit genade gelovig deel hebben gekregen aan de Here Christus en aan al zijn weldaden.
De Here schakelt ons in bij de bouw van een andere stad. Een totaal andere. Een tegengestelde. Een eeuwige stad. De Stad van God. Het Nieuwe Jeruzalem.
En Hij roept ons dagelijks om aan de bouw van die stad, die echt sociale, nee, die echt gemeenschappelijke Stad, de plaats waar echte gemeenschap is, mee te werken. Volmaakte gemeenschap met de Here. En daardoor met elkaar.

En nu?

Tegen bovenstaande bijbelse spiegel leggen we nu de ontwikkeling van de nieuwe media en de nieuwe wereldwijde communicatienetwerken. Het is belangrijk, ja, van levensbelang dat we zien wat de tekenen van de tijd zijn. Het is van levensbelang dat we zien hoe de Here bezig is de wereld naar het einde te brengen. Daarin hebben ook de geschetste ontwikkelingen een plaats.
En nu? Wat moeten we nu met Hyves en Facebook en Twitter? En met al die dingen die nog wel zullen komen?
Trekken we ook dat gefingeerde uniform aan? Gaan we mee in de ontwikkelingen? Gaan we ons ook sociaal geaccepteerd gedragen?
Of gaan we ook in onze omgang met internet helder laten zien dat wij weten wat de echte nieuwe mens is?
Bouwen we een heel klein beetje mee aan de stad van de mens? Of gaan we helemaal als gelovige kinderen van de Here voor de Stad van God? Geheel anders?
Is dat te scherp gesteld? Idealistisch? Te radikaal?
Misschien iets om in het gezin en op vereniging over door te spreken?