Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Is de rol van de vrouw in gezin en kerk toe aan verandering? (1)*

Jaargang: 
11
Datum: 
14 jun. 2017
Nummer: 
12
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1744
Rubriek: 


Ons onderwerp is heel actueel. Niet alleen vanwege het rapport Man en Vrouw en Ambt, dat deze dagen op de generale synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt wordt behandeld. Maar vooral omdat de invloeden van onze tijd ook ons niet voorbijgaan.

Actueel

De laatste decennia is er veel veranderd in de westerse wereld met betrekking tot de positie van de vrouw. We noemen de invloed van het feminisme, dat zich inzet voor gelijke rechten en posities voor de vrouw in de maatschappij. En verder de beweging van het bestrijden van alles wat de mensen voor discriminatie houden. Daaronder valt ook denken aan het propageren van allerlei alternatieve samenlevingsvormen, die van de Schrift afwijken.

Als uitwerking daarvan zien we de trend dat steeds meer mensen het onderscheid van geslacht willen uitwissen, bijvoorbeeld in voorkomen, gedrag en uniseks kleding.

Bij het accepteren van homorelaties wordt zelfs een vrouwelijke moederfiguur overbodig, Ook gaan meer mensen van geslacht veranderen naarmate ze zich daar beter bij voelen, de transgenders. Recente wetgeving maakt zo'n overgang vrij gemakkelijk uitvoerbaar.

Het specifieke van man of vrouw zijn wordt zo nauwelijks nog gezien als geschenk van de Heere, waaraan een roeping voor het leven is verbonden. Steeds minder is er nog oog voor de bijzondere rol van de vrouw en moeder in de gezinnen. Ook de opvoeding van kinderen krijgt daardoor een heel andere invulling. Dit wordt sterk bevorderd door allerlei maatregelen in de samenleving, zoals belastingvoordeel voor tweeverdieners ten opzichte van eenverdieners.

Het jagen naar carrières, waarbij de taak van vrouw en moeder buiten beeld raakt, is een factor bij het hoge echtscheidingspercentage van meer dan 40%.

Al deze ontwikkelingen gaan ook de kerk niet geruisloos voorbij. In vele kerkgenootschappen is de vrouw in het ambt òf een feit, of staat als hot topic op de agenda.

Tweeverdieners

Een voorbeeld van beïnvloeding: Het RD bracht vorig jaar op 21 september het bericht dat het verschil in belastingdruk tussen eenverdieners en tweeverdieners in 2017 opnieuw verder oploopt. De circa 400.000 alleenverdieners betalen dan tot haast zes keer meer belasting dan tweeverdiener-huishoudens met hetzelfde gezinsinkomen.

Bij een gezinskomen van EUR 40.000 betekent dit een inkomstenbelasting van 10.325 euro voor eenverdieners, tegenover EUR 1836 voor tweeverdieners.

De eenverdiener met EUR 40.000 gezinsinkomen betaalt meer belasting dan tweeverdieners met een gezins-inkomen van EUR 60.000.

Het NIBUD berekent dat kostwinners met inkomens van EUR 30.000-45.000 soms slechter uit zijn dan gezinnen in de bijstand. De oorzaak van dit verschil rust op veel meer lastenverlichting voor tweeverdieners, en minder heffingskorting voor eenverdieners.

Als je dan let op de opgelopen huurprijzen en gestegen koophuisprijzen, vraag je je af: hoe kunnen onze startende gezinnen met één kostwinner ooit nog woon-ruimte vinden, waarbij ze genoeg overhouden voor levensonderhoud en opvoeding?

Betekent de druk op onze gezinnen niet dat vader en moeder wel allebei moéten werken? Maar wat heeft dat voor gevolgen voor onze gezinnen, voor onze jeugd èn voor de kerk? Dit vraagt van ons als kerk bezinning op passende maatregelen.

Onze gezinnen zijn immers bouwstenen van de kerk van Christus en werkplaatsen van de Heilige Geest. We zullen er toch alles aan moeten doen om Gods Woord daarover te laten heersen? Juist deze kostbare bouwstenen en werkplaatsen worden bedreigd door het patroon van de wereld om ons heen. Met gelijke ontplooiingsmogelijkheden voor man en vrouw, uitwissel-bare rollen voor man en vrouw in gezin en maatschappij, opvang van de kinderen door anderen en een anti-autoritaire opvoeding. Dit patroon vormt een groot gevaar voor het bewaren van het christelijk karakter van onze gezinnen.

Scheppingsorde

De Bijbelse grondlijn voor de positie van man en vrouw vinden we al op de eerste bladzijde van de Bijbel. Genesis 1:27:

En God schiep de mens naar zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

In Genesis 2:18 staat het zo uitgewerkt:

Ook zei de HEERE God: het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een hulp voor Hem maken als iemand tegenover hem.

De Heere wekte vervolgens in Adam het verlangen naar een vrouw op, toen hij de dieren namen moest geven, en toen Adam bij al de paren van de dieren, niemand ontdekte die bij hem paste.

Toen voerde God Zijn plan uit. Hij bracht Adam in een diepe slaap. Gen. 2:22,23:

en de Heere God bouwde de rib die Hij uit Adam ge-nomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.

Adam zei toen in verrukking:

Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees. Deze zal mannin genoemd worden want uit de man is zij genomen.

De Bijbel geeft ons in deze paradijsgeschiedenis de grondlijn aan die voor alle eeuwen zal gelden, als een goddelijke ordening waarop steeds teruggegrepen moet worden.

Die algemene geldigheid lezen we al in vers 24:

Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.

Eén grondlijn

De Schrift vormt één samenhangend geheel, ze is ge-schreven onder inspiratie van één Auteur, God de Heilige Geest. Daarom bevat Genesis 1 en 2 als scheppingsorde ook aanwijzingen voor ons leven op aarde. We trekken daaruit de volgende conclusies:

1. Man en vrouw zijn samen beeld van God.

2. Ze vertegenwoordigen Hem op aarde in een twee-eenheid.

3. Ze zijn beiden als Gods schepsel en als Gods kind gelijkwaardig voor God,ze passen als zodanig bij elkaar, maar in hun twee-eenheid zijn ze niet gelijk aan elkaar.

4. Er is verschil in volgorde, die zich uit in verschil in rangorde.

5. Want de Bijbel laat duidelijk zien, dat de man als hoofd wordt aangewezen,en de vrouw als hulp tegenover hem.Als hoofd gaat de man voorop.Als hulp stimuleert de vrouw haar man, vult hem aan en volgt hem.Zo zijn ze samen beeld van God.

We kunnen het zo onder woorden brengen: de man is de eerst verantwoordelijke. Adam werd daarom ter verantwoording geroepen voor de zondeval, ook al probeerde hij het af te schuiven naar zijn vrouw. Van de man wordt in 1 Kor. 11 gezegd dat hij de heerlijkheid van God is. Dat wil zeggen dat hij als eerste beeld van God is. Naar zijn vrouw toe heeft hij de opdracht haar te koesteren en te eren. Zij is een geschenk van God aan hem, onmisbaar om te voldoen aan Gods opdracht die zij samen hebben gekregen; ook deelt zij met hem de erfenis.

De vrouw is van haar kant als hulp op haar man gericht en is zo de heerlijkheid van de man. Via hem is ook zij beeld van God. In 1 Korinthe 11 worden de engelen vermeld m.b.t. deze verhouding. De engelen juichten bij de schepping. Zij volbrengen Gods wil en ze zijn boden van God. Zo zien zij ook toe op naleving van Gods scheppingsorde.

Er is blijdschap in de hemel als daaraan wordt gehoorzaamd.

Verwijzingen naar de grondlijn

Het is opvallend dat alle teksten in Gods Woord die gaan over de onderlinge positie van man en vrouw in huwelijk, gezin en kerk, verwijzen naar deze grondlijn, direct of indirect. Ze verwijzen dan naar de scheppingsorde van het begin, of naar Gods Woord dat hierover spreekt. Zo zorgt God Zelf ervoor dat wij in een zondige wereld steeds bij Zijn scheppingsorde worden bepaald.

M.B.T. HET GEZIN

Matt. 19 en Marcus 10:

En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.

Ef. 5:22:

Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn.

Kol. 3:18

Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Heere.

Titus 2:5

Jonge vrouwen (moet worden geleerd) hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.

1 Petr. 3:1-7

zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde. U bent kinderen van haar geworden.

M.B.T. DE KERK

1 Kor. 11:9,11,12

Want ook is een man niet geschapen omwille van de vrouw, maar een vrouw omwille van de man.(...) Want zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is ook de man er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God.

1 Kor. 14:34,36

Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. (...) Of is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt?

1 Tim. 2:13,14

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

Er blijkt dus in heel de Bijbel één grondlijn te zijn waar steeds weer naar terugverwezen wordt, Deze grondlijn is onafhankelijk van cultuur en samenleving.

Uitwerking van de grondlijn voor huwelijk en gezin

Wat is nu de Bijbelse uitwerking van deze grondlijn voor huwelijk en gezin zoals die ook voor onze tijd geldt?

De man heeft als hoofd een dienend gezag. Dat begint ermee dat Christus het over hem te zeggen heeft. Christus is immers het hoofd van de man, 1 Korinthe 11.

Dat moet dan ook blijken uit zijn daden. Hij moet name-lijk zijn vrouw liefhebben als zichzelf en haar leiden in naar wat Gods wil is: zorgend, koesterend en voedend in liefde. En haar daarbij eer bewijzen als mede-erfgenaam in Christus.

De verantwoordelijkheid die de man draagt, houdt in dat hij hierover verantwoording moet afleggen aan Christus. Wat betreft de taakverdeling is hij als eerste verantwoordelijk voor de leiding en zorg van het gezin en als zodanig treedt hij ook naar buiten toe op in de maatschappij. Zo wordt het ook gesteld in ons huwelijksformulier.

De rol van de vrouw is dienend als aan de Heere. Zoals eerder gezegd, is ze primair gericht op man en gezin. Naar haar man toe zal ze aanvullend zijn, helpend en stimulerend. De man zal zijn vrouw in liefde moeten helpen haar rol te verstaan, maar ook de vrouw zal de man helpen zijn rol als hoofd goed in te vullen. Ook daartoe zijn ze aan elkaar gegeven. Dat betekent onderdanigheid aan, en onderschikking in wat naar Gods wil is.

Dat vraagt in onze tijd wel veel zelfverloochening. Toch stelt de Heere dat de vrouw in die weg ook mensen voor Hem mag winnen. De vrouw zal zich daarbij niet op de voorgrond willen stellen, maar stil en zachtmoedig zijn; ingetogen, kuis tegenover de wereldse vrouw met opzichtige of uitdagende opsmuk.

Een heel mooie taak is voor haar weggelegd om als moeder kinderen groot te brengen in de vreze van de Heere, met het nodige onderwijs, ook als hun voorbeeld. Uiteraard heeft de vader daar ook een belangrijke taak in. Maar moeder is van jongs af steeds bij haar kinderen. Zij is op bijzondere wijze aan hen verbonden. Een belangrijk aandachtspunt in onze tijd, waar twee-verdieners de trend zetten.

Concluderend: de twee-eenheid in het huwelijk laat zich herkennen in de rollen die man en vrouw wederzijds hebben. Ze zijn op elkaar aangewezen en op elkaar afgestemd. Juist met en door de verschillen, die de Heere hen lichamelijk en geestelijk heeft meegegeven. Voor die afstemming is steeds wijsheid van Boven nodig. Daar zal voor gebeden moeten worden. De man zal daarbij nooit mogen vergeten zijn vrouw eer te geven, willen zijn gebeden niet verhinderd worden, 1 Petrus 3:7.

De vrouw zal steeds voor ogen dienen te houden welke grote taak zij juist heeft om door de Heere geschonken kinderen, groot te brengen in de vreze van Zijn naam.

En als die kinderen niet geschonken worden, zich op andere wijze in te zetten voor de opbouw van de kerk.

Gelijkwaardigheid en gelijkheid

Het is belangrijk nog even apart aandacht te geven aan het belangrijke verschil tussen gelijkwaardigheid en gelijkheid van de posities. Vaak worden deze begrippen niet goed verstaan en door elkaar gebruikt.

Gelijkwaardig betekent dat man en vrouw gelijke waarde hebben voor God. Zij zijn beide schepsel en beeld van Hem. Na de zondeval zijn ze beide door de herschepping in Christus uit genade weer tot kinderen van God aangenomen. In Christus zijn ze daarom ook gelijk van waarde m.b.t. genade en erfenis. Voor hen zijn gelijke schatten bestemd van vergeving van zonde en eeuwig leven.

Na de zondeval heeft de man de vrouw overheerst. Als uiting van de vloek over de zonde. Gods vloek trof niet alleen de belangrijkste taken van man en vrouw, respectievelijk het werk op het land voor de man en het baren van kinderen voor de vrouw. Maar deze vloek werkte ook door in hun onderlinge verhouding. Vaak overheerste de man de vrouw, zodat zij als gelijkwaardige niet geëerd werd.

Met Christus is daar voor de gelovigen een einde aan gekomen. Zij worden door Hem weer terugverwezen naar het allereerste begin zoals het was voor de zondeval. Zo deed de Heere dat in Zijn onderwijs over de scheidbrief. Als vernieuwde mensen heerst de man niet langer over de vrouw; hij zendt haar niet weg, maar geeft haar dienend leiding. Met Christus als voorbeeld.

Er zijn twee Schriftgedeelten die deze gelijkwaardigheid uitdrukken ondanks bestaand verschil. 1 Kor. 12 en Gal. 3.

1 Kor. 12:4 zegt:

Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

Gal. 3:26-28 zegt:

Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus.

Toch is gelijkwaardigheid niet hetzelfde als gelijkheid. Want man en vrouw zijn ongelijk geschapen, zoals 1 Kor. 11 zegt: niet tegelijk: de vrouw is uit de man en ook met verschil in positie: de vrouw is geschapen omwille van de man met als doel dat man en vrouw samen God eren. Ze vullen elkaar aan, ze zijn elkaars complement. De vrouw is niets zonder de man: zij is uit de man genomen. De man is niets zonder de vrouw: hij heeft een moeder nodig.

Door God geroepen

De Schrift wijst ons ook op de bijzondere positie van de vrouw: 1 Kor. 11:12:

Ook de man is er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God.

Alleen de vrouw is in staat kinderen voort te brengen, ook mannen. Een erepositie! Dat zien we al bij Eva, de moeder van alle levenden. Zo kon de Zaligmaker alleen uit Maria als vrouw geboren worden. Op unieke wijze werkt de vrouw zo mee aan de bouw van Christus' kerk.

Laten we bij al deze instructies toch vooral zien dat man zijn en vrouw zijn een roeping is van Godswege. En laten we daarom - naar 1 Kor. 7:17,24 - ook bij die roeping blijven, waarmee God Zelf ons geroepen heeft tot Zijn eer. Dat voorkomt ook ontevredenheid. Dat bevordert waardering, en eren van de ander, man en vrouw, als geroepenen van God.

(wordt vervolgd)

* Dit is het eerste deel van de lezing gehouden op de Bondsdag van 20 mei 2017 in Lansingerland.