Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Roeping en vrijmaking van een predikant (2)

Jaargang: 
3
Datum: 
18 nov. 2009
Nummer: 
39
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
577
Rubriek: 


Reactie op de stap van ds. R. van der Wolf

Verantwoording

Het recente vertrek van ds. Van der Wolf uit de GKv heeft nogal wat reacties losgemaakt. In het oktober nummer van Nader Bekeken schreef ds. C. van Dijk erover en in het tijdschrift De Reformatie van 31 oktober wijdde prof. dr. A.L.Th. de Bruijne er zelfs een hoofdartikel aan. Nu zouden we deze kritiek snel van de hand kunnen wijzen. Met als argument dat deze schrijvers geen recht van spreken zouden hebben. Zij hebben immers geen of onvoldoende oog voor de afval, de Woordverlating en rechtsverkrachting binnen hun kerken. En dat was toch de inzet van ds. Van der Wolf? Hun kritiek zou daarom niet meetellen. Hun veroordeling zul je daarom maar moeten dragen als je de goede weg gaat. Maar om dat laatste gaat het dan wel! Dat je de goéde weg gaat. Ds. Van der Wolf verlaat de GKv en zal daarom verantwoording moeten afleggen aan deze kerken. Een verantwoording die recht doet aan de kerkelijke afspraken en de roeping die je van Godswege hebt gekregen. Ook als je in de moeite bent gekomen.
Ook al geldt dat wij hun visie op de toestand binnen de GKv helemaal niet delen, we willen nu al wel stellen, dat de genoemde schrijvers op zich wel het recht hebben ds. Van der Wolf te bevragen of zijn handelen correct was. Daarbij geldt dan voor hem en voor ons ook zeker het woord van de apostel Petrus:

    Indien gij door de naam van Christus smaad lijdt zijt gij zalig (...) Laten derhalve ook zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende, 1 Petr. 4: 14-19

Goede voorbeeld?

Met veel wat ds. Van der Wolf zegt in het interview over de deformatie van de GKv kunnen we van harte instemmen. We zijn blij dat hij het inzicht heeft gekregen om te verwerpen wat in strijd is met Gods Woord. Hij noemt meerdere zaken, waarvoor binnen die kerken bekering nodig is. Hij constateert dat de koers echter is uitgezet en men verder vaart. Een triest verhaal. Er is al zoveel jaren op gewezen. Het stemt tot dankbaarheid dat ds. Van der Wolf de moed heeft om dit ook openlijk uit te spreken. En om daarbij tot bekering op te roepen. Ook willen we daaraan toevoegen dat we meevoelen met de moeiten en de tegenstand die hij in zijn ambt heeft ontmoet, zo vaak hij wilde opkomen voor de zuiverheid van Gods Woord. Dat het daarom moeilijk is om onder spanning en moeite de goede weg te gaan, willen we erkennen. Maar dat mag niet betekenen dat dan de Schriftuurlijke toets maar achterwege moet blijven.
Ds. Van der Wolf wil met zijn huidige stap - zoals hij het zelf zegt - een voorbeeld geven aan alle verontrusten, om hen bij elkaar te brengen.
Maar het is voor ons de vraag of ds. Van der Wolf met zijn kerkelijk handelen wel het goede voorbeeld heeft gegeven. In dit schrijven gaat het daarmee niet alleen om onze positie tegenover ds. Van der Wolf. Maar ook om verontruste broeders en zusters en predikanten die zich nog moeten vrijmaken en nu het voorbeeld van Ds. Van der Wolf krijgen, de goede weg te kunnen wijzen.

We schreven in het nummer van vorige week over de weg die naar onze mening een predikant zou moeten volgen bij een vrijmaking. We willen dat nu naast het interview met ds. Van der Wolf leggen zoals dat op de site van www.eeninwaarheid.nl in twee delen is geplaatst. We beperken ons daarbij tot een drietal zaken.
Als eerste willen we bezien: hoe was de kerkelijk weg m.b.t. de terechte bezwaren tegen afwijking van Gods Woord en wat was de grond voor het vertrek? Was het een verantwoorde vrijmaking?
Als tweede komt aan de orde de roeping m.b.t. de eigen gemeente. Hoe is die roeping waargemaakt in het vrijmakingsproces?
Tenslotte letten we op het zich voegen bij de ware kerk, naar art. 28 NGB. Welke overwegingen worden genoemd bij de keuze van de kerk, waarbij ds. Van der Wolf zich voegde? Bewaarde hij zo de eenheid van de kerk van Christus (zie art. 28 NGB)?

Art. 31 KO

Als levend lid van Christus' kerk moet je je buigen onder het juk van Christus. Daar hoort, naast de eerbiedige gehoorzaamheid aan Gods Woord, ook bij het zich onderwerpen aan de kerkelijke tucht, aan de kerkorde en aan de afspraken van het kerkverband. Zo dien en bewaar je de eenheid in de waarheid. Dat geldt zeker voor een predikant, die ook daarin een voorbeeld hoort te zijn. Wanneer je ontwikkelingen ontmoet in de kerken waarin je dient, die tegen Gods Woord ingaan, zul je dus met je bezwaren de kerkelijke weg moeten gaan. In die weg bezwaar maken tegen de besluiten die tegen Gods Woord ingaan. In die weg onschriftuurlijke synodebesluiten verwerpen. Met inachtneming van de afgesproken kerkelijke orde. Daarbij geldt met name art. 31 KO:

    (...) De uitspraak die bij meerderheid van stemmen gedaan is, zal als bindend worden aanvaard, tenzij bewezen wordt dat zij in strijd is met het Woord van God of met de kerkorde.

In het interview met ds. Van der Wolf komt niet uit dat hij besluiten van meerdere vergaderingen in de kerkelijke weg tot aan de synode heeft aangevochten met een beroep op art. 31 KO. Dat geldt ook voor het persverslag dat van zijn eigen hand verscheen in het ND. Ook daar horen we niet van een beroep op dit kerkorde-artikel of één of andere verwijzing naar de inhoud ervan. Ook is opvallend, dat hij nergens verwijst naar de kerkelijke weg van anderen en zich daarop beroept. We lezen wel van zijn protesten op classisvergaderingen, van lezingen en artikelen, waarin hij zijn kritiek heeft vervat. In het interview zegt hij geen heil te zien in de kerkelijke weg. Maar in hoeverre de voor hem geldende aangewezen kerkelijke weg voor hem in het verleden echt onbegaanbaar is gebleken, vermeldt hij niet.

De bovengenoemde schrijvers van Nader Bekeken en De Reformatie, leggen de vinger bij het voorgaan van Ds. Van der Wolf in de Ichthusgemeente nadat de synode van Zwolle Zuid 2008 had uitgesproken, dat deze gemeente niet bij het kerkverband hoort. Een besluit dat voor vast en bondig moet worden gehouden, zodra het is uitgesproken, ook als eventuele ratificatie nog op de agenda van de kerkenraad staat. Tenzij bewezen wordt dat het strijdt met Gods Woord of de kerkorde. Dit besluit gold dus ook voor ds. Van der Wolf, zeker toen zijn kerkenraad zich daarover nog niet had uitgesproken - als deze particuliere zaak al tot zijn bevoegdheid gerekend kan worden. Het bewijs van strijdigheid met de Schrift of KO moet -wanneer daar nog ruimte voor is - in de kerkelijke weg klinken, òf men moet openlijk verklaren dat er dáárom gebroken moet worden met onschriftuurlijke besluiten en een onwettig kerkverband. Maar er is geen ruimte om op eigen initiatief binnen het kerkverband gewoon maar te handelen tégen de uitdrukkelijke uitspraken van datzelfde kerkverband in. Zeker niet als predikant met een voorbeeldfunctie. Dan breek je de eenheid op. Mijns inziens is daarom terecht door anderen gewezen op inconsequent handelen van ds. Van der Wolf.

Nu zou je verwachten dat als ds. Van der Wolf constateren moet: ik mag niet langer blijven in de GKv, hij zich dan vrijmaakt naar art. 31 KO. Zo is dat toch ook gegaan in 1944 en in 2003 (zie bv. de akte van vrijmaking 2003)? De Gereformeerde Kerken waarvan hij lid was, hebben zelfs een tijdlang de postale naam gehad van "Gereformeerde Kerken onderhoudende art. 31 KO"? Dat had toen alles te maken met het recht om Gods Woord het laatste woord te doen zijn. Er is binding aan de uitspraken van meerdere vergaderingen, maar deze uitspaken hebben niet het laatste woord. Dat heeft alleen Gods Woord en de daarop gegronde KO. Maar een appel op dat Woord moet dan wel ordelijk, op de juiste plaats en duidelijk hebben geklonken. Het moet worden "bewezen" op de aangewezen kerkelijke vergadering (art. 31 KO). Pas dan heeft men naast de plicht ook het recht zich vrij te maken. Nu blijft dit bij het optreden van ds. Van der Wolf onduidelijk. Het lijkt meer op een persoonlijke actie, met als achtergrond dat het hem moeilijk gemaakt werd.

Hoe moeilijk het misschien ook geweest is, daarmee heeft hij de zaak van de nieuwe reformatie en vrijmaking geen goed gedaan. Ook is het geen steekhoudend argument dat hij geen heil zag in de kerkelijke weg vanwege het "verziekte systeem van het kerkrechtelijk spreken van vandaag de dag". Ook een Luther wist dat hij niets te verwachten had van een rijksdag te Worms. Ook dat was een door en door verziekt systeem. Maar hij ging - waarschijnlijk met angst en beven - om zich te verantwoorden en om daarbij toch een beroep te kunnen doen op Gods Woord.

Oproepen van de eigen gemeente?

Ds. Van der Wolf doet wel een beroep op de inwendige roeping die hij als dienaar van Gods Woord van Godswege heeft gekregen. Hij zegt in Urk niet verder meer te kunnen. Het ging om een kleine groep die zijn functioneren onmogelijk maakte.
Hij zegt:

    Ik móet preken, ik móet het evangelie uitdragen, ik móet het evangelie uitdragen. Nu zal ik dat dus buiten de GKv moeten doen.

Maar deze roeping gold toch in eerste instantie het voorgaan van de gemeente te Urk sinds hij haar beroep had aangenomen? Zijn taak ook m.b.t. deze gemeente is toch niet ten einde als hij moet vaststellen dat de GKv "een verworden verband" is geworden, waarin "de basis van de ware kerk ontbreekt"? Als hij vindt dat er "dan ook nog zoiets geldt als: gaat uit van haar!", waar blijft dan zijn gemeente te Urk?
In het persverslag geeft ds. Van der Wolf wel toe dat de "vraag kan opkomen, of ik
daarmee de gemeente op Urk niet trouweloos in de steek laat." Hij zegt daarvan alleen dat voortzetting van zijn dienst niet langer mogelijk was. In het interview beschrijft hij dat bij zijn vertrek zijn gemeente te Urk "verslagen, verrast en verdrietig" reageerde.

    Dit heeft veruit het grootste gedeelte van de gemeente niet gewild en gezocht, maar is wel gebeurd. (...) Men wist van mijn bezwaren tegen de koers van de GKV, maar dat het tot een definitieve breuk zou komen tussen Urk en de dominee, dat heeft niemand vermoed.

Maar geldt het "gaat uit van haar" dan alleen voor de in het nauw gebrachte predikant of juist voor heel zijn gemeente? We hebben in ons eerste artikel al het nodige geschreven over de verantwoording die elke predikant juist over de aan zijn zorgen toevertrouwde kudde heeft af te leggen aan de Here Jezus Christus als Opperherder.
In een wettig kerkverband kun je met een gerust hart een beroep aannemen naar een zustergemeente. Je weet dat Christus als de Heer van Zijn kerk, ook zal zorgen voor de dan vacant geworden gemeente. Je kunt dan ook met een gerust hart de zorg voor die gemeente overlaten aan een collega predikant. Maar in het geval van ds. Van der Wolf, wordt zijn gemeente alleen achter gelaten en aan een onwettig kerkverband overgegeven. In al zijn moeiten had hij ook hen toch moeten oproepen: volg mij, ga uit van haar. Uit het interview is niet duidelijk geworden hoe ds. Van der Wolf dit kan verantwoorden.

Verstrooien

Op de vraag in het interview waarom ds. Van der Wolf bewust niet gekozen heeft voor De Gereformeerde Kerken, antwoordt hij:

    Ik heb daar ook nooit een geheim van gemaakt. Ik denk dat er in de GKh heel veel broeders en zusters in de Here Jezus Christus zijn met wie ik graag om eenzelfde avondmaalstafel zou willen zitten. Ik wil ook graag het mijne eraan bijdragen om goede contacten te leggen en het gesprek te openen. Maar ik denk ook dat binnen de GKh, zeker in de kerkregering, een zekere radicalisering is opgetreden. Daar zou in alle rust en openheid over doorgesproken moeten worden.

Ds. Van der Wolf wil open zijn. Hij zegt er geen geheim van gemaakt te hebben dat hij "bewust" tegen De Gereformeerde Kerken kiest. Hier moet toch wel een groot vraagteken geplaatst worden, als je daarover niet met deze kerken hebt gesproken en geen gesprekken hebt willen aangaan. Nee, ds. Van der Wolf is de kerken voorbijgelopen.
Zijn argument is hiervoor vaag en veroordelend: radicalisering. Wat dat volgens hem inhoudt en waarom dat zou moeten betekenen dat deze kerken geen ware kerken van Jezus Christus zijn, wordt niet vermeld. Welke criteria gebruikt ds. Van der Wolf hiervoor? Als hij doelt op zaken die hij via "de Matrix" heeft te horen gekregen, heeft hij dan hoor en wederhoor toegepast? Ook hier moeten we dezelfde vraag aan ds. Van der Wolf stellen als eerder aan ds. E. Hoogendoorn. Mag u wel publiek de kerk veroordelen zonder argumenten en zonder hoor en wederhoor te hebben toegepast? Ds. Van der Wolf gaat niet alleen De Gereformeerde Kerken voorbij, hij kiest tégen dit kerkverband nu hij zich voegt bij een groep leden die zich buiten het kerkverband heeft geplaatst.

Ds. Van der Wolf wil graag met bepaalde broeders en zusters aan eenzelfde avondmaalstafel zitten. Zo komt ds. Van der Wolf er ook toe om gemeenten binnen de GKv nog wel ware kerk te willen noemen. We willen hem graag wijzen op de reactie van prof. dr. K. Schilder in De Kerk III (pag. 231-238) op een visie van ds. B.A. Bos uit 1948. Deze predikant bepleitte toen ook om net als ds. Van der Wolf te spreken van een "overgangstijd". Er zouden volgens ds. Bos ook na de vrijmaking van 1944 "ware plaatselijke kerken" kunnen bestaan in een vals kerkverband. Maar daar tegenin brengt prof Schilder in stelling art. 31 K.O. Door voor vast en bondig te houden wat tegen Gods Woord indruist, heeft ook een plaatselijke kerk in een onwettig kerkverband de kenmerken van de ware kerk niet bewaard. Dat betekent dan niet dat daar geen ware gelovigen zijn, met wie je graag aan de avondmaalstafel zou willen zitten. Het betekent ook niet of de predikant wel goede preken kan houden. Maar Gods Woord is er niet zuiver bewaard, omdat men mede verantwoordelijk blijft voor de onschriftuurlijke synodebesluiten. Onze bede zal daarom moeten zijn dat deze leden en predikanten zich van deze besluiten vrijmaken en zich van harte willen voegen bij de kerk die wel trouw is aan Gods Woord. En die ook een kerkverband wil onderhouden naar de eis van Christus en naar de kerkorde die Zijn Woord naspreekt.
Voor ds. Van der Wolf is "de Matrix" de kerk van Christus. Daaromheen wil hij nu een 'voorlopig' kerkverband creëren. Met anderen die reeds independentistisch het kerkverband hebben verlaten en zich in hun handelen ook niet naar 31 KO hebben willen richten. Daarheen roept hij nu ook verontruste broeders en zusters in de GKv op.
We hadden graag anders willen schrijven, maar kunnen niet anders dan concluderen dat we het geheel van zijn kerkelijke handelen ronduit teleurstellend vinden. Zonder goede verantwoording een eigen weg kiezend en zijn gemeente achterlatend, schaart hij zich zonder hoor en wederhoor bij een scheurkerk. Met zijn oproep aan anderen verstrooit hij in plaats van samen te brengen. Hij geeft daarin helaas - tot onze spijt moeten we dat zeggen - niet het goede voorbeeld. We hadden dat om ’s Heren wil graag anders gezien en roepen ds. Van der Wolf ernstig en van harte op om dit te erkennen en alsnog contact te zoeken met De Gereformeerde Kerken (hersteld).