Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Reformatie en revolutie

Jaargang: 
3
Datum: 
28 okt. 2009
Nummer: 
36
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
566
Rubriek: 

Het lijkt wel alsof elke reformatie automatisch vergezeld moet gaan van revolutie. Dat was in de hele kerkgeschiedenis telkens weer het geval. Ten tijde van de grote Reformatie, in Nederland na de Afscheiding en na de reformaties in de vorige en deze eeuw. Hoe komt dat toch?

Revolutie

Elke revolutie is het werk van de satan, de grote tegenstander van het werk van de HEERE. Zijn begin immers is dat hij in de waarheid niet staande is gebleven en revolutie heeft uitgeroepen tegen de HEERE.
Die revolutie heeft hij volgehouden en die intensiveert hij steeds meer als de wederkomst van de Heere Jezus Christus steeds meer nadert. Hij heeft grote woede omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft, Opb.12:12.
Die revolutie heeft hij de eerste mens ingegeven: opstand tegen de HEERE en niet willen luisteren naar Zijn gebod. Zelf beslissen wat goed en kwaad is. Zichzelf tot wet zijn, autonoom.
De hele geschiedenis door is dat het werk van satan gebleven. Groen van Prinsterer heeft de geschiedenis beschreven juist onder het gezichtspunt van Ongeloof en Revolutie.
De HEERE heeft ons ervoor gewaarschuwd door middel van Zijn apostel Paulus, met name in de tweede brief aan Timotheüs. De mensen willen van geen gezag meer weten, zij willen steeds meer zelf beslissen. Geen God, geen meester – die leuze van de Franse revolutie werkt steeds meer door in allerlei verhoudingen. Men erkent nauwelijks meer enig gezag.
Vandaag is dat te zien in de protesten tegen voorgenomen maatregelen van de overheid inzake de AOW-leeftijd. Eigen belang en zelf beslissen en zich niet laten gezeggen en wij zullen de overheid wel dwingen! Je reinste revolutie.
Tegelijk is het gezegde ook waar dat de revolutie haar eigen kinderen verslindt. Dat werd vooral toegepast op die Franse revolutie, maar het geldt van elke revolutie. De gevolgen immers zijn rampzalig voor de mensen, die menen hun eigen leven naar eigen inzichten te kunnen inrichten.
Zij denken gelukkig te worden, maar zij zinken steeds verder weg in hun zonde en belanden tenslotte in de diepste ellende. Daarin werkt de HEERE Die immers komt met Zijn oordeel. Zonde baart zonde. Hij geeft degenen die tegen Hem opstaan over in steeds meer zonden.
Daarom temeer is de waarschuwing op zijn plaats: wedersta in het begin!

In de kerk

Juist bij kerkelijke reformaties is de duivel er als de kippen bij om op een listige manier de rechtvaardige zaak van Christus tot bewaring van Zijn kerk te verzieken.
Het voert te ver om dat aan te wijzen in de hele geschiedenis van de kerk. Ik heb dat vorige jaar al uitgewerkt in hoofdartikelen over De zonde van het independentisme (oktober 2008). We beperken ons nu tot de grote reformatie en de reformaties in Nederland. Over Luther volgt hieronder een verhaal.
Wat Calvijn betreft, van de kant van de roomse kerk werd tegen de reformatie ingebracht dat deze ten enenmale verkeerd was, omdat deze alleen maar verdeeldheid bracht in plaats van de kerkelijke eenheid onder het roomse bewind. Er ontstonden in die tijd immers allerlei sekten en dat was volgens de Roomse critici de schuld van reformatie.
Inderdaad waren er allerlei sekten in die tijd. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) spreekt in artikel 29 over ‘alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn’.
Calvijn antwoordt daarop dat het te verwachten is dat bij een reformatie de duivel in actie komt. Hij hoefde in de tijd van de roomse kerk niet veel te doen, daar werd immers als vanzelf de zonde voortgezet. Maar toen de reformatie kwam, werd de duivel wakkeer en begon hij met zijn listen het werk van de Heere Jezus Christus te verstoren.
In de eerste jaren na de Afscheiding van 1834 ontstond er grote verdeeldheid, zodat een deel van de kerken zich onttrok aan het kerkverband. Dat heeft bijna twintig jaar geduurd, tot 1854.
Prof. H. Bouwman schreef daarover een interessant boek onder de titel De crisis der jeugd. Maar prof. K. Schilder wees er op dat het niet ging om nieuwe zonden, maar dat hier de oude zuurdesem doorwerkte en er sprake was van heel oude zonden, namelijk die vanuit de zondeval in het paradijs, de revolutie tegen de HEERE.
Ook na de Vrijmaking in 1944 kwamen er al spoedig zulke verschillen aan het licht, dat dit uitliep op de onttrekking aan het kerkverband van een aantel kerken, die een soort nieuw kerkverband stichtten onder de naam Nederlands Gereformeerde kerken.
Ook nu na onze Vrijmaking in 2003 moeten we meemaken dat er groepen kerkleden zich onttrokken hebben aan het kerkverband. Ze hebben zelfs eigen bijeenkomsten georganiseerd en een predikant uit een ander kerkverband beroepen. Ook op andere plaatsen zijn er zulke groepen, die zich als gemeente presenteren.
Ook hiervan moeten we zeggen dat de satan alles op alles zet om het werk van de Heere Jezus Christus tot bewaring van Zijn kerk te verstoren.
Hoe openbaart zich die verzoeking van de duivel dan? En is dat ook te karakteriseren als revolutie?

Independentisme

In alle drie bovengenoemde gevallen gaat het om de zonde van het independentisme.
Na de Afscheiding waren er voorgangers die niets zagen in de gewone Dordtse Kerkorde. Zij stelden een eigen heel beperkte kerkorde op, waarin vooral duidelijk werd wat hen bewoog. Zij lieten namelijk artikel 31 weg, dat bepaalt dat kerkelijke besluiten moeten worden nageleefd. Zij wilden niets weten van enig gezag van een kerkelijke vergadering. Uiteraard zat daar meer achter, namelijk hun hele kerkopvatting.
Bij de Vrijmaking in 1944 werden dezelfde opvattingen uitgedragen. Uit vrees voor de hiërarchie van meerdere vergaderingen die men beleefd had, waren er voorgangers en kerken die ook niet veel moesten hebben van het gezag van meerdere vergaderingen en van regels van orde, zoals die in de kerkorde voorgeschreven worden. Tot vandaag toe hebben de Nederlands Gereformeerde kerken een los kerkverband, waar in feite niemand echt gebonden is aan kerkelijke besluiten.
En wat de zaak van Bergentheim - Bruchterveld betreft: de classis Noord-Oost die moest oordelen over deze afscheiding wees aan dat het kwaad van het independentisme de oorzaak was van deze droevige ontwikkeling, waardoor er broeders en zusters buiten het kerkverband werden gevoerd. Immers, de diepste oorzaak van de moeiten ligt, naar het oordeel van de classis, in een geest van verfoeilijk independentisme. Een geest die al vanaf de vrijmakingen in 2003 en 2004 zijn invloed oefent in de kerken.
Steeds weer steekt dat independentisme de kop op ten tijde van reformatie van de kerk.
“Independentisme, dat is onafhankelijk willen zijn. Dat is de wens om je handen vrij te houden en je niet te binden. Dat is de wens om binnen het kerkverband toch te doen wat je als kerkenraad en gemeente zelf wilt. Dat is je onttrekken aan de onderlinge opzicht en tucht. Dat is alleen die besluiten aannemen die je passen. Dat is afgaan op je eigen verstand en gevoel. Dat is ten diepste het negeren van de Schriftuurlijke normen voor het samenleven als kerken. Dat is ten diepste het “ik” tegenover het “sola scriptura”: gevaarlijk en verleidelijk. En dat ziet niet alleen op de kerkelijke besluiten van meerdere vergaderingen, maar ook op besluiten van de kerkeraad.”
Dat is toch niet anders dan revolutie. Een listige verzoeking van de duivel. Dat gebeurde ook ten tijde van de reformatie onder Luther, zoals blijkt uit het volgende verhaal.

Boerenopstand

31 oktober is vanouds de herdenkingsdag van de Reformatie van 1517.
Was die reformatie nu wel echt reformatie? Of was het revolutie?
Uit het leven en werken van Maarten Luther willen we iets laten zien van diens houding ten opzichte van de revolutie.
We doelen op de boerenopstand in 1525.
Er was alle reden voor de boeren om ontevreden te zijn over hun lot. Van vrije boeren waren ze afgezakt tot pachters, van pachters tot onderhorigen, lijfeigenen. Door de adel werden ze ook echt als onderhorigen behandeld, hun rechten aan één stuk door beknot, Ze hadden, zegt men dan, geen menswaardig bestaan.
Luthers sympathie ligt dan ook aan de kant van de boeren. En hij is het dan ook van harte eens met hun verlangens.
De boeren hebben hun verlangens neergelegdi 12 artikelen „aller Bauerschaft". Ze gingen beslist niet te ver met hun verlangens. Het eerste artikel gaat nota bene over de vrije keus van predikanten door de gemeenten! En voor hun verdere verlangens beroepen ze zich op de Bijbel: opheffing van lijfeigenschap (Col.3:11); vrijheid van vis- en jachtrecht (Gen.1:28).

Rechtmatige verlangens

Ze beroepen zich op Luthers prediking van de vrijheid van de christenmens. En als ze een lijst moeten opmaken van mannen, die ze als scheidsrechter zouden willen erkennen, zetten ze Maarten Luther bovenaan. Hij is hun vriend. Als hij gewild had, had hij hun leider kunnen worden.
Luther erkent de rechtmatigheid van hun verlangens. Maar hij roept hen met grote klem op tot overleg en compromis. Moord en bloedvergieten is het einde, dat brengt alleen maar de chaos.
En in een geschrift aan de vorsten, bezweert hij hen met sterke woorden, de rechtmatige verlangens van de boeren in te willigen. „Het zijn de boeren niet, die zich tegen u verzetten, lieve heren; het is God Zelf".

Baardige en langharige uitverkorenen

Toch liep het mis. Toch kwamen de boeren in opstand. En trokken een spoor van bloed en verwoesting door het land.
Hoe dat kwam? Er was een zogenaamde hemelse profeet opgestaan. Die riep de boeren op tot de strijd.
Dat was Thomas Münzer. Hij had om zich heen verzameld een bond van uitverkoren vrienden Gods. Die ware uitverkorenen lieten baard en hoofdhaar groeien. Zij presenteerden zich daarmee als de echte vernieuwers van de wereld! Niets nieuws onder de zon!
Die Thomas Münzer was predikant in Allstadt, later in Mühlhausen. Een echte revolutionair. Maar hij zegt zich te gronden op het Woord van de HEERE. Tegenover de kansel, waarop hij zijn fel revolutionaire preken houdt, hangt een grote banier met een regenboog, en daaronder de woorden: „Het Woord van de Heere blijft eeuwig".
Dus worden de boeren in de naam van de HEERE opgeroepen tot de revolutie. Door Münzer en zijn baardige en langharige uitverkorenen.
Zij zullen de wereld dan gaan vernieuwen.

Mystiek en vrijzinnigheid

Dus op grond van wat de HEERE zou zeggen, moesten de boeren in opstand komen. Maar het was toen bij Thomas Münzer en zijn langharige helpers een eigen bedacht woord.
Dat was ten diepste het verschil tussen Luther en Münzer.
Immers, Münzer vindt de Bijbel maar een dode letter. Gods Geest kan Zich niet binden aan de stof, het levende Woord van God niet aan de dode Schrift.
Directe kennis van God moeten we hebben, zegt hij. Door inspraken en visioenen. Luther had ook wel een tijd gehad, dat hij geprobeerd had in zijn eigen binnenste het Woord te horen - maar hij had er niets dan donkerheid gevonden, en de verleiding van de duivel.
Münzer vóór, Luther tegen de revolutie - dat ging ten diepste om het Woord van God.
Het is vandaag niet anders. Allerlei revolutionaire bewegingen, zogenaamd in de naam van de HEERE, rekenen niet met het Woord van de HEERE. Ja, natuurlijk, er worden wel teksten aangehaald. Men beroept zich graag op de prediking van de profeten, vooral Amos is geliefd.
Maar in feite rekent men niet met het Woord van de HEERE, omdat men de Bijbel niet als Gods Woord aanvaardt. De vrijzinnige Bijbelopvatting van tegenwoordig is in feite een uitvloeisel van de mystiek van de Middeleeuwen. Münzer is een van de voorlopers van de huidige vrijzinnige beweging, die sociaal is ingesteld. Eigen gedachten, eigen hart - bóven de Bijbel.

Afloop

Zo werd het dus tenslotte een strijd tussen Münzer en Luther over de Schrift.
„God heeft mij Zijn wil geopenbaard door Zijn innerlijk woord in de afgrond van de ziel", roept Münzer uit, „ik weet meer van Hem dan een Schriftgeleerde, al had hij 100.000 Bijbels gevreten. Die broeder Lekker Leventje daar bij jullie in Wittenberg weet er niets van. Het vijfde rijk, dat Daniël profeteerde, gaat komen. Leken en boeren willen het stichten".
En hij vindt dan in de opstandige boeren een bond van uitverkorenen. Zij worden gebruikt als instrument.
Luther grijpt meteen naar de pen: Tegen de roofzuchtige en moorddadige boeren. Op grond van Romeinen 13 roept hij de vorsten op, orde en rust te herstellen.
Maar wanneer de vorsten dan de boerenopstand in bloed smoren, keert hij zich weer tegen de vorsten.
Hij zegt dan van die wraakzuchtige vorsten: „zulke bloedhonden geef ik over aan hun meester, de duivel. De Schrift noemt zulke mensen beesten. De duivelen, die in de boeren zaten, zijn nu in de vorsten gevaren. God zal ze straffen".
De opstand van de boeren wordt tenslotte neergeslagen. Duizenden vinden de dood in de laatste slag, die bij Frankenhausen, 15 mei 1525. Münzer wordt gegrepen, gefolterd - hij herroept zijn dwalingen en wordt dan terechtgesteld.

Opstand en huwelijk

Dan gebeurt er iets bijzonder opmerkelijks. Op 13 juni 1525, nog geen maand na de slag bij Frankenhausen, trouwt Luther. Hij is dan 42 jaar. Zijn bruid is een meisje van 26 jaar, een vroegere non, Katharina van Bora.
Er was juist een ware ramp geschied. Zo kunnen we het rustig stellen. Het verloop en de afloop van de boerenopstand had aan de zaak van de Reformatie enorme schade toegebracht. En was zelfs beslissend voor de toekomst van de Reformatie, en voor de plaats en de bevoegdheid van de vorsten in dit opzicht.
Luther zelf wordt door velen vervloekt. Hij is zijn leven geen ogenblik zeker. Hij is bij de boeren uit de gratie. Maar ook de vorsten vergeten niet licht wat Luther aan hun adres heeft geschreven. Ze geven hem dan toch maar de schuld van het gebeurde.
Een dieptepunt. En dan juist gaat Luther trouwen.

Reformatie

Melanchton zit diep in de put. „In deze onzalige tijd, nu Duitsland zijn kracht zo nodig heeft, schaadt hij zijn aanzien door deze ongelukkige daad!" „We moeten maar denken: God laat zijn heiligen wel eens een misstap begaan, opdat zij niet zouden hechten aan naam of aanzien van een mens, maar alleen aan Zijn Woord. Men mag de leer niet veroordelen wegens een misstap van haar meester". Een jurist roept ontsteld uit: „Als de monnik trouwt, zal de hele wereld met de duivel lachen, hij zal alles kapotslaan, wat hij tot nu toe bereikt heeft."
Maar Luther zet door. Juist in deze omstandigheden. Hij voelde eerst helemaal niet voor een huwelijk, heeft er ook lang over nagedacht, maar nu de zaken zich zo ontwikkelen, is hij vast besloten door te zetten.
Hij zegt er zelf van: „Wanneer ik 't klaar kan spelen, zal ik, om zo te zeggen, om de duivel een poets te bakken, Käthe nog trouwen vóór ik sterf, nu ik hoor dat ze doorzetten". En ook: “ik wil door deze daad mijn leer bekrachtigen, juist in deze tijd nu ik velen zo kleinmoedig vind, en dat bij zulk een licht van het Evangelie".
Het is dus bij Luther zeer beslist geen overmoed.
Welbewust kiest hij juist in die omstandigheden, voor het huwelijk. Hij wil zijn leer bekrachtigen. Laten zien, „dat er niets van mijn oude papistische leven over is."

Dat was nu Luthers reformatorische boodschap in een tijd van revolutie.
Dat heeft ook vandaag heel wat te zeggen voor ons. Tegenover alle verwording en revolutie, ook op het gebied van het huwelijk heeft Luther gepredikt dat alleen dan er redding is uit het verval, wanneer we ons weer stellen in dienst van de Schepper en Verlosser. Immers, wie zich overgeeft aan de revolutie, op welk gebied dan ook, wie God en Zijn Woord verlaat, raakt de weg kwijt, overal! Het één hangt met het ander samen – het leven is één
het gezin gered uit het verval van de Middeleeuwen - door het Woord van God.
Welbewust heeft Luther in dat rampjaar 1525 zo, reformatorisch, de weg gewezen, tegenover de revolutie. Het huisgezin, zegt hij, is als een kleine gemeente. “De huisvader heeft daar een priesterlijke functie. Het morgen- en avondgebed neemt daarbij een grote plaats in. Eens per week bespreekt men samen een stuk van de catechismus.
Welk een zalig huwelijk en huis, waarlijk een echte kerk, een uitverkoren klooster, een paradijs, waar vader en moeder apostel, bisschop en prediker zijn in hun gezin".
Laten we ons die woorden van Luther voor gezegd houden!
Tegenover de revolutie van deze tijd, die nog steeds gepropageerd wordt in de naam van de HEERE, mogen we alleen maar reformatorisch bezig zijn. En nog steeds is het dan zo, dat dat begint in het huwelijk en het gezin.
Daar worden we allen aangesproken, Daar hebben we allen onze verantwoordelijkheid. Daar vallen tenslotte de beslissingen voor heel de maatschappij. Daar kunnen we meteen al aan beginnen. Aan die reformatie. Tegenover deze revolutie.
En verder in de kerk? We schreven vorig jaar over het independentisme waartegen de apostel Johannes moest strijden, zie zijn derde brief. En wat is de overwinning van dat independentisme dan?
Johannes ging zelf in de gemeente de zaken rechtzetten en zijn independentische tegenstander ontmaskeren. Maar verder riep hij broeder Gajus op om zich niet door vrees te laten leiden, maar het kwade niet na te volgen of te doen.
Johannes knoopte daarmee aan bij enkele getrouwen. De reformatie van de kerk komt op uit het ambt der gelovigen, door eenvoudig gehoorzaam te zijn. Zij moeten immers leven overeenkomstig hun belijdenis, door trouw te handelen, 3 Joh.:5 (vergelijk 1 Pt.2:12) en door goed te doen, (vergelijk 2 Pt.1:19, Jak.2:1819).
Zo heeft de HEERE in het verleden steeds weer voor Zijn gemeente gezorgd en zo blijft Hij in de loop van de eeuwen telkens weer voor Zijn gemeente waken.