Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Radicalisme of radicaliteit?

Jaargang: 
1
Datum: 
13 jun. 2007
Nummer: 
23
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
105
Rubriek: 

Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. (Luk. 14:26)
Veel mensen begrijpen niet dat er weer een vrijmaking nodig was. Voor hen is het moeilijk in te denken dat er nu weer zonodig een nieuw kerkje ‘gesticht’ moest worden. Ben je dan niet uit op je eigen gelijk? Is het niet puur jezelf zoeken door uit onvrede met gelijk denkenden je maar af te zonderen? Om de zoveelste splinterkerk te beginnen. Sommigen kijken alleen wat meewarig, anderen gebruiken gespierde taal: sektarisme, extremisme, radicalisme. Vooral met die laatste benaming heb je deze kerk gelijk in de hoek gezet en te kijk gezet. Want wie wil nu in deze tijd een extremist of radicalist genoemd worden of zo bekend staan? Laat staan zich bij zo’n kerk voegen? Dat is niet alleen verkeerd, maar vooral eng en gevaarlijk. In onze tijd veroordeelt toch elk weldenkend mens het fundamentalisme en radicalisme zoals dat bijna dagelijks in het nieuws is in de moslimwereld of bij extreem rechts. Daar heerst agressie en gaat egoïsme zo ver dat hele mensenmassa’s ervoor worden opgeofferd. Radicalisme hoort bij terrorisme, en dus is dat volksvijand nr. 1. Nu zo vernietigend is het oordeel van radicalisme over een kerk, die beweert ware kerk van Jezus Christus te zijn. Doeltreffender methoden om te voorkomen dat mensen zich daarbij zouden aansluiten zijn er niet.
Toch wordt juist onder de leden van De Gereformeerde Kerken gezegd dat hun geloof radicaal moet zijn. Dat horen ze ’s zondags van de kansel, dat houden ze elkaar voor. Dat is essentieel voor hun geloof. Dat geloof moet radicaal zijn. Hoe verdraagt dat zich nu met elkaar?

Radicaal

Om dit helder te krijgen moeten we eerst nagaan wat de gebruikte termen nu precies inhouden. Het woord radicaal is afkomstig van radix, dat betekent wortel, oorsprong. Radicaal zijn is consequent handelen. Handelen als gevolg van het uitgangspunt. Iemand die radicaal handelt wil geen compromissen sluiten met andere uitgangspunten. Hij weet: ik wil me houden aan waar ik voor sta. Als gelovige betekent dat: ik houd me aan wat ik beleden heb. Ik kom na wat ik beloofd heb. Ik geloof alles wat God in Zijn Woord zegt, en daarom wil ik ook zijn wil doen. Ik wil leven en spreken in overeenstemming met mijn belijdenissen. Ik neem de kerkorde serieus. En omdat ik dat allemaal wil doen, moet ik de juiste keuzen maken in mijn leven, in de wereld, in de kerk . Daarom moet ik zaken afwijzen die niet overeenstemmen met Gods Woord, de geloofsbelijdenissen, de kerkorde. Zo iemand is radicaal. Hij is uit één stuk, zou je kunnen zeggen. Niet dat hij volmaakt is. Maar hij wil uitgaan van wat hij gelooft en belijdt. Dat is radicaal zijn. Uit de goede wortel van het geloof, Gods Woord, leven. Dan heeft dat geloof diepe wortels, en is dus waar geloof (Matt. 13: 18-23). Dat staat tegenover geloof dat oppervlakkig is, dat geen diepe wortels in de Schriften heeft. Of geloof dat zich laat overgroeien door wereldse zorgen en verlangens. Zulk ‘geloof’ mist de radicaliteit van Gods Woord. Dat laat zich meeslepen door eigen ideeën of ideeën van de wereld. Dat sluit compromissen. Dat gaat akkoordjes aan met de wereld of met afwijkende leer. Zo wordt het overwoekerd: het verstikt. Maar radicaal geloof wil geen compromissen. Omdat daarmee je geloof schade zou kunnen lijden. Maar vooral omdat de HERE dat niet wil! De HERE wil een radicaal geloof.
We komen daar straks op terug.

Radicalisme

Maar wat is dan radicalisme? Bij radicalisme wil men ook werken vanuit een beginsel, een wortel, een uitgangspunt. Maar daarbij wordt niet rechtgedaan aan het geheel. Men verabsoluteert een onderdeel, en vergeet de rest. Bovendien schiet men door op dat onderdeel, en gaat te ver in de consequenties. Nog een derde element daarbij is dat men het anderen wil opleggen. Men gaat – al dan niet met fysiek geweld – zaken aan de ander opleggen. We zien dat bv. bij de farizeeërs terug. M.b.t. de sabbatsrust zagen we dat de farizeeërs dat verabsoluteerden met eigen gemaakte wetjes en regeltjes. Je mocht van hen geen mensen genezen op de sabbat (Matt. 12: 1-15). Maar daarnaast vergaten ze andere geboden in de praktijk te brengen (Matt. 15: 3-9). En bovendien: het ontbrak hen aan de liefde. Hun eigen regels wilden ze graag opleggen op het volk. Daarmee vermoeiden ze het volk. Dat was radicalisme. Ze waren consequent, althans tot op zekere hoogte. Binnen hun eigen enge grenzen waren ze consequent en meedogenloos oordelend. Maar juist omdat ze hun uitgangspunt hadden versmald, waren ze helemaal verkeerd bezig. Wat was nu hun grondfout? Ze waren in feite met zichzelf bezig en niet met de dienst aan de HERE. Ze verabsoluteerden wat hun zelf te pas kwam. Waarmee hun eer en aanzien was gemoeid. Daar kwamen ze voor op en dat dwongen ze af. Maar dat kwam niet voort uit liefde tot God. Het was in wezen egocentrisme: de mens zelf in het middelpunt.
Bij radicalisme, extremisme en fundamentalisme zien we gemeenschappelijk dat de mens iets afzondert en tot zijn uitgangspunt maakt en dat in het extreme doortrekt en anderen wil opleggen. Dit gaat ten koste van de andere normen en waarden, en ten koste van de vrijheid van die ander.
Vooral vanwege de gewelddadige methodes is het verschijnsel van radicalisme gevreesd. Een bekend voorbeeld van dit radicalisme in de kerkgeschiedenis is de beweging van de dopersen, die met geweld mensen wilden dwingen om hun geloofsovertuiging aan te nemen. Deze dopersen hadden bovendien een heel streng systeem waarbij ze mensen buitensloten die niet “heilig” genoeg waren. Men handelde niet uit liefde maar zocht de kring van gelijkdenkenden.
Radicaliteit en radicalisme zijn dus twee heel verschillende zaken. In feite staan ze tegenover elkaar.

Onderscheid

We moeten dus heel goed onderscheiden tussen het gebruik van hetzelfde woord. Radicaal kan goed zijn, nee, ìs goed, omdat de HERE het zo wil. Maar dan radicaal vanuit de gezonde wortel, het gezonde en gezondmakende Woord van God. Gedreven door de liefde tot God. Een radicaal geloof heeft niet alleen een gezonde wortel, maar bouwt op en groeit naar Christus.
Maar radicaliteit wordt zonde wanneer de oorsprong de ongezonde wortel is van de zelfzucht. Dan ontstaat radicalisme. Daarin ontbreekt de liefde tot God, daarin heerst afbraak en afgaan van Christus, ook al handelt men onder de naam van Christus.
Men moet daarom het radicaal handelen van de ander, oordelen naar de wortel, de drijfveer en de motieven. Er is heilig vuur in radicaal geloof, en onheilig vuur in het zondig radicalisme. Zo lezen we in Gods woord aan de ene kant van ijver van de HERE en van ijver voor de HERE, en aan de andere kant van ijver als zelfzucht. We lezen van goede, ja zelfs goddelijke jaloersheid aan de ene kant en van egocentrische, verdorven jaloersheid, waarbij het eigen-ik in het middelpunt staat. Het ene is heilig, stichtend, het andere onheilig, verwoestend. Prof. K. Schilder heeft daarover geschreven onder de titel “Zelus en zeloten” in De Reformatie van 6 oktober 1951 Jg. 27, p.1v.
Radicaal leven naar Gods eis is leven in het verbond met de HERE: Geen twee heren dienen (Matt. 6:24); op de smalle weg en niet de brede gaan (Matt. 7: 13,14); de hemelse wijsheid tegenover de aardse zoeken (Jak. 3:15). Het zoeken van Gods koninkrijk tegenover het begeren van de heidenen (Matt. 6: 32, 33). Het is het “Maar gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen!” (Ef. 4:20) Het is de voortdurende strijd van de nieuwe mens tegen de oude mens (Rom. 7:23). De HERE vraagt ons radicaal en totaal. Geen halve christenen, geen gedeelde harten, geen minimaliseren van het dienen van Hem. Hij vraagt een hartelijke liefde die zich uit in trouw. Dat alles is de radicaliteit van het geloof.

Postmodernisme

Het grote probleem is nu dat deze radicaliteit door de postmoderne mens niet aanvaard wordt. In zijn ogen past het niet om radicaal te zijn als het gaat om de waarheid van Gods Woord. Hij wil niet weten van het benoemen van leugen naast waarheid. De postmoderne christen vindt dat je altijd ruimte moet laten voor de mening van de ander. Daarmee miskent hij in feite de wortel van de Waarheid zelf. Absolute waarheid bestaat voor de postmoderne christen niet. Je mag niet denken in het schema waar - onwaar, waarheid - leugen. Wat voor jou waarheid is, is dat voor een ander nog niet. Ook mag je niet spreken van ware kerk tegenover valse (onwettige) kerk. Je moet tolerant blijven tegenover elkaars mening. Principiële bezwaren die gaan over het handhaven van Gods geboden, het gezag van Gods Woord, de eredienst, kerkliederen, het heilig houden van het avondmaal, het handhaven van kerkelijke tucht, worden liever geneutraliseerd tot ‘onvrede’ over bepaalde ‘nieuwe ontwikkelingen’. Natuurlijk is één en ander officieel niet zo gepresenteerd. Er moest een formele verdediging worden gevonden. Die vond men dan in bijvoorbeeld de zgn. ‘nieuwe’ exegesen (vrouwenstemrecht, 7e gebod, binding aan Gods geboden), een te accepteren ‘tweede mening’ over de zondagsrust (4e gebod), een ‘hoofdstroom van de liturgie’ (liedboekliederen) en ‘vertelconventies’ (Schriftkritiek). Allemaal nieuwe inzichten die aannemelijk werden gepresenteerd. Waarvan dan ook werd verwacht dat ze te accepteren waren als ‘waarheid’ naast jouw ‘waarheid’. Doe je dat niet en verwerp je deze als uitvluchten van de mens die de leugen naast de waarheid wil dulden, dan noemt men dat ‘intolerantie’, radicalisme, het eigen gelijk zoeken.
Vervolgens maak je het in de ogen van deze postmoderne mens nog erger door je vrij te maken van de kerk omdat die niet langer als de ware kerk kan worden gezien. Voor een kerk, die zelf de ware-kerk-leer niet meer in praktijk brengt en deze hoe langer hoe meer ook officieel los laat, blijft dit toch een onverkwikkelijk gebeuren. Want het wordt gezien als diskwalificatie. En zo komt men ertoe de recente vrijmaking te bestempelen als radicalisme en sektarisme. Ongeoorloofde scheurmakerij op basis van het eigenzinnig handhaven van extreme standpunten.

Maar wie hier de toets van de Schrift gebruikt komt tot een heel andere conclusie. Die ziet dat hier niet anders dan dat de trouw aan Gods Woord en de belijdenis van de kerk werd gehandhaafd. Die ziet dat men in de nieuwe vrijmaking het fundament van de Kerk wilde bewaren. De wortel van het geloof. Maar ook dat men in geloofsgehoorzaamheid de kerkelijke weg ging die de geloofsbelijdenis wijst (art 28 NGB). Radicale gehoorzaamheid, dat zelfs snijden in het eigen vlees (gezinnen!) noodzakelijk maakte. Zo liet men heel Gods Woord en heel de belijdenis functioneren, ook als dat dwars tegen het (postmoderne) gevoel inging.

Radicaal blijven

Radicaal zijn en radicaal blijven zijn twee dingen. Net zo goed als reformatie ook moet leiden tot doorgaande reformatie. De HERE blijft immers trouw vragen van zijn bruid. Voortdurend. Bij radicaal zijn hoort de antithese, de tegenstelling met de wereld. De tegenstelling ook met de leugen en de verleiding. Het blijft een voortdurende strijd. Een strijd die ook vaak vraagt om te snijden in eigen vlees. Radicaal uit één stuk zijn en blijven is tenslotte één van de moeilijkste dingen die er zijn. Het vraagt zelfverloochening en zelfopoffering.
Door de vrijmaking is in veel gezinnen een breuk ontstaan. Een breuk die betekent dat men elkaar niet meer bereikt als het gaat over kerk en geloof. Een breuk die met het verder afglijden van de GKV al maar schrijnender zichtbaar wordt. Dat zal betekenen dat je als ouders zelfs niet mee kunt doen met je eigen kinderen. Op feesten, maar ook m.b.t. de kerkgang. Niet uit radicalisme, maar uit radicale trouw aan de HERE. Dan kan er de vertwijfeling komen: moet dan alles kapot? Moet ik dan alles loslaten? Maar denk dan aan de woorden van de Here Jezus uit Lucas 14 die boven aan het artikel geciteerd zijn. En zie dat de Here Jezus ons voortdurend beproeft op onze trouw. Of onze liefde tot Hem en tot zijn Woord en Kerk ons werkelijk alles waard is. Zelfs ons leven.
Is dat extremisme of is dat onvoorwaardelijke liefde, waardoor we kunnen zeggen, dat wij alles haten wat de HERE haat? Waardoor we ook zeggen dat wij alles liefhebben wat Hij liefheeft?
Wat de HERE vraagt is voortgaande reformatie als terugkeer naar en trouw aan de Schrift. Ook een voortgaand appèl op alle andere ware gelovigen om één te zijn in de waarheid. En voortgaande strijd van het geloof in alle levensverbanden. Dat kunnen we alleen in de kracht van Gods Geest. Dat vraagt ons aanhoudend gebed. Maar zo mag er rust en vrede zijn, de ware vrede in Christus.