Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 91:8

Jaargang: 
7
Datum: 
27 feb. 2013
Nummer: 
12
Schrijver: 
B. de Roos
ID:
2023

Als je Psalm 91 leest, lijkt alles in jouw leven heel goed te gaan.
Je wordt beschermd. Je hoeft niet extra voorzichtig te zijn, want God is bij je. Je wordt nooit ziek. Ook al vallen een heleboel mensen om, een kind van God blijft recht overeind.
Goddelozen komen op een droevige manier aan hun einde. Maar met Gods kinderen gaat niets verkeerd.
En hoe komt dat? Omdat de engelen van God de opdracht hebben gekregen om gelovige mensen te beschermen.
Wat een mooie toekomst!

Het verhaaltje hierboven lijkt wel een sprookje.
Want ons leven ziet er lang niet altijd mooi uit. Soms heb je pijn. Soms ben je ziek. Soms heb je ruzie. Soms krijg je straf.
Is Psalm 91 eigenlijk een beetje te mooi om waar te zijn?

Nee, het leven is geen sprookje.
Deze psalm heeft een messiaans trekje. Er wordt verwezen naar de Messias. Naar Jezus Christus dus.

Dat zie je in Mattheüs 4.
De satan brengt Jezus naar de rand van het dak van de tempel. En hij zegt: ‘gooi uzelf maar naar beneden’; er staat namelijk in de Bijbel: “Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot”. Dat zijn woorden uit Psalm 91.
De satan die de Bijbel leest, dat is natuurlijk heel bijzonder. Maar pas op! De satan laat een regeltje uit Psalm 91 weg. Er staat namelijk: “…want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen”. Zó staat dat in je Bijbeltje; kijk maar in Psalm 91:11. Waaróm laat de satan dat regeltje weg? Omdat hij wel weet dat Jezus helemáál niet op Gods wegen gaat, als Hij echt naar beneden springt!

En er is nóg wat.
Want eigenlijk daagt de satan God uit. Hij zegt tegen Jezus: ‘die Vader van U moet maar eens laten zien wat Hij kan’. Hij moet maar eens een wonder doen. Een wonder op verzoek, dus.
Jezus Christus weet óók heel goed wat er in de Bijbel staat. Hij antwoordt de satan met woorden die wij kunnen terugvinden in Deuteronomium 6: “Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken”. Lees het maar na in Deuteronomium 6:16.
Wat bedóelt de Here Jezus daarmee? Hij wil eigenlijk zeggen: Ik hoef Mijn Vader niet uitdagen om goed voor Mij te zorgen. Mijn Vader hoeft geen wonderen te doen. Het enige wat Ik moet doen is: op Hem vertrouwen.

En je begrijpt vast al wel: wij mogen en moeten ook op God vertrouwen.
Wat gebeurt er dan?
De dichter van Psalm 91 zegt: dan wordt onze levenstijd verlengd. De dichter zegt: God zal laten zien hoe groot het heil is dat hij aan Zijn kinderen geeft.
God garandeert een leven vol eeuwig geluk. In de hemel wordt het leven heerlijk!



Dat is echt waar.
Het is geen sprookje.
Wat een mooie toekomst!