Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 82:3

Jaargang: 
0
Datum: 
01 jan. 2008
Nummer: 
0
Schrijver: 
J.F. Hoving-Bos
ID:
2052

Psalm 82 lijkt een beetje ver van ons af te staan. Het gaat over rechters die van God de eer krijgen om namens Hem recht te spreken. Vanwege die eer worden ze ‘goden’ genoemd. De Here heeft de rechters opgedragen eerlijk en streng recht te spreken (Ex. 23:2-8 en Lev. 19:15,35). God wil dat ze opkomen voor de mensen die het moeilijk hebben (de armen en geringen). Maar de rechters spreken geen recht en daardoor verdrukken ze deze mensen om er zelf beter van te worden.

 

De rechters weten niet dat God erbij is als zij hun werk doen. Dus vragen ze zich al helemaal niet af wat de Here van hen verwacht. .En zo doen ze maar wat hen het beste uitkomt. En als er zo geen recht meer gesproken wordt, dan ontstaat er chaos op de aarde.

 

En dan spreekt God het vonnis uit. Deze rechters, de ‘goden’, zullen toch sterven als gewone mensen, en dan zal Gods oordeel volgen. Om dat oordeel vraagt de dichter. Gods oordeel is recht en gaat over de hele aarde, want alles is van God. En als God het laatste oordeel heeft uitgesproken, dan zal ware gerechtigheid heersen. Dan is er geen onrecht meer.

 

Staat deze psalm echt zover van ons af? Wat vraagt de Here van ons ook al zijn wij geen rechters? Lees maar in Micha 6:8. Ook wij moeten recht doen. De Here wil dat wij op rechte wegen gaan, doen wat Hij van ons vraagt. Hij wil dat we helemaal op Hem vertrouwen. Wij moeten goedertierenheid liefhebben. God is goedertieren, trouw aan Zijn Verbond. Zo moeten wij ook trouw zijn in het Verbond met God. Tot slot moeten wij ootmoedig wandelen met God. Als het leven moeilijk is, moeten we niet opstandig worden. In de nood mogen we op de Here blijven hopen.