Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 68:13

Jaargang: 
6
Datum: 
13 jun. 2012
Nummer: 
23
Schrijver: 
-
ID:
2008

Deze week leren we een lange Psalm.
Maar wel een mooie.

Het gaat onder meer over Gods volk: “zijn volk verleent hij moed en kracht”.
Bij dat volk moet je aan de kerk denken. En misschien kijk je er wel een beetje vreemd tegenaan. Want de kerk hééft helemaal niet zo veel kracht. De kerk is maar klein. Waarom zingen we het dan tóch zo?

David zegt in deze Psalm: je ziet Gods werk pas goed als je naar het verleden kijkt. Bijvoorbeeld naar belangrijke gebeurtenissen bij de berg Sinai. Kijk maar eens in Exodus 19 en 20. Daar lees je hoe de Here Zijn wet gaf.
Daar gebeurden grote dingen. Er waren donderslagen. En er was bliksem. Er was heel veel geluid. De Here liet Zijn macht zien. En dat vergeet je niet gauw!

David zegt: Gods kracht is nu nog net zo groot. De Here is nog net zo sterk. En Hij werkt nog net zo hard.
Maar de Here heeft toch veel aandacht voor zwakke mensen. Voor weduwen. En voor eenzame mensen. En voor mensen die gevangen zitten. Kijk maar eens in vers 3.
In deze Psalm staan zo twee dingen tegenover elkaar: de zwakheid van mensen, en de kracht van God.

In de kerk zeggen we steeds opnieuw: God is machtig, en wij zijn eigenlijk maar zondige mensen. En we zeggen erbij: de enige manier om uit de ellende te komen, is de verlossing door Jezus Christus.
Heel veel mensen vinden dat maar een dwaas verhaal.
Dat snapte de apostel Paulus ook wel. Je hebt vast wel eens van hem gehoord. Er staan veel brieven van hem in Gods Woord. Lees 1 Korintiërs 1:20 en 21 maar eens. Daar gaat het over de dwaasheid van het Evangelie. Maar wij worden wel gered als wij dat Evangelie gelóven!

In vers 7 en in vers 11 komen we Gods heiligdom tegen. Dat is een Oudtestamentisch woord voor de woonplaats van God.
In vers 7 lezen we dat God de hemel is ingegaan. En Hij heeft heel veel mensen meegenomen.
David profeteert eigenlijk over de Hemelvaartsdag. De Here Jezus is naar de hemel gegaan, om daar plaats te maken voor alle kinderen van God. Dat zijn mensen uit alle tijden. Dat zijn mensen uit heel veel plaatsen op aarde.

De kerk op aarde wordt klaargemaakt voor een eeuwig leven in de hemel.
Heel veel mensen in de wereld geloven daar niets van.
Maar in de kerk weten wij: op aarde begint het heel klein, en in de hemel wordt het prachtig!