Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 59:1

Jaargang: 
11
Datum: 
22 feb. 2017
Nummer: 
4
Schrijver: 
Niels Bolhuis
ID:
1854

Ben jij wel eens jaloers? Bijvoorbeeld op je broertje of een vriendje? Dat hij iets kan of mag wat jij niet kunt of mag? Dat je zo jaloers bent dat je boos bent op je broertje of vriendje? Dat je hem misschien wel dwars wil zitten. Dat is dan best wel erg dat je zo jaloers bent.

 

In deze psalm gaat het ook over iemand die jaloers is. Zo jaloers op iemand dat hij hem zelfs wil vermoorden. Het gaat over koning Saul. Hij is jaloers op David. Dit omdat David veel succes had in de oorlog. In Israël was David daarom erg geliefd. En dat kon koning Saul niet hebben. Hij heeft nu zelfs soldaten naar het huis van David gestuurd om de wacht te houden. Zodat David de volgende dag opgepakt zou kunnen worden om gedood te worden.

 

Dat is de reden dat David in deze psalm de Heere God om hulp roept. Of de Heere hem wil helpen te ontkomen aan zijn vijanden. David geeft aan dat hij niets verkeerds heeft gedaan, waarom hij zou moeten worden gedood.

 

Hij vertrouwt ook volledig op de Heere. Hij noemt de Heere later zijn sterkte en vaste burcht. Hij weet dat de Heere in liefde naar hem omziet en voor Hem zal zorgen. Niet omdat David dit van zichzelf verdiend heeft. Maar David weet dit omdat de Heere hem gezalfd heeft tot koning. Daarom mag hij ook weten dat de Heere voor hem zal zorgen en hem zal redden. Omdat de Heere dit zelf beloofd heeft.

 

En dat zal uiteindelijk ook gebeuren. David ontsnapt ook. Zijn vrouw Michal, dochter van koning Saul, helpt hem te ontsnappen. Ze laat hem door het venster vluchten. Op die manier ontsnapt David aan de dood. Maar David moet wel blijven vluchten. En zoals uit ook heel veel psalmen blijkt, heeft hij veel vijanden gehad en heeft hij vaak moeten vluchten.

 

Het leven van een kind van de Heere is niet altijd gemakkelijk. Dat zul je zelf misschien ook wel ervaren. Geloven is niet altijd gemakkelijk. Als kind van de Heere wordt je vaak raar aangekeken. Omdat je twee keer naar de kerk gaat. Of omdat je niet met alles meedoet omdat je dat niet wilt. Omdat het niet mag van de Heere.

 

Dan mag je toch er zeker van zijn dat de Heere voor je wil zorgen. Vertrouw daar altijd maar op. Niet omdat je van jezelf zo goed bent. Maar omdat de Heere dat beloofd heeft. En wat Hij belooft, komt Hij altijd na. Vanuit dat vertrouwen mag jij de Heere dan ook je sterkte en burcht noemen. Hij is er voor je en zal dat altijd zijn.

 

Wat een mooi leven heb je dan toch, hè?! God wil jouw Vader zijn en is er altijd voor jou. Ook al heb je het moeilijk.