Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 58:1

Jaargang: 
11
Datum: 
08 feb. 2017
Nummer: 
3
Schrijver: 
P. Horst-Flipse
ID:
1852

Dit is een moeilijke psalm. David spreekt tegen ontrouwe rechters. In vers 3 vraagt hij aan God, of Hij oneerlijke rechters wil straffen.

In De Bazuin nr. 25 van vorig jaar heb je kunnen lezen over een rechtbank... bij Psalm 54.

Pak die er nog maar eens bij.

 

In deze verzen roept David de rechters, die in hoogheid gezeten zijn, voor het gericht. Dat wil zeggen, die verantwoordelijk zijn voor de goede rechtsgang. Zij hebben de wetten en het recht bestudeerd. Zij moeten weten dat ze iedereen eerlijk moeten behandelen. Zijn ze wel eerlijk? Nee, ze zijn ontrouw en leugenaars volgens vers 2.

 

Mensen die leiding moeten geven, hebben een grote verantwoordelijkheid. Ze mogen niet liegen of bedriegen! Ze mogen ook niet kijken of je arm bent of rijk.

De Here kent het hart, weet je nog? Spreek eerlijk en wees trouw in wat je doet en als je verkeerde dingen hebt gedaan, vraag dan om vergeving.

David spreekt de leiders over het volk hard aan. Hij heeft het over een weegschaal.

 

Als je iets eerlijk afweegt, hangen beide schalen even hoog, bv. 500 gram suiker. In de ene schaal een gewicht van 500 gram en in de andere schaal precies zoveel suiker. Dat heet in balans zijn. Als je stiekem minder geeft in die schaal met suiker, is dat natuurlijk niet eerlijk.

Dat geldt ook voor iemand die wat gestolen heeft. Hij moet de straf krijgen die de wet van het land voor-schrijft. Anders heet dat willekeur, je doet wat je zelf wilt en niet zoals het hoort.

Deze rechters lieten zich misschien wel omkopen door iemand die rijk was.

David zelf heeft veel geleden onder onrechtvaardige leiders. Saul wilde hem immers steeds doden, omdat God hem koning wilde maken. Hij vraagt in deze psalm of God hen wil straffen.

 

Weet je wie er naar de aarde kwam om écht recht te doen? Ja, de Here Jezus. Hij werd door de leiders van het volk veroordeeld en ze hebben Hem uiteindelijk gekruisigd. Zo ver ging hun geweld.

Wij weten wel dat Christus moest lijden voor onze zonden. Wij zijn allemaal als mens zondig en hebben de dood verdiend. We zouden nooit bij de Here mogen wonen als Hij niet voor de zonden had betaald. Gods recht is daarmee voldaan en zo krijgen Gods kinderen genade. Waarom? Omdat Hij zoveel om ons gaf. Wij willen dan toch leven zoals Hij van ons vraagt.

Is dat niet moeilijk? Ja, maar Hij wil ons sterken door de Heilige Geest en steeds weer leren dat we bij Hem mogen schuilen. Het vorige psalmvers:

schuilen onder Zijn vleugels. Dan pas ben je écht veilig.