Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 57:1

Jaargang: 
11
Datum: 
08 feb. 2017
Nummer: 
3
Schrijver: 
P. Horst-Flipse
ID:
1853

Jullie weten allemaal wel wat ruzie maken is. Veel geschreeuw en dikke tranen misschien. Soms heb je het zelf uitgelokt door leugens of vervelende dingen te zeggen.

 

Maar weet je wat heel vervelend is, als je helemaal onschuldig bent en dan toch ruzie krijgt. Stel je voor, je verliest en ligt je onderop en ze blijven maar doorgaan met schoppen. Dan roep je heel hard 'genade, genade!' Dat betekent: heb medelijden met mij en stop alsjeblieft met pijn doen.

 

In het psalmvers dat we leren, vraagt David ook om genade. Niet aan de mensen, maar hij roept de HERE aan. 'Wees mij genadig Heer, wees mij nabij'.

 

We hebben al vaker in de psalmen gezien, dat David steeds moet vluchten voor koning Saul. David is onschuldig, maar Saul wil hem doden.

Gelukkig zoekt David bescherming bij de HERE. In de psalm staat schuilen. En dan weet hij dat hem niets kan overkomen.

 

Hij vergelijkt het schuilen van een mens met het schuilen van jonge vogels. Je hebt vast weleens kuikentjes zien wegkruipen bij hun moeder. Prachtig om te zien hoe ze onder de vleugels veiligheid zoeken.

 

Zo mag jij, mogen we allemaal, schuilen bij de HERE. Ook als er onheil, dat is gevaar, dreigt, zal Hij blijven zorgen. Bij alles wat ons terneer drukt, mogen we als een kuikentje wegkruipen onder de vleugels van God. Het beste plekje. Veilig, wat er ook gebeurt.

 

Laten we maar gelovig roepen tot God. Dan hoort Hij altijd!