Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Psalm 120:2

Jaargang: 
8
Datum: 
22 jan. 2014
Nummer: 
3
Schrijver: 
B. de Roos
ID:
1944

Psalm 120 is een treurige psalm. Vind je ook niet?

De dichter klaagt over roddel. Er wordt over hem gepraat. De mensen strooien lasterpraatjes over hem rond.

Het is helemaal niet goed als dat in Gods volk gebeurt. Kerkmensen mogen niet roddelen. Dat mogen ze niet doen in de kerk. Maar ook niet als ze ergens anders in de wereld bezig zijn.

 

Weet je wat roddel is? Dat is op een vervelende manier praten over privézaken van iemand anders. Dat mag niet. In alle dingen die ware gelovigen over andere mensen zeggen, moet iets van Gods liefde blijken.

Psalm 120 is het eerste bedevaartslied.

Een paar keer per jaar gingen de mensen, als het maar even kon, naar Jeruzalem. Daar vierden ze feest. Het Pascha bijvoorbeeld. Of bijvoorbeeld het Loofhuttenfeest. Terwijl de mensen samen naar Jeruzalem liepen, zongen ze bedevaartsliederen. In ons Bijbeltje zijn de psalmen 120 tot en met 134 allemaal bedevaartsliederen. Het worden ook wel pelgrimsliederen genoemd.

Psalm 120 is dus de eerste.

Als de mensen net op weg waren gegaan, zongen ze dit. Dit is natuurlijk niet zo'n blije psalm. Maar toch zongen de mensen dit lied. Zo lieten ze zien: we mogen bij de Here klagen, ook over de zondige dingen die wij in het leven tegenkomen!

 

In het psalmvers dat wij vandaag moeten leren, staan een paar namen.

Mesech: dat is een volk dat in Turkije leefde, ten noorden van Israël. Kedar: dat waren herders die rondtrokken in een woestijn ten zuidoosten van Israël.

Hoe zit dat nou? Kan de dichter van deze psalm op twee plaatsen tegelijk zijn? Nee. Dat is onmogelijk. Maar wat bedoelt de dichter dan? Waarschijnlijk bedoelt de schrijver dat hij onder eigen volk niet beter af is dan wanneer hij in een heidens land zou wonen.

 

Dat is niet best. Als het volk van God zo ver weggezakt is dat je 't verschil tussen agressieve heidenen en kinderen van God bijna niet meer kunt zien, is er iets heel erg verkeerd. Dan is er bekering nodig. Het leven van kerkmensen moet er anders uit gaan zien. Totaal anders. Zij moeten gaan leven naar Gods wil, en naar Zijn wet. Dat noemen we: reformatie. Een moeilijk woord is dat: re-for-ma-tie. Als de mensen zich hebben bekeerd, dan hebben ze zich gereformeerd. Nóg zo'n moeilijk woord: ge-re-for-meerd. Daarom heet de kerk ook: gereformeerde kerk. Nu weet je dus waarom dat zo is.

 

Misschien denk je wel: deze psalm past helemaal niet bij mij. Misschien heb je niks te maken met bedriegers en roddelaars. Des te beter!

Maar in deze wereld worden over christenen heel veel leugens verkondigd. Soms kun je dat merken op de televisie of de radio. Of in de krant. Er zijn zelfs landen waar christenen niet veilig kunnen leven. Zoals China. Of Syrië. Maar vergis je niet: ook in ons land worden Gods kinderen soms belachelijk gemaakt!

In zulke omstandigheden past Psalm 120 heel goed. Daarom is het heel goed dat deze psalm in ons kerkboek staat.

De Here zegt vandaag ook tegen ons: al zingend mag je jouw problemen bij Mij neerleggen. Dat mag je thuis doen. En ook in de kerk.