Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De pligten der Ouders

Jaargang: 
1
Datum: 
21 nov. 2007
Nummer: 
41
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
185
Rubriek: 

Kent u hem? Dominee Jacobus Koelman? Predikant in het mooie stadje Sluis, in Zeeuws-Vlaanderen? Nee, dat zal wel niet. Het is inmiddels 350 jaar geleden dat deze broeder werd bevestigd in het ambt. Dat was in 1657. In gereformeerde kringen is deze predikant niet meer zo bekend. Toch heeft hij ons wel iets te zeggen. Ja, juist in onze dagen heeft hij betekenis voor ons.

Verval

Als we het werk van Jacobus Koelman willen begrijpen, is het goed om eerst te kijken naar de tijd waarin hij leefde. Naar de kerkelijke toestand van die dagen.
We hebben het dan over de tweede helft van de zeventiende eeuw. Jacobus Koelman werd (waarschijnlijk) geboren in 1632 en hij overleed in 1695. Van 1657 tot 1675 was hij predikant van de gereformeerde kerk in Sluis.
In die periode, nog maar heel kort na het einde van de Tachtigjarige Oorlog, de oorlog allereerst om vrijheid van geloof en geweten, waren de Gereformeerde Kerken in Nederland al weer ernstig in verval. Ja, op sommige punten, zo moeten we zeggen, was de reformatie ook nog steeds onvoldoende doorgedrongen.
Aan de ene kant werden voorgangers sterk beïnvloed door de geest van het rationalisme. Dat is de stroming in de wetenschap die alles wil verklaren door het verstand. Of, zoals we ook wel zeggen, door de “rede”. (Denk maar aan het woord “redeneren”, dat is met verstandelijke argumenten iets proberen duidelijk te maken). In het latijn “ratio”. Daardoor werd veel prediking wetenschappelijk, doods en gekunsteld. De kerkmensen kregen vaak niet het geestelijk voedsel dat ze nodig hadden.
En aan de andere kant was er in de kerken heel veel onverschilligheid onder de leden. Slechte kerkgang, onchristelijk leven, ontheiliging van de zondag. Een gebrek aan christelijke opvoeding en goed onderwijs. De ellende van de grote volkskerk. Ook was het kerkelijk leven van de gereformeerden nog altijd niet helemaal ontdaan van roomse resten.
En tenslotte was er de sterke invloed van de overheid in de kerk. Plaatselijke en gewestelijke politiek bepaalde vaak het beleid van kerkenraden. O.a. op het gebied van het beroepen van predikanten, het aanstellen van ouderlingen, het benoemen van schoolmeesters, e.d.
Tegen die enorme afval kwamen mensen als dominee Koelman in het geweer. Hij streed in volle overtuiging tegen alle genoemde gebreken en uitwassen. Hij wilde graag van dienst zijn om zijn gemeente, en de Gereformeerde Kerken in de Nederlanden, terug te voeren naar het Woord van God. Naar het echte christelijke leven.
Dat streven in die tijd, die beweging om de reformatie van de kerk verder door te zetten in heel het christelijk leven, in die tijd, noemen we “de Nadere Reformatie”.

Nadere Reformatie

In beginsel een heel goed streven, die nadere reformatie. Wij zouden nu zeggen “doorgaande reformatie”. De reformatie van de kerk moet betekenis hebben voor heel het christelijke leven. En toch herkennen gereformeerden zich niet in de Nadere Reformatie, in dat streven van voorgangers in de zeventiende en achttiende eeuw. Ja, we zijn er zelfs huiverig voor. Dat komt omdat die Nadere Reformatie al gauw ontspoorde. Ondanks het vele goede dat in die beweging kan worden opgemerkt moeten we ook vaststellen dat het niet de doorgaande reformatie werd die de Here vroeg. De Nadere Reformatie ging een heel sterke en eenzijdige nadruk leggen op innerlijke vroomheid. Op het zoeken van zekerheden in het eigen hart. Aanhangers van de Nadere Reformatie zochten het ook niet in de oproep tot reformatie van heel de kerk. Zij probeerden niet de kerk “in de crisis” te brengen. Maar zij gingen zoeken naar kleine groepen “echt uitverkorenen” binnen de kerk. Zo ontstonden de “conventikels”. De kleine groepen “gekenden”. De Nadere Reformatie verloor Verbond en Kerk uit het oog.
Ja, dat is altijd het gevaar wanneer de strijd om de waarheid van Gods Woord en de doorwerking daarvan niet meer consequent en gehoorzaam wordt gevoerd. Dan blijft er niet veel anders over dan om je terug te trekken in je eigen kringetje in de kerk. Met alle gevolgen van dien.

Doorwerking

Nu is het niet de bedoeling hier nader op in te gaan. Ds. Jacobus Koelman stond aan het begin van die ontwikkeling. Sommige kerkhistorici willen hem daarom toch niet rekenen bij de vaders van de Nadere Reformatie. En hij had wel degelijk oog voor de doorwerking van reformatie in het dagelijks leven van Gods kinderen.
Hij was een strijdbaar predikant. Zo verzette hij zich tegen de grote invloed van de overheid op de kerk. Dat heeft hem uiteindelijk ook zijn ambt gekost. Ook had hij wel strijdpunten die wij vandaag niet meer goed begrijpen. Hij was nl. een fel tegenstander tegen het gebruik van formulieren in de eredienst. En tegen het vieren van tweede feestdagen. Gebruik van formulieren, zo meende hij, leidt tot sleur in de kerk. En juist tegen die sleur vocht hij. Tweede feestdagen waren een instelling van mensen. Bovendien werden in zijn dagen die tweede feestdagen door heel veel kerkleden (vrijwel iedereen was toen lid van de kerk)niet doorgebracht met het gedenken van de heilsfeiten. Maar integendeel met dingen die de Here juist verbiedt. Kermisachtige toestanden, drinkgelagen, plat plezier e.d. En alweer, daar vocht deze predikant tegen.
Hij zag heel goed hoe de Here wil dat er naar zijn geboden geleefd wordt. Geloven en reformeren betekent doorwerking van Gods Woord op heel het brede levensterrein.

Opvoeding

En daar willen we nu naar toe. Jacobus Koelman zag dat. Hij zag hoe een heel groot deel van de kerk bestond uit “papieren” leden. Mensen die niet goed wisten en begrepen wat het wil zeggen gereformeerd te zijn. Wel lid, ingeschreven in de registers, maar in leer en leven niet gereformeerd. Eén van de terreinen waarop dat zichtbaar werd was de opvoeding.
En ds. Koelman hield zich ook met die opvoeding bezig. Als één van de weinige Nederlandse voorgangers uit die dagen was hij bewust bezig met wat gereformeerde opvoeding nu eigenlijk moet zijn. Hij schreef daar dan ook een boekje over. “De pligten der Ouders, in kinderen voor God op te voeden”. (1679). In dat boekje legt hij uit wat dat betekent. Vanuit Gods Woord laat hij zien wat de Here van ouders en andere opvoeders vraagt. Niet maar met een handvol losse aantekeningen. Maar geordend. Doordacht. Je zou kunnen zeggen: Jacobus Koelman was in feite één van de eerste echt gereformeerde pedagogen in Nederland. Eén van de eerste opvoedkundigen. Misschien wel dé eerste. Hij vroeg aandacht voor de opvoeding vanuit Gods eigen Woord. In gebòndenheid aan Gods Woord. Doorgaande reformatie, zo liet hij zien, betekent ook reformatie van de opvoeding.
Daarom is het werk van deze dominee nog altijd van waarde. Daarom kunnen we ook in onze dagen van hem leren.

Voorleven

Ds. Koelman had, zo blijkt uit zijn boekje, heel nuchtere en eigenlijk ook voor ons heel eigentijdse opvattingen. Zo wees hij er op dat opvoeding consequent moet zijn. Anders raken kinderen in de war. Hij maakte duidelijk dat niet alle kinderen gelijk zijn en dat je ze dus ook niet gelijk moet behandelen. Maar ieder naar zijn aard en aanleg. Kinderen moeten soms gestraft worden. Dat is niet erg. Ook de Here tuchtigt zijn kinderen. Dat is soms nodig. Maar: dan moeten de ouders of schoolmeesters wel uitleggen waaròm het kind gestraft wordt. Zodat het niet opnieuw in de zelfde fout valt.
Herkennen we het? Helemaal geen ouderwetse opvoeding maar gewone nuchtere christelijke pedagogiek voor alle tijden.
En de basis onder die opvoedkundige gedachten is eenvoudig volgens de Bijbel. Het gaat, zo legt Koelman uit, om kinderen van de Here. De Here vertrouwt Zíjn kinderen toe aan ouders. En daarna aan schoolmeesters en predikanten. De Here vraagt dan ook om een opvoeding waarin kinderen naar Hem worden toegeleid.
Belangrijk in het werk van Koelman is dan ook dat hij aandacht vraagt voor het voorbeeld. Het voorbeeld van ouders en andere opvoeders is van groot belang. Door steeds het voorbeeld te zien van opvoeders, door steeds te zien hoe zij leven voor de Here, zal het kind gevormd worden. Door steeds voorgeleefd te krijgen wat de Here wil, zal ook het kind zo naar de wil van de Here gaan leven.

Eén

Ds. Koelman zag het goed. Nog altijd is dat zo. Dat is leven in het Verbond. Naast het vertellen en leren over Gods grote werken is het voorleven, het consequent voorleven, van Gods geboden het opvoedmiddel bij uitstek. Kinderen moeten zien en ervaren dat leer en leven één zijn. Als we het één zeggen en vervolgens het andere doen, dan zorgen we voor onduidelijkheid. Voor onzekerheid. Dan wordt het dankbaar leven naar de regels van het Verbond niet helder. Dan moeten we niet verbaasd zijn wanneer kinderen zich te kritisch ontwikkelen en van de weg van de Here gaan afwijken. Nee, het geloof kunnen we ze niet schenken. Dat is het werk van de Heilige Geest. Hij moet het doen. Hij moet ook de kinderen vasthouden in het geloof. Maar Jacobus Koelman zag het goed: God wil ouders en andere opvoeders, in school en kerk, daarbij inschakelen. Hij heeft zijn kinderen tóevertrouwd. Ja, het hart, dat is het werk van de Here. Maar we kunnen de kinderen wel, met alle zonden en gebreken die we hebben, het geloof vóórleven. We kunnen ze wel laten opgroeien in een gezin en in een kerk die ernst maakt met Gods Woord. We kunnen wel opvoeders zijn die met hun eigen leven duidelijk maken wat de Here vraagt. We kunnen de kinderen van de Here wel omgeven met een oprecht christelijk leven waarin geloof en leven één zijn. Dat is opvoeding waar we de zegen van de Here voor mogen vragen. En verwáchten.

Dat is waar Koelman voor streed. Dat is waar wij voor moeten strijden. Terug naar Gods Woord. Juist ook in de opvoeding van Gods kinderen. Iedere dag.
Een grote opgave. Een verantwoordelijke roeping. Waar veel kracht en wijsheid voor nodig is. Ds. Koelman wijst dan ook op het noodzakelijke gebed. Bidden voor de kinderen. En ook: kinderen zelf leren bidden. Leren om alles te verwachten van Vader in de Hemel.
“Pligten der Ouders”.......

Nog eerder ...

Nog één zaak willen we uit dat oude boekje speciaal naar voren halen. Heel verrassend begint ds. Koelman zijn bespreking niet met een verhaal over de kinderen. Maar over de periode dat er nog geen kinderen zijn. Hij begint zijn verhandeling over de opvoeding met het huwelijk. Ja, nog voor het huwelijk. Hij wekt jonge mensen op om toch vooral niet te trouwen met een ongelovige jongen of meisje. Maar zoek iemand die de Here kent. Want anders zullen straks de kinderen verschillende dingen zien. En dan zullen ze die ouder volgen die in hun ogen het “slimst” is. Die ouder die, zo voor het oog, de gemakkelijkste weg volgt. En dat is meestal niet de weg van de Here.
Hij wijst op de noodzaak om het huwelijk te heiligen door voortdurend gebed. Ds. Koelman ziet ook dat de Here door middel van de kinderzegen zijn kerk wil bouwen. Nee, niet ieder huwelijk wordt door de Here met kinderen gezegend. Maar als dat wel zo is, dan moeten we beseffen (we zeggen het maar kort, in eigen woorden) dat de Here zo bezig is te werken aan zijn kerk. En ouders hebben de “pligt” aan dat werk van de Here getrouw mee te werken.
Jacobus Koelman heeft dan ook een afkeer van geboortebeperking en het gebruik van voorbehoedsmiddelen (we moeten niet denken dat het een uitvinding uit de twintigste eeuw is, vooral welgestelden maakten er in die oude tijden gebruik van).

Overdenken

“De Pligten der Ouders, in kinderen voor God op te voeden”. Dat begint al voor het huwelijk. Dat begint al met Bijbelse bezinning op het huwelijk, nog voor je getrouwd bent. Dat begint eigenlijk al met de keuze voor een jongen of een meisje. Meestal hebben we in die fase van ons leven andere zaken aan ons hoofd. Maar toch ..... Doorgaande reformatie ...... Dat vraagt niet alleen van de mensen in de zeventiende eeuw opnieuw overdenken van Gods Woord op het punt van huwelijk en opvoeding. Nee, dat is ook vandaag voor ons aan de orde. Het is moeilijk, heel erg moeilijk, om ons niet te laten besmetten door de wereld. Die wereld, de godloze mensheid, die weet niet van trouwen in de Here. Die weet niet van kinderzegen. Die weet niet van opvoeden in de Here. Die wereld consumeert en leeft voor zichzelf. Die geest is overal rondom ons.
Ja, dan is het zaak om niet zomaar allerlei gewoonten klakkeloos over te nemen. Om niet mee te drijven op de golven van de tijdgeest. We hoeven ook niet zonder meer terug naar de zeventiende eeuw. Maar wel zal een christelijk gezin zich, in het denken over huwelijk en gezinsvorming en opvoeding, onderscheiden van het wereldse gezin. Wel moeten we steeds opnieuw de wil van de Here hierin onderzoeken en overdenken. Doorgaande reformatie, ook op het terrein van verkering, huwelijk, gezin, kinderzegen en opvoeding.

Dominee Jacobus Koelman. Onbekend. Heeft hij ons toch niet heel veel te zeggen?