Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Pinksteren: de Geest drijft tot Zending

Jaargang: 
7
Datum: 
15 mei. 2013
Nummer: 
23
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1194
Rubriek: 


Getuigen, dat is een opdracht (Hand. 1:8). En een mogelijkheid, want de Heilige Geest is uitgestort (Hand. 2:4). Getuigen van het koningschap van onze God over de hele wereld. Hij wil dat mensen dat erkennen en als hemelburger in volmaakt geluk voor eeuwig in zijn koninkrijk wonen. Getuigen, dat kunnen we alleen als we er zelf van overtuigd zijn dat onze God de Koning is van de hele schepping. Die overtuiging komt niet vanzelf op in ons hart. Die overtuiging moet erin gestort worden. Dat gebeurde in Jeruzalem, op de Pinksterdag, nu ongeveer 2100 jaar geleden. Toen stortte God zijn Geest uit in mensenharten. Een buitengewoon belangrijke gebeurtenis, want: de gemeenschap met God werd hersteld in Jezus Christus. Wat betekent dat voor de mensheid en dus ook voor ons?

Pinksteren: Feest van de vervulling

De voorloper van het Pinksterfeest ligt in het Oude Testament.

In het land van de belofte werden door het volk van God op het Paasfeest de eerstelingen van de gerste-oogst aan de Here gewijd. Gerst is de graansoort die als eerste wordt geoogst. De eerstelingen van de akker van de wereld werden aan de HERE geofferd.

Aan het eind van groeiseizoen komt de tarwe-oogst. Tarwe is beter geschikt voor menselijke consumptie dan gerst. Dan werden er offers gebracht: brandoffers, zondoffers, vredeoffers. Symbolen dat de gemeenschap met God hersteld was. Er werden broden gebakken. Die broden werden van de tarwe gebakken en de eerste exemplaren werden aan de HERE aangeboden (Lev. 23:15-22). Om een brood te krijgen moet meel gemalen en een brood gebakken worden. In het aanbieden van tarwebroden gaf de mens de opbrengst van het land met daarbij de gehele menselijke arbeid aan de HERE. Symbool dat de mens zijn God erkende als de Gever van alles wat een mens nodig heeft op aarde en bij Hem wil wonen.

De levensvoorraad voor het winterseizoen was weer binnen. Een feit om blij mee te zijn.

Oogstfeest, een feest met een uitgesproken feestelijk karakter. God had zijn belofte van onderhouding weer vervuld.

Het leven kan doorgaan.

Pinksteren: Feest van de vernieuwing

Is dat eigenlijk wel de bedoeling? Dat het leven van eten en drinken, werken en slapen gewoon maar doorgaat? Jaar uit, jaar in? Altijd maar door?

Altijd maar blijven leven in een wereld met tegenslagen en onvolkomenheden?

Dat is niet de bedoeling, dat bleek op die bijzondere Pinksterdag in Jeruzalem. Toen klonk het geluid van een geweldige stormwind. Maar er was geen storm. Vuurtongen op hoofden van de volgelingen van Jezus. Maar zij verbrandden niet. Wel gingen zij spreken in allerlei buitenlandse talen. Weldra bleek de oorzaak van deze verschijnselen: Christus stortte Zijn Geest uit op de aarde.

Waarom deed de Christus dat?

Hij ging zijn belofte vervullen. Want het Grote Offer was gebracht. De gemeenschap met God was hersteld. De oogst kan binnengehaald worden. Het leven kan doorgaan, nu niet alleen voor een winterseizoen, maar tot in eeuwigheid. En daarmee is duidelijk geworden dat de laatste fase van de wereldgeschiedenis is aangebroken. Dagen van de laatste poging tot redding. Na deze laatste fase komt er geen fase meer waarin redding mogelijk is. Daarom werd iedereen opgeroepen om de goede keuze te doen. Iedereen, ongeacht de taal die hij sprak.

En de boodschap van redding klonk luid en duidelijk: Bekeert u en iedereen late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden (Hand. 2:38).

Dat is pas echt vernieuwing.

De hele wereld moet gered worden

Vergeving van zonden wordt aangeboden aan iedereen die het maar horen kan. Dat kan, omdat de ban van de zonde door Jezus Christus doorbroken is. Hij was de eerste mens op aarde die helemaal naar de wil van God heeft geleefd. God gaat verder met zijn werk om zijn schepping weer mooi te maken. Hij wil alle mensen wel de zonden vergeven, dan kan het weer volmaakt worden hier in deze wereld. En daarom geeft Hij zijn Geest, mild en overvloedig. De Geest van God is echt en eeuwig God, net zoals de Vader en de Zoon echt en eeuwig God zijn. En net zoals de Vader en de Zoon de wereld hebben liefgehad, heeft ook de Geest de wereld liefgehad.

Pinksteren komt pas ten volle tot zijn recht als het volk van God zich gevestigd heeft in het land van de belofte, en dat land van de belofte voor Gods volk is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. De Geest gaat zijn werkterrein uitbreiden tot heel de wereld, want Jezus is de Redder van heel de wereld.

De werkwijze van de Geest is dat Hij werkt met inschakeling van de mens, de onderkoning op aarde. Als de mensenharten schoongemaakt worden van alle zonden, kan daarna de hele wereld vernieuwd worden. Daarom begint de Geest van God met zijn werk als eerste bij de mens, Gods zaakwaarnemer op aarde.

Hoe doet de Heilige Geest dat?

Verandering

Het begin van het zelfstandig menselijk leven op aarde is de geboorte. Een mensenleven is een leven dat door de zonde bevlekt is. Daar moet verandering in komen. En dat is nu het werk van de Heilige Geest. Hij verandert de mens en begint daartoe opnieuw. Dat nieuwe begin is de wedergeboorte van de mens, het begin van het geestelijk leven naar de wil van God. Hij opent het gesloten hart. Hij maakt het harde zacht. Hij besnijdt het onbesnedene. Hij vernieuwt de wil: van dood maakt Hij de wil van de mens levend en van weerbarstig weer gehoorzaam. Hij brengt de wil van de mens zover en geeft deze zoveel kracht, dat de mens als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen (DL-4,11). Dat roept voor ons de vraag op of we kunnen weten of we wel wedergeboren zijn. En dat kunnen we weten uit ons gedrag. Want de wedergeboren mens zal willen leven naar de wil van God in alle goede werken (HC, antw. 90). De wedergeboren mens leeft uit geloof, vraagt naar de wil van God, is zelf actief in zijn denken en doen. Bij de gelovige mens zal uit zijn gedrag blijken dat hij God lief heeft boven alles en de naaste als zichzelf. Dat brengt verandering op aarde.

De Geest werkt

De Geest werkt door het Woord, geeft de bijbel aan de mensen (2 Tim. 3:16,17; 2 Petr. 1:21) en doet ons Gods Woord verstaan. Dat was ook zo na de hemelvaart toen de apostelen de opdracht kregen om het evangelie over de hele wereld te brengen. In de opdracht om het evangelie aan Cornelius te verkondigen, wees de Heilige Geest duidelijk aan dat de blijde boodschap echt voor iedereen bestemd is (Hand. 10). Het evangelie moet van Jeruzalem naar Samaria en over de hele wereld. Die opdracht, getuigenis geven, is de eigenlijke opdracht voor de apostelen en geldt daarom ook voor heel de kerk. Voor deze zware taak zal de Geest de kerk toerusten en Gods wil leren verstaan. Hij maakt de wedergeboren mens begerig om Gods wil te verstaan.

De Heilige Geest geeft het signaal tot de eerste grote zendingsonderneming en schakelt mensen daarbij in.

De Heilige Geest neemt initiatief

In Handelingen 13 lezen we dat er iets wezenlijks nieuws gebeurt. Daar wordt aan de kerk de opdracht tot wereldzending gegeven. Dat is het initiatief van de Heilige Geest. We lezen niet dat de apostelen een plan ontwierpen om hun opdracht tot wereldzending te vervullen. De uitvoering van die opdracht voltrok zich tot die tijd van gelegenheid tot gelegenheid. Zo was ook de gemeente te Antiochië tot stand gekomen. Vluchtelingen omwille van het geloof hadden zich in Antiochië gevestigd en vormden daar een gemeente (Hand. 11:19,20). Die gemeente had de opdracht tot getuigen, en Saulus ook (Hand. 9:15). Maar een uitgewerkt plan of brede strategie om het getuigenis van God en Christus over de hele aarde te brengen was er niet.

Deze gemeente dient de Here en begeert te verstaan wat zijn wil is. Dat is een oprecht en intensief verlangen. We lezen dat zij vastten bij de dienst aan de Here. Vasten dat is een activiteit van verootmoediging en oriëntatie op de Here en zijn Woord. In zo een vastenperiode werd er doorgaans sober geleefd. Het hart moet loskomen van allerlei hindernissen. Want de Heilige Geest komt niet in een volle maag en een hoofd vol met allerlei gedachten. Wie de wil van de Here wil verstaan zal zich daarop moeten concentreren. En dat deed de gemeente aldaar. Zulke mensen kan de Heilige Geest gebruiken.

En dan komt de Heilige Geest. Hij spreekt. Of Hij sprak tijdens een eredienst of gebedssamenkomst wordt ons niet meegedeeld. Ook wordt ons niet verteld of dat spreken ging door middel van het zich bewust worden van de wil van de Here of door middel van een profeet, zoals Agabus, die een woord van de Here had (Hand. 11:28 en 21:10). De volle nadruk valt erop dat het de Heilige Geest Zelf is die aan het werk is. God Zelf wil dat zijn Woord voortgaat over de hele wereld waarvan Jezus de Redder is.

De Heilige Geest schakelt de kerk in om de blijde boodschap van vergeving van zonden en eeuwig leven over de hele wereld te brengen. De Heilige Geest zegt tot de gemeente om Barnabas en Saulus af te zonderen voor het werk waartoe Hij hen geroepen heeft.

Wat wil ons dat zeggen?

Het begin van de wereldzending

Als de Heilige Geest roept tot een taak mogen we er zeker van zijn dat Hij ook de mogelijkheden geeft om die taak te kunnen volbrengen. Dat zien we in de gemeente van Antiochië. Er waren daar diverse profeten en leraars (Hand. 13:1). Van die profeten en leraars moesten er nu twee afgezonderd worden. Dat houdt in dat de verkoren broeders niet meer alleen tot de gemeente behoren maar ook tot de gehele wereld. Wel weten zij dat de gemeente achter hen staat. Dat is een fijne gedachte voor een zendeling, en profeet en leraar, om te weten dat hij er niet alleen voor staat maar dat er een kerkenraad en een gemeente is die hem kan bijstaan in tijden van vreugde en verdriet, van strijd en moeiten. Een thuisfront dat in gebed hem opdraagt aan de Here en zijn genade (Hand. 14:26). En hem steunt bij zijn werk van de verkondiging van het Woord en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.

Een zendeling die in de wereld wordt uitgezonden, weet van tevoren niet wat de Here met hem voor heeft en wat hem aan gebeurtenissen te wachten staat. In de komende tijd zal blijken welke grote en zware taken de Here geeft. Zegeningen en beproevingen kunnen elkaar afwisselen. In dat alles zal de Missionaire Dienaar van het Woord staande moeten blijven. En de zendeling mag weten dat hij er niet alleen voor staat.

De gemeente zendt

De voorbereiding voor het zendingswerk en de eigenlijke uitzending van Barnabas en Saulus gebeuren grondig. Dat er een uitgebreid onderling overleg is of dat er een plan van aanpak wordt gemaakt wordt ons in Handelingen 13 niet meegedeeld. Wel staat er wat werkelijk nodig is. Dat is concentratie op de Here. Vragen naar zijn wil, om die te kunnen verstaan. De gemeente ging vasten, verootmoedigde zich. Zij ging bidden. Daarna legde zij de twee zendelingen de handen op (Hand. 13:3).

Dat is een symbolische daad. Het is het zichtbaar maken dat Gods Woord toevertrouwd wordt aan betrouwbare mensen. De gemeente gaf ontslag uit de dienst te Antiochië en smeekte de Here God om de gave van de Heilige Geest voor de broeders die de boodschap van de verzoening gingen brengen aan een wereld die verloren lag in schuld. In onze kerken zouden we bij een dienst waarin zendelingen worden uitgezonden het Formulier voor de bevestiging van Missionaire Dienaren des Woords lezen (Geref. Kerkboek pag. 546-550); om hen, na de bediening van het Woord en de smekingen van de gemeente, te zenden naar een deel van de wereld dat in de greep is van de vorst van de duisternis, om daar het heerlijk licht van het evangelie te laten schijnen met een oproep tot bekering en geloof.

Wat een weldaad.

Aan het werk

Dit opdragen van de zendelingen aan God de Almachtige is pure noodzaak. Zendelingen komen voor de meest onverwachte gebeurtenissen te staan. De satan geeft zijn terrein niet prijs zonder slag of stoot. Zwakke mensen hebben goddelijke steun nodig om in de geestelijke strijd overeind te kunnen blijven.

Dat heeft Paulus ervaren.

Hij kreeg van de Here Zelf, na indringend gebed, deze bemoediging: Mijn genade is u genoeg (2 Cor. 12:9). Hij kon daarom met zekerheid aan de gemeenten zeggen: Die u roept is getrouw, Hij zal het ook doen (1 Thess. 5:24).

Een trouwe gemeente zal, volhardend, naar de wil van de Here blijven vragen om die wil met lust en genoegen te doen (Ps. 40:9).

Beveel de HERE uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken (Spreuken 16:3).

Jezus kwam naar deze wereld om verloren mensen te redden (Ez. 34:16; Luc. 19:10).

Pinksteren: Feest van de vernieuwing, de Heilige Geest is uitgestort (Hand. 10:44,45).

Welke gemeente begeert zich door de Heilige Geest te laten aandrijven tot zending?