Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Orde en vrede in de gemeente van Christus (3)

Jaargang: 
1
Datum: 
10 okt. 2007
Nummer: 
35
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
2132
Rubriek: 

De plaats en de taak van de ambtsdragers

Ambtsdragers zijn gezanten van het Hoofd van de kerk, de Here Jezus Christus, en oefenen namens Hem gezag uit.

De Schrift leert ons dat de ten hemel gevaren Here Jezus Christus aan zijn kerk ambtsdragers heeft gegeven, die namens Hem zijn kerk moeten regeren en verzorgen. De predikanten, ouderlingen en diakenen zijn en blijven zondige beperkte mensen en het is een groot wonder dat het Hoofd van de kerk Zich van hen wil bedienen. Calvijn spreekt ergens van ‘mensjes uit het stof opgerezen’. Maar zij zijn toch niet minder dan gezanten van de Here Jezus Christus. Ambtsdragers zijn onontbeerlijk om een plaatselijke kerk volledig kerk te doen zijn (Hand.14:23; Titus 1:5).

In de overgangssituatie na onze Vrijmaking, voordat plaatselijk een kerk geïnstitueerd kon worden, kwam wel eens de vraag op of je wel kunt spreken van een kerk zonder ambtsdragers.

Uit de Schrift is duidelijk dat er in elke gemeente ouderlingen moeten worden aangesteld, zoals dat gedaan werd door Paulus en Barnabas. En als Paulus aan Titus opdraagt om in elke plaats ouderlingen aan te stellen gebruikt hij daarvoor een woord waaruit blijkt dat Titus moet doen wat nog ontbreekt, wat nog onaf­gedaan is. Daaruit blijkt dat een gemeente-in-wording nog geen kerk is zolang er geen ambtsdragers zijn bevestigd.

Vandaar dat in de kerkorde wordt bepaald dat zo’n gemeente-in-wording onder het opzicht van de kerkeraad van een naburige gemeente moet worden gesteld in de vorm van een wijkgemeente (artikel 39). Op die manier kunnen de leden van zo’n gemeente-in-wording ambtelijke zorg ontvangen, die zij immers ontberen bij gebrek aan ambtsdragers.

 

Het drieërlei gezag van de ouderlingen

Ouderlingen hebben drieërlei gezag:

a.   leergezag (bediening van Woord en sacrament, handhaving van de belijdenis, invulling van de liturgie) – profetisch;

b.   regeergezag (ambtsdragers benoemen, kerkorde en andere regels vaststellen) – koninklijk;

c.   tuchtgezag (oefenen van de kerkelijke tucht) – priesterlijk.

 

In het algemeen kan gezegd worden dat de ouderlingen waken voor uw zielen (Heb.13:17) en ook dat zij de gemeente moeten toerusten tot dienstbetoon (Ef.4:11-12). Het is duidelijk dat daarin ook de taak van de diakenen begrepen is. Want hun arbeid is niet alleen maar geldelijke ondersteuning geven, maar daarin waken zij voor de geestelijke welstand van degenen die zij helpen en ook moeten zij de gemeente mobiliseren tot dienstbetoon, zodat niemand in de gemeente eenzaam of ongetroost behoeft te leven. Maar we handelen nu vooral over bijzondere werk van de ouderlingen. Wij spreken dan wel van de kerkeraad-smal.

 

Leergezag

Allereerst hebben de ouderlingen een profetische taak. Zij moeten immers valse leer en dwaling weren, die via lectuur en andere communicatiemiddelen het leven van de gemeente bedreigen. Daartoe moeten zij onderrichten, weerleggen, waarschuwen en vermanen. Dat moet gebeuren in de prediking, bij het catechetisch onderwijs en het huisbezoek (artikel 55). Zij moeten verder toezicht houden op de prediking en de bediening van de sacramenten en op het catechetisch onderwijs. Ook behoort tot hun taak de invulling van de liturgie overeenkomstig de regels die in het kerkverband daarvoor zijn gesteld. In de Gereformeerde Kerken vrij­gemaakt, van welke wij ons hebben moeten vrijmaken, was de liturgie steeds meer een zaak van de predikant geworden, al of niet bestuurd door een zogenaamde liturgiecommissie.

 

Regeergezag

Wij komen nu tot de koninklijke taak van de ouderlingen. Die bestaat onder meer in het opzicht hebben over de kudde, dat is het regeren van de gemeente. Zo spreekt de Schrift over ouderlingen die wèl regeren, die goede leiding geven, 1 Tim.5:17.

Dat woord ‘regeren’ of ‘leiding geven’ kan gedachten oproepen over heerschappij voeren, maar dat wordt door de HEERE met nadruk afgewezen:

Hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde, 1 Petr.5:1-4.

Dat gezag is dus niet van onderaf aan hen toegekomen, omdat de gemeente aan hen dat gezag zou verlenen. Dat gezag komt van boven, van Hem Die Zelf de ambtsdragers aan de gemeente geeft als het geschenk van Hem, de Opgestane.

Daarbij moet dan ook bedacht worden dat de kerkeraad niet het uitvoerend orgaan is van wat de gemeente besluit. Uiteraard zal de kerkeraad rekening moeten houden met wat er leeft in de gemeente, maar uiteindelijk heeft hij zelf de verantwoordelijkheid voor besluiten die genomen moeten worden. Wij spreken gemakshalve wel van een gemeentevergadering, maar in feite is het een vergadering van de kerkeraad samen met de gemeente.

Dat geldt ook voor de verkiezing van ambtsdragers, waarvoor de kerkeraad kandidaten stelt, gehoord de gemeente. En de broeders die door de gemeente verkozen worden, moeten daarna door de kerkeraad worden benoemd. Als regel moet de kerkeraad zich houden aan de uitslag van de gehouden verkiezing, tenzij er gewichtige redenen zijn om daarvan af te wijken, bijvoorbeeld op grond van uit de gemeente ingebrachte bezwaren.

 

Het tuchtgezag

Als derde bespreken wij het tuchtgezag van de ouder­lingen. Wij noemden dat de priesterlijke taak van de ouderlingen.

Wij noemen dat priesterlijk, omdat de bedoeling van de tucht is de zondaar te behouden. Het woord tucht is namelijk afgeleid van een woord dat betekent: trekken. Daarnaast moet tucht geoefend worden om de tafel van de HEERE heilig te houden en de gemeente te behoeden voor de verzoeking tot een onchristelijke levenswandel. Wat is het belangrijk dat er ambtsdragers zijn in de gemeente!

De HEERE heeft al in de eerste jonge gemeenten ambten ingesteld.

Daar werden ambtsdragers aangesteld, daar werden kerken geïnstitueerd, daar waren kerken in oprichting. En daar werd ook een geweldige verantwoordelijkheid op de schouders gelegd van deze ambtsdragers. Daar werden sleutels uitgereikt van het hemels koninkrijk, niemand anders was bevoegd die te gebruiken. Zij kregen de bevoegdheid om mensen die in zonde leven en blijven leven, buiten te sluiten uit het hemels koninkrijk. Want wat hier gebonden is zal ook in de hemel gebonden zijn.

Maar ook dat wat onder biddend opzicht hier ontbonden is, zal ook in de hemel ontbonden zijn (Matt. 16:19; 18:18). De bediening van de sleutelen van het hemelrijk bestaat uit de verkondiging van het Woord en de ker­kelijke tucht, wat begint bij het ambt aller gelovigen, Mat.18.

De kerkorde geeft voor de oefening van de kerkelijke tucht uitvoerige regels, die gebaseerd zijn op wat de Schrift ons daarover leert.

 

Gemeente en ambtsdragers

Wij moeten de ambtsdragers eren vanwege hun ambt, omdat zij over ons gesteld zijn. Ook van hen geldt dat wij hen alle eer, liefde en trouw moeten bewijzen en met hun zwakheden en gebreken geduld moeten hebben, aangezien het God belieft ons door hun hand te regeren. Uiteraard blijft het de roeping van de kerkleden in het ambt van de gelovigen om het werk van de ambtsdragers te toetsen aan Schrift, belijdenis en kerkorde. Dat hebben wij in het jongste verleden dan ook geregeld moeten doen in verband met de deformatie van de kerk.

 

Het gezag van kerkelijke vergaderingen

Kerkelijke vergaderingen hebben gezag doordat de kerkeraden hun gezag daar samenbrengen.

Het is van belang om daar alle nadruk op te leggen. Ook ten aanzien van het gezag van de meerdere ver­gaderingen hebben wij te maken met het gezag van de Here Jezus Christus.

De kerkorde geeft in haar regeling van de bevoegdheid van de meerdere vergaderingen uitdrukking aan die gedachte. In artikel 35 wordt namelijk over de bevoegdheid van classis, Particuliere en Generale Synode uitgesproken:

De classis heeft de bevoegdheid rechtsgeldige uit­spraken te doen ten opzichte van de kerkeraad. Dit geldt eveneens voor de particuliere synode ten opzichte van de classis en voor de generale ten opzichte van de particuliere synode.

Heel duidelijk wordt door de kerken dus uitgesproken dat uitspraken van meerdere vergaderingen rechtsgeldig zijn. Dat betekent dat iedereen daaraan gebonden is. Het niet rekenen met de uitspraken en besluiten van bij voorbeeld een classis en de ongehoorzaamheid eraan is niet minder dan het verwerpen van het gezag van het Hoofd van de kerk.

De kerkelijke vergaderingen waarover wij nu handelen worden meestal meerdere vergaderingen genoemd, omdat zij samengesteld worden uit afgevaardigden van de kerkeraden of van de classes of van Particuliere Synodes. Het zijn dus beslist geen hogere vergaderingen, een soort hoger bestuur, maar alleen meerdere verga­deringen.

In het verleden is er dikwijls een discussie geweest over het gezag van de meerdere vergaderingen. Dat was vooral het geval in 1926, toen de Generale Synode van Assen zelf de predikanten en ambtsdragers van de kerk van Amsterdam schorste. Daartegen rees in de kerken bezwaar, men noemde dat het nieuwe kerkrecht, omdat het een afwijking was van de tot dan toe geldende regel dat de meerdere vergaderingen geen tuchtrecht hebben. Zo kan bijvoorbeeld een classis of synode wel uitspreken dat een ambtsdrager schorsingswaardig is, maar mag zij niet zelf tot de schorsing overgaan. De meerdere vergaderingen hebben alleen gezag voor zover de kerkeraden hun ambtelijke gezag daar samenbrengen. Ook dat is in de kerkorde nauwkeurig geregeld.

 

De grenzen van het gezag van de meerdere vergaderingen

Er worden door de kerkorde ook grenzen gesteld aan het gezag van de meerdere vergaderingen. Zo mag een meerdere vergadering, zoals een classis, alleen behandelen datgene dat door een kerkeraad niet is kunnen worden afgehandeld. Dezelfde regel geldt voor de verhouding classis ten opzichte van een Generale Synode.

Dan is er verder de grens van het Woord van God en de kerkorde.

Het bekende artikel 31 van de kerkorde bepaalt dat datgene, wat door een kerkelijke vergadering besloten wordt, voor vast en bindend moet worden gehouden. Daarbij geldt uiteraard de uitzondering wanneer een uitspraak of besluit bewezen wordt te strijden met het Woord van God of de kerkorde. Niemand heeft dus het recht om een besluit van een kerkelijke vergadering naast zich neer te leggen en te negeren. De regel is dat zo’n besluit moet worden uitge­voerd. Dat geldt dus ook van de besluiten van meerdere vergaderingen.

Vooral in de beginperiode van de vorming van ons kerkverband, waarin zoveel van de grond af moet worden opgebouwd, is het belangrijk dat gemeenteleden en kerkeraden zich aan deze regel houden. Ook daarvan geldt dat dit noodzakelijk is voor de orde en vooral voor de vrede in de gemeente van Christus.

 

De crisis van het gezag

Het blijkt in deze eerste tijd van ons kerkelijke samen­leven nodig om hier uitvoeriger over te handelen.

In de geseculariseerde samenleving van onze moderne tijd is er sprake van een crisis van het gezag. Mensen wensen niet meer bestuurd te worden, zij willen zelf bepalen waar zij heen gaan en wat zij met hun leven doen, zij verwerpen daarom het gezag van anderen. Maar wij geloven overeenkomstig de Schriften dat de Here Jezus Christus als het Hoofd van zijn christelijke kerk de zijnen ieder afzonderlijk en gezamenlijk hun plaats toewijst. Hij wordt onze overste Leidsman genoemd, een militaire titel die betekent aanvoerder in de strijd. De Schrift geeft ook veel beelden van die strijd.

In die strijd heeft ieder zijn eigen orde, zijn eigen plaats in de gelederen.

Wij zullen alleen dan voorspoedig kunnen zijn in de strijd als wij ons onze plaats laten wijzen door Hem.

 

Op welke wijze is het dat de HEERE ons onze plaats wijst? Hij gebruikt daar in de kerkelijke samenleving kerkelijke organen voor, meerdere vergaderingen. De kerkorde spreekt daar heel uitvoerig over in verschillende artikelen. Daarin wordt steeds weer het gezag van de kerkelijke vergaderingen aangewezen.

We noemden al artikel 35 van de kerkorde, waar gesproken wordt over de rechtsgeldigheid van de besluiten van de meerdere vergaderingen, dat is van het gezag ervan. Dat gezag wordt onderstreept door wat de kerkorde bepaald ten aanzien van de gang van zaken op elke classisvergadering.

Artikel 41: De preses zal vragen of de besluiten van de meerdere vergaderingen nageleefd worden.

Verder blijkt het gezag van de classis uit de regeling voor de instelling van de ambten.

Artikel 38: Slechts met instemming van de classis kunnen in een plaats voor het eerst of opnieuw de ambten worden ingesteld.

Let wel: de instemming van de classis wordt vereist. Er worden in de kerkorde geen voorwaarden gesteld voor het verlenen van deze instemming. Dat wordt aan de wijsheid van de classis overgelaten. Ook daar geldt het gezag van de classis. In datzelfde kader van het gezag van de classis moet dan ook het volgende artikel gelezen worden.

Artikel 39: Plaatsen waar nog geen kerkeraad kan zijn, zal de classis onder de zorg van een naburige kerkeraad stellen.

Dat houdt in dat de classis bepaalt hoe deze regeling uitgevoerd zal worden. Dat houdt ook in dat zij alleen, binnen het kader van de kerkorde, en met inachtneming van artikel 83 ten aanzien van het heersen, bepaalt wat onder die zorg moet worden verstaan. Wij moeten met elkaar er steeds op bedacht zijn dat wij vooral niet ons laten beïnvloeden door de gezagscrisis die in de samenleving aan de gang is. Zij bergt in zich het gevaar van het independentisme, dat altijd uitmondt in hiërarchie.

De les van de geschiedenis van de kerken is dat in naam van het verwerpen van de hiërarchie door de meerdere vergaderingen, gepleit wordt voor de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk.

Maar dat kwam er dan zomaar op neer dat in plaats van de beweerde synodocratie er dan dominocratie optreedt, of consistoriocratie, dat is heerschappijvoering door een predikant of kerkeraad.

Juist die hierboven genoemde regelingen van de kerkorde met betrekking tot het gezag van de classis over de kerkeraad beschermen de kerkleden tegen de hiërarchie.