Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Oordelen over de kerk

Jaargang: 
3
Datum: 
21 jan. 2009
Nummer: 
2
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
452
Rubriek: 

Wat moeten we met de kerk? Is het nodig daar nu alweer over te schrijven? Is dat alweer actueel? Ja, dat is niet alweer maar nog steeds actueel. En de vraag zal actueel blijven tot de Jongste Dag. Wat moeten we met de kerk? Regelmatig komen we mensen tegen die het antwoord op die vraag niet meer weten. Of die dat antwoord wel weten maar het wegduwen. Wat moeten we met de kerk? Als die kerk ons niet aanstaat? Niet méér aanstaat, zoals voorheen? Als we ons niet meer thuis voelen? Als we niet goed behandeld worden?

Onvrede

We komen helaas nogal wat onvrede tegen in onze kerken. Onvrede óver de kerken. Over hoe het in de kerk gaat. Gebeuren er geen verkeerde dingen? Klopt het allemaal wel? Kerkleden horen van dit en van dat. Ze lezen van alles. Er ontstaat zomaar een bepaald beeld. Is die zaak wel rechtvaardig behandeld? Had het ook niet wat anders gekund? Waarom is er een scheur in een gemeente getrokken? Waarom hebben verschillenden, die zich eerst hadden vrijgemaakt van de GKv, nu toch weer onttrokken? Gaan we eigenlijk wel goed met elkaar om? Ja, en dan komt die vraag. Soms wordt die vraag ook gewoon hardop gesteld. Bijvoorbeeld aan de ambtsdragers. Of de vraag wordt door kerkleden geuit in een lasterlijk interview in een landelijk dagblad. Wat moeten we met deze kerk? Kunnen we hier wel blijven? Is dit het wel? Het leidt af en toe tot onttrekkingen. Het oordeel valt dan negatief uit: Nee, hier is het niet, we gaan ergens anders zoeken .........
We komen die onvrede ook buiten de kerken tegen. Bij hen die zich misschien wel zouden willen vrijmaken van de GKv. Mensen zouden misschien wel lid willen worden van De Gereformeerde Kerken hersteld) maar ...... Ze horen bepaalde zaken, ze lezen over bepaalde zaken, en vragen zich af of ze toch wel de goede kant op kijken. Misschien toch nog maar even geen lid worden? Of eerst ergens anders kijken? Het oordeel valt ook bij hen die zoeken soms negatief uit. Wat moeten we met de kerk? Laten we gaan kijken of het ergens anders beter is ......

Dordtse Leerregels

We kennen vast allemaal de Dordtse Leerregels wel. Ze zijn opgenomen achter in het Gereformeerd Kerkboek. En ze maken deel uit van de belijdenis van de kerk. Ze zijn één van de drie Formulieren van Eenheid. In de Dordtse Leerregels wordt, net als in de overige belijdenisgeschriften, Gods Woord nagesproken.
Weten we nog wat in die Dordtse Leerregels behandeld wordt? Het gaat daarin om de verdediging van de Bijbelse leer van de uitverkiezing tegenover de Remonstrantse, of zo u wilt de oude Pelagiaanse leer van de vrije wil van de mens. De Dordtse Leerregels zijn opgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht die gehouden werd in 1618/1619. De strijd tussen Remonstranten, de aanhangers van de leer van de vrije wil, en Contra-Remonstranten, de verdedigers van de gereformeerde leer, werd op die synode beslecht. Het oordeel van de synode werd uitvoerig onderbouwd en beschreven en neergelegd in “De Vijf Artikelen tegen de Remonstranten of Oordeel ......” Onder de hoofdtitel “Dordtse Leerregels”.
In die Dordtse Leerregels worden prachtige, vertroostende dingen gezegd over de uitverkiezing, over Gods genade, over de zekerheid van het geloof. Het is zonder meer de moeite waard dit minst bekende belijdenisgeschrift af en toe eens grondig door te nemen. Persoonlijk of in verenigingsverband. Vijf artikelen, vijf hoofdstukken tellen de Dordtse Leerregels. En na het laatste hoofdstuk volgt een slotwoord.
Om dat slotwoord gaat het ons nu.

Slotwoord

In die tijd, de tijd van de Dordtse Synode, werd er veel gekletst en gelasterd. Valse leer werd verspreid als ware leer. De Bijbels Gereformeerde leer werd afgeschilderd als onjuist en leugenachtig. Eenvoudige gelovigen werden gemakkelijk door het gepraat van hun dwalende voorgangers op een verkeerd spoor gebracht.
In dat slotwoord zegt de synode daar nu nog het een en ander over. En dan treft ons de volgende passage:

    ”Daarom bezweert deze synode van Dordrecht in de naam van de Here allen die de naam van onze Verlosser Jezus Christus godvrezend aanroepen, dat zij over het geloof van de gereformeerde kerken niet moeten oordelen op grond van lasterpraat, die van hier en daar bijeen geraapt is. Ook niet op grond van persoonlijke uitspraken van sommige oude of nieuwe leraren; dergelijke uitspraken worden vaak ook nog te kwader trouw aangehaald, verminkt en verkeerd uitgelegd. Maar over het geloof van de gereformeerde kerken moeten zij oordelen op grond van de publieke belijdenisgeschriften van de kerken zelf en op grond van deze uiteenzetting van de rechtzinnige leer, die door alle leden van de hele synode met volledige eenstemmigheid is vastgesteld.” (Gereformeerd Kerkboek pag. 505/506).

Grond

Het was toen een andere tijd dan nu. Maar we menen dat deze oude uitspraak, zoals de hele inhoud van de Formulieren van Eenheid, niets aan actualiteit heeft ingeboet.
Onze voorouders in de zeventiende eeuw waren geroepen om te oordelen over het geloof, over de leer van de Gereformeerde Kerken. Want die leer was bepalend. Bepalend voor de vraag: Wat moeten we met de kerk? De artikelen 27 t/m 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zijn daar ook heel duidelijk over. Waar het rechte geloof is, waar de ware leer van de Bijbel is, daar wordt de gelovige geroepen. En hoe kun je dan zien waar dat is? Hoe kún je dan tot een goed, voor de HERE verantwoord oordeel komen? Wat is dan de grond voor het oordeel?
Hier staat het: Oordeel op grond van de publieke belijdenisgeschriften van de kerken. Eigenlijk heel eenvoudig. Daar waar de publieke belijdenisgeschriften gehandhaafd worden, in woord en in daad daar is de kerk. Wat moeten we met de kerk? Wat moeten we met De Gereformeerde Kerken (hersteld). Moeten we hier wel zijn? Moeten we hier wel blijven? Moeten we daar wel naar toe?
Hoe moet ons oordeel uitvallen?
Uiteindelijk is er dan maar één grond voor een oordeel. De grond die genoemd wordt in het slotwoord van de Dordtse Leerregels.

Gods werk

De kerk, dat is het werk van God. In de kerk moet God tot zijn recht en zijn eer komen. Zijn eigen Woord moet daar vast staan. De leer van de Bijbel moet volledig aanvaard en gehandhaafd worden. Wanneer we dat zien (en daar is gelóóf voor nodig!), dan weten we: ja, hier is de HERE aan het werk. Hier roept Hij de zijnen.
In de belijdenisgeschriften spreken we dat Woord van God na. Ook in de Dordtse Leerregels.

    ” De synode is van oordeel, dat deze uiteenzetting en veroordeling aan het Woord van God ontleend zijn en met de belijdenis van de gereformeerde kerken overeenstemmen.”

Onderzoek de belijdenis van de kerk. Houdt de kerk zich daaraan? Niet alleen in woorden, op papier? Maar ook in haar prediking, in haar catechese, in haar onderwijs, in haar sacramentsbediening, in haar tuchtoefening, in haar publieke optreden? Laat de kerk zich op die belijdenisgeschriften aanspreken? Ja? Dan zien we Gods werk. Dan zien we de kerk. Dan is het antwoord op de vraag “Wat moeten we met de kerk” heel eenvoudig: dan láten we ons roepen. Dan wordt het “kom, ga met ons, en doe als wij” (Psalm 122) heel gewoon werkelijkheid. Dan kunnen vragen als “kan ik hier wel blijven” en “kan ik daar wel naar toe gaan” aan de kant gelegd worden. Ze zijn beantwoord. Helder en vast.

Mensenwerk

Mensen verlaten de kerk vanwege andere mensen. Vanwege de woorden en daden van mensen. Andere mensen mijden de kerk, komen niet, ook op grond van wat ze horen over woorden en daden van mensen.
Nu wordt er in en over De Gereformeerde Kerken (hersteld) veel geroddeld en gelasterd. Daar willen we nu niet op ingaan. Waar het om gaat is, dat in alle gevallen die we kennen steeds geoordeeld wordt op grond van mènsenwerk. En dat het werk van God niet of onvoldoende in rekening wordt gebracht.
Ja, het is een feit dat broeders en zusters zich soms onrechtvaardig behandeld voelen. Dat zij zich soms ernstig gekwetst voelen door uitspraken van een kerkenraad of een meerdere vergadering. Dat broeders en zusters zich soms in de hoek gezet voelen door woorden van andere kerkleden. Dat zij soms menen de gemeenschap der heiligen in de onderlinge omgang niet te ervaren. Verschillende kerkleden hebben zich de afgelopen tijd enorm boos gemaakt over wat zij meenden te zien als onrecht, aangedaan aan een zusterkerk.
Nu gaat het ons er niet om de juistheid van die gevoelens hier te betwisten of toe te stemmen. De vraag is: hoe gaan we daar als leden van Gods kerk mee om? En hoe gaan we daar als nog-niet-kerkleden mee om?
Kerkwerk is óók mensenwerk. De HERE schakelt voor de bouw en de onderhouding van zijn kerk mensen in. Ons allemaal. Zondige mensen. Mensen met karaktergebreken. Mensen met tekortkomingen. Mensen die soms niet in staat zijn de dingen goed naar elkaar uit te leggen. Mensen die soms dingen verkeerd zien. Mensen die vaak tekort schieten in liefde. Ook al doen ze nog zo hun best. Mensen ook die soms verkeerde, zondige gevoelens krijgen. Mensen die soms zomaar luisteren naar kwaadsprekerij en daarin meegaan. Mensen die soms zomaar gevoelig blijken voor een houding van onvrede. Ja, zonder in te stemmen met de genoemde negatieve gevoelens moeten we wel belijden dat we allemaal, en ook als kerkgemeenschap, nog altijd bevlekt zijn met zonde.
En als we dat beseffen, dan is ook duidelijk dat dus dat mensenwerk niet beslissend kan zijn voor ons antwoord op de vraag: Wat moeten we met de kerk?

Wat moeten we met de kerk?

In alle gevallen die we kennen is niet aangetoond, ja, meestal is het zelfs ook niet geprobeerd, dat de Bijbelse leer in De Gereformeerde Kerken (hersteld) in geding zou zijn. Dat Gods werk in de kerk niet meer gezien zou worden. Dat de HERE ergens anders heen zou roepen. Er is ook niet opnieuw gewerkt aan en opgeroepen tot reformatie. Integendeel. Het gaat steeds om woorden en daden van mensen en van kerkelijke vergaderingen die geen betrekking hebben op “de publieke belijdenisgeschriften” van de kerken.
Wat moeten we met de kerk? Als Schrift en belijdenis gehandhaafd worden, dan is het onze roeping om te blíjven. Ook als dat strijd kost. En zelfverloochening. (Weten we wel wat dat is, zelfverloochening, ècht jezèlf verloochenen ter wille van de roepstem van God?). En persoonlijke offers. Ook als dat betekent dat ons gelijk, echt of vermeend, niet erkend wordt.
Blíjf! Want de kerk is het werk van de HERE. Dat kun je nagaan.
Wat moeten we met de kerk? Als Schrift en belijdenis gehandhaafd worden, dan is het onze roeping om te kómen. Ook als we bang zijn voor geruchten van onenigheid. Ook als we onzeker zijn over de toekomst.
Kòm! Want de kerk is het werk van de HERE! Dat kun je nagaan.