Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Onze tijden zijn in Gods hand

Jaargang: 
10
Datum: 
23 dec. 2015
Nummer: 
7
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1583
Rubriek: 

Pred. 3:1-14 (HSV) 1 Voor alles is er een vastgestelde tijd, en een tijd voor elk voornemen onder de hemel. 2 Er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, 3 (...); een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen; 4 een tijd om te huilen en een tijd om te lachen; (....) 6 een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen; (...) 7 (...) een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken; 8 (...) een tijd van oorlog en een tijd van vrede. 9 Welk voordeel heeft hij die werkt, van datgene waarvoor hij zwoegt? 10 Ik heb gezien welke bezigheid God de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te vermoeien. 11 Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het einde kan doorgronden (...) 14 Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is er aan toe te voegen en niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht.

Terugblik

Aan het einde van het jaar is het goed om te zien wat de Heere ons heeft geschonken.

Wat Hij op onze weg heeft geplaatst en waarheen Hij ons heeft geleid.

Als kerken van de Heere Christus mochten we elke zondag onze God ontmoeten rond Zijn Woord. We mochten telkens weer de bediening van de verzoening met God onze Vader ontvangen. En zo gesterkt en gevoed leven midden in een maatschappij waarin men vervreemd is van God en van Christus. Midden in een samenleving waarin alles lijkt te draaien om de mens. In een wereld vol tumult en vol spanningen onder de volken. De mensen lijken minder veilig en zeker, zoals het lang niet meer is geweest.

Zo n spanningsvolle tijd levert voor ons ook aanvechtingen op. Is het wel waar, wat we geloven? Staat ons geloof niet ver af van de praktijk van het gewone harde leven? Waar is God? Wat zien we van Hem? Grijpt Hij nog in of overkomt Hem alles wat om ons heen gebeurt?

Aan het eind van dit jaar mogen we de balans opmaken. Waar was het goed voor?

Wat was nu het nut van ons leven in het afgelopen jaar?

Vastgestelde en wisselende tijden

Het boek Prediker is ons gegeven om met wijsheid van Boven de zaken en ontwikkelingen die op aarde plaats-vinden, te beoordelen. De hoofdvraag daarbij staat in hoofdstuk 1: 3:

`Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zwoegt onder de zon?

Wel voordeel, welk nut, wat levert het eigenlijk op? Waar doen we het voor? In dat kader stelt Pred 3:

`Voor alles is er een vastgestelde tijd, en een tijd voor elk voornemen onder de hemel.

De HSV heeft hier `voornemen, de NBG 51 `ding. Bedoeld is elk gebeuren.

Het is Gòd die de tijden vaststelde het afgelopen jaar. Ieder ding, iedere gebeurtenis vond plaats op een moment dat vaststond. Onze inbreng daarin was maar zeer beperkt. En het was zeker niet zo, dat het bij toeval gebeurde. Gòd heeft in dit alles de hand gehad. Hij deelde het ons toe.

Daarbij wisselden allerlei zaken elkaar af. De Prediker noemt vanaf vers 2 veertien verschillende situaties die wisselen en door God bepaald zijn. We zullen er een aantal van nagaan.

De eerste, een geboorte . Wij hebben God ook in het afgelopen jaar mogen danken als de Gever van het leven. Hij bepaalde wie, waar en op welke tijd ter wereld kwam.

Ook het stervensuur van onze geliefden konden wij niet bepalen. Nee, onze tijden zijn in Gods hand, zegt Ps. 31:16 over dat moment. God Zelf had het genoeg gevonden als Hij één van onze geliefden heeft thuis-gehaald. Zo zien we ook de wisseling, waar de één heenging, kwam er weer een ander. God gaf en Hij nam.

Afbreken en opbouwen is een afwisselend gebeuren. Dan weer was dit nodig, dan weer dat.

De Here deelde de noodzaak ervan toe.

Huilen en lachen worden bepaald door verdrietige en blijde zaken. Ook die kwamen in 2015 uit Gods Vaderhand. Voorspoed en tegenspoed. Gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede. Dit alles overkwam ons ook in het afgelopen jaar niet bij toeval, maar viel ons uit Gods Vaderhand ten deel! In Zijn almacht regeerde Hij alles. En in Zijn liefdevol zorg deed Hij elk kwaad ten goede voor ons meewerken.

Bewaren en wegwerpen zijn tegengestelde bezigheden, die naar de omstandigheden gedaan moesten worden. De omstandigheden waaronder en de tijd waarop, werden door de Heere bepaald.

Zo was het ook met zwijgen en spreken . Het kon nodig zijn om te zwijgen over de gebreken die je van een ander kende, om niet mee te doen met laster, waar anderen spraken. Maar het was ook in de samenleving nodig om te getuigen van onze God, om Zijn naam te belijden. Juist ook als verder iedereen over Hem zweeg.

Vers 8 zegt nog: er is een tijd van oorlog en van vrede . Ja, ook dat komt van de Heere. Niet alleen de vrede, maar ook oorlogen zijn in Zijn wil besloten. Zomaar was de vrede verstoord in het afgelopen jaar, en was er oorlog. Oorlog met IS. Maar dat ging niet buiten de Heere om. Hij maakt zelfs gebruik van oorlogen en geruchten van oorlogen om Christus wederkomst in deze wereld aan te kondigen. Ook de oorlogsdreiging en terreuraanslagen van de laatste tijd vallen daaronder. Bij alle onrust die deze zaken geven, mag er bij ons als Gods kinderen toch rust zijn. De Heere regeert. Dat maakt dat wij niet angstig hoeven zijn onder het toenemend aanpraten van angst.

De nieuwsgierigheid van de mens

Prediker stelt zo vast dat de mens afhankelijk is van Gods bestel. Daarbij is er die steeds doorgaande cyclus: alles wat opkwam, verging weer. Alles wat vreugde bood, eindigde in verdriet. Het was en is nog steeds opgaan, blinken en verzinken.

Prediker constateert in vers 9, dat de mens op deze aarde vaak zwoegt zonder dat hij werkelijk iets bereikt in het voortgaan van de tijden. Dan komt de vraag weer op: wat voor voordeel heeft dit zwoegen dan? Zelfs een harde werker heeft geen zekerheid van vreugde en genot. De economie kan zomaar alles doen veranderen.

Prediker wijst zo op de gevolgen van de vloek die over de aarde ligt. Alles van deze schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen (zie ook Rom. 8:20). Al wat de mens ook doet, zelf komt hij die vruchteloosheid niet te boven.

Hoe wordt het leven op aarde dan toch nuttig ? In vers 10 horen we daarop het antwoord.

Prediker heeft ingezien dat het Gòd is, Die deze door Hem geschapen wereld, onderhoudt. En dat God daarbij een raadsplan heeft. Niets gebeurt er, waarvan God zou moeten zeggen dat het op de verkéérde tijd plaatsvond. Nee, alles gebeurde ook in 2015 zoals Hij dat wilde. De HERE deed het plaatsvinden op de tijd, zoals Hem dat goed dacht. Vers 11:

`Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt.

Het juiste op de juiste tijd.

De HERE wil dat de mens gaat nadenken over de oorsprong van de dingen en het doel ervan. Hij heeft `de eeuw in zijn hart gelegd (vers 11).

Dat betekent: de mens wil graag inzien hoe het allemaal zo gekomen is, en waar het allemaal heengaat. Dat zit in de mens, omdat God dit in hem heeft gelegd, zegt Prediker. Je zou het aangeboren nieuwsgierigheid kunnen noemen.

Gods verborgen raad

Maar waarom wordt nu steeds het mooie van voorspoed, geluk en blijdschap weer afgewisseld met het kwaad van tegenspoed, ongeluk en verdriet?

Dàt kun je als mens niet verklaren. Het werk van Gods raadsplan dat zich uitstrekt van de schepping tot de wederkomst, kan de mens inderdaad niet narekenen in zijn eigen leven.

Ook gelovige mensen konden voor het afgelopen jaar niet voorspellen of alles goed en voorspoedig zou verlopen, zonder ziekte, tegenslagen en terreur. Ook zij konden niet zeggen, waarom hùn dit nu toch overkomen is. Waarom de Heere dat misschien zelfs juist aan hen heeft gedaan. De mens, kan van het werk van God niets ontdekken, zegt vers 11.

Maar als kind van God zal hij wel gelovig kunnen zeggen: `Ja, Heere, zoals u het doet, is het goed! Ja, zo was het ook in 2015 goed, op de tijd door U beschikt. Wat ons geschonken werd aan rijke gaven, maar ook aan moeiten en gebrek. En daarom was het goed voor ons, die bij U horen en die ons heil van U verwachten.

Het is belangrijk dat we dit zo zien bij het overzien van het afgelopen jaar.

Waartoe gaf de Heere dit alles?

Waar de Prediker op uitkomt is, dat wij erkennen dat al het goede dat wij kregen, niet zozeer het resultaat was van ònze planning of van onze inspanningen, van ons zwoegen. Maar dat het gave was van de Heere. Natuurlijk, we moesten werken voor ons brood. We moesten ons inspannen voor ons inkomen. Maar ook dat inkomen en de opbrengst van onze handen waren gaven van God.

Prediker laat ons zien, dat alles bestuurd werd en wordt door God. En dat alles zo loopt zoals God heeft bedoeld. Waarbij we alles uit Gods hand mogen ontvangen.

De HERE wil dat wij uit de loop van de gebeurtenissen, uit de afwisseling van allerlei zaken, zullen erkennen dat Hij de Almachtige is, die alles schept, onderhoudt en regeert. En dat wij zelf maar kleine radertjes zien in het grote apparaat dat God in beweging zet en in beweging houdt.

Maar daarbij is het ook belangrijk te zien, dat God zo werkt naar zijn eindbestemming. De eindbestemming waar heel Gods handelen op gericht is. Niemand kan Hem daarvan afhouden. Prediker zegt daarover in vers 14:

Ik heb ingezien dat al wat God doet, voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen .

Onze waaroms kunnen zich opstapelen. We begrijpen het vaak niet waarom ons in ons eigen leven iets overkomt. We hebben er ook zo weinig invloed op. Maar onze waaroms moeten wij maar staken. Laten we maar vragen: `W aartoe , Heere, doet U dit alles zo? Welk doel heeft Ú daarmee? Waar wil Ú ons hebben?

Het antwoord van de prediker op die vraag is duidelijk:

en God doet het, opdat men voor zijn aangezicht vreze.

Dàt is het uiteindelijke doel van Gods handelen met de mens: dat de mens tot de erkenning komt dat Gods Naam groot is. Dat God goed is, in wat Hij doet. Dat de Heere in eerbied en ontzag aanbeden wil worden. Zodat we nu zeggen: deze almachtige God zorgde ook voor mij in het afgelopen jaar. Zonder Zijn wil kon er geen haar van mijn hoofd vallen. Deze God voorzag mij van al het goede, en weerde het kwade van mij of deed dit voor mij meewerken ten goede.

Zijn naam zij geloofd en geprezen!

De Heere wil dus dat ons overdenken van zijn regering en leiding ons brengt tot het eren en dienen van Hem. Tot het smeken om zijn gunst en genade voor zijn vriendelijk aangezicht, om Zijn zegen over alles wat wij doen. Om ons van de vruchteloosheid en vergeefsheid te bevrijden.

Uitzicht onder een open hemel

Wij mogen daarbij dan meer weten dan Prediker. Want wij mogen weten dat Jezus Christus, Gods Zoon, al de zijnen heeft verlost uit de grauwe vruchteloosheid. Wij mogen weten dat wie in de Here Jezus Christus gelooft als zijn Verlosser, tot Gods kind is aangenomen. Dat wij in Christus naar lichaam en ziel verzorgd worden.

Wij mogen weten dat Christus niet alleen de eeuw in ons hart gelegd heeft om na te denken over oorsprong en doel van al het aardse leven, in jeugd, volwassenheid en ouderdom. Maar dat Hij door zijn verlossing van onze zonden en vruchteloosheid, ons al uitzicht op de eeuwige heerlijkheid geeft.

Dat vooruitzicht is weggelegd voor allen die God vrezen. Die hun afhankelijkheid erkennen, en hun verlossing alleen in Christus zoeken.

In die afhankelijkheid mogen we naar het moment toeleven, waarvan de Here Jezus vlak voor Zijn hemelvaart nog zei, dat de Vader over die tijden en gelegenheden de beschikking aan zich heeft gehouden (Hand. 1:7).

Voor alles is er een vastgestelde tijd en een tijd voor elk voornemen `onder de hemel.

Onder de hemel, zegt de Prediker. In de Heere Jezus Christus betekent dit: onder een ópen hemel. Een ópen hemel van waaruit God met zijn vriendelijk aangezicht neerziet op ons als Zijn kinderen. Zo kunnen we verder ook in het nieuwe jaar.